Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

21 december 2016

Vrolijke lessen in planning


De reactie die ik het meest hoor op mijn boeken "Weg van de supermarkt" en "Het Antidieetboek" is dat mensen helemaal geen tijd hebben voor iets anders dan hun rondje supermarkt voor hun pakjes, bakjes, zakjes en ander kant-en-klaar spul. Als ik dan antwoord dat dit alles een kwestie is van keuzes maken en vooral van een beetje plannen, word ik aangekeken met een blik die zegt "jij hebt makkelijk praten". Omdat ik ZZP-er ben bijvoorbeeld, of goed kan koken, of geen kinderen heb--of eigenlijk alledrie.

Daarom ben ik blij met de Eetkalender van Francesca. Zij laat in de praktijk zien wat ik alleen maar in theorie verkondig: dat het prima te doen is elke dag een goede maaltijd op tafel te zetten van verse, eerlijke ingrediënten, en daarbij volop te variëren. En, niet onbelangrijk, ook nog eens weinig weg te gooien. Want verspillen, dat moeten we--om een eigentijdse uitdrukking te gebruiken--met zijn allen niet willen.

De kalender is verbluffend simpel van opzet. Voor elke week is er een boodschappenlijst opgenomen, voor elke weekdag is er een recept. De recepten zijn degelijk en duidelijk en ook voor een niet al te geoefende of bevlogen kok prima te behappen, en elk is geïllustreerd met een klein maar fraai fotootje. Elke vrijdag is daarbij kliekjesdag: Francesca geeft op die dag enkele maaltijdsuggesties die te maken zijn met wat er waarschijnlijk is overgebleven en eventueel nog wat extra ingrediënten. Leuk!

Gevarieerd is bij Francesca ook écht gevarieerd. We zien omeletten, plaatpizza's, stamppotten, maaltijdsoepen en allerlei gerechten met een exotische twist--niet altijd dingen die je zelf zou bedenken. De weekmenu's zijn daarbij goed uitgebalanceerd en ze maken maximaal gebruik van seizoensproducten, waarvan je aan het begin van elke maand een lijstje aantreft. Mooi zo, want die zijn voordeliger, lekkerder en beter voor het milieu--en je steekt er nog eens wat van op. Wie weet er nog dat bloemkool een uitgesproken zomerproduct is? Nou ja, u als trouw eetlezer misschien.

Wel vind ik het persoonlijk jammer--er is misschien een goede reden voor maar die kan ik niet zo bedenken--dat je het in de weekends dan weer helemaal zelf uit moet zoeken. Juist dan, denk ik zelf, is het aardig om met iets meer tijd even iets bijzonders op tafel te zetten. Misschien een suggestie?

Hier en daar springt een wat vreemd detail in het oog. Zo lees je in de laatste week van februari bij de kliekjesdag dat je overgebleven rijst op kunt bakken met gember, tomaat, doperwten en koriander. Eh--doperwten in februari? Die komen dan dus uit pot of blik, want dat zou nu echt uitgesproken zomergroenten. Maar ik geef toe: dat is een detail en veel mensen kennen doperwten niet anders dan uit de potten die ooit zo enthousiast door Martine Bijl werden aangeprezen.

Al met al haal je met de Eetkalender 2017 een leuk hebbeding in huis, met meer dan 200 gemakkelijke recepten die bijna gegarandeerd je horizon zullen verbreden en--belangrijkst van al--je in de praktijk zullen laten ervaren dat het écht wel kan, gezond en gevarieerd eten met verse ingrediënten. Alleen al daarom: aanrader! Bravo!

Eetkalender 2017
Francesca van Berk e.a.
Uitgeverij Lev 
Weekkalender met registeren en ruimte voor notities
Adviesprijs € 19,99
ISBN 978 94 00507 753



Labels:

20 december 2016

Lichtvoetige zwaargewicht


Ik geef toe: ik heb geaarzeld. Lang geaarzeld. Negen weken geaarzeld. Kan ik dit boek, waar ik zelf--overigens tot mijn niet geringe trots--bij betrokken ben geweest, eigenlijk wel bespreken? Waarna zich meteen een tweede vraag aandiende: kan ik het eigenlijk maken om het niet te bespreken?

Die tweede vraag moet je vervolgens misschien even uitleggen en dan ben je dus al aan het bespreken. Want dit boek is er één dat, kort en goed gezegd, in de boekenkast van geen enkele liefhebber van goed en lekker eten mag ontbreken. Wie dit boek van kaft tot kaft heeft gelezen (iets waarvan auteur Onno Kleyn veronderstelt dat niemand het zal doen, waarin ik dan weer vermoed dat hij het behoorlijk mis heeft), weet zo ongeveer álles wat ertoe doet inzake eten en drinken. Niet alleen aan tafel en in de keuken, maar ook al vóór het via de diverse distributiekanalen tot ons komt.

Het knappe daarbij is dat dit kloeke standaardwerk van meer dan duizend pagina's bepaald geen taaie kost is. Daarvoor zijn diverse keuzes van de auteur verantwoordelijk. De allereerste is de opzet: geen alfabetische inventarisering van aardappel tot zwezerik (dat het boek met aardappelen begint is zuiver toeval; het eindigt met Lapse bessen), maar een thematische indeling die uiteenvalt in drie hoofdgroepen, te weten ingrediënten, technieken en overwegingen en landen. Dat die laatste dan weer slechts één hoofdstuk beslaat is helemaal niet erg. Wie zei er dat over alle aspecten van eten en drinken precies even veel te vertellen is?

Met dat woord "vertellen" heb ik meteen de tweede keuze bij de kop: de auteur heeft--en voor wie vertrouwd is met het werk van Onno Kleyn zal dat geen verrassing zijn--gekozen voor een verhalende schrijfstijl. In het hele boek wordt geritseld, geknisperd en gebruist dat het een aard heeft, en regelmatig worden er smakelijke anekdotes opgedist. Je waant je op die manier bij de auteur aan tafel, en dat treft want behalve een verdienstelijk kok is Kleyn ook een geboren verteller.

Wat ik persoonlijk echter het prettigst vind, is dat de auteur dingen vindt over de materie die hij bespreekt en die mening in bloemrijke bewoordingen de vrije loop laat. Zo staat onder het kopje "Knapperige friet" te lezen: "Slappe friet vinden wij niks. Maar niet iedereen denkt er zo over. De Britten eten hele grote, dikke frieten die lang zo knapperig niet zijn als de onze. Italianen magnetronnen friet als je niet uitkijkt. Er zijn zelfs lieden in de wereld die friet maar één keer frituren, op straffe van ruggengraatloze treurnis. Terwijl het toch zo simpel is (...)". Kijk, zo lees ik het graag. En ja, daarna volgt een uitgebreide handleiding voor smakelijk frituren. Recepten staan er overigens ook in, iets van 125 als ik goed geteld heb.

Is het boek compleet? Nee, natuurlijk niet. Hoe kun je nou in één boek alles vertellen wat er over eten en drinken te weten is? Kan ik bedenken wat er in voorkomend geval ontbreekt? Nee, dat evenmin. En dat is dus het knappe van de Grote Kleyn: je leest er niet alles in, maar wat je erin leest is ruw geschat 98,74% van wat je je ooit over eten en drinken af zult vragen. Voor de rest kun je vervolgens terecht in de tientallen andere boeken die je in de kast hebt staan.

En die betrokkenheid van mij? Geloof Onno vooral niet, die je vertelt dat ik het boek beter heb gemaakt en hem voor domheden heb behoed, daarmee vooral tonend hoe aardig hij is. Mijn bijdrage bestond hoofdzakelijk in lezen (wat ik toch wel gedaan zou hebben), instemmend knikken ten teken dat het goed was en hier en daar op details schoorvoetend iets te berde brengen. Het kwam mij op een ronkende dankbetuiging in het voorwoord te staan, die in geen enkele verhouding staat tot mijn verdienste maar waarmee mijn onsterfelijkheid wel een feit is. Ik weet wanneer ik het goed heb.

Mijn advies? Koop dit boek als kerstcadeau voor iemand die van het goede leven houdt, blader het door alvorens het in te pakken, besluit om het zélf te houden en koop er vervolgens voor die andere persoon nóg één. Het risico dat die ander precies hetzelfde doet neem je dan maar op de koop toe.

De Grote Kleyn, culinair compendium
Onno Kleyn, met onmisbare hulp van Charlotte Kleyn
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
1008 blz.
Adviesprijs € 45,00
ISBN 978 90 38803 470
(ook als e-book met als pluspunt dat het géén ruim twee kilo weegt: adviesprijs € 19,99 ISBN 978 90 38803 999)