Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

24 december 2014

Ceci n'est pas un foodblog


Bestaat dit blog eigenlijk nog wel? Nou, ja dus. En nee, ook. Ik ben er in 2006, een eeuwigheid geleden alweer op de online-tijdschaal, mee begonnen om mezelf als eetschrijver in de etalage te zetten. Dat is gelukt. Zo goed gelukt, dat ik momenteel bijna voortdurend tijd tekort kom om er nog iets aan te doen. En tegelijk is het natuurlijk mijn kindje geworden--enfin, die verzuchting kent u, lezer. Ik zal er u niet nog eens mee vervelen. Maar dat er hier nog maar heel sporadisch iets nieuws te zien is, zal niemand ontgaan zijn.

Dat heeft ook nog een andere reden: de huidige inhoud van het begrip "foodblog". Nog niet eens zo heel lang geleden voelde ik geen enkele schroom om deze stek op het internet zo te noemen. Dat is inmiddels wel anders. Want het fenomeen "foodblog" is aan een jammerlijke devaluatie onderhevig en is wat mij betreft niet langer meer een eerbiedwaardig instituut.

Nee, meer en meer foodblogs blijken bedoeld om een grijpstuiver mee te verdienen. En dan niet in de zin van een opstapje vormen voor serieuze journalistieke ambities, maar steeds meer als verkapt reclamemedium. En laat ik eerlijk zijn: dat is er bedroevend vaak aan te zien ook.

Van de zomer ben ik ook eens korte tijd in contact geweest met een bureau dat zich specifiek toelegde op foodblogmarketing, zoals die momenteel kennelijk als paddenstoelen uit de grond schieten. Ik kreeg één of twee dozen toegestuurd met producten van grotendeels industriële partijen. Ze gingen vergezeld van de mededeling dat er voor degene die er het leukste blogje over wist te schrijven--zoiets was het--een vliegreisje naar een prettig oord in het verschiet lag. Het gevolg: een lawine aan blogberichtjes waaruit je maar een zinnetje hoefde te knippen en in Google te plakken om te begrijpen dat er klakkeloos persberichten werden overgeschreven in de hoop bij de marketeers in de gunst te komen. Goed, aan dat soort kolder doe je dus als serieus professional niet mee en het is dus geen wonder dat ik kennelijk uit het mailbestand ben geschrapt. Mooi zo.

Je ziet die golven van onderling uitwisselbare berichten op foodblogs steeds vaker. Zo was in de zomer van 2014 duidelijk te zien dat de mensen van Het Vinkje een charme-offensief waren begonnen om de negatieve sfeer rondom hun label te counteren. Prompt verschenen er aan alle kanten berichten van blogmeisjes (het begrip is inmiddels nogal pejoratief jargon geworden) die kirrend van genoegen meldden dat ze zó maar voor een "kritisch gesprek" waren uitgenodigd en daardoor tot het inzicht waren gekomen dat die Vinkjes toch wel héél erg goed waren. Lex van FOODbazar, iemand bij wie kwaliteit wél centraal staat en die wars is van marketeersgeleuter, schreef er een scherp stukje over.

Maar die charme-offensieven vanuit Big Food en Big Advertising zijn nog maar het topje van de ijsberg. Eind november wist het reclamevakblad Adformatie te melden dat bloggen "steeds lucratiever" werd. Hoe dan? Nou, bloggers blijken zich keihard te laten betalen voor positieve kopij, met name in de segmenten beauty en vooral food. Als je als lezer geluk hebt, vind je ergens onderaan die postjes een melding dat het om gesponsorde content gaat (dikwijls met een vergoelijkende riedel in de trant dat men natúúrlijk "nooit schrijft over producten waar men niet zelf achter staat"), niet zelden blijft die ook achterwege. Ga dan nog maar eens ontdekken welk deel van de blogosphere aan de kant van de producent staat en welk aan de kant van de consument. Of, om nog maar een amusant concept van vroeger aan te halen, van de waarheidsvinding.

Nog maar gisteren kreeg ik een link toegestuurd waarin Albert Heijn uitpakt met heerlijke kerstmenu's. Die waren afkomstig van foodbloggers die een royale doos toegestuurd hadden gekregen om te kunnen testen. De testuitslagen vielen--o wonder--zo bij AH in de smaak dat ze één op één geschikt waren voor een pagina boordevol productpromotie. Kritiek? Nergens één woord.

Eveneens gisteren deed zich #milnergate voor. Een paginagrote advertentie in de landelijke dagbladen meldde dat in een tot dusver onbekende "Nationale Kaastest" Milner 30+ was uitgeroepen tot "lekkerste kaas van Nederland". De jury bestond uit een "panel van foodbloggers", niet nader genoemd overigens. Kan dit serieus genoemd worden? Nee, sorry. Ik wil niet meteen brullen dat ik Milner niet te vreten vind, maar de lekkerste kaas van Nederland? Echt niet.

Is dat allemaal erg? Ja, dat vind ik wel. Want in een wereld waarin betaalde journalistiek--in de zin van beroepsjournalisten die hun boterham verdienen met het objectief uitzoeken van zaken ten behoeve van de lezer--steeds meer terrein verliest aan het vrij toegankelijke internet, wordt het steeds belangrijker dat wat er op dat internet te vinden is, nog enigszins informatief en vooral kritisch is. Want waar ook de scholen steeds meer "informatie" van snelle reclamejongens betrekken en zo'n Voedingscentrum overduidelijk nog steeds uit de hand eet van Big Food (ja jongens, kom maar op met die dagvaarding), is het des te belangrijker dat we tenminste nog ergens échte eerlijke informatie vandaan kunnen halen. Dus zonder dat een positief verhaal is geruild voor centen, douceurtjes, freebies en snoepreisjes.

Ik zal dus in de toekomst hier echt nog wel af en toe--en liefst wat vaker dan nu--een stukje blijven neerzetten, maar ik wens vanaf nu dus nadrukkelijk géén foodblogger meer genoemd te worden. Noem me dan maar liever ouderwets. Dat ben ik ook, en daar ben ik nog trots op ook.






10 Comments:

  • At 24 december 2014 17:48, Anonymous Birgitta van Langeveld said…

    Eens! Zo eens! Ook ik schud meewarig mijn hoofd naar de jubelende "foodblogs" van blogmeisjes. Niets mis met enthousiasme, maar er is geen kritische noot te bekennen. Ik geloof ze niet. Als je zo jubelt over de producten van de grote voedselproducenten, dan weet je werkelijk niets over eten en dan moet je eerst maar eens echt gaan leren proeven.

    Ik krijg ook van tijd tot tijd producten aangeboden waar je als eetenthousiast eigenlijk niet eens serieus naar kan kijken. Overigens helpt het aardig als ik terugkoppel dat als ze m'n blog zouden bezoeken dat ze dan kunnen zien dat ik niet over hun type producten schrijf en dat ik vrij kritisch ben en of ze het eventueel een probleem zouden vinden als ik er dan kritisch over zou schrijven.

    Maar kennelijk krijgen er nog genoeg blogmeisjes lichtjes in hun ogen als ze goedkoop worden omgekocht met een doos en een paar stuivers.
    Tja, dat is dan voor de serieuze foodies toch overduidelijk. Dat soort blogs lees je dan ook niet. Kwaliteit en onafhankelijkheid onderscheidt zich altijd!

     
  • At 24 december 2014 23:25, Anonymous Carla said…

    Mee eens. Blogmeisjes vind ik dan weer net iets te neerbuigend, maar met je intentie ben ik het zeer eens. Ik ontvang nooit iets van culi-post en ik wens dat zo te houden ook.

     
  • At 25 december 2014 09:16, Blogger Liesbeth Oerlemans said…

    Ha ha ha, ik ben te naïef voor deze wereld. De afgelopen maanden kreeg ik ook een aantal keer een vage mail met vreemde mededelingen dat ze blogteksten voor mij wilden schrijven. Ik vond het al zo raar. En nee het Vinkje heeft me niet benaderd, jammer genoeg :-) Daar schreef ik al te duidelijk over dat dat handig was omdat je dan meteen alle producten bij elkaar hebt die je kunt negeren.

     
  • At 28 december 2014 19:28, Anonymous Peter said…

    Maar Gerrit Jan,

    Even voor mijn beeldvorming en met alle respect, maar wanneer jij een middag euforisch tweet over een Wagyu diner bij Parkheuvel en net voor kerst wat tweets aan het online bestellen van Wagyu vlees plaatst is dat niet precies hetzelfde? Of heb je aan het einde van de middag gewoon betaald voor die sterrenlunch?

     
  • At 28 december 2014 20:07, Anonymous Carla said…

    Interessante vraag Peter!

     
  • At 30 december 2014 09:26, Anonymous Peter said…

    Interessante vraag, maar geen antwoord. :-)

     
  • At 30 december 2014 10:53, Blogger Gerrit Jan Groothedde said…

    Je krijgt uitgebreid antwoord, Peter. Maar een mens heeft--stel je voor--ook wel eens andere dingen te doen.

     
  • At 30 december 2014 13:13, Blogger Gerrit Jan Groothedde said…

    Inderdaad, Peter, interessante vraag, zij het wel een beetje suggestief. Want foto's van gerechten met een beschrijving van wat er op het bord ligt "euforisch"? Heb je je eigen emotie bij het zien van het voedsel niet op mij geprojecteerd? Denk het wel.

    Maar goed, de kern.

    1. Ben ik betaald om iets positiefs te schrijven? Kort en goed: nee.

    2. Heb ik een vergoeding in natura ontvangen in ruil voor positieve berichtgeving? Zeer beslist niet.

    3. Heb ik gratis gegeten bij Parkeheuvel die dag? Ja, en gratis gedronken ook. Ik ben ook op eigen kosten naar Rotterdam gereden, ruim 200 kilometer v.v., en heb er een aantal uren aan stukgeslagen die ik ook had kunnen doorbrengen met het schrijven van betaalde kopij. Een boek bijvoorbeeld.

    4. Beïnvloedt bovenstaande "vrijgevigheid" mijn mening over het bedrijf dat me heeft uitgenodigd? Nee.

    5. Stelt het me in staat een beeld te geven van de producten die het bedrijf aan consumenten wil verkopen, hun kwaliteit en de bijbehorende service? Ja.

    6. Koopt het bedrijf een gunstige beoordeling door mij te fêteren? Nee. Ik zou wel gek zijn als ik dat liet gebeuren. De credibiliteit die ik over vele jaren heb opgebouwd, als kritisch journalist en publicist is aanzienlijk meer waard dan de prijs van een lunch bij Parkheuvel en een stuk luxe vlees.

    7. Heb ik het Japans wagyu kwaliteit A3 waarvan ik op kerstavond een foto op Twitter plaatste zelf betaald? Nee. Men heeft mij de mogelijkheid gegeven kosteloos een stuk vlees van 250 gram, winkelwaarde € 60, te bestellen zodat ik me een beeld kon vormen van de beleving die de consument te wachten staat als hij bestelt.

    8. Is het nieuwswaardig dat er door Nederlandse consumenten per postorder Japans wagyu in diverse kwaliteiten kan worden besteld? Ja, reken maar. Die mogelijkheid bestond nooit eerder.

    9. Ben ik dus gemotiveerd om erover te schrijven? Jazeker. Maar wel omdat het nieuws is en niet omdat ik op eigen kosten naar Rotterdam ben gereden om daar een—toegegeven—uitstekende maaltijd te genieten en vervolgens nog gratis een—toegegeven—uitstekend stuk vlees heb mogen bestellen.

    (meer volgt)

     
  • At 30 december 2014 13:14, Blogger Gerrit Jan Groothedde said…

    Wat verdere overwegingen:

    Is een journalist te koop wanneer hij dingen ter beschikking gesteld krijgt om over te kunnen schrijven? Je kunt natuurlijk eisen dat hij die dingen allemaal zelf betaalt; dan zijn de enigen die journalistiek kunnen bedrijven de welgestelden of degenen die werken voor één van de weinige media die nog over ruime budgetten beschikken.

    De vraag is natuurlijk vooral of een journalist het recensiemateriaal dat hij ter beschikking krijgt gesteld beschouwt als vergoeding voor het schrijven van een goed verhaal. Over het algemeen komt zo iemand daar niet ver mee. Dat valt namelijk op. Dan zijn je dagen als journalist snel geteld, en je inkomen ook. Dan worden zo'n lunch en zo'n stuk vlees verrekte duur.

    Je kunt er natuurlijk voor kiezen niet te werken volgens de basisprincipes van de journalistiek. Dan laat je je voor stukjes betalen en bepaalt degene over wie geschreven wordt de strekking van het verhaal. Daarmee schijnt goed te verdienen te zijn. Ik geef degenen die die keuze maken groot gelijk. Maar er blijft zo op den duur wel heel weinig kwaliteitsinformatie over.

    In deze wereld is namelijk niets gratis. Er is altijd iemand die betaalt. Wanneer je als consument van informatie niet bereid bent om voor die informatie te betalen, zou je je moeten afvragen wie er dan wél voor betaalt. En vervolgens wat de waarde van de informatie is.

    Wat deze website betreft: hier ben ik degene die betaalt voor de informatie. Er heeft hier nog nooit een commerciële partij in ruil voor welke vergoeding in geld of natura ook een positief artikel kunnen kopen, en dat zal ook niet gebeuren. Evenmin laat ik me beïnvloeden door partijen die mij te eten of te drinken geven. Ik ben namelijk al vele jaren beroepsjournalist en ben niet zo makkelijk te lijmen—dat was ik ook al niet in de tijd dat ik op een redactie werkte en door de directie flink onder druk werd gezet om misschien toch maar wat positiever te schrijven over grote adverteerders. Ik kreeg in die tijd van zo'n directielid eens te horen: "Vroeger werd er gezegd dat je pas een goede journalist was als je een adverteerder ter waarde van minstens een kwart miljoen had weggejaagd. In die optiek ben jij een uitstekende journalist". Er was duidelijk aan te horen dat hij liever een iets minder goede journalist had. Ik ben er al heel lang weg en de uitgeverij is inmiddels desondanks failliet.

    Op dit weblog heb ik in de afgelopen bijna negen jaar een kleine 1800 artikelen geplaatst. Laten we zeggen dat daar 1800 uur werk in zit (het is waarschijnlijk meer). Die tijd heb ik erin gestoken omdat ik dit blog zag als een mogelijkheid om mezelf in de etalage te zetten, en dat is gelukkig ook gelukt. Daarnaast haal ik nog wat advertentie-inkomsten binnen van Google en van Bol. Die bedragen in totaal over die volle negen jaar iets meer dan duizend euro. Even snel uitgerekend komt dat dus op een kleine zestig cent per uur. Al iemand jaloers?

    Ook krijg ik wel eens spullen om te proberen, in de hoop dat ik erover zal schrijven. Als die spullen eten zijn, moet ik ze opeten om me er een beeld van te vormen. Dat is lang niet altijd een onverdeeld plezier—feestjes zoals de wagyu bereid door Erik van Loo van Parkheuvel zijn een uitzondering. Als de spullen geen eten zijn, mag ik ze niet zelden houden omdat het vaak keukenspullen zijn. Meestal geef ik ze dan weg omdat ik zelf al betere spullen bezit die ik uit eigen zak heb betaald. Of en hoe ik over al die dingen schrijf, laat ik uitsluitend bepalen door de nieuwswaardigheid en door mijn eigen professionele mening als journalist en publicist.

    (nog meer)

     
  • At 30 december 2014 13:14, Blogger Gerrit Jan Groothedde said…

    Dit is een heel vervelende tijd voor de journalistiek. Er is bij consumenten steeds minder bereidheid om voor kwaliteitsinformatie te betalen—alles is immers te vinden op internet? Daardoor zijn betaalde media voor hun inkomsten steeds meer afhankelijk van adverteerders en is het voor hen ook steeds meer zaak om die adverteerders in de eerste plaats te vriend te houden. Dat is jammer, want daardoor wordt het heel moeilijk om het aloude principe van scheiding van redactie en reclame nog voor de volle honderd procent in stand te houden.

    In die lastige tijd heb ik door mijn ongezouten kritische aanpak bepaald niet voor de gemakkelijkste weg gekozen; daarvan krijg ik voortdurend de bevestiging. Ik ben vroeger een paar jaar copywriter voor reclamebureaus geweest en dat verdiende verrekte goed. De reden dat ik dat niet meer doe is dan ook bepaald niet financieel van aard. Ik heb dat gedaan omdat ik niet gelukkig werd van mooischrijven op commando—wat zou ik dan langs een omweg alsnog voor de gekochte kopij kiezen?

    Nee, daarvoor vind ik het veel te jammer dat adverteerders in toenemende mate de dienst uitmaken. En dat consumenten dat kennelijk laten gebeuren. Noem me ouderwets—dat ben ik ook. En daarbij dus niet bang om mijn ongezouten mening te zeggen, wat me dat ook kost in welwillendheid en potentiële inkomsten.

    (tijd besteed aan dit antwoord: anderhalf uur. Verdienste in geld: nul euro, nul cent. Wat ik anders zou hebben gedaan: aan mijn volgende boek schrijven)

    --einde--

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home