Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

28 maart 2013

BD 12682


Het is een wonderlijk en bijna magisch iets om een dag te beginnen met een gigantische kuip vol dagverse en koewarme melk, om daarna nog vóór de lunch de bovenstaande kaasjes eigenhandig te staan keren.

Ik mocht het vandaag meemaken in gezelschap van een kaasmaakster die ik zó leuk vind (niet in de laatste plaats vanwege de verrukkelijke kazen die zij mij al heeft laten proeven) dat ik haar ooit eens in een opwelling ten huwelijk heb gevraagd. Waar een hart op de tong al niet goed voor is!

Boerenkaas, het is een fascinerend product, en ik weet nu uit eigen ervaring, van met--goed geboende--armen in de wrongel staan om die in een kaasvorm te scheppen en hoogstpersoonlijk de pers in werking te stellen die er de wei uit laat lopen, hoe dat prachtige Nederlandse product begint. Hoe de wrongel na toevoeging van het stremsel voorzichtig moet worden gesneden, hoe de wei voorzichtig--om de wrongel toch vooral niet te veel in beweging te brengen--uit de kuip wordt gepompt, hoe met warm water de massa op precies de juiste temperatuur wordt gebracht en hoe uiteindelijk die witte vlokken na persing zó maar een kaas blijken te zijn geworden die je op de hand (of arm, want sommige zijn best groot) kunt keren om te zien of de korst overal mooi gelijkmatig en gaaf is.

Het mooiste moment: daar vervolgens zo'n keurmerkje met nummer op leggen. De allereerste kaas waarbij ik dat ooit deed, is een kilokaasje met het nummer BD 12682. Voor mij meteen het meest sympathieke kaasje dat er in Nederland ooit is gemaakt. Ik heb het in het volste vertrouwen achtergelaten om te rijpen tot mooie, goudgele boerenkaas. Ik hoop dat het goed terecht komt.

Vergeef me de lyriek, eetlezer, maar van kaasmaken word je gelukkig. Zen, zeg maar. Ik wil zo snel mogelijk nog eens.






Voorjaarsopruiming

Labels: , , ,

2 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home