Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

30 juni 2011

Foodblogevent: laatste dag!

Ja waarde eetlezer, en zo was ik gisteren nergens te bekennen. Het is druk, erg druk in Huize Eetschrijver. Ik dacht dat ik een postje had klaargezet, maar ik ben soms verbijsterend onhandig. Veel was het overigens niet: het was dit. Want dat event is er ook nog.

Morgen ga ik ik dat afronden en een overzicht plaatsen van de ingestuurde recepten. Vandaag heeft iedereen die dat nog zou willen dus nog de kans een recept in te sturen. Met link naar een blogpost als die er is, of eventueel gewoon per mail in welk geval ik het recept hier integraal plaats met naamsvermelding.

En toen bleek de complete software van mijn blogstek eruit te liggen, vermoedelijk de reden waarom het postje gisteren ook niet verscheen. Ik was de hele dag weg, maar omdat ik dacht dat u zich misschien zorgen over mij zou maken, hier alsnog dit berichtje. En insturen kan nog!

28 juni 2011

Popup-margaritaijssalon?

Ik zal u eerlijk zeggen, waarde eetlezers, dat was best even schrikken toen mijn margarita-ijsje zo'n tophit bleek op de #undergroundboerenmarkt. Er kwamen allemaal mensen langs met smaak en kennis van zaken die met elkaar wedijverden om de hefstigste superlatieven en aan alle kanten werd er geroepen dat iedereen in Nederland dit ijsje moest proeven. Andere mensen hadden daarnaast goede raad en zo gingen er dingen aan het rollen.

Het duurde maar een paar dagen of het margarita-ijsje had een eigen twitteraccount en een eigen website. Daar staat vooralsnog niet veel op, maar dat gaat veranderen. Afgelopen zaterdag, slechts zes dagen na de markt waar het allemaal begon, stond ik al margarita-ijsjes te draaien en uit te serveren op een feestje voor ruim 40 man in de kop van Noord-Holland. En vandaag, negen dagen na dato, heb ik het eerste gesprek gevoerd dat moet leiden tot een popup-margaritaijssalon "ergens" in Amsterdam.

Het lijkt dus écht te gaan gebeuren met dit ongelooflijk coole en verrassende ijsje voor volwassenen. Nog even een paar details rond maken en we kunnen een datum gaan vaststellen. Waar dat verder toe gaat leiden? Daar ga ik nog even ongestoord en geheel privé van dromen.

27 juni 2011

Sterren stelen

Waren we weer eens toe aan een relletje in de culinaire wereld? Ik vraag me af welk staartje dit muisje zal krijgen. Natuurlijk is er geen enkele straf- of civiele wet die je verbiedt een voorraad in te kopen van wijnen die je bij de beste restaurants van Nederland op de kaart vindt. En tegen deze wijze van aanprijzen is misschien ook wel weinig te ondernemen. Maar de heren Boer en Herman zullen hier toch niet om kunnen lachen. We horen er nog wel van, vermoed ik zo.

24 juni 2011

Dat u niet denkt dat 't allemaal pret is

Ja, waarde eetlezers, nog steeds last van de rug helaas. Dat u niet denkt dat het in Huize Eetschrijver alle dagen zondag is. Want al wordt er dan wel eens gedacht dat mijn beroep één groot bacchanaal is, ook dat kent zijn gevaren. En dan heb ik het niet alleen over het consumeren van overgare risotto of het drinken van wijn die kurk heeft. Nou ja, kijkt u zelf maar. Ik neem me voor genoeg te proeven vóór ik klaag over te veel zout.

(dank Steeph)

Een teststukje

Ik bedenk zo eens dat deze foto best oud is, iets van acht of negen jaar. Ja, wat u zegt, daar moet snel een andere voor in de plaats komen. Wordt aan gewerkt. Voor de rest test ik hier even een nieuw uploadplatform uit. Dit is dus geen écht eetschrijven. Maar mocht u dit toevallig zien: welkom, waarde eetlezer. Blij dat u langskomt!

23 juni 2011

Dagje makkelijk

Vandaag, waarde eetlezers, word ik ernstig geplaagd door een pijnlijke rug. Zoiets is niet bevorderlijk voor het humeur en de concentratie, en staat dus de schrijfactiviteiten danig in de weg. Gelukkig kan ik op zulke momenten soms terugvallen op mails, zoals die van eetlezer Rick een paar dagen geleden. Dank!

Rick wijst mij op een product dat een uitkomst moet zijn voor Amerikanen die het zat zijn dat de inhoud van hun lunchzakje in de maag van onscrupuleuze, hongerige en/of vergeetachtige collega's verdwijnt. Ik vind het hilarisch, hoewel het me wel typisch een gimmick lijkt die aan zijn eigen succes ten onder zou kunnen gaan.

22 juni 2011

Dik tussen de oren?

We weten al geruime tijd hoe we onze smaakzintuigen kunnen laten denken dat ze suiker proeven, terwijl ze in feite iets anders krijgen. Iets dat zoet smaakt, maar nauwelijks calorieën bevat. Light, inderdaad. Toevallig vandaag nog hoorde ik hoe een collega van de zoetjesindustrie een uitnodiging had gekregen voor een "caloriearme high tea". Jammer dat ze die niet aan mij hebben gestuurd, want ik had geloof ik een fatsoensarme afwimpeling teruggestuurd. Je moet er toch niet aan denken!

Maar ik dwaal af. Een aantal dissidenten houdt al jaren ernstig rekening met de mogelijkheid dat die zoetsignalen niet alleen onze smaakzintuigen, maar ook onze stofwisseling voor de gek houden. Het lichaam krijgt dan wel geen suiker, maar het metabolisme zou desondanks reageren of die suiker wél wordt ingenomen--er worden dus allerlei processen gestart die volgen op suikerinname. Gevolg zou zijn dat het lichaam de fabriek start die zorgt dat er reserves worden opgebouwd.

Nee, onomstotelijk aangetoond is het nooit, maar dat geldt in de buitengewoon complexe materie die de voedingswetenschap is voor meer zaken dan menigeen weet. We baseren nog erg veel op aannames en de inzichten schrijden al tientallen jaren voort.

Maar nu duikt er een bericht op dat niet alleen de verdedigers van bovenstaande hypothese gelijk lijkt te geven, maar dat er bovendien op zou kunnen wijzen dat de voordegekhouderij van ons organisme zich niet beperkt tot suikersmaakjes. Aan de Purdue University of Indiana is een experiment gedaan waarvan de resultaten erop wijzen dat het eten van light chips, met vetvervangers dus, het lichaam doet reageren alsof er regulier vet wordt gegeten. Ratten bleken van de chips, bereid met het niet-metaboliseerbare en calorieloze Olestra, moddervet te worden.

U weet dat ik hier al jaren van leer trek tegen lightproducten. Het enige goede lightproduct is wat mij betreft een kleinere portie van een regulier product. Bovendien is het een uitgemaakte zaak dat zoetbehoefte geheel en al aangeleerd is: wie zich het eten en drinken van lichtgezoete of geheel ongezoete producten aanwent vindt binnen de kortste keren de zwaar gesuikerde producten van de voedingsindustrie niet meer te eten.

Ik vraag me af hoe lang de voedingsindustrie, na dit nieuwe onderzoeksresultaat, nog doorgaat consumenten en hun lichamen voor de gek te houden met nepzoet en nepvet. Vermoedelijk zo lang we 't allemaal blijven kopen. Laten eetlezers dan bij deze beter weten, en het voortvertellen. Al was het alleen maar om te zorgen dat echt eten zonder hoerasmaakjes tenminste nog enigszins breed verkrijgbaar blijft.

21 juni 2011

Hoog tijd: pepernoten!

Midzomer vandaag, een goed moment om het eens over pepernoten te hebben. Dat is niet zo cynisch bedoeld als u van mij zou verwachten; het is in feite realistisch. Nog even en de industrie gaat immers alweer draaien, want de handel denkt dat de consument rond 1 september de bekende Sinterklaasversnapering in de winkel wil zien. En de consument doet daaraan mee door de dingen braaf te kopen.

Nu kun je je daar kwaad om maken en dat doe ik ook wel, maar helpen doet het geen zier. Dus maak ik me vandaag kwaad om iets anders, en dat is om het feit dat deze pepernoten een bedrieglijk etiket hebben. Er zit in deze laffe dingetjes namelijk geen gram peper mee. Het zijn geen pepernoten, maar saainoten. Supersaainoten zelfs. En ook de kruidnoten (die eigenlijk gevuld zijn met specerijen en dus ook al een foute naam dragen) zijn nauwelijks interessant van smaak. Dat weten we niet, want we kennen niet anders. Nou ja, u niet. Ik sinds een paar dagen wel.

Toen proefde ik namelijk echte pepernoten, naar een eeuwenoud recept dat uit stoffige boeken was opgediept door voedselhistorica Lizet Kruyff. Nou zeg, dát waren me pepernoten. Ze tintelden op de tong en je fantaseerde al over een paar dozijn daarvan in d'een of d'andere hoek. Lizet wijdt er vandaag een stukje aan op haar blog en roept op tot revolutie. Bakkers--ja, daar begint het--moeten eens aan de slag met de originele receptuur, zodat we van 5 december weer een heerlijk avondje kunnen maken in plaats van een laf smakend avondje.

Het voornaamste geheim van de pepernoot is--logisch--de peper. Dat is niet de Indonesische variant die we kennen, maar de uit Afrika afkomstige staartpeper die u hier afgebeeld ziet. Deze peper, die in het Latijn piper cubeba heet en in het Nederlands ook wel stelenpeper of, uiterst bizar, Javapeper wordt genoemd, was de eerste zwarte pepersoort die in Nederland werd gegeten. Omdat peper echter peperduur was, zochten de Hollandse hoge handelsheren naar een eigen bron voor de lekkernij. Die vonden ze in het toenmalige Oost-Indië.

Dat de ene peper de andere niet is, heb ik ook kunnen proeven. De staartpeper is veel minder scherp en heerlijk geurig, een peper die je met plezier zó opknabbelt. De pepernoot smaakt er ook merkbaar naar. Superlekker, en als u me niet gelooft, surft u dan spoorslags naar het blog van Lizet waar het hele recept te vinden is. Nadat u alzo voor de onvermijdelijke bijl bent gegaan, begeeft u zich naar uw warme bakker en laat ook hem proeven. Vervolgens vertelt u hem hoe hij zich straks door zijn complete klantenkring kan laten bejubelen. En dan is de Eerste Nederlandse Pepernotenrevolutie een feit. Zó makkelijk gaan die dingen soms.

De saainoot is dood! Leve de pepernoot!

20 juni 2011

Het geluid van ingetrapte open deuren

Zonder betaalde opdrachten is er geen geld voor fundamenteel onderzoek. Wetenschappers hebben het bedrijfsleven dus hard nodig. Opmerkelijk is vooral hoe daarmee door wetenschappers wordt omgegaan. Het lijkt vaak wel of ze vooral willen laten zien hoe goed ze de nieuwspagina's weten te halen met het zoveelste nonderzoek, immers belangrijk voor geldschieters. Ik heb het er al vaker over gehad.

Dit is er ook weer zo één. Al decennia lang hebben we het erover dat zwaarlijvigheid mede wordt veroorzaakt doordat we meer zittende dan fysieke arbeid verrichten. Maar kennelijk is voor om sponsoring verlegen zittende vorsers dit onderwerp nog niet genoeg uitgemolken. Ze weten er de zoveelste minuscule draai aan te geven en verdomd: ze halen er toch weer hier en daar een website mee.

Geef die Church eens wat te doen, zeg.

16 juni 2011

Margarita-roomijs. En dat dan zélf proeven.



Mail! Of ik nu al zeker weet of ik aanstaande zondag op die undergroundboerenmarkt sta, in plaats van me zoals een aantal andere culi's in het Oostenrijkse Steiermark in de watten te laten leggen. En verdomd, die vraag had ik in klein comité al luid en duidelijk beantwoord, maar ú als lezer had ik in wurgende onzekerheid gelaten. Ik verdien het soms ook niet.

Het antwoord is: ja, beste eetlezers, ik beman aanstaande zondag 19 juni vanaf precies 12:00 uur 's middags inderdaad een kraampje op de enige echte undergroundboerenmarkt. En ik verkoop daar het huisgemaakte ijsje van eigen recept dat door een aantal culi's (waarvan er een aantal dus aanstaande zondag in Steiermark vertoeven) "het meest sensationele ijsje ooit" genoemd is. En dat zijn echt mensen die het weten kunnen, dat spreekt. Vaut le voyage, dus.

Wel even dit: het ijsje heet niet voor niets margarita-roomijs. In tegenstelling tot wat een enkele industrieel zou doen, verwerk ik hier geen margarita-aroma in, maar de échte drank van de échte cocktail. Ik verkoop het dan ook niet aan minderjarigen. De undergroundboerenmarkt is weliswaar op zichzelf al illegaal, maar ik heb geen behoefte aan verzwarende omstandigheden mochten de dames en heren in het blauw ineens opduiken.

Geen probleem overigens, want junior is ongetwijfeld gelukkiger met de verrukkelijke muffins die door mijn geliefde G. worden gebakken en die eveneens bij ons verkrijgbaar zullen zijn. Ik kan ze u van ganser harte aanraden.

Waar u heen moet? Dat weet ik zelf pas op zondagochtend. Volg de hashtag #undergroundboerenmarkt op Twitter. Dan kan ook als u zelf niet twittert.

15 juni 2011

Van een kunst een kunstje maken

Boerenkaas, kijk, dát is nu eens iets waar we in Nederland ontzettend trots op mogen zijn. Ik heb er al heel veel verschillende geproefd en het mooie is dat geen twee boeren precies dezelfde kaas maken. Eerder dit jaar zat ik in de jury voor de verkiezing van de beste boerenkaas van Nederland en dan wordt eens te meer duidelijk wat een kunst het kaasmaken toch is.

Het vreemde is dat veel mensen niet weten wat een kaas tot een boerenkaas maakt. Ja, dat hij door de boer zelf gemaakt is, zeker. Maar dat maakt een kaas nog geen boerenkaas. Dat is hij pas als hij wordt gemaakt van rauwe melk, zonder pasteurisatie. De temperatuur mag nooit boven de 40 graden zijn geweest, zo is dat vastgelegd bij de Bond van Boerderij-Zuivelbereiders.

Dat is knap moeilijk. Om bij die temperaturen een mooie kaas te laten rijpen, moet je ontzettend secuur zijn op de hygiëne, want bij de minste verontreiniging gaat de kaas bol staan en is de smaak om zeep. En alleen als je heel goed weet wat je doet krijg je die prachtige, spannende, gelaagde smaak die alleen échte boerenkaas heeft en die je bij een "gekookte" kaas uit de fabriek nooit krijgt. Die is dood, ééndimensionaal, oninteressant.

Maar kennelijk gaat het met de boerenkaas niet goed en voelen steeds minder Nederlanders ervoor een stuk boerenkaas te kopen als voor de helft van de prijs een stuk bij de super ligt waar ook het woord "kaas" op staat. De prijs staat dus onder druk. En zo schijnt het dat meer en meer boeren bij het bereiden van hun kaas gaan verhitten tot 62 graden. Nog niet helemaal pasteuriseren, want daarvoor moet je tot 72 graden gaan, maar toch al een forse verhitting waar je al flink je vingers aan kunt branden. Dat geeft veel minder kans op mislukking. Helaas geeft het ook veel minder smaak.

Maar kennelijk vindt de consument dat niet erg. En zo is er nu druk op de Bond van Boerderij-Zuivelbereiders om de teugel te laten vieren en verhitting tot 62 graden voor boerenkaas toe te gaan staan. Daarmee wordt een kunst een kunstje, help je de unieke smaak van één van onze mooiste ambachtelijke producten om zeep en is er nauwelijks meer verschil tussen boerenkaas en fabriekskaas. Nee, ook niet in kostprijs natuurlijk. Dat vinden wij in Nederland dan weer heel mooi, natuurlijk.

Maar waarom nou toch? Saai smakende kaas is er al genoeg. Die komt overal in Nederland uit fabrieken en ligt overal in Nederland bij supers en zelfs bij kaasspeciaalzaken. Laat boeren die beter kunnen dat nou toch ook blijven doen. Zonder dat ze onder druk staan om, uit overwegingen van concurrentie, ook hun kaas te gaan koken. Als het toch allemaal "boeren" mag heten.

Beste Bond van Boerderij-Zuivelbereiders, willen jullie hier alsjeblieft nog eens héél goed over nadenken? En dit onzalige idee toch maar weer snel ten grave dragen? Want anders kom ik volgend jaar niet meer proeven, hoor. Dan ga ik wel naar de buurtsuper.

14 juni 2011

Eureka

Voor het verkrijgen van inzicht gaat er toch niets boven een goede discussie. Ik had er vanmorgen nog één, naar aanleiding van het feit dat de courgettes bij de groentenspecialist 1,50 kosten en bij de super maar 0,49. Tja, en wat doe je dan uiteraard? Als u hier al een tijdje meeleest, kent u mijn antwoord.

Het kwam uiteraard ook nu weer voorbij, dat argument dat sommige mensen niets te kiezen hebben. Dat geef ik ook grif toe, er zijn inderdaad mensen die niets te kiezen hebben. De vraag is alleen of het voor die mensen nou werkelijk gaat over de keuze tussen een courgette van de groentenspecialist en één van de supermarkt. De andere kant: ik kom uiteraard ook regelmatig in de super en zie wat veel, echt heel veel, mensen buiten die goedkope courgette nog meer in hun karretje hebben liggen.

En zo blijf ik er bij: voor de overgrote meerderheid van de consumenten blijft het een kwestie van keuzes maken of ze al dan niet producten willen kopen waarvoor telers financieel zijn uitgeknepen of dieren slecht zijn behandeld. Langs mijn neus weg vroeg ik hoe de Belgen en de Fransen dat dan eigenlijk doen. Daar is voedsel aanzienlijk duurder dan bij ons, maar zij geven van hun besteedbaar inkomen een percentage aan voedsel uit dat ruim anderhalf keer hoger is dan bij ons. Keuzes, inderdaad.

Het antwoord dat ik kreeg was, dat eten daar nu éénmaal belangrijker was dan bij ons. Kijk, en dat is dan zo'n verhelderend moment, waarop je ineens weet wat de oplossing voor zo'n probleem is. We moeten eten gewoon ook bij ons weer belangrijk maken.

Eens nadenken dan maar wat voor bijdrage ik daaraan zou kunnen leveren...

09 juni 2011

Kom, kom maar op

Omnivoorlichting, heb ik het genoemd: bij een ziekte-uitbraak beurtelings alle voedselproducten de schuld geven zodat uiteindelijk de stand weer gelijk is. Maar feitelijk is het natuurlijk onverantwoordelijk schieten met hagel, deze mallemolen van van overheidswege publiekelijk aan de schandpaal gespijkerde producten.

De komkommertelers lijken het meest de dupe. Met de komkommer is immers het hele EHEC-circus begonnen. En al is de komkommer--en in ieder geval de Nederlandse--inmiddels geheel vrijgepleit, met komkommers is dezer dagen geen droog brood te verdienen. Terwijl wel elke komkommerplant elke dag een rijpe komkommer aflevert. Komkommers die allemaal op de afvalberg belanden, tenzij je het "geluk" hebt ze voor één of twee cent kwijt te kunnen.

Hoe help je de Nederlandse komkommerteler? Ja, natuurlijk, door allemaal komkommer te eten. Maar erg realistisch is dat niet en dan nog is het een druppel op een gloeiende plaat: de komkommerteelt in Nederland moet het hoofdzakelijk van de export hebben, die die zal nog wel even op zijn gat blijven liggen. En van eventuele schadevergoedingen kunnen de telers vermoedelijk ook niet leven.

Wouter de Heij, hij is één van de oprichters van het foodtechnologiebedrijf TOP in Wageningen, had een aardig idee. Eén van zijn processen blijkt bacteriële ziekteverwekkers als EHEC resoluut de nek om te draaien. Niet dat dat nodig is dus, maar het helpt wel tegen besmetting tussen de oren van de Nederlandse consument.

De Heij koopt komkommers in, laat er in zijn bedrijf een smakelijke smoothie van maken en laat deze sponsoren door bedrijven en particulieren, die voor 1000 euro 500 flesjes van het Kom Op! gedoopte product kunnen afnemen. De sponsors verplichten zich ertoe minstens de helft van de smoothies gratis uit te delen; met de andere helft doen ze wat ze willen. De opbrengst komt ten goede aan de getroffen Nederlandse telers. Op Foodlog is De Heij het principe komen uitleggen. Deze week zou de website van Kom Op! online moeten gaan.

Het is allemaal in bewonderenswaardig snel tempo opgezet en het enthousiasme is groot. Dat is mooi. Natuurlijk is het sowieso te gek als prima voedsel gewoon wordt weggegooid of op zijn best voor niemendal bij een dierentuin mag worden afgegeven.

Er blijven natuurlijk vervolgens nog tal van structurele vragen over. De eerste, een vraag die al een tijd speelt maar die kennelijk nijpend actueel moet worden alvorens op grote schaal te worden besproken, is natuurlijk: hoe levensvatbaar is de Nederlandse groente- en fruitteelt en wat moet er gebeuren om de rentabiliteit daarvan te verbeteren? Productinnovatie--zoals in het geval van de productie van gepascaliseerde smoothies--is daarvoor maar één van de mogelijkheden. Het zal vermoedelijk niet genoeg zijn: de gehele filosofie, nog immer hoofdzakelijk gericht op de productie en export van grote volumes, is toe aan een ronde flink omdenken.

Nee, niet nu, want nu zijn er even brandjes te blussen. Maar als straks de stofwolken van deze crisis weer zijn opgetrokken, laat de sector dan toch nog maar eens goed de koppen bij elkaar steken in plaats van weer over te gaan tot de orde van de dag. Liefst vóór de volgende crisis zich aandient.

08 juni 2011

Asperges, alle geheimen van

Over de bereiding van asperges bestaan in Nederland bijna evenveel visies als er Nederlanders zijn, en iedereen lijkt zijn bereidingswijze als de enige juiste te beschouwen. Verhitte discussies heb ik erover meegemaakt. Ik ben overigens zelf allang blij dat in elk geval de gangbare visie uit 1960 plaats heeft gemaakt voor een eigentijdsere: de 40 (!) minuten gekookte asperges van mijn grootmoeder zaliger zijn nog net niet bij wet verboden.

Maar hoe zijn ze nu het lekkerst? Daar was onder een aantal culi's discussie over ontstaan en ik vond dat die maar op één manier kon worden beslecht: een uitgebreide test in de praktijk. En zo kon het dat een achttal aspergeliefhebbers op een gewone dinsdagavond (om precies te zijn gisteren) in een professionele keuken in Vleuten bijeenkwam om onder gecontroleerde omstandigheden vijftig asperges te bereiden en vervolgens en petit comité te keuren. Foodblogveteraan Edith Dourleijn was degene die dit allemaal georganiseerd had en die er ook een verslag over schreef.

1. Water aan de kook brengen, asperges toevoegen, 15 minuten koken
2. Water aan de kook brengen, dagverse asperges toevoegen, 15 minuten koken
3. Water aan de kook brengen, asperges toevoegen, 3 minuten koken, 20 minuten in water nagaren
4. Asperges opzetten met koud water, 3 minuten koken, 20 minuten in water nagaren
5. Konfijten: asperges in olie van 90 graden net onder zetten, 35 minuten laten garen
6. Pocheren: asperges in water, verhitten tot 90 graden, 35 minuten laten garen
7. Stomen: laagje water aan de kook, asperges in stoommandje 30 minuten laten garen
8. Vacuüm: asperges vacumeren, pakketje 10 minuten in kokend water laten garen
9. Magnetron: asperges met wat vocht 3 minuten op vol vermogen, 7 minuten laten nagaren
10. In water met schillen en voetjes, verder identiek aan 1

Wat waren de conclusies nu? Wat mij betreft met name dat behalve de asperges vooral ook de smaken van de asperge-eters verschillen. Uw eetschrijver blijkt zijn asperges aanzienlijk meer al dente te blieven dan de meeste anderen. Los daarvan was ik persoonlijk het meest gecharmeerd van de smaak van bereidingswijzen 5, 2 en 10, zij het dat ik bij 10 wel het lichte bittertje had waar menigeen nu juist niet zo dol op is. Overigens vond ik met name de asperges uit staal 1 en 2 echt véél te gaar.

Ik vrees dan ook dat ik in mijn eigen geloof bevestigd ben. Ik zal doorgaan met asperges in een smal pannetje met mandje te bereiden. De asperges gaan in kokend water waar de kopjes bovenuit steken. Ze worden (afhankelijk van de dikte) 3 à 5 minuten gekookt waarna het gas uitgaat en de asperges nog 8 minuten in het water mogen nagaren. Deze bereidingswijze (die dus geen deel uitmaakte van het experiment) geeft wat mij betreft de ultieme asperge.

Tenzij natuurlijk bereid op de wijze van de Australische topkok Curtis Stone: inkwasten met olie en dan op de grillplaat. Ja, zie je wel: daar slaat de twijfel alweer toe.

07 juni 2011

Sateetjes en schouderklopjes

Vitaliteitsbeleid, ik kende het niet. Totdat ziekteverzekeraar CZ mij in een radiospotje vroeg of ik wel wist wat mijn medewerkers vonden van mijn vitaliteitsbeleid. Nee zeker. Daarom hadden zij het ze gevraagd. En raad eens wat? Mijn medewerkers willen van mij liever een waarderend woord dan een gezonde lunch.

Nee, ik heb geen medewerkers want heus, ik doe dit al die jaren al helemaal alleen. Maar daar ging het niet om. Het ging om de onnozelheid van de boodschap. Kinderen, mama heeft besloten jullie te laten kiezen. Hoe zouden jullie het vinden als jullie nooit meer spruitjes hoefden. In plaats daarvan zal mama jullie elke dag vertellen dat jullie lief zijn en daarna mogen jullie naar de McDonalds.

Ik weet het niet, hoor, maar volgens mij zal het geen zinnig mens verbazen dat die kinderen een dergelijk voorstel best zien zitten. Net zoals menige werknemer die een bedrijfskantine beklant zich daar over het algemeen graag te goed zal willen doen aan een sateetje, liever dan aan een groene salade met light dressing vergezeld van een volkorenbol met magere kwark of iets anders dat dezer dagen voor "gezond" doorgaat. En dat volgens mij nog ongeacht of hij daarbij nog een schouderklopje krijgt van de chef.

Maar goed, CZ denkt het buskruit te hebben uitgevonden. Misschien moeten we ze in die waan laten. Goed voor hun vitaliteitsbeleid.

06 juni 2011

Foodblog Event juni 2011

Soms wil je even terug naar je roots. Er is ooit een tijd geweest dat hier heel regelmatig recepten te vinden waren. Soms is dat nog steeds wel zo, maar meer dan een kwartet per maand zelden. Tja, er zijn nu éénmaal veel receptenblogs, de meeste met betere recepten dan ik heb.

Maar die roots dus. In 2008 had ik regelmatig contact met Bianca, die een leuk eetblog had genaamd Bourgondië. Dat hield op een gegeven moment op, kwam weer kortstondig terug als lifestyleblog, hield weer op, meldde vervolgens een bloggerscollectief te zijn geworden maar gaf daarna geen tekenen van leven meer. Ik hoop erg dat het Bianca goed gaat en dat de afwezigheid van blog-output een teken van voorspoed voor haar is. In elk geval is één van mijn redenen om het stokje voor deze bloggers-estafette over te nemen dat ik het hoog tijd vind voor een hommage aan haar. Bij deze. Een andere reden is overigens dat ik gevraagd ben, hetgeen zich nog niet eerder heeft voorgedaan--dank Marsepein, des te meer omdat ik vóór vorige maand in januari 2009 voor het laatst zelf iets inzond.

Een Foodblog Event heeft een thema nodig en gelukkig koester ik er één na aan mijn hart. Dat thema luidt Weg van de supermarkt. Het is dus de bedoeling een recept in te sturen met een hoofdingrediënt dat je maar niet zó bij elke supermarkt kunt vinden. Neem nu bijvoorbeeld het fantastische tuinkruid dragon: je zult er bij AH vergeefs naar zoeken, al bleek Jumbo in Hilversum het wel te hebben. Dragon is nodig om béarnaisesaus te maken, een verrukkelijke orgie van cholesterol waar iedereen zich van tijd tot tijd aan zou moeten bezondigen. Dat is dan ook mijn bijdrage aan deze editie. Het recept--mijn eigen, en ik verzeker u: er is geen beter--staat hier.

En nu jij. Ik tutoyeer, enigszins tegen de traditie van Eetschrijven in, omdat ik het hier tegen medebloggers heb en wij natuurlijk one happy family zijn. Wat heb jij voor recept waarvoor je een blokje om moet naar groentenspecialist, ambachtelijke slager, boer, molenaar of andere eenzaat die je niet vraagt een halve euro in een karretje te duwen? Je recept, mét foto van het resultaat (anders dan ik, maar ik ben dan ook de op één na slechtste fotograaf ter wereld) zet je op je eigen blog en je plaatst hier vervolgens een commentaar met link--leuker, want dan kan iedereen meteen kijken--of stuurt een bericht aan eetschrijven(appeltaartje)gmail(punt)com. Ik kom je recept dan oppikken om het hier aan het eind van de maand in de roundup te plaatsen. Inzenden graag tot en met 29 juni a.s. Mocht je over het event willen twitteren, dan graag met de hashtag #foodblogevent.

Deze estafette heeft een heus reglement. Dat vind je samen met informatie over de laatste events, op het Foodblogevent blog.

En u, eetlezer, bent natuurlijk nieuwsgierig. Dat is logisch. Ongetwijfeld ziet u hier in de komende tijd het één en ander als reactie verschijnen. En in elk geval plaats ik op donderdag 30 juni een compleet overzicht van alle ingezonden recepten, met links naar de verschillende blogs. Die allemaal, moet het gezegd, de moeite waard zullen zijn.

03 juni 2011

Brabantse berichten

Het is soms afzien voor een eetschrijver. Zo stond ik vanmorgen al om halfacht voor de deur bij The Greenery in Breda, waar de portier even nodig had om zich te realiseren dat er zich al zo vroeg journaille meldde. Ik was er omdat The Greenery niet zo heel blij was geweest met een stukje van mij een paar maanden geleden.

Ik weet in elk geval weer wat meer, maar moet nog even bijlezen en bijpraten met een aantal anderen voor een juiste interpretatie van één en ander. Intussen zorg ik voor extra rendement uit deze reis naar het verre zuiden: ik ga naar Bergen op Zoom, stad van de drie A's: aardbeien, asperges en ansjovis. Vooral die laatste verbaast menigeen. Ik ga uitvissen (ja, de humor van sommige woorden!) hoe dat nu precies in elkaar zit met Bergen op Zoom en het zoute visje dat bij velen zo geliefd en bij anderen zo gehaat is. En daar zit dan vast wel weer een stukje in.

Ik bedoel maar: zo beul ik me af terwijl u in groten getale van een vrije dag geniet. Ja, het is een hard bestaan. Maar iemand moet het doen.

01 juni 2011

Iedereen kan recenseren

"Bekroningen voor wijn overspoelen de wijnwereld. En altijd worden ze toegekend door wijnexperts", vertelt Gall & Gall in een persbericht. Ja, we zijn niet meer van het elitaire in deze tijd: de stem van de gewone man en vrouw moet worden gehoord. Gall & Gall gaat daarvoor zorgen.

Het blijft altijd lastig, de keuze tussen kwaliteit en kwantiteit. Zou je de vraag aan alle Nederlanders boven de 18 stellen, dan lijkt me de kans niet gering dat Canei tot beste wijn wordt uitgeroepen, ook al gruwt iedereen met een greintje smaak in wijn van het goedje. Op precies dezelfde manier maakt het Happy Meal een beste kans op het predikaat "beste maaltijd van Nederland".

Maar voor de wet van de grote getallen lees je geen recensies. Die lees je in de hoop dat iemand op wiens oordeel je hebt leren vertrouwen je de weg kan wijzen naar beter eten en drinken. Dat mag elitair zijn, je hebt in elk geval de redelijke zekerheid dat degene die aan het woord is weet waarover hij of zij het heeft.

Maar Gall & Gall voelt de tijdgeest heel fijn aan en heeft, andermaal volgens het persbericht, besloten "de gewone wijndrinker aan het woord te laten". Dat gebeurt via de site mijnlievelingswijn.nu, waar u uw favoriete wijn kunt uitkiezen. Eén addertje onder het gras: uw favoriet moet voorkomen in het assortiment van Gall & Gall, want de wijnwinkelier weet wel dat Goed & Gek twee verschillende dingen zijn.

Er is overigens nog een addertje. Die "professionele fotoshoot van jou met je favoriete wijn" die volgens de site te winnen is komt er in feite op neer dat u voor nop gaat poseren voor de septemberfolder van Gall & Gall. Nee, dat staat niet op de site, maar wel in het persbericht.