Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

29 april 2011

Het moet maar eens: oranje tompoezen

Hoewel ik op deze plek nu al ruim vijf jaar onvermoeibaar zaken van nationaal eetbelang aan de orde stel, moet ik tot mijn spijt constateren dat het Hare Majesteit opnieuw niet behaagd heeft. Nee, eten staat niet hoog op de agenda in ons land. Wij vinden het al snel goed genoeg en daar moet vooral niet te veel over gepraat worden. Totdat er natuurlijk een zaak van nationaal belang de kop opsteekt, en er een slaatje wordt geslagen uit een nationaal symbool.

Ik doel hier op de tompoes, en dan met name de oranje geglazuurde variant zoals die sinds een aantal decennia rond deze royale tijd van het jaar in forse aantallen wordt weggewerkt (memo aan mezelf: toch eens kijken hoe en wanneer de oranjekoek op dood spoor gerangeerd is). Hoe dan ook: er schijnt op grote schaal misbruik te worden gemaakt van uw feestelijke stemming, zo lees ik vandaag op de supermarktaanbiedingensite Yenom (Engels geld achterstevoren dus). Want bij sommige snoodaards telt de zorgeloze royalist zó maar een vorstelijk bedrag neer voor deze koningsgezinde lekkernij.

Yenom heeft bij alle 26 supermarkten die Nederland rijk is een oranje tompoes gekocht. En wat blijkt? Zo'n bakseltje kost dit jaar gemiddeld liefst 51 cent, terwijl u er vorig jaar nog voor gemiddeld 46 cent mee de winkel uit liep. Ja, dat is schrikken. En het blijft nog opletten ook. Zo koop je bij sommige supers het ding al voor een kwartje, terwijl de Troefmarkt er niet voor terugschrikt u er liefst 1,25 voor uit de zak te kloppen.

De grote Nederlandse supers treft overigens geen blaam. Zij houden de prijs ten opzichte van vorig jaar constant of zelfs iet lager "om meer mensen te lokken". De PLUS heeft kennelijk de grootste lokbehoefte, want hier daalt de prijs al voor het derde jaar achtereen.

Maar één ding vind ik buitengewoon teleurstellend: we kennen nu alle ins en outs van de prijzen, maar welke de lekkerste is, moeten we gewoon nog zelf proeven. Wat had het dan voor zin om al die dingen te gaan kopen? Was gewoon met een notitieblokje de winkel in gewandeld. Of worden ze morgen op de oranjemarkt verkocht?

Nou, als dit me volgend jaar geen geklede ridderorde oplevert, weet ik het ook niet meer. Ik wens u, al naar gelang van uw geaardheid in deze, morgen een prettige dag dan wel veel sterkte, mét of zonder oranje tompoes, al dan niet voorzien van een toefje spuitbusslagroom afgetopt met een nepmarsepeinen Nederlands vlaggetje.

28 april 2011

Leve le Fromage

Ik weet niet hoe het met u is, maar één van mijn reclamespot-ergernissen bestaat uit Franse commercials voor reinigingsproducten waarvan de opdrachtgever vond dat ze kennelijk gewoon gedubd op de Nederlandse buis kunnen en dat wij dat dan allemaal vast heel overtuigend zullen vinden. Bij mij werkt het alvast niet: ik koop nooit Calgon of Cillit Bang, omdat de gedachte mij niet loslaat dat je door het gebruik ervan heel rare bekken gaat trekken tijdens het praten.

En nu dus Franse kaas. Ik ben er toevallig een groot liefhebber van (wat overigens voor elke goede kaas geldt: u kunt me ervoor wakker maken), maar ergens heb ik niet het idee dat de hiernaast afgebeelde dame, die mij is voorgesteld als Petra Camembert, mij ertoe zal brengen meer te kopen en te eten van het product waarvan zij de naam leent. Datzelfde geldt overigens voor Karin Brie en Frits Bleu, om nog maar te zwijgen van Johan Emmental. Goed, wij Nederlanders hebben een beetje de neiging om alles wat niet volvet Gouds is "Frans" te noemen (Stilton, gorgonzola, cabrales), maar laten we nu niet gaan overdrijven. De Fransen kunnen kaas kopiëren zoals de Japanners elektronica, maar in het Emmental wordt toch echt gejodeld.

Enfin, of ik misschien zo vriendelijk wilde zijn om de nieuwe promotiewebsite onder uw aandacht te brengen, vroeg men mij in een mailtje. Vive le Fromage dus, zoals hij in uitstekend Nederlands heet. De Duitse site heet Vive le Käse en de Britse Vive le Cheese, maar de aanschaf van een zakwoordenboekje Frans-Nederlands was kennelijk alweer te veel moeite.

Nee, dat wordt niks tussen Petra Camembert en mij. Dat weet ik nu al.

27 april 2011

Nu ook in Nederland: chipotle!

Chipotles zijn in de VS al sinds begin jaren '90 buitengewoon hip. Je vindt ze daar overal. Ik leerde ermee koken in Californië. In Nederland waren deze gerookte en gedroogde chilipepers, een specialiteit van de oude Azteken, tot nu toe onvindbaar. Meteen de reden dat u hier nooit één van mijn chipotlerecepten hebt gevonden.

Maar Brigitte maakte me blij: zij wist mij te melden dat chipotles sinds kort in het aanbod zitten van webshop Mexworld. Opvallend (of misschien juist niet) is dat deze chipotles van de variëiteit meco zijn, de soort die de Mexicanen zelf het liefst eten. De in de VS verkrijgbare chipotles zijn meestal van de variëiteit morita, die daar populairder is en die ik eerlijk gezegd ook persoonlijk lekkerder vind (en dan ook altijd in ruime hoeveelheden in huis heb). Maar goed, het kan maar authentiek zijn.

Hoewel Amerikanen op het gebied van chipotle onderhand wel wat gewend zijn (er is daar zelfs Tabasco van deze gerookte pepers verkrijgbaar), waren ook zij buitengewoon verzot op de chipotlesaus die ik op een dag bedacht. Later, terug in Nederland, maakte ik er een brunchgerecht mee dat in huize eetschrijver tot de favorieten behoort. Ik beloofde Brigitte het recept. Bij deze:

Chipotle-chilisaus

Nodig:

- 1/4 tot 1/2 chipotle (afhankelijk van grootte, hitte en persoonlijke smaak)
- 5 flinke tenen knoflook
- 5 cl witte wijn
- 30 g gerookte cheddar (dit kunt u met een rookoventje of rookpan eventueel zelf)
- 200 ml room
- 30 g boter (nooit margarine)
- verse koriander
- chilipoeder, zout

Snijd met een scherp keukenmes de chipotle in dunne flinters en hak deze nog even. Pel de knoflook en snijd hem in dunne lamelletjes. Rasp de gerookte kaas en hak de koriander. Verhit de boter in een steelpannetje en laat de knoflook daarin op halfhoog vuur een minuutje zweten. Voeg een flinke snuif chilipoeder toe en roer nog even. Schenk de wijn bij de knoflook en laat deze op hoog vuur tot een kwart inkoken. Voeg de room toe en laat deze tot een derde inkoken zodat een mooie gebonden saus ontstaat. Roer hierdoor de geraspte kaas en laat deze op laag vuur in de saus smelten. Draai het gas uit en roer chipotle naar smaak door de saus. Breng op smaak met zout en roer er als allerlaatste een eetlepel koriander door.

Deze saus is fantastisch over ribeye, maar het allerlekkerst is hij bij de brunch (of lunch) over een gepocheerd ei op toast. Leg het kort gepocheerde ei op de toast, schep er de saus over, bestrooi met nog wat extra gerookte cheddar en tot slot nog een flinke hoeveelheid verse koriander. Snijd het ei aan zodat de dooier eruit loopt en geniet van de lekkerste smurrie die u ooit hebt geproefd.





Lekker winkelen zonder zorgen - Gratis verzending en retour

26 april 2011

Aardbeienkriebels

Aardbeien van eigen bodem, ik sta er wat dubbel in dit jaar. Wat mij betreft begon het aardbeienseizoen eigenlijk altijd eind mei, of soms begin juni. Dan komen immers de eerste Lambada's van de volle grond. Deze vroege aardbei is meteen één van de lekkerste. Altijd een feestje.

Aardbeientelers vinden dat ongetwijfeld ook. Maar tussen droom en daad staan praktische bezwaren in de weg, voornamelijk dat de schoorsteen wel moet roken. Uitsluitend aardbeien op de Nederlandse volle grond telen en daarbij streven naar de lekkerste aardbei is iets dat je heel graag moet willen. En zelfs dan lukt het nog niet. Dat weten we sinds Jan Robben in Oirschot, die ik beschouw als de aartsvader van de Nederlandse smaakaardbei, deze winter het grootste deel van zijn land verkocht. Hij kreeg het niet meer rond. In plaats daarvan houdt hij zich nu onder meer bezig met de Aardbeienacademie, iets waar ik ook een heel klein beetje geestelijk vader van ben: smaakaardbeien van eigen teelt, via internet begeleid door aardbeienprofessor Jan zélf.

Het project loopt prima. Want voor Jan Robben mag het allemaal dan niet gelukt zijn, de Nederlandse smaakaardbei zit in de lift. En dat was hard nodig ook. De Nederlandse aardbei stond onder druk. Omdat wij consumenten niet alleen ongeduldig zijn en niet op de seizoenen willen wachten (hoewel: met asperges lukt het wél), maar ook omdat de super ons in het hoofd heeft gezet dat ons eten allemaal niks mag kosten en dat dat ook niet hoeft. En zo lagen er bijna het hele jaar door aardbeien in de winkel, waarvan een groot deel helemaal niet lekker was. Omdat ze uit Spanje, Marokko of Israël kwamen en veel te vroeg geplukt waren. Of omdat ze van telers werden betrokken die alle hoekjes af moesten snijden om nog uit de kosten te komen.

Dat kon zo niet doorgaan. En dus besloot een aantal ondernemende telers de handen ineen te slaan en een informatiesite op te zetten rond de Nederlandse aardbei: hollandseaardbeien.nl. De site ging vorige week in de lucht en geeft volop informatie over de aardbei zelf en over de verschillende evenementen die er rond ons eigen zomerkoninkje te beleven zijn.

Nu alleen nog maar hopen dat er straks iemand zo vriendelijk zal blijken te zijn geweest om in de volle grond Lambada's aan te planten. Want die eerste supersappige exemplaren uit de warme grond van onder de volle zon, dat is iets waaraan de gedachte mij persoonlijk al weken het water in de mond doet lopen. Hopelijk gaat ook dat weer helemaal goed komen. En anders teel ik ze volgend jaar zélf, op mijn dakterras.

22 april 2011

De sappige wensen van de EU

Welaan, daar ben ik weer. 't Duurde allemaal iets langer dan het dagje dat ik me had voorgesteld, sterker, het duurt nog steeds. Maar ik vond het onderhand geen gezicht meer, dat zieke mannetje dat eigenlijk helemaal niet op mij lijkt, en bovendien kreeg ik vandaag een bericht onder ogen dat mij spontaan jeuk gaf in mijn eetschrijfcentra. Zo gaat dat. Een normaal mens is blij dat hij zich met dat mooie weer eindelijk wat beter voelt om stante pede naar buiten te sprinten. Bij mij wil er eerst een sappig stukje naar buiten.

Het bericht dat ik onder ogen kreeg had zo op het oog betrekking op duurzaamheid en vermindering van voedselkilometers. Daar heb ik niet veel op aan te merken, al blijft het opmerkelijk dat de import van sinaasappelsap met bijbehorende milieu-effecten wordt besproken in de Europese Commissie voor Volksgezondheid. Dat zal er vast niets mee te maken hebben dat de Commissaris voor Volksgezondheid toevallig een Spanjaard is en dat men in Spanje wel graag een flink wat groter deel van de kennelijk uiterst lucratief exploderende markt voor sinaasappelsap naar zich toe wil trekken. Zo cynisch moet je niet zijn.

Maar in feite krijgen we in dit stukje iets anders stiekem naar binnen gegoten. Ziet u het ook? Over de gezondheidsvoordelen van vruchtensap (of fruitsap, zoals onze zuiderburen zeggen) is een groeiende concensus. Groeiende concensussen zijn een gevolg van de moderne mediacratie. Hoe meer mensen geloven dat iets waar is, hoe waarder het wordt. Eigentijdse marketeers weten al hoe dit spelletje werkt.

Maar hoe zit dat nu werkelijk met de gezondheidsvoordelen van vruchtensap? Niet zo best. Want als je van vruchten alleen het sap drinkt, wordt de balans aan voedingsstoffen ineens een heel stuk ongunstiger. Veel van de vezels blijven achter, terwijl de suikers op volle sterkte aanwezig zijn en door de vloeibare vorm in recordtempo naar de bloedbaan gaan. Dat doet vermoedelijk rare dingen met de insulinespiegel. En sap verzadigt niet: je krijgt wél calorieën binnen (al gauw 125-150 per kwart liter, waarvan 25-35 gram in de vorm van pure suiker, méér nog dan er in Cola zit), maar je gaat niet minder eten. Ik verzin dit niet: een Australische studie toonde al in 2007 aan dat kinderen die veel sap drinken een sterk verhoogd risico op obesitas hebben.

Sap is op een heleboel punten niet beter en mogelijk zelfs slechter dan frisdrank. Dát zou die Europese Commissie voor Volksgezondheid misschien eens moeten communiceren. Maar ja, dan gooi je natuurlijk wel je eigen Spaanse sapglazen in.

18 april 2011

Het onvermijdelijke (je neerleggen bij)

... en dat is dat er vandaag gewoon écht geen stukje uit dit wattige hoofd wil komen. Sorry, eetlezers: ik vind het altijd heel vervelend als u hier voor niets komt. Ik mik weer op morgen.


15 april 2011

Melk en (ander) fruit. (En...)

Al het goede van melk met het lekkere van sap en fruit, vertelt Friesche Vlag op zijn website. De keuze is ruim: mango, aardbei-kers, sinaasappel, framboos, banaan of bosvruchten. Goed, van die laatste bestaat dan weer de helft uit aardbeien en frambozen, die hooguit in hun oervorm als bosvrucht zouden worden gekenschetst, maar je moet niet op alle slakken zout leggen.

Toch ben ik altijd nieuwsgierig naar de ingrediëntendeclaraties van dat soort producten. Niet ten onrechte, zo blijkt ook nu weer, want alleen bij de variant sinaasappel blijkt alle fruit ook inderdaad sinaasappel te zijn. Van alle andere varianten is 80% van het fruit appel, zodat het product slechts 2% bevat van het fruit dat prominent op de verpakking staat afgebeeld.

Je ziet dat vaker met sapproducten: heel veel bevatten hoofdzakelijk appel die je dan alleen maar in de piepkleine lettertjes vermeld ziet. Waarom toch? Is er met appel soms iets mis?

Enfin, de mensen van Friesche Vlag moeten toch iets van wroeging hebben gehad. Ze hebben de appel prominent in beeld gehangen op de website.

Overigens bestaat Friesche Vlag Milk & Fruit uit nog iets anders dan die twee dingen alleen, namelijk water en suiker. Hoeveel suiker mogen we niet weten, maar ga maar rustig uit van tussen de 5 en 8 procent. Als er iets is waarvoor het hoog tijd is, dan is het voor verplichte vermelding van de percentages toegevoegde suiker, en liefst voor een grotere vermelding op de verpakking "bevat toegevoegde suiker". Maar ja, dat zullen de lobbyisten van de voedingsindustrie wel uit alle macht tegenhouden. Dat zou ik in hun plaats waarschijnlijk ook doen.

14 april 2011

Loze verdachtmakingen

Ja hoor, we hadden weer eens een verdachte. Een smakelijk nootje, rijk aan vezels, meervoudig onverzadigde vetzuren en andere noodzakelijke voedingsstoffen, bleek in het beklaagdenbankje te zitten: de pistache ging kennelijk door voor ongezond. Nee, ik wist het ook niet.

Wat had de pistache dan misdaan? Simpel: hij heette te voedzaam. De nootjes leken ons meer te voeden dan wij, moderne westerse consumenten wier dagen vervuld zijn van die ellendige Qual der Wahl, wel prettig vonden. Ongezond, heet dat in de nieuwspraak van deze calorifobe samenleving.

Volkomen bezopen, natuurlijk. Pistachenootjes zijn vermoedelijk gezonder dan het leeuwendeel van de verpakte prefabvoeding die we bij karren vol uit de super slepen. Maar ja, ze zijn voedzaam. Eet er een handje van en je moet alwéér een klefburger laten staan. En dat vinden wij tegenwoordig geen pluspunt meer, maar een nadeel. Dan heten zulke nootjes dus "ongezond".

Gelukkig hebben een paar geleerde heren nu vastgesteld dat we een gedeelte van de bouwstoffen in dat lekkere pistachenootje misschien wel gewoon weer uitpoepen. Hoera! We hebben dus minder aan ze en kunnen na elk handje nootjes toch nog een suikerbommetje naar binnen werken. Dat maakt ze natuurlijk een stuk gezonder.

Een hele opluchting, ja, dat vindt u vast óók.

13 april 2011

Dieren eten en morele dilemma's

Grondrechten en ethische principes botsen steeds vaker, lijkt het wel. Nu weer rond de vraag of de godsdienstvrijheid al dan niet zwaarder moet wegen dan de verplichting zo humaan mogelijk om te gaan met de dieren die we willen eten.

De gemoederen lopen hoog op. Vanmiddag nog hoorde ik Esmé Wiegman van de ChristenUnie op nogal overspannen toon een vergelijking trekken met het Derde Rijk. Alsof het verzet van een meerderheid van de partijen in het parlement specifiek het inperken van religieuze vrijheden betreft.

Dat is het natuurlijk niet. Het inperken van deze bepaalde vorm van religieuze vrijheid is een neveneffect van het verlichte streven de dieren die we verkiezen op te eten zo min mogelijk te laten lijden. Wat mij betreft (en nee, ik ben geen jood of moslim dus ik heb natuurlijk makkelijk praten) lijdt het geen enkele twijfel welke van de twee voorrang zou moeten krijgen.

Geen enkele vrijheid is absoluut, zelfs geen grondwettelijke. Vrijheden botsen en waar dat gebeurt zijn compromissen nodig. Compromissen die ook nog eens in beweging blijven doordat wetenschappelijke inzichten en technische mogelijkheden evolueren.

Dat is niet makkelijk. Maar om nu mensen die er oprecht naar streven dieren niet nodeloos te laten lijden de facto voor nazi uit te maken, zoals mevrouw Wiegers vandaag deed, ja, dat gaat mij in elk geval ettelijke bruggen te ver.

12 april 2011

Mag er niet zijn

Regelmatige eetlezers weten dat ik een groot voorvechter ben van eten met de seizoenen. Van mij geen recepten met aardbeien rond de kerst of spruitjes in mei. En hoewel we momenteel al met ons hoofd vol lente zitten, biedt moeder natuur nog volop rodekool en peren.

Gelukkig zijn er ook al rabarber en asperges. Hoewel die laatste er, ondanks hun aanwezigheid, officieel nog niet zijn. Dat mag namelijk niet van de commercie.

Dat zit zo: de gezamenlijke aspergetelers hebben besloten het Nederlandse aspergeseizoen flink te hypen. Op de derde donderdag in april zijn ze er ineens in overvloed, op de voorlaatste vrijdag van juni is het gedaan met de pret. De media zitten op en geven pootjes, want net zoals rond het haringseizoen kun je hier leuke verhalen rond maken. Want hoewel we dol zijn op vliegende groenten en fruit, zijn we diep in ons hart toch nog doller op folklore.

Mooi, zou je zeggen, dat die folklore ervoor zorgt dat tenminste één groente zijn seizoen krijgt. Maar die strak geregisseerde hype heeft een keerzijde, bijvoorbeeld wanneer na een betrekkelijk koude winter een vroege lente volgt, zoals momenteel het geval is. Dan heeft moeder natuur, die een broertje dood heeft aan marketingkalenders, er namelijk voor gezorgd dat er al weken prachtige witte asperges zijn. Die er dus niet mogen zijn. En dus maar zo half en half in het geniep verkocht worden door de telers, die tenslotte met hun oogstrijpe spul wel ergens heen moeten. Een bizarre situatie.

Overigens heten asperges, zoals kennelijk het lot is van elk voedsel dat enige visuele gelijkenis vertoont met de menselijke genitaliën, wel een aphrodisiacum te zijn. Ik heb dat zelf nooit zo kunnen vaststellen, maar weet wel dat liefhebbers van orale seks er beter mee kunnen oppassen: het eten van asperges geeft voornoemde genitaliën een nogal aparte en zeer zeker doordringende geurigheid. Niet voor niets zal een deskundig cateraar ze, seizoen of niet, nooit op het menu zetten bij een bruilofsfeest. Ziezo, dat weet u ook alweer.

11 april 2011

Met Hollandse kost de wereld rond

Ik zal nooit meer zeggen dat wij Nederlanders de enigen zijn die aanhangers vol hagelslag door heel Europa sleuren omdat we niet zonder kunnen. Vanmiddag zwaaide ik hier een Tsjech uit die mij toevertrouwde eerst nog even langs de supermarkt te moeten. Hij mocht van zijn kinderen niet thuiskomen zonder hagelslag.

Ook een flinke voorraad mayonaise wilde hij wel hebben, want die was nergens zo lekker als bij ons. En ja, hij had een aanhanger. Daarop stond overigens vooral mijn Tatra 603 uit 1968, die vandaag na bijna tien jaar van eigenaar is gewisseld. Grote wagen, hoor: dik vijf meter lang. Daar kan heel wat hagelslag en mayo in.

08 april 2011

Over keurige en ondeugende boerenkaas

Deze week zat ik in de smaakjury voor Boerenkaas Cum Laude, de verkiezing van de beste boerenkaas van Nederland. Dat kon ik best waarderen, want ik ben een groot liefhebber van Nederlandse boerenkaas. Dat prachtige product van eigen bodem kan mij niet genoeg in de schijnwerpers worden gezet. Niet dat ik niet van andere kaas houd, hoor. Zo blijk ik een geliefde culi-collega van me erg in de war te hebben gemaakt door zowel van blauwe als van rode kaas te houden. Ik ben niet gemakkelijk in een hokje te stoppen, ook al gezien mijn gestalte.

Nu verloopt zo'n verkiezing van Nederlandse boerenkaas buitengewoon zorgvuldig. Er komt eerst een aantal technische deskundigen proeven of de gekandideerde kazen wel volgens de regelen der kunst vervaardigd zijn. In de tweede ronde komen de smaakexperts (waarvan ik er dus dit jaar één was) die het een stuk makkelijker hebben: zij hoeven alleen maar te zeggen of ze de kaas lekker vinden of niet. Daarbij moeten ze het overigens wel eens zien te worden met minstens drie andere proevers in eenzelfde team, want elk smaakteam geeft één gemeenschappelijk cijfer. Uit deze eerste twee ronden blijven 25 kazen over, die van een VIP-jury hun definitieve klassiering krijgen.

En zo zit je dan op een dinsdag tientallen verschillende boerenkazen te proeven en van een cijfer te voorzien. Eén ding is duidelijk: smaken verschillen*. Zelf ben ik bijvoorbeeld nogal dol op de Stolwijker, een boerenkaas die een flink aantal regels aan zijn laars lapt. En zo zijn er nog wel "ondeugende" kazen waar ik erg van houd maar die waar de keurmeesters wel het nodige op aan te merken hebben. Kaasmakers zijn kennelijk net koks: met durf maak je zowel uitgesproken vrienden als uitgesproken tegenstanders. Dat is natuurlijk meteen het mooie van een ambachtelijk product.

Mijn persoonlijke favoriet komt overigens niet in de top-25 voor. Dat was geen keurige kaas maar een ondeugende bengel met een uitgesproken persoonlijkheid die buiten mijzelf maar weinigen bijzonder bleek te kunnen bekoren. Maar ik ga zelf zeer zeker binnenkort eens langs in Bodegraven om daar bij Kaasboerderij De Graaf een stukje te halen, want voor mij smaakte die kaas naar méér. Als u ook wilt proeven, doe ze dan beslist de groeten van me.

Gelukkig heb ik ook naar objectieve criteria nog wel smaak. Drie andere favorieten van mij eindigden alle bij de beste tien: die van Lekkerkerker uit Montfoort (4e), die van Van Vliet uit Snelrewaard (8e) en die van Terlouw uit Nieuw-Lekkerland (10e). De kazen die eerste, tweede en derde werden, vond ik trouwens ook allemaal weliswaar keurig, maar ook erg lekker. Het gaat om winnaar Noordam uit Hellouw (glunderend op de foto), De Wit uit Kamerik en Captein uit Zoeterwoude.

Er waren nog meer winnaars: boerengeitenkaas, boerenkruidenkaas, boerenleidsekaas, bijzondere kaas, boerenkarnemelk en boerenyoghurt. Hier een compleet overzicht.

Wat ik alleen totaal niet snap na deze belevenis: waarom wordt er eigenlijk nog zo veel fabriekskaas gekocht in Nederland?

* Er is nog iets anders duidelijk kaasfondue staat in de dagen na zo'n proeverij niet meer op het menu. In vijf uur tijd schat ik dat ik een klein pond kaas naar binnen hadc. Lekker, maar je bent daarna thuis geen grote eter meer.

07 april 2011

Leuk maar ook helaas, nog even

Ik vroeg me al geruime tijd af waar hij bleef: de overdekte ruimte waar kleinschalige producenten een aantal vierkante meters huren om er (semi-) permanent hun waren te verkopen. In de USA en Canada bestaat dat fenomeen al jaren.

Het werkt daar ook uitstekend. Wie (altijd of voor een keertje) wat betere spullen wil, hoeft niet naar de super en rent zich ook geen slag in de rondte naar verspreid liggende speciaalzaken. Convenience en kwaliteit in één: kijk, zo moet je het doen als je de concurrentieslag met de oppermachtige super aangaat. Dat lijkt men nu in Nederland toch ook te begrijpen, want ook hier is het fenomeen van de permanente overdekte boerenmarkt vanaf vandaag een feit: aan de Schellingwouderdijk in Amsterdam-Noord is nu de Landmarkt te vinden.

Ik ben er nog niet geweest, maar hoor nu al enthousiaste verhalen. Logisch, want dit is wat we nodig hebben: ketenverkorting, voedsel liefst rechtstreeks van (kleinschalige) producent naar consument. En het zal de diversiteit ten goede komen, want dat stereotiepe aanbod van ons handjevol supers kennen we zo onderhand wel. De Landmarkt biedt het beste van twee werelden. Hopelijk weten de initiatiefnemers de pluspunten van hun opzet maximaal te benutten.

Eén ding is meteen wel weer jammer maar helaas: de eerste vestiging van Landmarkt moest weer zo nodig in Amsterdam, de stad waar ze 'm het minst nodig hebben. Amsterdam hééft immers al zoveel markten, Marqten en speciaalzaken en boeren zouden beter dan wie ook moeten weten dat Nederland groter is dan de Randstad. Goed, volgens het persbericht is het de bedoeling het concept ook "uit te rollen" naar andere plaatsen. Hopen dus maar dat die verwende Amsterdammers daar reden genoeg voor geven...

P.S. Mijn verontschuldigingen, lezer, dat u hier gisteren voor niets was. Ik was voor de tweede dag achtereen van 's morgens vroeg tot tegen middernacht uitpandig en ik zag echt geen enkele mogelijkheid hier iets lezenswaardigs voor u neer te zetten. Ik sta mij stil in een hoekje te schamen en beloof er geen gewoonte van te maken.

05 april 2011

Goed, fijnzinnig is anders...

... maar als daar dan zo'n larmoyant verhaal van wordt gemaakt onder de kop "Leraar pleegt moord op schoolplein", word ik toch ook niet goed en vraag ik me af in wat voor tijd we leven. Foto van pluizig konijntje, adjectiefje hier, adjectiefje daar ("arme kiddo's", "gemene leraar") en we vergeten dat dit een dier is dat ook in Nederland veel voor het vlees wordt gefokt.

Ja kinderen, vlees komt van dieren. Dat geldt ook voor zo'n onherkenbare homp vlees in een Big Mac. En elke keer als je vlees wilt eten, moet daar een dier voor dood. Vaak een lief, aaibaar dier. Een koetje boe of een varkentje knor. Of Flappie. Die les kunnen kinderen maar beter snel leren. Zodat ze respect hebben voor hun voedsel en waar het vandaan komt. Ja, je kunt ze ook hun hele leven alleen maar onherkenbare lappen of hompen laten eten. Dan hebben ze er geen idee van. Dan hoef je die pijnlijke boodschap niet over te brengen. Dan betalen de dieren pas goed het gelag. Want niets werkt dierenleed zo in de hand als de desinteresse van consumenten.

Nee, deze Duitse leraar was niet bepaald fijnzinnig en het kan vast ook wel anders. Maar op de één of andere manier heb ik hem hoger zitten dan de woedende ouders. Om nog maar te zwijgen van C. Klaassen, flutschrijver bij Spits. Die moesten ze maar snel eens een middagje naar het abattoir sturen. Kan hij allemaal cleane, emotieloze massamoorden zien. Kijken of hij in paniek de animal cops belt. Wedden van niet?

04 april 2011

Professor Robben, honoris causa


En toen was het zo ver en waren we op zaterdag 2 april met enkele honderden aardbeienfans verzameld in Oirschot. De goden maakten onmiskenbaar duidelijk dat ook zij vonden dat er in Nederland geen betere aardbeien zijn dan die van Jan Robben en verder was er sfeer en lekkers in overvloed. We voelden ons allemaal burger van een zonovergoten aardbeienluilekkerland en toen de zojuist door mij tot Aardbeienprofessor Honoris Causa benoemde Jan Robben de schoolbel luidde voor het eerste academiejaar, was niemand bang voor strafwerk.

Ik mocht daar naast Jan staan omdat ik in een avondje brainstormen een kleine bijdrage had geleverd aan de definitieve vorm van de Aardbeienacademie, een rol die overigens door de altijd bescheiden Jan Robben schromelijk wordt overdreven. Het concept is een beetje uit nood geboren, want het blijft natuurlijk een schande dat de man die de állerlekkerste aardbeien van Nederland wist te telen, het financieel niet meer rond kreeg en naar een plan B moest overstappen. Sandra van Kampen, de sympathieke programmamanager van Stichting Urgenda, wijdde er een blogpostje aan waarin ze haar gemengde gevoelens prachtig verwoordde.

Het altijd lezenswaardige Foodlog gaf bij monde van de eveneens aanwezige Joost Reus een prettig leesbaar verslag en stelde daar enkele vragen bij, waar Mr Foodlog Dick Veerman wel een begin van een antwoord op leek te hebben.

Nee, het is niet hetzelfde antwoord dat ik zou hebben gegeven, en toch weiger ik om me te laten wegzetten als een idealistische en niet helemaal realistische luddist voor wie het vroeger--in de tijd van de geruste landman wiens leven zo genoeglijk heenvliedde--allemaal beter was. Hoewel ik de eerste zal zijn om te stellen dat de Nederlandse consument ver verwijderd is geraakt van de oorsprong van zijn voedsel, heb ik heus niet de illusie dat straks al onze landgenoten autarkische micro-landbouwers zijn. Daarvoor hebben de meesten de ruimte niet, laat staan de tijd. Wel hoop ik dat dit initiatief ertoe kan bijdragen dat consument en producent weer wat dichter bij elkaar komen te staan. Dat zou wat mij betreft al een groot succes zijn voor een toch grotendeels symbolische, bijna Gandhiaanse verzetsvorm als de Aardbeienacademie van Jan Robben.

Intussen eet ik van de zomer--als ik tenminste goed oplet wat de professor zegt--in elk geval lekkere aardbeien. Dat dan weer wel.

01 april 2011

Bezorgd

Nou ja, misschien was u inderdaad een beetje bezorgd, want ik ben fors later dan u van mij gewend bent. Aardig van u, maar alles gaat goed. Ik heb alleen de hele dag Agatha Christie zitten vertalen--weer eens heel iets anders dan eetschrijven. De enige onderbrekingen die ik mezelf gunde, waren voor koffie en iets te eten. O, en omdat de bel ging.

En waarom ging de bel? Omdat bovenstaande krat bij mij bezorgd werd. Bepaald geen gewone krat van dertien in een dozijn, maar De Krat. Ook niet het zoveelste groententas-abonnement (hoewel die groententassen ook altijd heel leuk zijn), maar een iets diverser aanbod lekkers, zoals op het eerste gezicht al te zien is.

Er zitten veel groenten in (aubergine, gemengde lentesla, raapsteel van palmkool, rucola, komkommer en groene puntpaprika van De Kwekerij in Osdorp, prei en witte kool van Wim Bijma in Osdorp en winterpeen uit de Beemster) en daarnaast appelsap (ook uit de Beemster), brood van Menno 't Hoen, hele forellen van Frank's Smokehouse en appel- en perenstroop van Eerlijk en Heerlijk. Het water loopt je in de mond.

De voorpret begon vanmorgen vroeg al. Toen plofte er al een mailtje in mijn elektronische bus met bovengenoemde smakelijke inhoud en nog een hele trits recepten. En rond de middag stond Yvo hoogstpersoonlijk met het lekkers voor mijn deur.

Natuurlijk wilt u weten of ik na deze watertandende kennismaking inmiddels al een abonnement heb genomen, wat voor mij en mijn geliefde G. samen slechts €32,50 per krat zou kosten (bent u alleen, dan betaalt u € 25,00, hebt u een gezinnetje van vier, dan bent u voor €44,50 klaar).

Maar het antwoord is nee. Niet omdat ik daar geen zin in heb, maar omdat er vandaag voor mij een uitzondering gemaakt is. Op dit moment wordt De Krat alleen nog in Haarlem, Amsterdam en omstreken bezorgd. Op (betrekkelijk korte) termijn komen ook Den Haag, Rotterdam en Utrecht op de route. Almere, toch een plek waar veel weldadig zendingswerk te doen is, ligt in de verdere toekomst.

Maar eens denken wie ik goed ken in voornoemde oorden dan...