Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

31 maart 2011

Lisottolijst


"Henk! Bel jij de fotostudio nog even voor een packshot van onze nieuwe Perfekt risottorijst?".

"Rijst? Hoeft niet joh! Ik heb nog zát foto's van rijst op de plank liggen!".

Hoe dan ook: traditionele Italiaanse rijst. Van Perfekt.

(dank BeansAndFatback)

30 maart 2011

Snelle koppen

Nou, dat zal menige Nederlander goed nieuws vinden: als je maar ontbijt, val je af, ook al eet je wat je wilt. Een afbeelding van een smakelijk gebakje doet de rest. De wonderen zijn de wereld nog niet uit, als ik vandaag de voorpagina van de Volkskrant moet geloven.

Helaas is de boodschap van vandaag dat je de voorpagina van de Volkskrant vooral maar niet te gemakkelijk moet geloven, zoals we niet voor het eerst zien. Ja, natuurlijk moet die krant verkocht worden, maar een serieuze hoofdredactie zou toch eens een ernstig woordje moeten spreken met overenthousiaste koppenredacteuren.

De pagina's V12-13 brengen de nodige relativering. Daar luidt de kop "Wat is toegestaan mag je ONBEPERKT eten" , waarbij "onbeperkt" weliswaar in chocoladeletters staat, maar wat toch al een flinke afzwakking is van waarmee de lezer op de voorpagina lekker is gemaakt. Duik je dieper de tekst in, dan blijkt de kapstok waarin dit hele gejubel is opgehangen afkomstig uit één van de gepresenteerde boeken, die van de Franse arts Pierre Dukan. Dat boek vindt de redactie nu juist maar twee sterren waard, de laagste waardering van het besproken vijftal.

Zo valt alles na lezing weer op zijn ontnuchterende plaats. En dan nog verbaasd zijn dat er zo veel Nederlanders zijn die afvallen zien als een soort goocheltrucje. Van een serieus dagblad verwacht je meer maatschappelijk verantwoord ondernemerschap.

29 maart 2011

Men neme een

Je kunt ontzettend veel neppen met eten, daar staan hier regelmatig voorbeelden van. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Neem nu eieren. Nodig: enkele kippen, die niet bijzonder veel ruimte innemen en ook geen grote of dure eters zijn. Voilà: eieren. Koop je ze in de winkel, kijk dan even naar de stempeltjes of ze wel diervriendelijk zijn. En vers natuurlijk.

Een ei is prachtig in elkaar gezet door de natuur. En als het kapot valt, dan krijgen alle paarden en mannen van de koning het niet weer gerepareerd, zoals iedereen weet die zijn nursery rhymes kent.

Vandaar ook dat ik nog steeds zit na te denken over de link die Paul mij afgelopen weekend stuurde: een site waar gewaarschuwd wordt tegen vervalste eieren, gemaakt met allerlei giftige chemicalieën.

Ik heb in mijn vele jaren als kritisch eetschrijver één ding geleerd: voedsel neppen doe je alleen maar als je er commercieel voordeel bij kunt halen. Met andere woorden: als je met goedkoop spul iets in elkaar kunt flansen dat je vervolgens voor goed geld kunt verkopen. Met deze eieren lijkt me daar geen sprake van. Met de inkoop van de ingrediënten kan het misschien nog net uit. Maar vervolgens al dat werk om een nauwelijks van echt te onderscheiden ei in elkaar te zetten?

Knap hoor, maar ik geloof er eigenlijk niets van. U wel?

28 maart 2011

MacSeizoensFruit

Het vroege voorjaar is zo'n twijfelseizoen. We hebben ons hoofd al vol zomer, maar onze mond nog vol winter. Dat duurt altijd een paar weken, helaas. Gelukkig ga ik bijvoorbeeld a.s. zaterdag een voorproefje nemen: ik ben bij de opening van de Aardbeienacademie van Jan Robben in Oirschot. Ik doe er ook nog iets muzikaals.

McDonald's heeft ook het voorjaar in de bol. Daar hebben ze, speciaal om dit nieuwe seizoen te vieren, een fruitige seizoensshake aan het assortiment toegevoegd. Logisch dat het er storm op loopt. Iedereen heeft immers trek in de lente.

Welke fruitsmaak, wilde u nog weten? Nou, appel-peer natuurlijk. Ja, echt, ongelogen en origineel waar.

I rest my case.

25 maart 2011

Flutflesjes

Er zijn van die dingen die over het algemeen beneden mijn radar blijven. Zo mis ik vrijwel alles wat specifiek op zuigelingen is toegespitst (tenzij het grootscheeps via tv of dagblad wordt geadverteerd) omdat ik nu éénmaal nooit langs die schappen loop. En dat zou ik natuurlijk wel moeten doen, want er blijkt daar heel wat te beleven.

Neem nu het fopproduct waar foodwatch het vandaag over heeft. Lekker de bezorgdheid van moeders voor hun baby uitmelken, in de meest letterlijke zin. Ja, je kunt Nestlé, ook het bedrijf dat ons de cacaofantasie bij tonnen door de strot duwt, om een boodschap sturen.

Je kunt ze aan de andere kant dus ook een mailtje sturen. Doe maar eens!

24 maart 2011

Van Hollandse weide (nu echt)

"Dat doen ze alleen maar uit overwegingen van marketing", hoorde ik al iemand zeggen en dat is een wat flauwe opmerking. Natuurlijk zit er wat in. Maar aan de andere kant had de consument ook kunnen zorgen dat er nu al veel meer koeien in de wei stonden in plaats van op stal.

Dat zit zo: in elke super is al tijden biologische melk te koop. Die melk is altijd afkomstig van koeien die in het seizoen buiten grazen. Dat is fijn voor die koeien zoals de vrolijke koeiendansen laten zien--de weide is tenslotte hun natuurlijke leefomgeving. Maar die biologische melk is een paar stuivers duurder, niet zozeer omdat die manier van koeien houden meer kost als wel omdat de logistiek duurder is bij een niet-massaproduct. Als wij dat er nu allemaal (of tenminste in meerderheid) voor over hadden gehad, hadden er nu allang geen koeien meer het hele jaar rond binnen gestaan en had biologische melk meteen door de schaalbesparingen goedkoper kunnen worden. Dan hadden de marketingjongens van de super het signaal heus wel begrepen.

Enfin, we zijn een stap verder. Eén van 's lands grootste supers, C1000, gaat melk verkopen die volgens een persbericht van Dier&Recht "voor een groot deel" afkomstig is van koeien die minstens 120 dagen per jaar buiten staan.

Dat is mooi. Misschien wordt melk van buiten grazende koeien toch nog wel eens de norm. En dan dus niet in de versie van AH, dat jarenlang duur & oneerlijk loog dat zijn niet-biologische melk "van Hollandse weide" afkomstig was. Maar wie weet heeft dat soort creatieve opschriften bij AH zijn langste tijd dan toch eindelijk gehad? Ze hebben er nu wel vaak genoeg mee in de krant gestaan, zou je zeggen.

23 maart 2011

Zeg het met hazelnoten

Je hebt iets over eten aan de wereld te vertellen, dus je begint met een weblog. En uiteraard wil je dan dat dat weblog ook gelezen wordt. Been there, done that, ruim vijf jaar geleden. Uw eetschrijver had daar zo zijn eigen manieren voor, maar die waren niet zo sympathiek en spitsvondig als die van Philippine met haar blog Liefde voor Lekkers. Nou ja, in die tijd bestond Twitter natuurlijk ook nog niet.

Via dat kanaal kwam er op een vrijdagmorgen een berichtje bij mij binnen: "Hallo, ik heb koekjes gebakken en ze zijn heel lekker. Zal ik je er een paar opsturen?". Ik moet u bekennen, waarde eetlezer, dat ik aan zo'n aanbod nimmer weerstand kan bieden. Een dag later vielen de koekjes door mijn bus. Zij waren door TNT Post zorgzaam voorgeportioneerd opdat ik er vooral niet te grote happen van zou nemen en inderdaad bijzonder lekker. Er zat een briefje bij dat mij vertelde waar ik het recept kon vinden.

Nu ben ik niet zo iemand die een kleine hint niet weet op te pikken, al word ik natuurlijk een dagje ouder en duurt het zo soms een paar weken. In elk geval bedenk ik vandaag ineens dat u misschien ook wel van lekkere koekjes houdt. En dat u misschien af en toe wat meer wilt lezen van Philippine, die volgens mij--als de tekenen niet bedriegen--van plan is wel even te blijven schrijven over eten en die roeping ook ernstig opvat. Haar blog staat nu dus ook in de kolom rechts, samen met nog een aantal andere nieuwelingen. Want net zoals koekjes moet je lijstjes niet te oud laten worden.

22 maart 2011

Net als je denkt dat het niet gekker kan


Bruin brood in blik. Niet in Nederland verkrijgbaar voor zo ver ik weet. Het ziet er hoe dan ook niet uit als iets dat ik zou willen proeven. (dank Daan)

21 maart 2011

Gevaarlijk eten?

Voedsel verkopen valt nog niet mee. Er mag van alles niet. Dat maakt het onder andere kleine producenten van ambachtelijke producten heel moeilijk om een poot aan de grond te krijgen. De regeldruk kost hun zo veel per euro potentiële omzet, dat ze vaker dan niet ontmoedigd afhaken.

Nu breek ik hier geen lans voor het serveren van hapjes salmonella of listeria, maar net zoals het verkopen van rauwe melk inmiddels onder voorwaarden is toegestaan, kan het op een aantal punten best wat minder. Dat idee dat alles 100% veilig kan en moet zijn, is toch al een illusie.

Maar de Vlaamse professor Frank Devlieghere is het niet met mij eens. Die heeft met ogen op steeltjes staan kijken wat chefkoks op een festival in Oostende allemaal als eetbaar serveerden. Sergio Herman kwam bijvoorbeeld met algen die hij zo maar uit de vrije natuur had gehaald! Nee, dat kan natuurlijk niet. Het is nog een wonder dat er geen dozijnen doden zijn gevallen. Daar moet de wetgever paal en perk aan stellen.

Het is weer bijna tijd voor verse morieljes. Ik zou maar voortmaken als u ze nog wilt eten. Die dingen komen tenslotte zó maar uit het enge bos. Als de professor het hoort, is het uit met het feest.

18 maart 2011

Nepchip komt uit de kast

Een interessante gedachtenoefening: stel je voor dat honderd personen een reclamespotje zien waarin mensen elkaar in een korenveld trakteren op Pringles (u weet wel, de duurste chip van Nederland). Het spotje eindigt met de gesproken tekst "Al het goede van meergranen met de geweldige smaak van Pringles". Vraag u nu af hoeveel mensen er verbaasd zijn en zo nee, waarom niet.

Vooral dat laatste is van enig belang. Te vrezen valt dat een ruim deel van de kijkers inderdaad niets vreemds opmerkt, eenvoudig omdat het niet bij ze opkomt dat chips van aardappelen gemaakt worden en totaal niets met een korenveld te maken (horen te) hebben. En ongetwijfeld is de kleinste groep de groep die evenmin verbaasd is omdat ze allang weten dat Pringles weliswaar de duurste chips zijn van Nederland, maar ook de neppigste. Pringles worden namelijk ook in de bestaande variant gemaakt van aardappalafval gecombineerd met een heleboel andere dingen die in chips niet thuishoren. Eigenlijk was Pringles altijd al een koekje. Een koekje dat laat zien dat ook uit afval waarde te creëren is waar consumenten diep voor in de buidel tasten.

Eigenlijk een prachtige oefening in duurzaamheid dus. Ik zou er bewondering voor hebben als ik niet zo'n hekel had aan nep. En die nep gaat dus nu ook nog eens meeliften op het (volkomen onterechte) gezondheidsimago van het nietzeggende begrip "meergranen".

Gehakt, chips... het lijkt nog maar een kwestie van tijd vóór de eerste "kaas" met 30% graan zijn opwachting maakt.

17 maart 2011

Nú voordelig vreselijk duur eten

Hopscheuten: in Vlaanderen gaan ze ervan uit hun dak. Toen ik er zelf nog woonde, gingen wij elk jaar rond half maart naar één van de vele restaurants die een hopscheutenmenu serveerden. Helaas zijn wij Nederlanders ons amper van het korte seizoen van dit peperdure maar verrukkelijke gewas bewust: de weinigen die het kennen, vloeken erop omdat het enthousiast woekerend onkruid is. Het is dan ook al veertien jaar geleden dat ik voor het laatst hopscheuten gegeten heb. Maar dat gaat veranderen!

Die verandering wordt ons gebracht door Okke Amerongen, over wie ik het hier al meermaals heb gehad. Als Okke namelijk niet bestond, zou hij stante pede moeten worden uitgevonden. Deze goedlachse Utrechter, van huis uit ICT-er, besloot immers op een goede dag zich in het harnas te hijsen, een wit paard te bestijgen en zich op te werpen als koene redder van vergeten smulgewassen. Inmiddels heeft hij achtereenvolgens de kweepeer, de snijbiet, de vijg, de kruisbes, de cranberry en de schorseneer eigenhandig uit de vergeetput gered. En nu zijn de hopscheuten aan de beurt--misschien nog wel zijn meest ambitieuze project.

De kickoff mag er alvast zijn: Okke hijst zich morgen bij het krieken van de dag in het zadel van voornoemd rijdier en galoppeert spoorslags naar het Vlaamse Poperinge, alwaar hij voldoende hopscheuten meeneemt voor heel hopscheutminnend Nederland. Morgenavond om precies 20:00 uur staat hij dan onder het blauwe bord in de hal van het Utrechtse CS om de hopscheuten per half pond geheel gratis uit te delen aan al wie zich daarvoor van te voren heeft opgegeven.

Laat ik u even duidelijk maken hoe gul dit gebaar is. Een kilo hopscheuten brengt namelijk dezer dagen ter veiling liefst 106 euro op. Inderdaad: niet iets om op een doordeweekse dag even door de stamppot te draaien. Overigens zijn hopscheuten niet alleen de duurste, maar ook zowat de bederfelijkste groente ter wereld. In de hopscheutenwereld geldt dan ook: stel niet uit tot morgen wat gij heden koken kunt. Sterker: eet ze liefst op de oogstdag zelf.

Is Okke Sinterklaas? Niet helemaal. Er is namelijk één voorwaarde verbonden aan zijn hopscheutigheid: iedereen die zich aanmeldt bij okke AT hopscheuten PUNT nl, verplicht zich tot het inzenden van een recept met foto dat Okke vervolgens op zijn website mag/zal plaatsen. Mij dunkt overigens dat dit nauwelijks veeleisender is dan het zingen van een liedje voor de gulle goedheiligman in ruil voor een Nintendo, iPad of pop met krullen in het haar.

Ik ben dan ook morgenavond om acht uur op Utrecht Centraal. Ik ben namelijk in 22 jaar België Vlaming genoeg geworden om reikhalzend uit te kijken naar mijn eigen hopscheutige keukenspecialiteit hopscheuten met gepocheerd ei en Ardenner ham in mousseline, terwijl ik aan de andere kant diep van binnen altijd een Ollander ben gebleven. Ik bedoel maar: gratis!

16 maart 2011

Koffie, cake en karbonaden

Weinig mensen zullen graag op begrafenissen komen of er zelfs maar graag aan denken. Je moet dan ook best wel lef hebben om een boek te schrijven over een onderwerp waar menigeen zich ongemakkelijk bij zal voelen als culinaire troost rond uitvaarten. Jeanette Diepenbroek deed het.

't Is nog een leuk boekje ook. Gelukkig maar, want goed rouwen is belangrijk en een goede maaltijd kan daar uitstekend bij helpen. En dat geldt óók voor nuchtere Nederlanders, die de uitvaart zo dikwijls afdoen met een kopje (slechte) koffie en een plakje (matige) cake. Want dat Nederlanders rondom het thema van de dood nuchter zijn, kun je in deze tijd met al zijn stille tochten toch nauwelijks volhouden. Wat dat betreft is het back to the future, want eeuwen geleden moet het op begraafplaatsen een dolle boel zijn geweest. Men kwam er graag bijeen voor handel, cultuur, spel, drank en zelfs seks, vertelt Diepenbroek in Wat eet je op een begrafenis? Culinaire troost.

Eén ding gebeurt overal ter wereld op uitvaarten: er wordt gegeten en gedronken. Heel soms is dat sober, maar meestal uitbundig. In veel culturen lijkt de uitvaartwens van Jacques Brel zoals hij die uitte in het onsterfelijke Le Moribond ("maak er een dolle boel van") een vanzelfsprekendheid van de eerste orde.

Maar zelfs voor de koffie met cake breekt het boekje een lans: tijd voor eerherstel. De zoete koek uit vervlogen eeuwen was allesbehalve schamel en koffie was ooit een bijzondere drank voor bijzondere dagen. Je zou, zo suggereert Diepenbroek, die sfeer weer op kunnen roepen door bijvoorbeeld oesters en champagne te serveren. Ik bedoel maar: alles mag, niets is te gek--als het maar troost brengt.

Zwaartepunt van het boekje zijn de recepten: uitvaartgerechten uit de meest uiteenlopende landen en culturen, van België tot China, van christelijke, joodse, boeddhistische, hindoeïstische of moslimsignatuur. Bij het lezen voel je dat het moet werken: hier heb je comfort food in de meest letterlijke betekenis van dit ook bij ons inmiddels overbekende begrip.

Ach, en dat er in de Vlaamse stoofkarbonaden vlees wordt gebruikt dat alleen bij ons zo heet en dat bij de Vlamingen uitsluitend kotelet wordt genoemd (onder "karbonaden" verstaan zij runderstoofvlees) mag de pret niet drukken: wij Ollanders weten niet beter en een uitvaart is al zeker geen plek voor haarkloverijen. Een paar andere foutjes, onder meer in de recepten, moeten er wel in de tweede druk nog even uit. Dat geldt onder meer voor onderstaand recept, waarbij je als je de tekst volgt met de ui uit de ingrediëntenlijst blijft zitten. Die heb ik er dus maar even naar eigen inzicht in verwerkt.

Kabritu Stoba (Antilliaans gestoofd geitenvlees)

Nodig:

- 500 g geitenvlees (islamitische slagerij)
- theelepel zout
- limoen (of citroen)
- 2 eetlepels boter
- 2 eetlepels olie
- 1 ui
- 1/2 kop water
- 1 eetlepel tomatenpasta
- 1 eetlepel mosterd
- peper

Was het vlees, zout het en wrijf het in met de limoen. Verhit de boter en de olie en bak het vlees hierin eerst grijs, dan bruin. Voeg op het laatst de in ringen gesneden uien toe en laat ze even meefruiten tot ze zacht zijn.
Voeg het water toe en laat het vlees ca. 1 uur op een kleine vlam stoven. Voeg de tomatenpasta, de mosterd en de peper toe en stoof het gerecht nog 30 minuten. Dien het vlees op in een platte schaal.

Bestellen bij bol.com (Eetschrijven ontvangt een kleine commissie):


Wat eet je op een begrafenis? Culinaire troost
Jeanette Diepenbroek
Uitgeverij Meinema
95 blz.
Adviesprijs € 19,50
ISBN: 9789021142562

Labels:

15 maart 2011

In vino veritas?

Internet is een mooi iets. Het stelt je in staat heel snel en efficiënt je profiel voor het voetlicht te brengen, iets wat een jaar of dertig geleden nog een stuk moeizamer verliep. Maar elk voordeel hep ze nadeel en het is natuurlijk ook verdraaid vervelend als allerlei mensen zonder enige kennis van zaken via internet vertellen dat het in je restaurant niet leuk en niet lekker is. Dat moet je counteren. Hoe counteren? Door wat aan de kwaliteit te doen? Het Nijmeegse restaurant Manna bedacht een makkelijker manier. Of die ook wat uit zal halen? De tijd zal het leren...

Ja, die wisdom of crowds zet wat deuren open. Het schijnt dat door allerlei mensen die het weten kunnen is vastgesteld dat hoe meer mensen je naar een waarheid een slag laat slaan, hoe dichter het gemiddelde antwoord bij De Waarheid zit. Het zal allemaal wel, maar ik geloof het niet. We zijn er de laatste jaren aan gewend geraakt dat wij met ons allen over van alles en nog wat mogen stemmen: wie er naar het Songfestival mag en wie dat festival wint, wie de hoofdrol speelt in de musical waarvoor Appie kaartjes weggeeft bij de boodschappen, wie de allermeeste verdienste heeft van heel Nederland (een briljant econoom of de weduwe van een volkszanger). In geen van die gevallen ben ik ervan overtuigd dat het allemaal helderheid brengt in de kwaliteitsvraag. Iens riep een aantal jaren geleden een verder volstrekt onbekend Indonesisch restaurant uit tot beste restaurant van Nederland. Misschien was het er wel erg goed, hoor. Ik weet het niet, want toen ik kort daarna in de buurt van Drachten was, bleek het gesloten.

Ik kijk overigens heus ook wel eens op restaurantsites met recensies. Daarbij kijk ik niet naar het globale oordeel, maar pik ik er die besprekingen uit waaraan je duidelijk kunt zien dat de auteur weet waarover hij of zij het heeft. Vaak geeft dat een beeld dat flink afwijkt van de algemene waardering. Ik maak me sterk dat je met die methode ook de besprekingen wegfiltert die tot stand zijn gekomen onder invloed van gratis verstrekte wijn.

Overigens kun je ook gewoon een recensent kiezen van wie je het oordeel hebt leren waarderen. Het zal wel weer elitair zijn, maar ik weet nog altijd niets waar je méér aan hebt.

14 maart 2011

De macht van wet en consument

Er waren hier en daar mensen die het haarkloverij vonden ("wat een gezeik" of woorden van gelijke strekking), maar gelukkig zagen de meesten er het nut wel van in: als je gaat toestaan de de grootgrutter iets "vlees" gaat noemen waar verder van alles doorheen is geroerd dat geen vlees is, kom je op een hellend vlak met uiteindelijk de kans dat geen consument er meer achter kan komen wat hij nu feitelijk koopt en eet. AH heeft willens en wetens de grenzen opgezocht en heeft duidelijk te horen gekregen waar die liggen. En het Voedingscentrum weet nu wat "eerlijke etikettering" is en vooral niet is. Ook al winst.

Ik kijk tevreden terug op de actie die ik samen met foodwatch Nederland voerde en wat mij betreft is het niet uitgesloten dat die een vervolg krijgt, want met instanties die aan dezelfde kar trekken, moet je de samenwerking opzoeken.

Het is ook mooi te ontdekken dat de nVWA niet, zoals je soms wel zou kunnen denken, alles maar goedvindt. Er zijn wel degelijk grenzen. Ik heb in elk geval ontdekt dat een formele klacht tot duidelijker antwoorden leidt dan een telefoontje, vermoedelijk omdat een formele klacht per definitie belandt op het bureau van degene die de materie het best kent.

Ach, er is altijd nog de macht van de consument, en die is groter dan we denken. Sterker: een product dat u in koor afkeurt of geen van allen koopt, verdwijnt gegarandeerd uit de schappen. Denk maar aan Buckler, een merknaam die binnen de muren van de firma Heineken nog steeds niet schijnt te mogen worden uitgesproken.

Toevallig vierde foodwatch dezer dagen zijn eigen feestje rondom een product waar ik het in bovengelinkt stukje ook over had en waar de (toen nog) VWA zo'n hallucinerend antwoord over gaf: Yokidrink Aardbei van FrieslandCampina, een drankje met 6 promille (!) aardbei en een paar vage gezondheidsclaims, gaat nu door het leven als "Yoghurt met een vleugje aardbeisap". Ook de suggestieve vermelding "0% vet" is van de verpakking verdwenen en zelfs is de hoeveelheid suiker iets teruggeschroefd. Dat allemaal door een e-mailactie van consumenten, georganiseerd door foodwatch.

Vele jaren geleden prees reclamegigant David Ogilvy zijn reclamebureau aan met de slogan "De consument is geen idioot, ze is je vrouw". Het blijkt goed te zijn de voedingsgiganten daar op tijd en stond aan te herinneren.

Want u ziet maar weer: het helpt!

11 maart 2011

De oprechte verbazing van AH

(foto Kattebelletje, klikbaar tot leesbaar)


Dat was me wat, eetlezers. In 16 ochtendbladen en op een paar dozijn websites stond het verhaal over de misleidende etikettering van wat AH "extra mager rundvlees" noemt. De mailbox puilde uit, de telefoon ging ook regelmatig. De enige die zich nog niet heeft gemeld, is de advocaat van AH. Jammer, want voor dat soort kleinzielige pietluttigheid was ik net in de stemming. Hopelijk komt die brief nog, want dan gaan we het fileren nog eens dunnetjes overdoen. AH heeft namelijk absoluut geen poot om op te staan.

Ja, dat ze teleurgesteld zijn, begrijp ik wel. Op pagina 80 van de nieuwe Allerhande staat namelijk net een stukje waarin ze trots uitpakken (dank Kattebelletje) met hun bekroonde product. Dan wordt het verrekte vervelend als een eetschrijver de pret komt bederven. En het heeft er ook nog eens alle schijn van dat de nVWA inderdaad even vergeten was AH in kennis te stellen van haar berisping vóór ze mij ervan op de hoogte bracht. Dan val je inderdaad uit de lucht. Tja, en als een mens schrikt, zegt hij wel vaker onbezonnen dingen. Enfin, zo kunnen ze er alvast aan wennen. Ik ben namelijk van plan nog méér te schrijven dat AH niet leuk vindt. Maar dat houd ik nog even voor me.

Intussen vroegen veel mensen me waarom ik niet harder had uitgehaald naar het Voedingscentrum met zijn Jaarprijs Goede Voeding, dat hiermee natuurlijk ook in zijn hemd staat. Dat laat ik niet na omdat ik het Voedingscentrum per se te vriend wil houden, maar omdat ik op de invulling van dat concept al eerder flink kritiek had geuit, nog vóór foodlog.nl op zijn beurt met een kritische beschouwing kwam (dus niet andersom, zoals daar in een recent commentaar staat). Die kritiek van mij werd destijds helaas niet door de media opgepikt. Nu ze hier meelezen, mag ik ze misschien lezing ervan alsnog aanbevelen.

10 maart 2011

nVWA berispt AH, AH weet van niets


Ambtelijke molens malen langzaam maar zeker. Het is alweer bijna vier maanden geleden dat ik op deze plek kritiek uitte op het AH-product dat de Jaarprijs Goede Voeding van het Voedingscentrum ontving en meldde dat ik e.e.a. bij de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit zou aankaarten. Natuurlijk heb ik dat ook gedaan.

Gisteren plofte er een brief van de nVWA op mijn deurmat. Inderdaad: de etikettering van het betreffende product door AH is misleidend en AH is hierop aangesproken. Dat is mooi, want misleiding is niet netjes. Wanneer je een consument "vlees" verkoopt, moet de consument ook vlees krijgen.

Ik heb gisteren ook AH gebeld om commentaar. Daar viel men uit de lucht: van een berisping was niets bekend. Men zou het natrekken en mij terugbellen. Dat gebeurde, maar alleen om mij te vertellen dat men er nog niet uit was. Ik zou vanmorgen nogmaals worden gebeld. Dat gebeurde niet, al houdt AH vol diverse pogingen te hebben ondernomen. Voor mij genoeg reden om, in samenwerking met foodwatch.nl dat zich net als uw eetschrijver sterk maakt voor eerlijke etikettering, een persbericht de wereld in te sturen. Ik geef het hieronder integraal weer.

AH bleek not amused over deze negatieve publiciteit. Uw eetschrijver heeft inmiddels telefonisch te horen gekregen dat de grootste kruidenier van Nederland e.e.a. heeft teruggekoppeld met de nVWA en zich tevens beraadt op stappen, waarover ik "nog wel zou horen". Stel u gerust, eetlezer: die vooruitzichten maken op mij weinig indruk.

---

foodwatch: AH 'Extra mager rundvlees' misleidend volgens nVWA
10 maart 2011


Amsterdam, 10 maart 2011 – De nieuwe Voedsel- en Waren Autoriteit heeft Albert Heijn aangesproken op de etikettering van zijn product "Extra mager rundvlees". Volgens de nVWA is de naamgeving van het product misleidend.

Deze conclusie staat in een brief die culinair journalist Gerrit Jan Groothedde, alias 'Eetschrijver', gisteren ontving van de nVWA. De Eetschrijver heeft in november 2010, parallel aan publicatie op zijn weblog, de zaak bij de nVWA aanhangig gemaakt. Vervolgens werd door de autoriteit een onderzoek gestart. Op basis hiervan is vastgesteld dat de etikettering inderdaad niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Een controleur van de nVWA heeft, zo staat te lezen in de brief, Albert Heijn op de tekortkomingen aangesproken. “Het ingrijpen van de nVWA geeft een sterk signaal af” aldus foodwatch en Eetschrijver. “Een nieuwe overwinning in de strijd voor eerlijk eten en transparantie”.

"Extra mager rundvlees" is een rundvleesproduct van AH dat in vergelijking met puur rundergehakt 50% minder verzadigde vetten bevat doordat een substantieel deel van het vlees is vervangen door eiwitrijke plantaardige bestanddelen uit soja en granen. De Nederlandse warenwet bepaalt echter dat alleen producten die voor 100% uit vlees bestaan als zodanig mogen worden geëtiketteerd, aangeprezen en verkocht. Rundvlees waaraan andere bestanddelen zijn toegevoegd, is wettelijk gesproken een "rundvleesproduct".

Saillant detail is dat Albert Heijn voor ditzelfde product in 2010 de Jaarprijs Goede Voeding van het Voedingscentrum kreeg uitgereikt. De jury schreef onder meer in haar rapport "Wij vinden het belangrijk dat dit soort producten duidelijke etiketten hebben, zodat consumenten weten wat zij eten".

Lang zal hij

Vandaag bestaat Eetschrijven precies 5 jaar. Goed, het allereerste bericht hier stelde niet zo gek veel voor en was eigenlijk meer bedoeld "om te kijken of-ie het deed" (hij deed het), maar toch voel ik me vandaag gepast feestelijk.

Ik heb het ook de laatste tijd belachelijk druk zodat de feestelijkheid die ik voor vandaag bedoeld had nog even in de koelkast moet. Wel heb ik later vandaag een aardig berichtje waar ik persoonlijk best mee in mijn noppen ben--ik verwacht rond een uurtje of vier. Dat moet het dan vandaag maar even zijn qua feestelijkheden.

08 maart 2011

Leef zo ongezond mogelijk


TV-reclame is toch altijd weer een bron van vreugde. Neem nou dit spotje van Becel Pro-Activ, een smeerseltje met plantensterolen dat het, zoals u ongetwijfeld zult begrijpen, nog nooit tot achter de voordeur van Huize Eetschrijver heeft weten te brengen. Ik ben nieuwsgierig van aard, maar er zijn grenzen.

Soms moet je naar tv-spotjes heel goed kijken en luisteren om de humor te vinden. Zo ook hier. Omdat u de kleine lettertjes in bovenstaande foto misschien niet kunt lezen, plak ik de tekst ook even hieronder:

"Plantensterolen verlagen het cholesterol tot 7-10% en in combinatie met de overstap naar een gezonde voeding en leefstijl zelfs tot 15%, binnen 2-3 weken tijd".

Ziet u het ook? Als u alleen maar plantensterolen eet, daalt uw cholesterol tot een lagere waarde dan wanneer u daarnaast ook gezond gaat eten en leven. Kortom: smeer Becel op uw brood en eet en leef daarnaast zo ongezond mogelijk. Nee, dat zullen ze bij Unilever vast niet bedoeld hebben. Maar het staat er wél.

Alle gekheid op een stokje: daar had natuurlijk "met" moeten staan in plaats van "tot". Een onnozele copywriter heeft het fout gedaan en niemand bij het reclamebureau of bij Unilever zelf heeft het gezien. Dom dom dom. Maar laten we het spotje even bekijken zoals het bedoeld is. Dan zien we een staaltje creatief boekhouden waarvan ik toch ook wel verbaasd ben dat het kennelijk in de ogen der hoogmogenden--want gezondheidsclaims mag je in Nederland niet zó maar maken--genade kan vinden.

In de voice-over van het spotje wordt namelijk verteld: "Het is wetenschappelijk bewezen dat plantensterolen in Becel Pro-Activ het cholesterol verlagen met ("tot") wel 15%". Bekijken we de kleine lettertjes, dan blijkt het toch weer allemaal anders te liggen en is die 15% alleen haalbaar als je gezond eet en beweegt. Dan ben ik toch benieuwd wat er te bereiken valt met gewoon gezond te eten en te bewegen en de Becel achterwege te laten. Het zou zó maar kunnen dat dat reden genoeg geeft om de Becel maar gewoon te laten staan.

Maar, zoals gezegd: dat doe ik toch al...

Zeg nooit nooit


Gisteren deed ik het nog: in de ingrediëntenlijst voor een recept "boter (nooit margarine)" schrijven, een buitengewoon nuttige precisering in het enige land ter wereld waar margarine in de volksmond "boter" wordt genoemd. Dat is uitkijken, hoor!

Die briljante want alleszeggende formulering heb ik overigens goed gejat (beter dus dan slecht bedacht), want zij is afkomstig van Sylvia Witteman. Zij en ik denken mogelijk niet over alle keukenzaken precies hetzelfde, maar over boter zeer zeker wel: ersatz komt er niet in. Nee, niet niet. Nóóit.

Maar Sylvia Witteman hing vorige week haar column in de Volkskeuken aan de wilgen en kreeg een opvolgster (degenen onder mijn lezers die mij suggereerden een gooi te doen: ik heb inderdaad even geïnformeerd, maar ik bleek bij voorbaat kansloos wegens van het verkeerde geslacht). Ik kende een aantal anderen die in de running waren en wist dat ze waren afgewezen ondanks dat ze naar mijn niet bescheiden en evenmin ondeskundige mening kandidaten van formaat waren. Vol verwachting klopte derhalve mijn hart: waar bleef die dinsdag?

We weten het nu. De nieuwe Volkskeukeniste is ene Tallina van den Hoed. Hierboven ziet u de ingrediëntenlijst van haar allereerste recept, een breuk met het Witteman-tijdperk die bijna de vorm krijgt van een affront. Mij is het duidelijk: ik staar de komende tijd op dinsdagmorgen naar een Wittemanvormige leegte. Want tussen Tallina en mij komt het vast niet meer goed. Nee, niet niet. Nóóit.

Naschrift, 23 maanden later: zeg nooit nooit, zette ik als titel boven dit stukje. Als ik me nou eens aan mijn eigen goede raad had gehouden... Hoe dan ook: nadat ik in navolging van Phileine al eens sorry had gezegd, gaan Tallina en ik volgende week samen gezellig lunchen. Nee, we hengelen niet naar een plaatsje in de onsterfelijkengalerij en het wordt ook neutraal terrein--Aziatisch, dus sesamolie. Maar toch. Nooit zeggen, ik zal het nooit meer doen. O, wacht...

07 maart 2011

Filosoferen

Eén van de dingen die we gisteren deden in Kasteel Groeneveld, was tijdens het filosoferen de filosoof eren. En dan bedoel ik niet de wijsgeer, maar de eetbare variant. We aten bruinebonenfilosoof, als eerbetoon aan dat bedreigde culinaire erfgoed, de bruine boon.

Veruit de meeste van de eters hadden nog nooit bruinebonenfilosoof gegeten en dat is logisch, want het is echt een gerecht uit grootmoeders tijd. De meeste jongeren kennen de bruine boon sowieso alleen maar uit de chili con carne--waar hij dan weer eigenlijk niet in thuishoort, want chili maak je met rode kidneybonen. Ach, je kunt als boon maar een nieuwe lifeline krijgen. Maar genoeg is het niet en we moeten toch echt het uitsterven van de bruine boon zien te voorkomen, anders moeten we het Bartje nog kwalijk gaan nemen dat hij er niet voor wilde bidden.

Van chef Nico Oosterbeek kreeg ik het recept om op mijn blog te zetten, waarvoor grote dank. Nico had overigens een lichte variant gemaakt, met een aardappelcrème in plaats van het gegratineerde laagje aardappelen. Onderstaand recept is voor de licht gemoderniseerde maar stevige winterkostversie. Niet echt iets waar je met dit stralende weer trek in hebt, maar de avonden zijn gelukkig nog fris en bovendien moet dit gerecht een dag van tevoren worden voorbereid.

Bruinebonenfilosoof

Nodig voor 4 flinke eters:

- 400 g gedroogde bruine bonen
- 300 g uien
- 500 g aardappelen
- 100 ml witte wijn
- 1 laurierblad
- 4 kruidnagelen
- 1 takje rozemarijn
- 75 g boter (nooit margarine)
- paneerlmeel, olijfolie, zout, peper

1 dag van tevoren: zet de ongewelde bruine bonen op in koud water met de laurier, de kruidnagel, de rozemarijn, zout en peper en laat ze in een uurtje op zacht vuur garen. Eventueel wat vocht bijvoegen. Giet er na afloop van de kooktijd de witte wijn bij en laat een nachtje staan.

Afwerken: Verwarm de oven voor op 180 graden. Laat de boter op heel zacht vuur smelten en laat deze afkoelen tot kamertemperatuur. Kook de aardappels net gaar. Snipper de ui en bak hem in de olie. Schep de gare bonen met het vocht en de kruiden door de uien. Schep het mengsel in een vuurvaste schaal, snijd de aardappelen in dikke plakken en leg ze op de bonen. Bestrooi met een dun laagje paneermeel en schenk er de gesmolten boter over. Zet de oven op de grilstand en laat in ca. 10 minuten een mooi korstje op het gerecht komen. Meteen opdienen.

(de foto is van Lotte Smelik. Ik had van alles bij me, maar geen camera)

04 maart 2011

De super wil niet dat u béarnaise eet

"Nee, eetschrijver, daar vergis je je in", hoor ik u al zeggen. En dan wijst u bijvoorbeeld hierheen, waar 's lands grootste kruidenier u op heerlijke steak tartaar met béarnaise zegt te zullen vergasten en het hele boodschappenlijstje al klaar heeft gezet. Zó erg is het dus nu ook weer niet.

Maar helaas: dat is geen béarnaise (het is trouwens ook geen steak tartaar, want dat is écht nog iets heel anders dan een gebakken tartaartje, maar dat terzijde). Béarnaise komt namelijk niet uit een potje van D&L. Het komt uit een pannetje. Maar niet uit een pannetje van iemand die alleen maar boodschappen doet in de super. Want de super wil niet dat u zelf béarnaisesaus maakt.

Voor béarnaisesaus hebt u namelijk het tuinkruid dragon nodig. Sommigen zeggen zelfs dragon en kervel, maar hoe dan ook: geen van beide is bij de super verkrijgbaar. U moet ervoor naar de groentespecialist of naar de Turk of Marokkaan. Wie daar gewoonlijk niet komt, moet meteen maar even rondkijken, want er liggen daar meestal allerlei groenten, fruit en tuinkruiden waarvan de eigentijdse supershopper het bestaan niet eens meer vermoedt. Meestal kloppen die het assortiment van de super riant op smaak, maar leggen ze het helaas af op de gemaksfactor, reden waarom ze van de super niet meer mee mogen doen omdat die denkt dat elke moeite u te veel is. Neem nou béarnaisesaus. Die lukt niet bij iedereen altijd. Maar o, wat een beloning.

Gisteren was ik uitgenodigd op een erg leuke boekpresentatie. Over het boek ("Culinaire troost - Wat eet je op een begrafenis?" van Jeanette Diepenbroek) heb ik het volgende week nog even, maar die presentatie was zelf ook al bijzonder. De aanwezige eet- en kookschrijvers doken namelijk met elkaar de keuken in om gezamenlijk iets te koken van de ingrediënten die elk van hen had meegebracht. Omdat de presentatie in de Amsterdamse Watergraafsmeer was, was ik vooraf even langs gegaan bij slagerij De Wit in de Wakkerstraat, een ambachtelijke slagerij waarvan we er in Nederland op geen stukken na genoeg hebben. De Wit koopt hele koeien (en varkens, en lammeren) en snijdt die zelf uit. Zo kon het dat hij longhaas had liggen, een buitengewoon smakelijk stuk vlees van de middenrifspier van het rund waar ze in Frankrijk dol op zijn, maar wat wij hier niet lusten zodat de meeste slagers het niet eens verkopen.

Ik nam dit zeldzame lekkers uiteraard mee en omdat Edith verse dragon bleek te hebben meegenomen, kwam als vanzelf het idee om béarnaisesaus te maken. Even later waren wij allen aan tafel diep gelukkig, zo gelukkig als je alleen kunt worden van deze verrukkelijke, lobbige saus die de schrik is van menig voedingsvoorlichter--er gaat namelijk ook nog echte boter in. Tja, je moet het natuurlijk ook niet elke dag eten.

Béarnaisesaus

Nodig voor 2 grote of 4 kleine eters:

- 100 ml droge witte wijn
- 1/2 sjalotje
- 1 eetlepel dragonazijn of wittewijnazijn
- 1 eierdooier
- 2 eetlepels dragon, gevijzeld of fijngehakt
- 50 g boter
- 2 gekneusde witte peperkorrels

Smelt de boter op zeer laag vuur (vooral niet bruin laten worden of laten bruisen) en laat deze tot kamertemperatuur afkoelen. Doe de wijn in een steelpannetje met het gesnipperde sjalotje en de gekneusde peperkorrels. Breng aan de kook en laat op hoog vuur tot ruim een kwart inkoken. Zeef de inhoud in een ander steelpannetje, laat afkoelen tot kamertemperatuur en roer er de azijn door.

(dit is het punt waarop u het vlees bakt. De rest doet u terwijl het vlees ligt te rusten)

Maak een bain-marie klaar. Klop met een garde de eierdooier door het wijn-azijnmengsel en zet het pannetje in het bain-marie. Blijf voortdurend kloppen tot de massa licht begint te binden. Klop er nu scheutje voor scheutje en onder voortdurend energiek kloppen de gesmolten boter door en ga door met kloppen tot de massa lobbig is. Neem dan het pannetje uit het bain-marie, roer er de dragon door, klop nog even door, dien zo snel mogelijk op en wees samen gelukkiger dan enige klant van AH ooit geweest is.

03 maart 2011

Bout hachelen

Wees gerust: ik ben het met u eens. Het ging hier alweer ruimschoots lang genoeg over moedermelk en over perverselingen die hiervan consumptie-ijs maken. Vandaag gaan we bout hachelen. Hachelen is eten, dat weet u vermoedelijk. Met die bout wordt in die bargoense verwensing echter wel iets onsmakelijkers bedoeld dan wat u hiernaast afgebeeld ziet. Wie daar het fijne van wil weten, zoekt even het werkwoord "bouten" op. Doe dat niet vlak voor het eten.

Ik bedoel in elk geval vlees met bot. En wel van kip. Eerder deze week kreeg ik een mailtje van Onno Kleyn, die opriep tot een offensief. Hij doet dat af en toe, en ik kan daar elke keer heel goed de zin van inzien. Deze keer was de kipfilet het onderwerp van Onno's toorn, en daar heeft hij groot gelijk in. De kipfilet is namelijk voor de kip wat de visstick is voor de kabeljauw, maar dan minus het krokantje. Kipfilet is een laf stukje vlees dat je hypocriet laat vergeten dat je een vogel zit te eten. Kipfilet is goed voor 21e-eeuwse zeikkinderen. Want de kinderen uit mijn generatie waren blij met kip aan het bot. Dat mocht je immers met je handen eten. Maar ja, McDonald's bestond toen natuurlijk ook nog niet.

Goed, kipfilet kan soms handig zijn, maar echt subliem lekker wordt het nooit, zelfs als je wél tot het volksdeel hoort dat zo'n stukje weet te bakken zonder het tot schoenzool te reduceren. Voor écht lekker is bot nodig, want bot geeft smaak af. Juist, zoals in die stukjes vlees waar menigeen de neus voor ophaalt. Eigenlijk zou ik het niet moeten vertellen, want dank zij die schoenzooleters blijven de bouten, waarvan elke kip er nu éénmaal twee heeft, lekker betaalbaar. Maar goed, een eetschrijver heeft iets van een missionaris.

Pak nou niet meteen zo'n schaaltje van een paar dubbeltjes uit de super, maar doe het meteen goed en kies bouten van een kip die wat te melden heeft. Dat kost wat, twee keer zo veel als van een kiloknallerkip of zelfs meer, maar dan heb je ook wat. Ga naar een poelier als u die in de buurt hebt (het is helaas een uitstervend ras en ik moet inmiddels voor de dichtstbijzijnde 30 km rijden) of haal goede biologische kip. Dan weet u meteen dat het dier bij leven niet vol is gestopt met preventieve antibiotica. Label Rouge, ook vaak bij de super, is prima spul.

Het garen van kippenbout duurt iets langer dan van kipfilet, maar dat is geen bezwaar want u hebt er het grootste deel van de tijd geen omkijken naar: u doet het gewoon in de oven, waar de bouten afhankelijk van de grootte op 180 graden 35 tot 45 minuten in doorbrengen. Ze worden dan verrukkelijk gaar met een knapperig vel. Dat vel moest u van Sonja Bakker weggooien, maar Sonja bemoeit zich gelukkig niet meer met uw en mijn kip. Het vel weggooien, de gotspe.

Ik doe er zelfs meestal nog een schepje bovenop en smeer het vel in met mayonaise. Ja, dat is vet en u hebt geleerd dat vet eng is, maar mayonaise wordt gemaakt van plantaardige olie en dat hoorde immers bij de "goede vetten". Enfin, laat u maar niet in de war brengen. De kip wordt er in elk geval heerlijk krokant en verrukkelijk sappig van. Leuk is dat u door de mayonaise allerlei specerijen kunt roeren, een theelepel per bout zo ongeveer, waar de bouten dan helemaal van doortrokken raken. Ik mag graag oregano en knoflookpoeder gebruiken, of gemalen korianderzaad en komijn, of anders (dit is echt heerlijk) mild gerookt paprikapoeder uit de specialiteitenwinkel of van Made in Spain. Gewoon eens proberen.

02 maart 2011

... en dat is het inderdaad!

Af en toe is het wel aardig om een vraag te stellen waarop je het antwoord zelf al (gedeeltelijk) weet. In casu: waarom zou moedermelk een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid terwijl we juist proberen te zorgen dat zuigelingen ze toch vooral maar voldoende binnen kunnen krijgen? Waarom moedermelk wel en koemelk niet?

Dat heeft in elk geval niet in de eerste plaats te maken met het feit dat ijs van moedermelk een rauwmelks product is--tenminste, dat zou het in Nederland niet zijn. Veel mensen weten niet dat de verkoop van rauwe melk sinds 1 januari 2006 niet langer wettelijk verboden is (al worden er wel eisen gesteld aan zaken zoals het kiemgetal en de opslagtemperatuur), maar zelfs vóór die tijd zou ijs van moedermelk niet onder die regelgeving zijn gevallen, daar ze zich nadrukkelijk beperkte tot "melk die is afgescheiden door de melkklier van één of meer koeien, ooien, geiten of buffelkoeien".

Een belangrijker reden is dat moedermelk, in elk geval in theorie, besmet kan zijn met virussen zoals syfilis, hepatitis of HIV wanneer de moeder daarvan drager is, zoals onder andere wordt uiteengezet in een bulletin van het RIVM. Vreemd eigenlijk, want over dit risico wordt bv. in de aids-voorlichting nooit gerept. Wie beroepshalve met bloed in aanraking komt, draagt rubber handschoenen, een neus-mondkapje en een veiligheidsbril en neemt ook verder tal van voorzorgen, maar voor medewerk(st)ers van kinderdagverblijven die dagelijks in contact komen met moedermelk van vreemden, gelden deze voorzorgen kennelijk niet en zij krijgen hierover zo te zien niet ook de minste voorlichting. Ik vraag me af waarom eigenlijk niet--en nee, dit is dan weer géén vraag waarop ik het antwoord al weet.

Toch maar niet doen, dus, dat ijs van moedermelk, in elk geval niet als onbekend is uit wier boezem de grondstof afkomstig is. Overigens geldt dat wat mij betreft in de eerste plaats omdat het natuurlijk zo decadent is als wat.

Ergens heb ik trouwens het idee dat u toch al niet van plan was dezer dagen op zoek te gaan naar een ijssalon waar men u een bolletje van deze bijzondere specialiteit kan verkopen. Morgen gaan we het dan ook weer wat meer in de gewone keuken zoeken. Dan gaan we het hebben over kip, over het feit dat deze vogel ook botten heeft en over wat dat in de pan en tijdens het eten betekent.

01 maart 2011

... in elk geval potentieel gevaarlijk

De Britse autoriteiten vonden de vraag die ik gisteren stelde kennelijk niet zo boeiend. Meer dan in de vraag of ijs van moedermelk nu al dan niet tegennatuurlijker is dan ijs van koemelk, zijn zij geïnteresseerd in de vraag of ijs van moedermelk gevaarlijk is. In afwachting van zekerheid op dit vlak, gaan ze er vooralsnog van uit van wel. In elk geval moet de verkoop van het ijsje Baby Gaga onmiddelllijk gestaakt worden.

Interessant. Op grote schaal wordt moeders geadviseerd hun kinderen zo veel mogelijk borstvoeding te geven. Omdat dat vaak conflicteert met de arbeidsproductiviteit waarin zij ook geacht worden een rol te spelen, wordt er geadviseerd om tot kolven van melk over te gaan. Baby krijgt in zijn kinderdagverblijf melk uit een fles die de vorige dag door moeder is afgekolfd en koel is bewaard. Dat vinden we allemaal een geweldige vondst. Maar als op precies dezelfde manier melk wordt aangeleverd aan een ijsmaker in plaats van aan een kinderdagverblijf, gaan plotseling de alarmbellen rinkelen.

Nee, we zijn er nog niet uit hoe we in deze verlichte tijden, met overheden die weten wat goed voor ons is, om moeten gaan met een substantie als moedermelk. Dat geldt trouwens ook voor het geven van borstvoeding. Zo is sinds 2008 van ettelijke duizenden gebruikers van de dienst Facebook het account op non-actief gesteld. Zij hadden foto's geplaatst waarop te zien was hoe hun kind gezoogd werd. En zulke foto's, waarop ontblote borsten te zien zijn, zijn volgens de regels van Facebook obsceen.

Dat u dat dus ook maar even weet.

(dank Novi O'Magum)