Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

28 februari 2011

Tegennatuurlijk?

Hoera, we hadden van het weekend weer een internetfoodhype: een Britse ijssalon verkoopt ijs gemaakt van moedermelk. Op de internets buitelt men over elkaar heen rondom het excentrieke filmpje, waarin je de eigenaar van de ijssalon zijn product "een biologisch scharrelproduct" kunt horen noemen.

De ijsboer mag dan beweren zijn product totaal normaal te vinden, hij meende kennelijk toch dat het niet kon worden uitgevent zonder kinky geklede modellen. En nee, natuurlijk is er niets nieuws onder de zon. Wie even op de JijBuis de woorden "ice cream breast milk" intoetst, krijgt een ruime keuze voorgeschoteld. Des te vreemder dat je er nog steeds zo geweldig mee weet te scoren. Dat houdt natuurlijk pas op wanneer de media niet meer op dit soort berichtjes duiken als eenden op een broodwerper.

Wel nog even een vraag: ja, moedermelk is bestemd voor baby's en het is dus tegennatuurlijk als volwassenen het in de vorm van ijs gaan consumeren. Maar wat is er nu eigenlijk tegennatuurlijker: ijs van mensenmelk of ijs van koemelk? Ja, denk daar maar eens over na.

25 februari 2011

Du pain, du vin, du... Gouda

Het is een leuk toeval: een persbericht over de allereerste Nederlandse wijnwinkel dat op je elektronische deurmat ploft net als je bezig bent je verhaal in elkaar te zetten voor een begeleide lunch volgende week waarbij je (deze primeur is voor u!) alleen Nederlandse wijn laat schenken.

Moet ik dus nog overtuigd worden van de kwaliteit van Nederlandse wijn? Je zou denken van niet. Hoewel over smaak niet te twisten valt*, is het in elk geval duidelijk dat de kwaliteit in de afgelopen jaren met sprongen vooruit is gegaan. Dat geldt tot mijn plezier ook voor de eerste rode wijnen die zich aarzelend laten zien en waar ik vorig jaar al eens een wat mij betreft bijzonder geslaagde kennismaking mee mocht hebben.

Hoe dan ook heeft de Nederlandse wijn nu zijn eigen welverdiende webwinkel gekregen. Het initiatief is afkomstig van marketeer en wijnliefhebber Joris van Zoelen, die in het persbericht al min of meer toegeeft dat het om een uit de hand gelopen hobby gaat. Daar is overigens niets mis mee: hobbyisten zijn over het algemeen gepassioneerd en worden in de eerste plaats gedreven door liefde voor het product, wat mij betreft de belangrijkste eigenschap voor iedereen die mij spijs of drank wil verkopen.

Op dit moment zijn op de vorige maand gestarte site denederlandsewijnwinkel.nl al zo'n 35 (overwegend witte) wijnen van eigen bodem te koop van diverse domeinen in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en Gelderland, een assortiment dat in de komende tijd nog uitgebreid zal worden. Aardig is de mogelijkheid om zelf een doos samen te laten stellen van zes verschillende wijnen--een mooie manier dus om kennis te maken met een weliswaar niet traditioneel maar wel heel mooi Nederlands product van trotse en gedreven productenten. Aanrader!

Overigens, die lunch in Kasteel Groeneveld in Baarn op zondag 6 maart a.s.? Daar zijn nog enkele plaatsen voor vrij. Reserveren kan hier.

* En dus niet "over smaak valt te twisten", zoals ik tot mijn ergernis steeds vaker hoor zeggen.

24 februari 2011

Onderscheidende hamburgers

Het klonk allemaal zo aardig: "Eigenaren Robin en Stefan, liefhebbers van hamburgers, waren er van overtuigd dat er meer verse, sappige en smaakvolle hamburgers op de markt moeten zijn dan nu het geval is". Kijk, daar is geen speld tussen te krijgen, want dat vind ik ook. Het menu ziet er ook best aardig uit (al blijft het jammer dat er alleen fris van de gigant uit Atlanta te krijgen is, maar je kunt niet alles hebben) vooral in het vooruitzicht dat alle burgers écht op houtskool worden gegrild. En dat in mijn eigen Almere. Ik was al vast van plan eens bij BBQ Burger te gaan proeven.

Maar toen werd via Twitter het eerste wapenfeit van de nieuweling met de wereld gedeeld. Ineens was ik niet enthousiast meer. Dat je je wilt onderscheiden van de doorsneeburgers die we in Nederland allemaal wel kennen, prima. Maar dat gaan we toch alsjeblieft niet doen door de VS te overtreffen in obscene vreterij? Met een burger van anderhalve kilo vlees in een buitenmodel broodje, welk geheel je in je eentje moet opeten om je geld terug te krijgen en op de Wall of Fame vermeld te worden?

Sorry, jongens, maar dit is om tientallen redenen die ik hier niet allemaal ga uitspellen écht niet van deze tijd en die Wall of Fame is wat mij betreft een Wall of Shame. Gewoon nú meteen mee ophouden, want ik ben vast niet de enige die op slag geen trek meer heeft.

23 februari 2011

Hapje ESBL bij de koffie?


Zelfs mijn hulp in de huishouding had het gelezen. Met bezorgd gezicht vroeg ze mij deze week of ze haar gezin nu eigenlijk nog wel veilig kip kon voorzetten, nu gebleken was dat veel kip besmet is met de ESBL-bacterie.

Ja, die ESBL is best verontrustend, of eigenlijk is vooral de onderliggende problematiek dat: kippen en ook ander vee krijgen in Nederland nog steeds als regel preventief antibiotica toegediend. Er wordt al jaren over gepraat, maar niets aan gedaan en nu zijn de rapen gaar: er zijn hele resistentie bacteriestammen in de voedselketen terechtgekomen. Als je met zo'n bacterie besmet wordt, loop je stevig risico. Dat geldt vooral voor personen met een verhoogd risico, zoals kleine kinderen, bejaarden, zieken en zwangere vrouwen.

Nou verandert dat op zich voor kip niet zo gek veel, want daar moesten we tóch al voorzichtig mee zijn. De aanwijzingen die het Voedingscentrum gisteren op zijn site publiceerde, zijn dan ook niet nieuw: die voorzorgen namen we al ter voorkoming van zgn. kruisbesmetting met salmonella. Houd het er maar op dat er voor die elementaire voorzichtigheid--die overigens echt niet zoveel moeite kost--nóg een reden is.

De kok van het RTL4-programma koffietijd heeft kennelijk geen tijd voor het volgen van kranten, tv, internet of vakliteratuur. Hij stond vanmorgen vrolijk met zijn blote handen in een bak vol kipdelen te graaien om vervolgens zonder zijn handen te wassen aan de slag te gaan met aardappelen en compote en daarbij allerlei flesjes en keukengerei vast te grijpen. Je zou denken dat ze zich bij zo'n productiemaatschappij iets bewuster zijn van de voorbeeldfunctie van zo'n tv-kok, maar nee dus.

Nou ja, in elk geval is het te hopen dat gast Emile Roemer van de SP, juist iemand die nogal het voortouw neemt in de strijd tegen de uitwassen in de intensieve veehouderij, het einde van de campagne nog haalt.

22 februari 2011

Veel vette zuivel is gezond!

Ik had duidelijk weer een gevoelige plek geraakt gisteren. Mijn mailbox liep vol bijval van mensen die ervoor hebben doorgeleerd. Patricia Schutte van het Voedingscentrum, die ik via Twitter had ingeseind, bleef dan weer naar gewoonte muisstil. Nou ja, ze heeft gelijk. Dit is internet, zonder overheidssubsidie. Waait vanzelf weer over.

Ook kreeg ik van collega Lizet Kruyff nog het oorspronkelijke persbericht van de Universiteit van Maastricht toegestuurd. Mocht u, net als ik, hebben verwacht dat hier wat wetenschappelijker met de materie zou zijn omgegaan, wees dan welkom in de moderne wereld waar oneliners ook voor wetenschappers keiharde euro's opleveren: daarboven staat de zo mogelijk nog vetter aangezette kop "Vettax werkt echt". Foodwatch was weliswaar net iets voorzichtiger, maar ontpopte zich evenmin als de kritische organisatie waar je wat meer denkwerk van mag verwachten. Terwijl zij net 7,5 mille van de Triodos bank hebben gekregen en ik het op deze plek allemaal nog steeds voor niks doe.

Terwijl dat American Journal of Clinical Nutrition op zichzelf echt een heel serieuze publicatie is, waarin bepaald geen plaats is voor overspannen gejubel van bovenvermeld kaliber. Dat is dan ook in de publicatie zelf (waar het nog even zoeken naar was, want de auteurs van het persbericht hadden het begrijpelijkerwijs niet nodig gevonden daarnaar te verwijzen) absoluut niet te vinden. In plaats daarvan is het may decrease, could be a good policy, seems to interfere. Wel even wat anders.

Genoemde titel staat trouwens vol van lezenswaardige zaken. Neem nu bijvoorbeeld dit verhaal, waar je dan het Voedingscentrum en andere Nederlandse clubs nooit over hoort, hoewel het toch een specifiek op Nederland gerichte studie betreft, en dan ook nog een heel degelijke want over tien jaar en onder liefst 120.000 personen. Maar ja, hoe verkoop je na al die vetfobie nu dat een leven gevuld met volvette zuivel bij mannen niet en bij vrouwen slechts marginaal eerder lijkt (appears to) te eindigen? Moeilijk, moeilijk. Vooral als je de kans loopt dat een eetschrijver die door al dit boerenbedrog even in de contramine is daar in tit for tat-stijl zo'n lekker foute, want vette en categorische, kop boven zet. Eens kijken of me dat een smak subsidiegeld oplevert.

(Dank Paul van der Hart)

21 februari 2011

Vetfobie, stelligheid en wensdenken

Je hebt zo van die momenten dat je je afvraagt of je dan toch functioneel analfabeet bent. Dan wordt je verteld dat ergens iets te lezen staat, maar je ziet het niet. Dat gebeurt mij vandaag met dit stukje in VMT, een site met informatie voor de voedingsprofessional.

Wat ik er niet in zie staan? Dat mensen door toepassing van een vettax gezond gaan eten. Ja, dat staat er wel boven (kennelijk was de redactie van VMT het er niet over eens of dit nu een feit of een mening betrof en is als compromis gekozen voor alleen een aanhalingsteken sluiten) en het wordt ook hoopvol verondersteld door onderzoekster Janneke Giesen (en vervolgens door Patricia Schutte van het Voedingscentrum geponeerd met een stelligheid waarvoor in het artikel al helemáál geen enkele grond te vinden is), maar het stáát nergens.

Wat er wel staat, is a) dat mensen vet voedsel eerder laten staan als ze er extra belasting voor moeten betalen en b) dat afhankelijk van de geheven belasting het aantal calorieën in de door een proefpanel bestaande uit Amerikaanse studenten gekozen lunches met 100 tot 300 terugliep.

Als je nog iets beter leest, merk je nog andere dingen op. Zo blijkt het "vette voedsel" in casu te bestaan uit cheeseburgers, chips en brownies en bijvoorbeeld niet uit makreel, avocado of noten, wat toch ook buitengewoon vet voedsel is. Verder zie je dat hier voor de zoveelste keer "gezond" gelijk wordt gesteld met "minder vet bevattend" of zelfs "minder calorieën bevattend". Die opvatting viert weliswaar in de voorlichting van het Voedingscentrum hoogtij, maar is bepaald niet onomstreden. Sterker: vermindering van de hoeveelheid vet of calorieën in voeding kan voor bepaalde personen zelfs bijzonder ongezond zijn.

Het is bovendien uitermate kort door de bocht om te veronderstellen dat het gedrag van een groep Amerikaanse (!) studenten (!) die mogelijk ook nog eens weten dat ze aan een wetenschappelijke proef deelnemen en daardoor hun gedrag aanpassen één op één te vergelijken zal zijn met dat van de Nederlandse consument in een alledaagse situatie. Dat dat wishful thinking is, mag je om te beginnen al afleiden uit de totaal verschillende reacties tussen Amerikanen en Nederlanders op het rookverbod in de horeca. Nederlanders hebben, wat je daar ook verder van mag vinden, nu éénmaal een broertje dood aan alles wat naar betutteling zweemt en blijken dan telkens weer in de contramine te gaan.

Ongetwijfeld is het onderzoek betrouwbaar en volgens wetenschappelijke principes uitgevoerd. Maar de conclusies zoals ze in dit artikel worden verwoord, hangen wat mij betreft als los zand aan elkaar. Maar goed, Schutte maakt in elk geval één ding duidelijk: het kan, als het op hineininterpretieren aankomt, altijd nog stukken erger.

18 februari 2011

Even schaamteloos pluggen

Over twee weken, om precies te zijn op zondag 6 maart a.s., verzorg ik in het schitterende Kasteel Groeneveld in Baarn een lezing met lunch rond het thema Dier en Mens. Een hele eer als je bedenkt dat ik hierin vooraf ben gegaan door Onno Kleyn en Felix Wilbrink. Uiteraard wil je er dan wel wat spannends van maken.

Zojuist heb ik met de chefkok van Groeneveld besproken wat ik u daar wil laten voorzetten. Ik kan wel vast verklappen dat dat niet alledaags wordt.

Wat ik maar bedoel is: er zijn al aardig wat reserveringen binnen, maar er is nog plaats. Ik zou het leuk vinden als u erbij was. Reserveren kan hier.

17 februari 2011

Culinair volgens Jumbo

Culinair is eigenlijk louter een bijwoord. Iets staat culinair op hoog niveau, of is culinair verantwoord. En als je in de keuken staat, kun je culinair bezig zijn. Of je bent, zoals ik, culinair journalist, wat dus geen culinaire journalist heet. Daaraan zie je het al.

Maar de laatste tijd wordt culinair steeds meer gebruikt als bijvoeglijk naamwoord, met als (vage) betekenis dat liefhebbers van de betere keuken het bedoelde ook op waarde weten te schatten. Dan hebben we het over een "culinair recept" of over een "culinair product". Zeg maar poepsjiek lekker. Nog even en we hebben ook een vergrotende en een overtreffende trap. Dan is gerecht 1 weliswaar culinairder dan gerecht 2, maar is gerecht 3 toch wel het allerculinairst.

Jumbo heeft de opbiedwaarde van het begrip "culinair" ook ontdekt en heeft naast zijn gewone varkenshaas ook "varkenshaas culinair" in het schap. Heel erg lekkere varkenshaas, moeten u en ik daaruit ongetwijfeld opmaken.

Lezer Vleer ontdekte wat die "varkenshaas culinair" dan wel zo culinair maakt. Dat is het feit dat hij voor 20% uit iets anders dan varkenshaas bestaat. Hoofdzakelijk water dus, en daarnaast nog wat zout en wat spulletjes uit het laboratorium. Allemaal stukken goedkoper dan zelfs de kiloknallerigste varkenshaas--voor de super weliswaar, want u en ik betalen er méér voor dan voor die doodgewone onculinaire varkenshaas. Maar dat ontdek je naar goede supermarktgewoonte pas als je het kunststof bakje omdraait en de kleine lettertjes leest.

Met de groeten van Jumbo, waar vers nog écht vers is.

16 februari 2011

Toch maar niet gedaan


15 februari 2011

Of het gedrukt staat


Deze visman liegt dat-ie barst: ze zijn niet "weer". Ze zijn er nóg. De visman is ermee blijven zitten en moet er vanaf nu het nog kan. En hij rekent erop dat u en ik niet weten dat de Hollandse Nieuwe, de enige die zo mag heten, dit jaar op 11 juni aan land komt. Niet eerder.

Steeds meer viswinkels bieden zonder blikken of blozen het hele jaar door een product aan dat ze, tegen de regels in, "Hollandse Nieuwe" noemen. Wel is dit de eerste keer dat ik dit bedrog op zo'n fraaie voorgedrukte poster zie. Kennelijk is de volksverlakkerij inmiddels geheel geïnstitutionaliseerd. Ja, daar onderaan staat inderdaad "vangst 2010", al is die vermelding gesteld in vrij doeltreffende camouflagekleuren. Maar dat maakt het nog niet minder waar dat deze haring géén Hollandse Nieuwe is en ook niet zo verkocht mag worden. Zelfs al zijn de bewaartechnieken inmiddels zó goed, dat zo'n visje heus nog wel prima smaakt.

Maar het grofste is misschien nog wel de prijs. Twee euro. Twéé. Dat is slechts een kwartje minder dan toen hij nog écht nieuw en kaakvers in de winkel lag, en een halve euro duurder dan waarvoor vorig jaar nog een haring van vorig jaar te koop lag. Bij een visman die daar eerlijk over was, dat wel: hij bood "zo goed als nieuwe" haring aan.

Nou ja, die dure posters moeten ook betaald worden natuurlijk.

14 februari 2011

Van de maand

Vandaag helpt in Huize Eetschrijver de lamme de blinde. Ik ben door mijn rug gegaan en mijn geliefde G. voelt zich zo beroerd dat ze na één kopje slappe thee heeft besloten alleen water te blieven. Dergelijke omstandigheden kunnen je resoluut uit de eetstand halen. Er komt de hele dag al geen zinnig eetwoord uit mijn toetsenbord, en wat ik straks qua avondeten ga doen, weet ik ook al totaal niet. Iets waarbij ik niet hoef te staan.

Enfin, eigenlijk is dit wel een goed moment om, zo precies halverwege februari, degenen onder u die dit nog niet uit zichzelf gezien hadden, even erop te wijzen dat ik deze hele maand Gast van de Maand ben bij één van mijn leukste culicollega's. Dat is alleen al een benijdenswaardige hoedanigheid omdat Karin dan zo'n reuzeleuk portret van je tekent.

Overigens: toen Eetschrijven nog een Eetschrijventje was en pas een paar maanden bestond, heeft diezelfde Karin al eens een stukje aan dit blog gewijd. Ik kreeg toen zó maar voor het eerst ruim zeventig unieke bezoekers op één dag. Ja, dat was schrikken. Toen nog wel. Hoewel--dat zou het nú ook zijn. Maar niet op dezelfde manier.

11 februari 2011

Gevalletje gevaarlijke slaapkamer

Daar sta ik dan met mijn cynisme. Degenen die al jaren roepen dat je van al die kunstmatige zoetstoffen dohohóóód gaat, blijken toch gelijk te hebben. Tenminste, dat suggereert een onderzoek waaraan het Vlaamse dagblad Het Laatste Nieuws een artikel wijdt.

En het is zo maar niet een béétje gevaarlijker ook: liefst 61% méér kans op een hartaanval of beroerte loopt de consument van kunstmatig gezoete frisdranken. Voor je geestesoog doemt een beeld op van omvallende kegels. Hoe dat komt, weet onderzoekster Hannah Gardener, over wie wij verder van HLN niets mogen weten, overigens niet. Dat moet verder onderzoek nog uitwijzen.

Mag ik een kleine weddenschap met u aangaan? Uit dat vervolgonderzoek zal blijken dat frisdrank met suikervervangers vooral wordt gedronken door mensen die een gewichtsprobleem hebben. Dat veroorzaakt dan net zulke statistieken als die waaruit blijkt dat de slaapkamer veruit de gevaarlijkste plek in huis is omdat daar de meeste mensen sterven of die die zegt dat brandweerlieden brand veroorzaken omdat je ze vrijwel overal aantreft waar brand is.

Weet u wat ik me afvraag? Hoe het kan dat die statistieken kennelijk niet gelden voor kunstmatig gezoet fris zonder prik. Laat Hannah dát maar eens onderzoeken.

10 februari 2011

Over de kop

Met koppen moet je voorzichtig zijn. Voordat je het weet staat er iets anders dan je bedoelt. Neem nu de bovenstaande: u bent nu nieuwsgierig wie of wat er op de fles is gegaan. Nou, niemand, maar u kent mij dan ook als een woordspelig mens. Ik wilde het (nog maar eens) hebben over de kop boven een artikel in Misset Horeca.

Toch jammer dat zo'n publicatie er niet in slaagt koppen te bedenken die het onderwerp van een bijdrage niet meteen in een kwaad daglicht stellen. Want ook uit zo'n kop "Cafetaria's maken goede sier met test consumentenbond" (dat laatste moet trouwens met een hoofdletter, dames en heren) krijg je als lezer weer de indruk dat er hier sprake is van onterechte borstklopperij. Dat dat niet zo is, merk je pas als je het hele verhaal leest en je realiseert dat er wordt bedoeld "Test Consumentenbond goed opgepikt door cafetaria's".

Toch maar eens proberen? Het wordt anders zo suggestief, allemaal. En daar lees je toch geen vakblad voor?

Overigens, die havermout van gisteren? Daar blijkt een verbeterde walstechniek op losgelaten, zei mij een vriendelijke dame aan de telefoon. Zelf proefde ze overigens geen verschil, maar een proefpanel had laten weten de andersgewalste variant smakelijker van structuur te vinden. Ach, je kunt er maar gelukkig mee zijn.

09 februari 2011

Hoe dan verbeterd?


Wat gebeurt het toch vaak dat claims op verpakkingen meer vragen oproepen dan ze er beantwoorden. Neem deze nu: een pak havermout van Quaker meldt nu een verbeterde smaak! Nu is dat op zich niet zo bijzonder, want regelmatig zie je op producten vermeld dat de smaak nu verbeterd is, meestal met een uitroepteken. Of het product daarmee daadwerkelijk lekkerder is geworden, valt voor elke individuele consument natuurlijk nog af te wachten. Over smaak valt weliswaar te claimen, maar nog altijd niet te twisten.

Maar in dit geval is de claim raar, want hoe zou die verbeterde smaak nu toch bewerkstelligd zijn? Me dunkt dat je zoiets doet met een aangepaste receptuur of gewijzigde samenstelling. Alleen kan dat in dit geval niet, want volgens de ingrediëntendeclaratie bevatte en bevat het pak louter "100% havermout".

Ik popel om zoiets aan Quaker te vragen, maar mailen kan niet. Ik mag wel een briefje sturen naar een ouderwets antwoordnummer, maar dat vind ik zowel te langdurig als te onduurzaam. Ik mag ook bellen naar een 0800-nummer, maar daar wil men mij alleen tussen negen en twaalf 's morgens te woord staan. En tenslotte is er nog een website waar ik terecht kan: www.havermout.nl. Misschien hebt u daar meer succes dan ik.

Dit stukje dus vooralsnog louter om mijn verwondering met u te delen, eetlezer. Is die verbeterde smaak nu al dan niet slechts loos gequaak? Ik weet het op zijn vroegst morgen.

08 februari 2011

OK, allemaal stoppen met fruit eten!

Nou ja, behalve deze dan. Voor het geval u hem niet herkend had: het is een cacaoboon. En de cacaoboon maakt, zo is zojuist ondekt, alle fruit overbodig. Vergeet de acaïbes, de granaatappel en al die superfruits waarmee u de afgelopen jaren bent bestookt: chocolade is hét.

Tenminste dat zeggen... eh... tja, wie zeggen dat eigenlijk? The scientists who carried out a study. Namen worden niet genoemd. Wel lezen we dat cacaopoeder is vergeleken met poeders gemaakt van diverse vruchten. En kijk: méér antioxidanten en méér flavonoïden. Nog meer dan we al wisten.

Over vezels wordt wijselijk gezwegen. Logisch, want veel vezels zult u uit chocolade niet halen. "Gezond" blijkt voor de zoveelste keer een handig kapstokwoordje om u het hoofd op hol te brengen. Méér nutriënten per gram--ja, maar wat voor nutriënten? En als we die toer dan toch op gaan: hoe zit het met de nutriënten per calorie? Want daar heeft chocolade er nogal wat van, calorieën. Zeker als je chocolade met 60% cacao eet, waarbij de overige 40% voor het grootste deel uit geraffineerde suiker bestaat.

Zal ik de aap dan maar uit de mouw laten komen? Dat Hershey Center for Health & Nutrition waaraan deze anonieme wetenschappers verbonden zijn, is in feite de researchafdeling van een Amerikaanse chocoladefabriek. Vandaar ook die 60%--toevallig de donkerste variant die Hershey in huis heeft, voornamelijk omdat de Amerikanen nóg donkerder chocolade niet blieven en gruwen van de 70-80% waar Nederlandse chocoladeliefhebbers tuk op zijn. Met--bingo--37,5% suiker.

Let wel: ik zeg niet dat chocolade niet gezond is. Pure cacao bevat inderdaad tal van heilzame stoffen, waaronder met name grote hoeveelheden flavonoïden die onder meer een gunstig effect hebben op hart en bloedvaten. Dat vermoedden de Azteken al, die grote chocoladegebruikers waren. Alleen deden zij er nog geen suiker door--kijk, daar heb je al een verschil.

Hoe dan ook hebben we hier te maken met het zoveelste nonderzoek: wat er goed aan is, is niet nieuw en wat er nieuw aan is, is niet goed. Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend. Verbijsterend dat hier nog steeds zoveel dagbladen en tijdschriften in blijven trappen.

07 februari 2011

Stofwolken rondom de fooi

Zelden heeft een bijdrage op dit blog zo veel stof doen opwaaien als mijn stukje over fooien--of eigenlijk over Misset Horeca--hier afgelopen vrijdag. Uren woedde het debat op Twitter en het aantal bezoekers hier piekte op bijna het drievoudige van normaal. En dan was er de mail nog. De discussie is kennelijk hard nodig.

Interessant was dat er grosso modo twee kampen waren: de mensen uit de horeca die mij in grote meerderheid mijn stukje buitengewoon kwalijk namen en de klanten die mij er over het algemeen dankbaar voor waren. Zo mailde iemand "Afgelopen zaterdag in Amsterdam geluncht. Zeer slecht bediend. Voor het eerst in mijn leven geen fooi gegeven. Zonder jouw stukje had ik dat niet gedurfd". En iemand die zich bediende van een Hotmail-account waaraan alleen maar af te lezen viel dat hij/zij in de horeca werkzaam is, schreef: "Mocht ik u ooit op mijn werk aan een tafeltje zien zitten, dan is er wel kans dat er 'per ongeluk' een kop koffie over u heen gaat". Dezelfde tekst dook hier later als (eveneens anoniem) commentaar op.

Gelukkig waren niet alle reacties uit de horecahoek zo extreem, al ging het er soms stevig aan toe. Zo werd mij verweten dat ik me door niet automatisch een fooi te geven "niet als een goede gast gedroeg". En ook werd ik erop gewezen dat bedienend personeel in de horeca het vaak met een "schamel" loon moest doen en van de fooi afhankelijk was voor een behoorlijk inkomen. Ook de auteur van het stukje op Misset Horeca alludeerde daarop in een commentaar hier.

Om met het laatste te beginnen: het is natuurlijk bij de wilde beesten af dat een betalende klant (ja, ik weet dat ik "gast" hoor te zeggen maar ik heb de verhoudingen in deze discussie graag even helder) wordt lastiggevallen met het loonbeleid van het bedrijf dat hij beklant. Als ik thuis een loodgieter laat komen, ga ik me ook niet zitten afvragen of de man wel genoeg betaald krijgt van zijn baas en of ik daar eventueel niet een aanvulling op moet verschaffen. We leven niet meer in 1930 en je mag als klant simpelweg verwachten dat er geen morele chantage bij je wordt neergelegd. En wat het eerste betreft: ik ken geen enkele werknemer die het niet prettig vindt buiten het inkomen dat hij van zijn werkgever geniet ook waardering te krijgen van de klant, maar ook geen enkele andere branche waar men het vanzelfsprekend vindt dat die waardering financieel is. In de meeste bedrijven is dit zelfs (wat mij betreft terecht) verboden. Patron-cuisinier Niven Kunz, niet de minste zou je zeggen, heb ik naar aanleiding van een opmerking op Twitter gevraagd of hij een "goede gast" soms definieert als een fooienmachine. Ik geloof niet dat ik nog antwoord krijg. Mocht het idee leven dat iemand alleen een goede gast kan zijn als hij extra geld schuift, dan vind ik dat van een bedroevende armoede en vraag ik me af wie van de twee partijen dan eigenlijk de duitendief is.

Want laten we even niet vergeten dat het dáár allemaal om begon: Misset Horeca dat zich aanmatigde om mensen die geen of een "te kleine" fooi te geven als "te zuinig" neer te zetten. Dat getuigt wat mij betreft--en gelukkig was ook een enkeling uit de horeca dat met mij eens--van een bijzonder slecht begrip van wat goed gastheerschap inhoudt. Met zo'n mentaliteit verbeur je wat mij betreft elk recht om "goede gasten" te verlangen.

Nogmaals: voor bijzonder fijne en attente bediening heb ik heus wel een extraatje over (al lijkt het me ook dan dat in de eerste plaats de exploitant zijn handen zou moeten dichtknijpen en zien dat hij zo'n goede kracht ook goed beloont). Maar voor normale bediening betaal ik de normale prijs--immers inclusief bedieningsgeld--en bij slechte of onbeleefde bediening klaag ik bij de gerant.

Enfin, ik merk wel of ik mijn kleding de komende tijd in de horeca schoon weet te houden.

04 februari 2011

Te krenterig

Stel, u stapt een winkel uit met uw boodschappen en u hoort achter u nog net de winkelier zeggen "Wat een gierigaard! Een fooi kon er niet af". Terecht zou u daar behoorlijk nijdig over zijn, want u hebt net die winkel de gunst van uw betaalde klandizie bewezen. Een winkelier zal dan ook wel uitkijken u op die manier neer te zetten.

Maar voor de horeca gelden kennelijk andere regels. Misset Horeca vindt het zo te zien helemaal geen probleem om u en mij in een welgekozen kop als vrek neer te zetten. Veel van ons zijn "te zuinig voor een fooi", zo heet het daar. En hartelijk dank voor uw klandizie!

En waar gaat dat "veel" over? Over 14% van de klanten, zo blijkt. Of nee, over 26%, want een fooi van twee procent is ook al niet genoeg. Dat is ook zuinig. En slechts (ja, er staat echt "slechts"!) 3% van de gasten is zo royaal dat de fooi uitkomt op meer dan 10%. Nounounou, wat hebben we het zwaar.

Even voor de duidelijkheid: de fooi is in Nederland in 1988 afgeschaft. Terecht vonden wij het niet meer van deze tijd dat werknemers afhankelijk werden gemaakt van de willekeurige goedgeefsheid van klanten. Sindsdien is het wettelijk verplicht het bedieningsgeld in de verkoopprijs van het geserveerde op te nemen. Het is vervolgens de verantwoordelijkheid van de horeca-ondernemer om zijn personeel zodanig te betalen dat hij prestaties mag verwachten die aansluiten bij het imago van zijn bedrijf, en zich te realiseren dat een slecht bediende klant mogelijk volgende keer wel ergens anders gaat eten.

U mag het gerust weten: ik geef bijna nooit een fooi. Ik betaal namelijk een all-in prijs voor een dienstverlening die erin bestaat mij een goede maaltijd aan tafel te serveren. En die prijs betaal ik aan een bedrijf waar degene die mij bedient een medewerker van is. Alleen als ik bijzonder tevreden ben--als iemand iets bijzonders voor me heeft gedaan of als ik juich aan de tafelrand--geef ik incidenteel iets extra's bovenop het bedieningsgeld dat ik al betaal.

Wat mij betreft is dat de normaalste zaak van de wereld. En Misset Horeca mag zich voor zijn laatdunkende opmerking over de goed geld neertellende klanten van zijn branche de ogen uit de kop schamen. Onbeschofte rekels. Laat ik het niet nog eens merken!

03 februari 2011

Het Voedingscentrum helpt (nog maar eens)


Ik was ze eerlijk gezegd alweer vergeten, de mailtjes die het Voedingscentrum mij beloofd had om mij te helpen gezondere producten te kiezen. Het was tot nu toe bij één gebleven. Maar verdomd: vandaag plofte er ineens een nieuw exemplaar in mijn mailbox. Deze keer vertelt men mij wat gezonde opties voor dranken zijn.

Niet dat ik dat niet al weet. De allerbeste drank is water, uiteraard uit de kraan want dat is in Nederland van topkwaliteit en bespaart scheppen geld en massa's foodmiles ten opzichte van flessenwater. Thee of koffie zonder suiker zijn, mits met mate, ook prima.

Maar daar blijkt het Voedingscentrum heel anders over te denken, blijkens de aanbeveling die ik en een onbekend aantal anderen vandaag krijgen en die mij echt van mijn stoel doet vallen. Want ik blijk het best een suikerbom te kunnen drinken.

Het is toch wat met dat Voedingscentrum. Elke keer als ik denk dat het misschien wel de goede kant uitgaat met ze, doen ze weer zoiets. Waarom toch?

02 februari 2011

Knoeiolie


Iedereen zou het vaker moeten doen: de kleine lettertjes lezen op etiketten. Je wordt er dikwijls veel wijzer van, in ieder geval een stuk wijzer dan van de juichende opschriften op prominentere plekken, inclusief de verschillende labeltjes die je duidelijk moeten maken hoe "bewust" je wel gekozen hebt. Want ja, het bewust kiezen wordt tegenwoordig meestal gedelegeerd aan een club waarvan de criteria maar aan een enkeling duidelijk zijn. De tarieven voor het gebruik van dat logootje zijn trouwens nog veel minder bekend.

Maar van bovenstaand opschrift op een fles olijfolie van het merk Carbonell kon ik toch ook eigenlijk weinig chocola maken. Ik zag wel wat er stond, maar toch ook weer niet. Om te beginnen was mij eigenlijk niet duidelijk waarom daar twee keer bijna hetzelfde staat. En ten tweede wilde ik best eens weten wat nu eigenlijk het verschil was tussen "geraffineerde olijfolie" en "rechtstreeks uit olijven verkregen olie". Want dat tweede gaf mij sterk het gevoel dat die eerste component dus niet rechtstreeks uit olijven verkregen was. Hoe onrechtstreeks dan precies? En hoeveel onrechtstreekse olie zat er in deze olie? Ik kwam er niet achter en besloot eens navraag te doen.

Ik kwam uit bij Maria van de website originalandalucia.com, die mij een schokkend boekje opendeed over hoe er door de grote merken gerommeld wordt met dit natuurproduct.

U weet natuurlijk dat olie van de eerste (koude) persing als de beste geldt. Maar weet u hoeveel persingen er eigenlijk zijn? Dat varieert, maar zeker is dat de laatste persing niet meer voor menselijke consumptie geschikt is omdat deze olie te veel zuren bevat en te veel verontreinigd is. Deze olie wordt dan ook door de Spanjaarden lampante genoemd--inderdaad, lampolie, en daar wordt ze van oudsher dan ook voor gebruikt.

Maar nu niet meer, en dat ligt niet alleen aan de opkomst van het elektrisch licht. Deze rommel wordt namelijk tegenwoordig opgekocht door grote producenten, die er nieuwe technologie op loslaten. Met diverse chemische processen worden de zuren eruit geraffineerd en alles wat er verder nog aan levend product in zit, gaat in één moeite mee. Wat overblijft is een waterig natje dat amper nog kleur heeft en naar verluidt een weinig appetijtelijke smaak.

Dit spul wordt vervolgens in een verhouding 3:1 vermengd met extra virgine van uiteenlopende herkomst. Vandaar dus een vage smaak van olijf. Natuurlijk is deze olie bij uitstek geschikt om te bakken--logisch: aan een salade voegt dit rommeltje weinig smaak toe. Winst wordt er wel op gemaakt, want volgens Maria gaat deze olie vier- tot vijfmaal over de kop. De Bertolli's en Carbonells van deze wereld zijn dan ook de voedingsvoorlichters bijzonder dankbaar: zij vertellen de Nederlander dat olijfolie zo gezond is, maar omdat de Nederlander geen enkele traditie heeft op het gebied van olijfolie, weet die op dat punt geen kaf van koren te onderscheiden.

Gelukkig hebben we wel een warenwet die voorschrijft dat er eerlijk moet worden geëtiketteerd. Dat leidt dus tot opschriften als het bovenstaande. Duidelijk, nietwaar?

Nee, inderdaad. Maar tot een volksoproer zal dat wel niet leiden. Dit is Nederland. Wij willen niet weten wat we eten. En we willen er zeker niet voor betalen. Ja, u wel, en ik ook. Maar dat moet je dus graag willen. Want de super vindt het bovenbeschreven rommeltje goed genoeg. Daarbij geholpen door het feit dat er aan rommel het best wordt verdiend. Vooral als het om spul gaat waarvan de modale Nederlander alleen weet dat het "zo gezond" is.

01 februari 2011

Zout op de korrel

Robert Jan van Houten, voormalig collega-eetblogger die zijn moede handen stilzwijgend aan de wilgen lijkt te hebben gehangen, wees me erop: een berichtje dat verscheen op de voedingsindustriesite EVMI, met de titel "Overheid moet zoutreductie verplichten". Voor de duidelijkheid: de aanhalingstekens maken deel uit van de titel. Het gaat dus om andermans mening.

In de zes alinea's van het bericht wordt aandacht besteed aan een rapport van 50 pagina's met de titel "Minder zout graag"! - Hoe en waarom de voedingsmiddelindustrie ons gezonder kan maken" van een drietal studenten aan de Open Universiteit Nederland. Zes alinea's is natuurlijk niet veel en dus is het begrijpelijk dat er keuzes gemaakt moeten worden. Eén van die keuzes was het besteden van een alinea aan een uitgelichte maatregel:

"Ze stellen dat het daarbij vooral gaat om reductie van de hoeveelheid zout in bewerkte voeding. Ze pleiten onder meer voor een verplichting voor restaurants om de hoeveelheid zout in hun producten te vermelden. Daardoor worden restaurants namelijk aangespoord het zoutgehalte van hun eten te verlagen".

Een interessante zienswijze. Ik weet niet hoe het met u is, maar zó vaak eet ik nu ook weer niet in restaurants--in ieder geval, dunkt me, niet zo dikwijls dat zelfs een zeer radicale reductie in de hoeveelheid zout die daar in mijn voedsel gaat een significante vermindering van mijn globale zoutinname kan leiden. Dan krijg ik zin om zo'n rapport eens lekker te gaan fileren.

Maar daar bleek weinig aanleiding toe. "Restaurants" (men heeft het over "eetgelegenheiden buitenshuis: snackbars, (afhaal)restaurants, kantines, verkoopunten op stations, etc." en met name McDonald's en Burger King worden genoemd) spelen volgens het rapport een rol die "ook belangrijk" is, maar zeker geen hoofdrol. Veel harder krijgen de producenten van prefabvoedsel ervan langs, in taal die mij uit het hart gegrepen is:

"Of iets "gezond" of "ongezond" is hangt altijd af van de context en in die zin zijn labels als "gezond" of "ongezond" eigenlijk per definitie misleidend. Over deze nuances hebben producenten het liever niet. Als ze dat wel deden zouden ze namelijk in veel gevallen tegen hun klanten moeten zeggen dat ze beter minder (of helemaal niets) van hun producten zouden moeten kopen. Dat is, gelet op het doel dat ze nastreven - geld verdienen - tegennatuurlijk en gebeurt dus ook niet. Treffende illustratie hiervan is een rapport waarin, in het kader van de bestrijding van obesitas, de mogelijkheden worden onderzocht om meer lucht en water aan producten te kunnen toevoegen".

Vindt u het nou ook zo gek dat evmi.nl, tenslotte een site voor en door de voedingsmiddelenindustrie, dit aspect er niet heeft uitgelicht? Nee, ik eigenlijk ook niet. Je wordt er als prefabvoerfabrikant lelijk op gezet door het drietal onderzoekers. Dan liever de zaak in het licht belachelijke trekken en naar de restaurantkeuken wijzen.

Maar dat blijkt dus suggestief bedrog. Het rapport wijst ondubbelzinnig naar bewerkte voedselproducten, die verantwoordelijk worden gehouden voor 70-85% van onze dagelijkse zoutinname. En ook zegt het rapport letterlijk dat we van het bedrijfsleven vermoedelijk geen vrijwillige zoutreductie kunnen verwachten--dat heeft immers tot doel winst te maken. De bal móet dus wel bij de overheid worden neergelegd, want ook convenanten werken niet: men houdt zich er niet aan en dus leiden vrijwillige overeenkomsten om maatschappelijk verantwoord te ondernemen in de praktijk louter tot vertraging van wettelijke maatregelen.

Het is harde, zeg maar ongezouten, taal. Ik ben benieuwd in wat voor wollige termen één en ander door de diverse belangengroepen zal worden vertaald. De berichtgeving op evmi.nl lijkt een veeg teken.

Overigens ga ik overmorgen op werkbezoek bij HAK. Daar gaat men mij onder meer laten zien hoe de hoeveelheid zout in de producten drastisch is gereduceerd. Het kan dus wel.