Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

31 januari 2011

Culinaire vrijbuiterij

U hebt misschien niets met Twitter. Ik ook niet, een goed jaar geleden. Maar als dat niet veranderd was, had ik heel wat gemist. Improvisatiediners, lunches, de undergroundboerenmarkt en andere "twevenementen" zoals de bijvoorbeeld afgelopen zaterdag de WinterBBQ in Park Sonsbeek in Arnhem.

De namiddag was al flink koud en de avond was alleen voor de bikkels of degenen die, zoals ik, motorhandschoenen hebben die tot -30 het gevoel in de vingers weten te houden. Het lijkt totaal bezopen om dan te gaan barbecuen en toch was het een warm bad met allemaal mensen die van heerlijk en eerlijk eten houden. @CasaForesta had paddenstoelenworst bij zich alsook een heel Achterhoeks landvarken dat aan het spit ging, @EdsKitchen stond achter een ketel heerlijke Lapse zalmchowder, @Desemenzo had brood meegenomen dat ervoor zorgt dat je in geen zes maanden meer die gebakken stopverf uit de super aanraakt en zo kan ik nog wel even doorgaan. Het was bijzonder, en maar één van de vele uitingen van culinaire anarchie die dank zij Twitter hun beslag krijgen, buiten alle reguliere kanalen om.

Neem nu aanstaande woensdag. Dan ga ik bijvoorbeeld op een ultra-geheime locatie genieten van een "underground rijsttafel", waarbij alle deelnemers niet alleen aanschuiven, maar ook een handje toesteken in de keuken. Ik verheug me er nu al op.

Nee, twitteren is wel iets anders dan "goedemorgen zojuist opgestaan ff zien wat ik nu is zal doen", zoals ik geruime tijd ten onrechte verondersteld heb. Ja, dat soort puberale nietszeggerij is er natuurlijk ook wel, maar daar hoef je niets van te zien. Volg de juiste mensen en een wereld gaat voor je open. Een wereld waar het, als je wilt, erg lekker eten is.

O, die soep was heerlijk en hij blijkt ook verbazend makkelijk: Ed was zo vriendelijk het recept online te zetten. Ik zou zeggen, smakelijk. En doe Ed de groeten van @Eetschrijver.

28 januari 2011

Of je worst lust

Soms lijkt de wereld erop uit om je voor aap te zetten. Dan heb je nét iets gepubliceerd en wordt het door het nieuws achterhaald. Daar zijn beroemde voorbeelden van waarvan ik me er nu natuurlijk niet één voor de geest kan halen. Maar nog erger is het als je stukje nog niet eens te lezen is wanneer de actualiteit haar poetsen bakt.

Zo leverde ik eergisteren een column in voor de site puurgezond.nu. Ik ga over de inhoud verder niets vertellen want die primeur komt natuurlijk de opdrachtgever toe, maar één zinnetje licht ik er even uit. Het luidde: "Worst maken, dat kunnen ze in België veel beter dan bij ons".

En dan kun je er dus op wachten: vandaag slaat de Belgische Consumentenbond Verbruikersunie groot alarm en laat van de Belgische braadworst weinig heel. Sterker, bijna eenderde blijkt besmet met de listeriabacterie. Ook bij onze zuiderburen bestaan kennelijk al geen zekerheden meer. Je zou in je wanhoop bijna blij worden met het excuus voor braadworst dat ze je bij AH in de maag splitsen, waarbij ik nadrukkelijk wil zeggen dat de "puur & eerlijk" variant slechts marginaal minder laf smaakt dan de kiloknallende.

Gisterenavond maakte ik stoemp met worst. In feite is dat dus Vlaams voor stamppot, maar ook weer niet. Het verschil is namelijk dat je stoemp niet alleen zelf maakt met echte groenten en echte aardappelen, maar ook nog eens dat je ingrediënten van uitstekende kwaliteit gebruikt. Ook de worst dus. Een flutworst valt namelijk meedogenloos door de mand. Daarvan vraag je je al bij de eerste hap volkomen terecht af wat hij daar in vredesnaam op dat bord ligt te doen.

Hoe dan ook: eetlezeres Sabrina, die morgen 30 wordt waarvoor bij deze gefeliciteerd, wilde dit recept graag hebben.

Stoemp van knolselderij met worst

Nodig voor 4

- 1 selderijknol van de groenteman
- 1 kg kruimige aardappelen, idem
- enkele takjes bladselderij, idem
- 4 braadworsten van onberispelijke herkomst, bijvoorbeeld bovenstaande van http://www.ekovleesboerderij.nl/
- ca. 1 liter zelfgetrokken groentenbouillon
- ca. 100 g boter (nooit margarine)
- 2 eetlepels bloem
- 30 g goede parmezaan of andere harde kaas, aan een stukje
- versgemalen zwarte peper, zout

Braad de worsten in een gietijzeren pan op vrij hoog vuur aan met 75 g boter. Schenk daarna een bodempje heet water bij de worsten, draai het vuur laag en laat ze met het deksel op de pan verder garen; af en toe keren en opletten dat ze niet droog komen te staan. Breng de bouillon aan de kook en voeg wat zout toe. Schil de aardappelen en snijd ze in blokjes en doe daarna hetzelfde met de knolselderij. Doe beide in de kokende bouillon en laat 17 minuten koken met het deksel op de pan. Rasp intussen de kaas en hak van de peterselie de blaadjes (niet de steeltjes) fijn.

Giet, als de groenten gaar zijn, het kookvocht af boven een kom of pan. Leg de worsten erbij om ze warm te houden en doe het deksel weer op de pan. Laat het braadvocht van de worsten even inkoken en voeg onder energiek roeren de bloem bij. Laat deze al roerend even garen. Voeg nu beetje voor beetje kookvocht van de groenten toe tot u een mooie gebonden jus hebt. Klop hier nu nog 25 g koude boter bij.

Leg de worsten weer even in de jus en stamp met de stamper de groenten tot grove puree (vooral niet te fijn). Roer hier de peterselie en de kaas bij en maal er zwarte peper naar smaak bij. Opdienen op voorverwarmde borden met de worst ernaast en een gulle hoeveelheid van de gebonden jus.

U houdt overigens flink wat van die zelfgetrokken bouillon over, die nog meer smaak heeft gekregen van het koken. Die gooit u dus natuurlijk niet weg, maar u maakt er de volgende dag een lekkere soep mee, bijvoorbeeld uiensoep.

27 januari 2011

De vele gedaanten van gezond

"Steeds meer cafetaria's frituren gezond", juicht de Consumentenbond vandaag in een persbericht waaraan onder andere Misset Horeca aandacht besteedt. Bedoeld wordt dat de vette hap wordt klaargemaakt in vloeibaar frituurvet, dat meer onverzadigde vetten bevat. Op zich is dat mooi natuurlijk. Het is trouwens ook erg lekker.

Maar ik kijk een beetje scheef naar dat woord "gezond", want dat begrip is onderhand als geen ander aan inflatie onderhevig. Hoeveel mensen zouden er denken dat ze, in plaats van een warme maaltijd uit eigen keuken op te dienen, vanavond hun gezin wel verantwoord kunnen trakteren op frieten en kroketten omdat die tegenwoordig "gezond" worden klaargemaakt?

Ooit vroeg ik eens aan de Voedsel- en Warenautoriteit of dat nou zo maar mocht, het woord "gezond" afdrukken op een gesuikerde yoghurtdrank die 0,6% vruchtensap bevat? Het antwoord was hallucinerend: ja, dat mocht, want voedsel dat ongezond is, mag in Nederland niet worden verkocht.

"Gezond" is echt niet zo'n heel moeilijk woord, maar het lijkt onderhand wel of elke partij er zijn eigen invulling aan geeft, waardoor het inmiddels zó veel betekent dat het eigenlijk geheel betekenisloos is geworden. Misschien toch iets waar zowel voorlichters als wetgever eens nader zouden moeten kijken. Want met vrijblijvendheid in voorlichting en wetgeving schiet niemand iets op.

26 januari 2011

Volkssuper

Waarom is het assortiment van de supermarkt eigenlijk zoals het is, waarom is de kwaliteit van verse producten zo middelmatig en waarom zijn allerlei dingen die je best wilt hebben er niet te vinden? Dat is omdat wij dit zo willen, stelt de super. Wij willen deze spullen voor deze prijzen.

Hoe de super dat weet? Ongetwijfeld doordat hij aan marktonderzoek doet. En omdat het bewijs van de pudding in het eten ligt, zoals een oudhollands spreekwoord zegt. Maar natuurlijk zijn er ook dingen die de super ons niet vertelt. Hoe het bijvoorbeeld zit met het typisch Nederlandse fenomeen van de margemix, waarbij het verlies op sommige producten wordt gefinancierd met de winst op andere, iets wat overigens alleen in Nederland wettelijk toegestaan is. En natuurlijk ook niet op welke criteria er precies wordt ingekocht. En natuurlijk maakt het concept van de super het ook niet makkelijk om input te geven over wat we nu eigenlijk liever anders zouden zien. Trouwens, uit het oog is uit het hart. Waar het in werkelijkheid op neerkomt voor de meeste klanten is dat ze comfort krijgen. One Stop Shopping. Waarbij ze het voor lief nemen dat ze het moeten doen voor wat Big Al voor ze in huis haalt. Als je het als super goed doet, komen je klanten nergens anders meer. Dan weten ze uiteindelijk niet meer wat ze missen. We zijn daar al aardig naar op weg.

Kan het anders? Ongetwijfeld. Maar dat moet wel leefbaar zijn. En laten we eerlijk zijn: de super is natuurlijk qua concept absoluut van deze tijd. Voor de meeste mensen is een traditionelere manier van voedsel inkopen niet haalbaar. Te omslachtig. En vaak ook: te duur. Want wij Nederlanders willen voor heel wat dingen best iets betalen, maar niet voor ons eten.

In Engeland wordt sinds vorig jaar geëxperimenteerd met een concept dat oorspronkelijk uit--waar anders--de VS afkomstig is: the People's Supermarket. Een super voor en door buurtbewoners, waar je alleen mag kopen als je lid bent en waar je alleen lid van kunt worden als je er een paar uur per week vrijwillig komt werken. Zo beslis je dus ook mee over wat er in de super te koop is.

Werkt het? De waarheid is: min of meer. De winkel in de Londonse deelgemeente Holborn bestaat nu op de kop af zes maanden en staat in elk geval niet boordevol hebbedingen zoals je als culi zou hopen. In feite is het assortiment aanzienlijk beperkter dan dat van de modale Tesco's en oogt het allemaal eigenlijk net zo Marxistisch als de website klinkt--een website die overigens na zes maanden nog altijd uiterst summier is en nog vrijwel geheel under development is. Ook met het basisprincipe wordt enigszins de hand gelicht: iedereen kan er kopen, maar alleen de leden profiteren van ledenprijzen en helpen het inkoopbeleid mee bepalen. Omzetcijfers zijn niet bekend, maar het klinkt niet als iets waar Tesco's van zal schrikken.

Misschien heeft het allemaal meer tijd nodig, maar ergens heb ik het gevoel dat dit het ook niet is en dat wij het hier in Nederland niet van moeten hebben als we het dictaat van ons handjevol supers willen doorbreken. We zullen toe moeten naar structuren die het principe van de coöperatie vertalen naar moderne marketingconcepten, die professioneel worden aangepakt vanuit een gezond winstprincipe. Hier en daar zijn mensen daar al mee bezig. Benieuwd wat er uiteindelijk boven komt drijven. En of er een voldoende proportie Nederlanders bereid zal blijken in de beurs te tasten voor de kwaliteit en diversiteit waar het momenteel nog flink zoeken naar is.

25 januari 2011

Chemicus en boer

De moderne scheikunde is, afhankelijk of je Boyle, Lavoisier of Dalton als startpunt kiest, grofweg tussen de 200 en de 350 jaar oud. De mens deed het het grootste deel van zijn bestaan zonder. Ik moest eraan denken toen ik vandaag kennisnam van de afscheidsrede van Martijn Katan.

Ik weet het, ik heb regelmatig geklaagd over de aanhangers van het simplisme in de voedselvoorlichting, de mensen die stoplichten of klavertjes op voedsel plakken om ons als consument duidelijk te maken of we hetgeen we in de schappen van de super zien al dan niet met gerust hart naar binnen kunnen werken. Daarmee maak je mensen tot honden van Pavlov, die zonder zo'n etiketje compleet verloren zijn. Dat is africhten in plaats van voorlichten.

Maar dit betoog is dan weer het andere uiterste. Ons eten, vindt de professor die ervoor heeft doorgeleerd, is zó ingewikkeld dat gewone mensen het allemaal niet kunnen bevatten. Zo is het bijvoorbeeld al niet meer voldoende om consumenten te vertellen dat ze veel groenten moeten eten, want je hebt kans dat ze dan nog niet alles binnen krijgen wat ze nodig hebben. Want er zijn zovéél groenten, en allemaal hebben ze specifieke stofjes waarvan we genoeg en vooral niet te veel binnen moeten krijgen.

Kortom: we kunnen het niet zelf. We hebben de deskundologen nodig om gezond te blijven.

Hoe deden Unk en Wunk dat vroeger eigenlijk? Zij hadden geen voedingsdeskundigen en wisten niets van scheikunde, en toch werden ze niet ziek door hun dieet. Hooguit omdat ze nog niet wisten dat ze hun handen moesten wassen vóór het eten, omdat ze niet genoeg konden vinden, omdat ze het voedsel lieten bederven of omdat een sabeltandtijger het hapje van hun keuze óók wilde hebben.

Het antwoord ligt voor de hand: Unk en Wunk hadden niet zo veel te kiezen. Als zij een wortel vonden, aten ze wortel. Vonden ze bessen, dan aten ze bessen. En vingen ze een vis, dan aten ze vis. En zo aten ze vanzelf gevarieerd.

Wij hebben het beter geregeld. Waar wij trek in hebben, dat eten we, desnoods elke dag en desnoods geheel buiten het seizoen. Vinden wij bijvoorbeeld knolgroenten of peulvruchten niet zo lekker of lastig klaar te maken, dan eten we nooit knolgroenten of peulvruchten, want de calorieën zijn altijd in ruime variatie te koop. We kunnen dus lekker kieskeurig zijn. En doordat we zoveel variatie aangeboden krijgen, eten we dikwijls niet gevarieerd genoeg. We pikken de krenten uit de pap. Terwijl we voor een evenwichtig voedingspatroon die pap ook nodig hebben.

De chemie heeft de mens veel goeds gebracht. Zo veel, dat het té veel geworden is. We hebben nu kennelijk deskundigen nodig om met de luxe van de ruime keuze om te kunnen gaan.

Maar dat hoeven geen scheikundigen te zijn. De groenteman (die van "cha cha cha, tsja, wat zullen we eten?") is er niet meer, maar met de wekelijkse groententassen waar je links en rechts via internet op kunt abonneren, kom je ook al een heel eind. Want de boer, die--inmiddels geheel ten onrechte--de naam heeft niet te eten wat hij niet kent, weet qua variatie van zijn gezond nog wel af. En van het uwe ook. Kan die microscoop mooi in de kast blijven.

24 januari 2011

Die broodnodige variatie

Zeg nooit zo maar banaan tegen een banaan. Die welke wij vrijwel allemaal eten heeft namelijk een naam. Nee, niet Chiquita, maar Cavendish. En met de Cavendish gaat het niet goed. Hij heeft een probleempje waar andere bananensoorten geen last van hebben.

U moet namelijk weten dat de Cavendish--of, juister, Giant Cavendish--geen natuurproduct is. Hij is door mensenhand veredeld ter gelegenheid waarvan hij een ongelukje heeft gehad: hij werd van diploïde triploïde, wat betekent dat hij in zijn celkern drie clusters chromosomen heeft in plaats van twee zoals zijn wilde stamvader had. Nu is hij steriel en kan zich niet meer zelfstandig voortplanten: hij kan alleen maar vermeerderd worden door stekken. In de handel vond men dat ongetwijfeld een pluspunt, want wat zichzelf niet vermeerdert, heeft hulp nodig van deskundigen. Daar kan dus geld aan verdiend worden.

Er zit wel een schaduwkantje aan: alle bananenbomen in de wereld die ons favoriete bananenras dragen, zijn lid van één grote familie genetische ééneiïge multimiljoenlingen: allemaal precies gelijk. Dat is natuurlijk fijn voor iedereen die deze bananen eet en voor geen goud een andere smaak wil, alleen is het probleem dat die eters zich niet beperken tot de menselijke soort. Zo heeft ergens in de jaren '90 een schimmelsoort ontdekt dat ze een gigantische voedselreserve aanboorde door zich specifiek op de Cavendish te gaan toeleggen. Momenteel houdt de schimmel, die luistert naar de vrolijke naam TR4, al verwoestend huis in Oost-Azië waar de ene na de andere plantage het loodje legt. Het lijkt een kwestie van tijd vóór de aandoening ook in Latijns-Amerika vaste voet aan de grond krijgt.

Wrang is dat de Cavendish nu juist veredeld is om de wereld van bananen te kunnen blijven voorzien nadat vroeg in de vorige eeuw de Panama-pandemie de toen gangbare consumptiebanaan wist te decimeren. De Cavendish bleek resistent, maar de schimmel was slimmer. De TR4 blijkt een mutatie van die ziekteverwekker. De sporen kunnen in de grond 30 jaar overleven. We zijn er dus niet zo één twee drie vanaf.

Het cynische van het verhaal is dat er wereldwijd honderden bananenrassen zijn, die stuk voor stuk een marginaal bestaan leiden omdat wij westerlingen massaal hebben besloten dat we alleen de Cavendish blieven. Omdat niemand van de wind kan leven, is dat dus de banaan die de complete derde wereld voor ons is gaan telen--om nu mee het gelag te gaan betalen.

Denk daar vooral niet te lichtvaardig over. Bananen vormen wereldwijd, na rijst en tarwe, de belangrijkste voedselbron. We praten dus niet over een bagatel en het lot van de banaan is wel iets om terdege over na te denken.

Ik ben natuurlijk niet de eerste die dit verhaal vertelt. Maar één vraag die ik vreemd genoeg nooit gesteld zie, en die niet alleen op de banaan maar op talloze van onze voedselgewassen betrekking heeft, is deze: gaan we, als de onvermijdelijk lijkende ondergang van de Cavendish een feit is, weer dezelfde toer op? Of gaan we inzien dat diversiteit niet alleen een goede zaak is voor de culinaire variatie, maar ronduit een voorwaarde is voor stabiliteit in de wereldvoedselvoorziening?

21 januari 2011

Scheur

Een schrijver leest veel, hij leest meer dan hij schrijft. Dat is om te beginnen nodig om hem voor plagiaat te behoeden (stel je voor dat je iets schrijft zonder te weten dat het al bestaat), maar ook om te voorkomen dat je onzin verkoopt. Eerlijk gezegd vind ik al dat lezen het leukst.

Vooral dan omdat je soms dingen leest waar je echt nooit een idee van had. Zo zag ik vandaag ineens dat de chemische naam voor vitamine C, ascorbinezuur, zijn naam dankt aan de ziekte die het stofje voorkomt: scheurbuik. Dat heet in het Latijn scorbutus. A-scorbine betekent dus gewoon "tegen scheurbuik". Leuk, leuk.

Vergeef me mijn kinderlijke vreugde, eetlezer, vooral als u dit zelf al lang wist, en bedenk maar dat iedereen van dit soort momenten heeft. Gisteren nog zag ik een journalist de wereld kond doen van zijn ontdekking dat de merknaam Q8, uitgesproken op zijn Engels, Koeweit is. Ik weet dit zelf al dik vijftien jaar, maar ik was blij voor hem. Net zoals u nu blij bent voor mij. Toch een fijne manier om met zijn allen na gedane arbeid het weekend in te gaan.

20 januari 2011

De familie stengel

Het is toch maar goed dat er een instantie bestaat als het Groenten- en Fruitbureau dat hier bij Google adverteert. Zij leren je dingen die je nooit vermoed zou hebben. Wist u dat, dat de schorseneer een aspergevariant is? Nee, zie je wel, ik ook niet. En wat blijkt als je dat éénmaal weet? Dat in feite alle eetbare stengels behoren tot dezelfde famile als de asperge. Dus niet alleen de schorseneer, maar ook de prei, de soepstengel en zelfs de spaghetti. Over de leverworst en de rol drop twijfelt de wetenschap nog, maar naar het schijnt neigt ze naar "ja".

Nee, ik heb zo'n idee dat ik toch niet zo heel snel mijn licht zal opsteken bij dat Groenten- en Fruitbureau als het om informatie over eetbaar gewas gaat. Leuk hoor, al die passie, maar een beetje kennis van zaken is toch ook niet weg. De schorseneer is namelijk in feite familie van de paardenbloem. Graag gedaan, dames en heren groentemarketeers.

Gelukkig is Okke Amerongen er nog; ik had het hier al eerder over hem. Hij werpt zich al jaren onverschrokken in de strijd voor groenten en fruit die in de vergeethoek dreigen te raken. Kweeperen, snijbiet, kruisbessen, vijgen, cranberries en nu ook schorseneren: Okke houdt van ze en vecht voor hun plaats in ons eetlandschap. Reden genoeg om ook van Okke te houden.

Okke is druk doende met het verzamelen van recepten met schorseneren en is u ongetwijfeld ook dankbaar voor uw bijdrage. Dat schorseneren nauw verwant waren aan de asperge bleek ook hij overigens niet te weten. Ik hoop wel dat hij intussen is uitgelachen, want hij liep vervaarlijk blauw aan. En dat terwijl schorseneren zo gezond zijn.

19 januari 2011

Niet gestampt

Heb ik u wel eens verteld dat ik een genetische mutatie ben? In mijn hele familie kan verder niemand zelfs maar een ei bakken. En daar in het land der blinden éénoog koning is, is het niet zo mal dat ik al jong de kooktaken overnam van mijn moeder, die heel andere talenten had dan koken en met groenten maar één ding wist te doen, koken in water, precies 20 minuten. Die standaard bereidingstijd van twintig minuten gold trouwens ook voor vlees en vis. Wel overzichtelijk natuurlijk.

Aanvankelijk deed ik het ook zo, want je moet ergens beginnen. Misschien komt het wel daardoor dat ik tegenwoordig vrijwel nooit meer groenten in water kook. Ik stoom ze, smoor ze in boter, wok ze, rooster ze in de oven en doe er van alles en nog wat mee en al die bereidingswijzen blijken smakelijker dan dat laffe gekook in water, waarmee je uiteindelijk gewoon smaak door de gootsteen spoelt. Alleen voor de gestampte pot, waar ik zelf ook op zijn tijd een liefhebber van ben, maak ik nog wel eens een uitzondering--en zelfs dan kook ik de aardappeltjes en andere ingrediënten liefst in bouillon, die ik vervolgens niet weggooi maar gebruik om een lekkere gebonden just mee te maken.

Soms moet je echter eens nadenken of je met zo'n typisch Hollands gerecht niet een andere kant uit kunt. En zo besloot ik van de week eens een hutspotvariant te maken volgens een heel andere bereidingswijze, één die heerlijke dingen doet met de textuur van de groenten en ook nog eens lekker het natuurlijke zoetje naar boven brengt: roosteren in de oven. Ik deed er een stukje procureur (varkensnek) bij, want als je de oven toch aan hebt staan, kan zo'n lekker stukje vlees in zijn gietijzeren braadpan mooi meeliften: een ideale omgeving voor suddervlees met bovendien veel minder risico van droogkoken en aanbranden. Natuurlijk moet het vlees langer in de oven dan de groenten, liefst een uurtje of drie op een temperatuur van rond de 125 graden. De laatste 75 minuten kan de temperatuur dan naar 150, wat een fijne temperatuur is voor het roosteren van de groenten.

Geroosterde hutspot

Nodig voor vier personen:

- 3 kleine grote of 4 grotere kleinere winterwortelen (dank Paul)
- 6 kleine uien (met ongeveer dezelfde dikte als de wortelen)
- 700 g kruimige aardappelen, ook van dezelfde dikte
- enkele takjes rozemarijn
- zout, olie (liefst arachide)

Verwarm de oven voor op 150 graden boven- en onderwarmte. Pel de uien, schrap de wortelen en boen de aardappelen schoon. Snijd alle groenten (dus inclusief de aardappelen die natuurlijk ook gewoon een knolgroente zijn) in plakken van ca 8 mm dikte. Leg onderin een ovenschaal takjes rozemarijn neer en schik er de gesneden groenten overheen. Besprenkel ze niet te zuinig met de olie en strooi er wat zout over. Laat het geheel vervolgens ca. vijf kwartier in de oven roosteren, zodat de groenten gaar zijn maar nog wel een beet hebben.

Schik voor het opdienen de groenten om en om dakpansgewijs op borden (de rozemarijn heeft zijn smaak afgegeven en mag weg) en serveer er het suddervlees bij waar ze de oven mee hebben gedeeld.

18 januari 2011

ANDI en de terminologen

Oud brood kun je nabakken, een oud huis kun je een nieuw verfje geven en oude wijn kun je in nieuwe zakken doen. 't Ziet er allemaal weer als nieuw uit, alleen moet je het niet als nieuw verkopen want dan bedonder je de kluit. Met theorieën gaat het vaak net zo, vooral in de voedingsleer. Wie vindt dat Atkins, Montignac en Dr. Frank qua uitgangspunten toch wel erg veel gemeen hebben, heeft wat mij betreft alle gelijk van de wereld. En zo dook onlangs ANDI op, een bedenksel van ene Joel Fuhrman. Nieuw!

Wat is het uitgangspunt van Dr. Fuhrman, die zich uiteraard--een beetje Amerikaan weet aan welke kant zijn boterham gesmeerd wordt--als afslankdokter profileert? Simpel gezegd komt het neer op "de ene calorie is de andere niet". Klinkt vertrouwd? Logisch, want dit exacte zinnetje komt bijvoorbeeld al ruim zevenduizend keer op internet voor. Je mag dus veronderstellen dat meer dan één ander al eens op ditzelfde revolutionaire idee is gekomen.

Dr. Fuhrman presenteert het echter met een aplomb als betrof het iets geheel nieuws. We moeten ophouden met calorieën tellen, want het gaat bij calorieën niet om kwantiteit, maar om kwaliteit. We moeten dus gaan kijken hoeveel nutriënten elke calorie bevat. Daar staat ANDI voor: Aggregated Nutrient Density Index.

U hebt nog altijd niets nieuws gehoord? Ik eigenlijk ook niet. Want het verhaal van de zogenaamde "lege calorieën" gaat al tientallen jaren rond. Voedsel bestaat immers uit drie noodzakelijke bouwstenen: energie (uitgedrukt in calorieën of kcal), macronutriënten zoals vetten, eiwitten en koolhydraten en micronutriënten zoals vitaminen, mineralen en sporenelementen. Een calorie die geen (of naar verhouding weinig) nutriënten bevat, wordt in de wandeling een "lege calorie" genoemd.

Ik was op het onvolprezen Twitter zo onvoorzichtig om dit tegen te werpen tegen iemand die over ANDI begon en kreeg het prompt met een aantal mensen, waaronder voedingstechnoloog en chemicus Wouter de Heij, aan de stok. Die term "lege calorieën" was onzin en misleidend. Calorieën bevatten immers energie en zijn dus per definitie niet leeg. Met zo'n term zou je suggereren dat je er niet dik van kunt worden. De omgekeerde wereld, zeg maar. De juiste uitdrukking moet luiden "energie zonder inhoud".

Ik vond en vind dat niet relevant. Volgens mij is "zonder inhoud" een synoniem van "leeg" en sowieso zou het er zo ongeveer op neerkomen dat je van een auto niet mag zeggen dat hij leeg is omdat er immers een motor in zit. Misleidend vind ik het evenmin. Iedereen weet onderhand wel dat elke calorie een dikmaker is vanaf het moment dat je er meer inneemt dan je verbruikt. De vraag is dus of je met je calorie-inname efficiënt omspringt. Wie twintig klontjes geraffineerde suiker naar binnen werkt, heeft wel een flinke stoot energie getankt, maar moet feitelijk nog eten. Met dat eten (het opnemen van nutriënten) komt ook weer energie, lees calorieën, mee. Ergo: die twintig klontjes suiker (en met een paar flinke teugen frisdrank zit je daar zó aan) had je beter kunnen laten staan.

Maar misleidend dus, volgens de mensen die ervoor hebben doorgeleerd. Ik heb met zo'n statement moeite. Volgens alle wetenschappelijke regeltjes is bijvoorbeeld de tussendoortjesvergelijker van Ola géén misleiding. Alles wat erin staat is immers juist, ook vanuit een oogpunt van terminologie. Er wordt alleen flink wat uit weggelaten, want voedingswaarde is niet uitsluitend een kwestie van calorieën. Maar met die mededeling verkoop je natuurlijk geen Raketten, die vrijwel uitsluitend uit geraffineerde suiker bestaan.

Weglaten doet overigens ook Dr. Fuhrman. Hij beweert dat we geen calorieën meer hoeven te tellen als we maar zorgen dat ze allemaal van goede kwaliteit zijn. Daar klopt geen barst van, want ook aan verantwoorde voeding kun je je nog riant overeten. Verder is het tellen van nutriënten ook een bezopen idee. Hoeveel is "één nutriënt"? En is het niet van belang dat je ook in die nutriënten zorgt dat het totale plaatje klopt en dat je van alles ongeveer genoeg krijgt? Dat kan net zo goed fout gaan als bij degene die van Ola aanneemt dat je--kijk maar naar het aantal calorieën--beter een Raket dan een Sultana kunt eten.

Ooit was het zo makkelijk. Het eten groeide in de grond en aan de bomen en struiken, en liep af en toe zo dichtbij dat je er een steen naar kon gooien. Unk en Wunk moesten er bovendien flink voor werken, wat nog iets anders was dan achter een beeldscherm zitten. Niemand raffineerde nog gemalen graan of suiker en nergens zaten onzichtbare klontjes witte suiker in verstopt met verder niks erin.

Maar nu dus wel, sterker, die klontjes suiker zitten in zowat alles waar een verpakking om zit. En daardoor is het ingewikkeld geworden en moeten we manieren vinden om mensen duidelijk te maken hoe ze goede keuzes maken. En omdat nou éénmaal niet iedereen alles kan snappen, moet je vereenvoudigen. Niet door weg te laten, maar door aanschouwelijk te maken hoe het in elkaar zit.

In dat kader vind ik persoonlijk "lege calorieën" een heel bruikbare term. Het bekt beter dan "overbodige calorieën met verder niks waardevols erin". Je kunt het gebruiken als basis voor eerlijke uitleg. En nee, het klopt wetenschappelijk niet helemaal. Maar dat heb ik liever dan iets wat op zichzelf juist is maar voor het gemak uit zijn context wordt gelicht. Halve waarheden kunnen enger zijn dan hele onnauwkeurigheden. Vooral als het om ons eten gaat.

17 januari 2011

Maandag (verdrietig & vleesloos)

Het is een dubbel bijzondere maandag vandaag. Allereerst is het vandaag Verdrietige Maandag, de droefste dag van het jaar. Dat is wetenschap en de media lusten er wel pap van maar wat blijkt? Het is gewoon een goedkope marketingtruc om ons vakanties aan te smeren. Iets soortgelijks schijnt te bestaan om ons 's zomers veel ijs te laten eten. Je kunt ook nergens meer van op aan.

En dan is het ook nog vleesloze maandag. Dat is overigens niet echt nieuw, maar het valt wel op dat de voorvechters van een vegetarische levensstijl deze specifieke maandag schijnen te hebben uitgekozen om hier eens extra op te hameren, vermoedelijk met het idee dat we nu nog enigszins in de goedevoornemensstand staan, op zichzelf natuurlijk niet dom geredeneerd.

Ik had er van alles over willen schrijven, allemaal dingen die ik vorige week zondag heb gezegd toen ik over dit onderwerp werd geïnterviewd en waarvan ik dacht dat u ze ook wel interessant zou vinden. Dat een vleesloze maandag een excuusdag is die weinig zal veranderen. Dat het weliswaar om allerlei redenen zinvol is minder vlees te eten, maar dat we vooral eens af moeten van het idee dat onze maaltijd eigenlijk zonder zo'n lapje vlees niet compleet is. Dat we nog een heleboel andere dingen moeten doen, zoals bijvoorbeeld de dieren die we slachten optimaal verwaarden en niet doen of er aan een koe alleen biefstuk zit en aan aan varken alleen een haas, ham en koteletjes. Dat het idioot is om te doen of een vleesvervanger per definitie een vleesvormig stukje onbestemds is dat meestal in een kunststof tray zit met een merkje erop en dat zo verschrikkelijk niet te hachelen is dat je blij bent als de de volgende dag weer je tanden kunt zetten in een flink stuk van the real thing.

Dat had ik u allemaal willen vertellen vandaag en toen dacht ik: heb ik dat niet al eens verteld? En verdomd, dat bleek zo te zijn. Alweer dik een jaar geleden en bijna krek zoals ik het hier opschreef. Daar moet ik toch voor uitkijken, voor dat soort tikken in mijn plaat.

Hoe dan ook ben ik op zondag 6 maart in Kasteel Groeneveld in Baarn voor een kleine lezing rond het thema Dier en Mens, in het kader van een serie georganiseerd door mijn gewaardeerde en zeer gerespecteerde collega Lizet Kruyff. Aan het evenement is een lunch gekoppeld die naar mijn aanwijzingen, aansluitend op wat ik bespreek, zal worden geserveerd. Misschien hebt u zin om te komen, dan spreken we elkaar ook eens op een andere manier. Ik zal er tegen die tijd nog wel eens aan herinneren.

Morgen ook iets waar ik het al geruime tijd geleden eens over heb gehad, en dat onlangs ineens weer onderwerp was van een persbericht. Ik ben mijn tijd soms te ver vooruit, dat is het gewoon. Gelukkig blijf ik er bescheiden onder.

14 januari 2011

AH-Erlebnis voor de NOS

En zo gaat het vandaag weer over AH. Nee, dat Albert Heijn is overleden, kom ik u niet als nieuwsfeit presenteren. Dat weet u al, want dat hebben dagbladen, radio en TV u al uittentreuren verteld. En zo weet u meteen weer het nodige over 's mans leven.

Met name de NOS bleek daarbij over een rijke fantasie te beschikken, of in elk geval over een forse collectie klokken waarvan de klepels onvindbaar bleken. Zo heette het dat "Albert Heijn de kleine kruidenierswinkel aan de Zaanse Schans opbouwde tot Nederlands eerste en grootste supermarktconcern". Een opmerkelijke dichtheid aan onjuistheden, hoewel als verzachtende omstandigheid mag gelden dat de overledene zich deze versie bij leven meestal zonder tegenspraak liet aanleunen.

Dat kleine kruidenierswinkeltje was echter niet van hem, maar van zijn grootvader, die toevallig ook Albert heette en wiens ouders overigens ook al behoorlijk bemiddeld waren, net als de ouders van de vrouw die hij huwde. Deze Albert was het die de winkel in Oostzaan uitbouwde tot een keten met 75 vestigingen en in totaal 400 medewerkers. Vervolgens namen zijn zoons Jan en Gerrit de zaak over en breidden hem uit tot liefst 215 winkels met 1300 man personeel. In dit gespreide bedje kwam de nu overleden Albert terecht.

Evenmin was Albert Heijn de eerste supermarkt in Nederland. Dat was de Kijkgrijp van Dirk Kat in IJmuiden, in 1949, de voorloper van de huidige Dekamarkt. Dat concept werd in 1951 door Albert Heijn nagevolgd.

Enfin, misschien kan de NOS bij een volgende gelegenheid een eetschrijver vinden die haar even kan vertellen hoe de vork precies in de steel zit. Er wordt echt al genoeg gezwamd in de media.

Update: In dagblad Trouw staat Albert Heijn zelfs vermeld als bedenker van de streepjescode. Over mythevorming gesproken... dat was in werkelijkheid de Amerikaan Norman Woodland, in 1952.

13 januari 2011

Gehaktdeflatie

Het leverde me een aantal ongelovige reacties op, mijn bericht van eergisteren over de prijs van gehakt bij Albert Heijn anno 1982 vergeleken met nu. Schaalvergroting en structurele besparingen goed en wel, maar dat geldt niet alleen voor de vleessector. Dat het verschil zó klein zou zijn, had echter vrijwel niemand verwacht. Gelukkig is het ook niet waar. Het prijsverschil bedraagt in feite geen 8 cent, maar € 2,41.

Kijk, dat klinkt al iets normaler, nietwaar? Behalve dat het de prijs van nú is die naar beneden moet worden bijgesteld, niet die van 1982. AH gehakt blijkt op dit moment in de bonusaanbieding namelijk niet € 4,98 per kilo te kosten, maar € 2,49. Dat is dus net iets meer dan de helft van de reclameprijs van 1982.

Ik wou wel dat ik u kon zeggen dat ik het opzettelijk zo had opgezet, maar dat is helaas niet zo. ik had me vergist--of eigenlijk kon ik gewoon niet geloven dat een kilo gemalen koe voor zo'n prijs van de hand zou gaan. Ik bekeek de nogal dubbelzinnige prijsaanduiding één, twee en zelfs drie keer en besloot toen dat de prijs per pond zo laag uitkwam doordat je er een tweede pond gratis bij kreeg. Maar zo is het niet. De prijs is inderdaad zo laag, en dan krijg je er gratis nog een tweede pond bij, zodat je voor je € 2,49 inderdaad een heel kilo hebt. Ik ben het vanmorgen in de lokale AH gaan verifiëren.

Gelukkig heeft AH ook rundergehakt van de variant Puur & Eerlijk. Die wordt voor een iets normalere prijs verkocht. Hoe normaal? Nou, € 4,98 per kilo. Acht cent duurder dan de reclameprijs van 1982 dus.

Surrealistisch.

12 januari 2011

Melk bij het water?

Vroeger schijnen melkboeren hun klanten te hebben opgelicht door volle melk aan te lengen met water. Dat was overigens ook een eeuw geleden al verboden. Je mag je echter afvragen hoe lang dat verbod nog zinvol blijft als je het nieuws uit Groot-Brittannië vandaag bekijkt. Water bij de melk doen wordt een dure grap.

Nou ja, het gaat dan wel om flessenwater natuurlijk. Flessenwater is inmiddels een mooie melkkoe van de levensmiddelenhandel. Er worden allerlei hippige karaktereigenschappen aan gehangen in de hoop dat mensen gaan geloven dat je beter water van merk X dan van merk Y kunt drinken. Water uit de kraan is dan weer buitengewoon onhip.

Special Bite laat vandaag zijn etiquettoloog Roel Wolbrink aan het woord over het onderwerp kraanwater vragen in restaurants. De kernvraag lijkt te zijn of het niet krenterig is om bij je maaltijd kraanwater te bestellen in plaats van gebotteld water. Opmerkelijk, vooral omdat de milieu-aspecten geheel onbesproken blijven. Alleen al uit een oogpunt van duurzaamheid zouden wij hier in Nederland gewoon helemaal moeten ophouden met gebotteld water te drinken. Te meer daar ons kraanwater het beste en het smakelijkste van de hele wereld is--sterker, het water dat bv. in Utrecht uit de kraan komt is precies hetzelfde als wat in een flesje Sourcy zit. Een gemiste kans voor Beste Roel.

Nog even terug naar het chapiter melk. Ik word namelijk al dagen gepijnigd door een vraag waarop ik het antwoord niet weet. Die vraag is deze: als verzadigd vet nu zo slecht is voor de mens (zo slecht dat je volgens een heel leger deskundigen de boter links moet laten liggen en daarentegen vooral veel moet eten van die kunstmatige vieze vetjes van bv. Becel), hoe moet ik dan verklaren dat moedermelk boordevol zit met verzadigd vet--40 tot wel 55% van het totale vetgehalte? Wie legt me dit eens uit?

11 januari 2011

Gehakt met automatische inflatiecorrectie

Temidden van de discussie over de almaar stijgende voedselprijzen, wilde ik er vandaag deze maar eens in gooien. Ik kreeg de tip (en de afbeelding) van Martin Langeveld, bij de tv-kijkers mogelijk bekend uit het programma Topchef. Martin was in Amsterdam gaan kijken bij de expositie ReclameKlassiekers en vond daar een advertentie van AH uit 1982.

Amusant is zoiets vooral, dat zie je zelfs wel met de geringe scherpte die de reproductie toeliet, vooral als je eens naar het totaalbeeld kijkt. Het is allemaal erg last millennium, en dat komt niet alleen door de aanwezigheid van merken als Royco en All. Er kwam trouwens in die tijd kennelijk zelfs nog méér uit pakjes, zakjes en bakjes dan nu. Opvallend. Ik was overigens ook nog van plan naar de Beurs van Berlage te gaan, al was het alleen maar om de teksten te kunnen lezen waarmee 's lands grootste grutter destijds zijn assortiment aanprees.

Maar er valt iets in het bijzonder op, zoals u ongetwijfeld zult hebben vermoed door het rode kringetje dat ik in de afbeelding heb geplaatst rond het bedrag van 10,98. U kunt niet lezen wat er voor tekst bij staat, maar dat ga ik u nu zeggen: dit is de reclameprijs waarvoor AH die week in 1982 een kilo rundergehakt aanbood. 10,98. Tien gulden achtennegentig, wel te verstaan.

Ja, laat dat maar even bezinken. En reken even terug. Dat doen we al een tijdje niet meer, maar deze keer is het de moeite waard.

10,98 in guldens, dat is in euro's afgerond 4,90. Het toeval wil dat op dit moment het rundergehakt toevallig bij AH in de bonusaanbieding is. De prijs per kilo? € 4,98.

Bij AH is de reclameprijs van een kilo rundergehakt in 29 jaar met 8 cent gestegen. In 1982 was de koopkracht van een gulden vrijwel gelijk aan de koopkracht van een euro nu, maar dat geldt kennelijk niet voor de vleesprijzen bij AH.

Kan dat? Het gezond verstand zegt van niet. Hier worden boeren uitgeknepen, slagers uit de markt geprijsd en vermoedelijk--bewijzen kan ik het niet want ik heb dom genoeg geen onsje AH rundergehakt uit 1982 bewaard voor een smaaktest--forse concessies gedaan aan de kwaliteit en aan het dierenwelzijn.

Ongetwijfeld krijg ik straks weer mailtjes van de strekking dat ik eens wat minder elitair moet doen en wat meer rekening moet houden met de hardwerkende Nederlander. Ongetwijfeld kiest een forse proportie van de Nederlandse consumenten partij voor AH, die zo fijn op de kleintjes blijft letten. En ongetwijfeld vergeet daarbij vrijwel iedereen dat AH geen liefdadige instelling is. Of dacht u van wel?

10 januari 2011

Voedselverkoop

Een bescheiden item maar op de tv-journaals vanmorgen: in Nederlandse restaurants is in 2010 de omzet met 5% gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. Dat zegt het Foodservice Instituut Nederland in een rapport dat vandaag op de vakbeurs Horecava wordt gepresenteerd. Terzelfdertijd stijgt de voedselverkoop in de supermarkt. De conclusie: Nederlandse consumenten vinden restaurants te duur.

Nu is de Nederlandse consument op het gebied van voedselprijzen een notoire dubbeltjesbijter, dus op zich verbaast me dat niet. Als het even meezit ga ik hier trouwens morgen nog een tamelijk opzienbarend item neerzetten over die voedselprijzen in de supermarkt, maar daarvoor moet ik nog even wat feiten checken. Vandaag houdt mij de vraag vooral bezig wat er eigenlijk precies is meegeteld in die voedselomzet bij de super. Of, meer in het bijzonder: zouden we nog steeds een stijging optekenen als we voedsel definieerden aan de hand van het stroomdiagram van Darya Pino, gebaseerd op het werk van Michael Pollan?

Klikken, hoor! Het is echt hilarisch!

07 januari 2011

Niks aan 't handje, zegt de nVWA

Het staat, vermoedelijk mede door de ophef rondom de brand in een chemische fabriek in Moerdijk, niet hoog in de itemlijst van het journaal: het Duitse dioxineschandaal. In Nederland zijn we in elk geval alweer over tot de orde van de dag, nadat de nVWA gisteren een sussend bericht liet verspreiden: we hoeven nergens bang voor te zijn. Het grootste deel van de 136.000 verdachte eieren die naar Nederland zijn gekomen, is geblokkeerd. Een klein deel is in producten verwerkt. Daardoor zijn ze zo verdund, dat er geen risico meer is.

Ik haal de informatie van de site van het Voedingscentrum en link daar ook naar omdat de informatie op de site van de nVWA zó goed verstopt is dat ik ze in elk geval niet gevonden heb. De jongste waarschuwing voor levensmiddelen dateert daar van 8 oktober en betreft een mij onbekend goedje genaamd Miracle Mineral Solution.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik van deze houding van de nVWA niet zoveel begrijp. Nee, het zal best dat je zelfs na het leegeten van een hele pot mayo waarin een fractie van een met dioxine besmet ei is verwerkt niet meteen dood zult gaan of zelfs ziek zult worden of wat jeukende huiduitslag krijgt. Maar dioxine is een gif met een gemene eigenschap: het is vetoplosbaar. Dat betekent dat als je het éénmaal in je lichaam hebt, het daar ook blijft. Als je 34 jaar geleden in de buurt van Seveso bent geweest en nu een patatje met nuttigt, heb je kans dat je een optelsom maakt. Dioxine is in het menselijk lichaam een tikkende tijdbom. Welke druppel de emmer doet overlopen, weet je nooit.

In het bericht staan bovendien vier vreselijk enge woordjes bij elkaar: "voor zover nu bekend". Wat was er eigenlijk precies bekend toen de nVWA zijn bagatelliserende woorden de wereld in stuurde? In ieder geval niet dat de vervuiling al negen maanden aan de gang was. Negen maanden waarin allerlei instanties kennelijk ook maar vast hadden beslist dat er allemaal niet zo veel aan de hand was en de economische belangen zwaarder moesten wegen dan de risico's voor de volksgezondheid.

Sussen en afwachten, dat lijkt het beleid te zijn. Over een paar jaar komen we er misschien achter hoeveel producten gewoon zijn geconsumeerd die met een wat minder laconieke instelling van diverse instanties hadden kunnen worden tegengehouden. Of misschien ook wel niet, want tegen die tijd is het toch al te laat. Dan kun je zoiets beter onder de mat vegen. Alles beter dan paniek.

De nVWA zou eens over zijn prioriteiten na moeten denken, en zich afvragen of het vernietigen van een paar honderdduizend potten mayonaise en pakken koekjes bij nader inzien toch maar niet zou moeten opwegen tegen een potentieel risico van gifophoping bij de burgers die ze geacht wordt voedselveiligheid te bieden.

06 januari 2011

Geit

Wij zijn in Nederland echt ontzettend dol op geitenkaas. Vooral bij vegetariërs is het heel populair. Maar voor geitenkaas is geitenmelk nodig, en geitenmelk krijg je alleen als er jonge geitjes geboren worden. En vervolgens moet er met die geitjes iets gedaan worden. Lees: ze moeten worden geslacht en opgegeten.
Maar dát doen we dan weer niet. Vroeger wel. Toen werd met name in de noordelijke provincies nog veel geit gegeten. Maar daar blieft men het niet meer. Dat hoeft niet meer, nu er welvaart voor iedereen is. Dan eet je geen "armenvlees" meer.

En dat is dus een probleem. Een probleem dat de Fransen en de Spanjaarden niet hebben, want daar is geitenvlees als traditie nooit weggeweest. Hetzelfde geldt trouwens voor andere delen van de wereld. Want geitenvlees is na kip wereldwijd het vlees dat het meest gegeten wordt. Ik schreef er van de zomer al eens over.

Ik had het er vanmiddag over met Ina en Peter van geitenboerderij Hansketien in Mantinge in Drente. Zij doen hun best om geitenvlees op de kaart te zetten. Daar zijn ze heel innovatief mee bezig, want de tijd dat boeren zich nog conservatisme konden veroorloven, ligt ver achter ons. Ik proefde vanmiddag een paar producten en besefte nog maar weer eens hoe onbekend toch altijd onbemind maakt. Zet wat van die worst die ik proefde in een hippe bodega of tapasbar voor de klanten neer en ze brullen om meer.

Ik kreeg van Ina en Peter ook een stuk geitenvlees mee, een schenkel van een iets oudere geit (we spreken dan van "chevon" in tegenstelling tot "capretto", wat vlees van een zuiggeitenlam is. Veel Nederlandse chefkoks hebben helaas geen idee wat je met dit vlees zou kunnen doen, eenvoudig omdat het op de opleiding niet aan bod komt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er, hoewel ik dikwijks geit gegeten heb, ook nog nooit mee gewerkt heb. Maar daar gaat dit weekend dus verandering in komen. Wat heb ik toch een leuk vak.

05 januari 2011

Ik leg het nog één keer uit

Natuurlijk heb ik dat vragenformulier van gisteren wel helemaal--zij het dus niet correct want ik paste niet in de hokjes--ingevuld en ook opgestuurd. Je wilt toch weten wat voor handige tips er daarna in je mailbox ploffen, aangepast aan je wens "gezondere producten te kiezen"--tenminste, dat vond het Voedingscentrum dat ik moet wensen. Ik hoefde niet lang te wachten.

"Het blijft lastig om gezonde keuzes te maken. Je wilt letten op het aantal calorieën dat je binnenkrijgt én op de voedingsstoffen in de producten die je kiest", begint het mailtje dat ik al na een paar minuten kreeg. Zou dat nou werken, zo'n clichéfestival? In elk geval krijg ik daarna de in eigentijdse taal gestelde raad: "Check daarom vaker het etiket". Waarom? Nou: "Sommige producten bevatten behalve gezonde stoffen als vitamines, mineralen en vezels ook ongezonde stoffen, zoals verzadigd vet en zout".

Goed, ik leg het nog één keer uit. Ten eerste kun je volgens mij niet veel gezonder eten dan door allerlei pakjes, zakjes en bakjes te laten liggen. Dan valt er meestal niet veel "etiket te checken". En ten tweede zijn verzadigd vet en zout niet ongezond. Sterker: ons lichaam heeft zout en mogelijk ook verzadigd vet nodig om te functioneren. Het wordt pas ongezond als je er te veel van eet, wat het gemeen heeft met vrijwel alle andere voedingsstoffen, en zeer zeker de ook hier weer eens opvallend weggelaten suiker. U weet wel, dat spul dat in al die goedverkopende tussendoortjessnoeperij en frisdrank zit, waar kinderen zich ongans aan eten en drinken en waar de voedingsindustrie graag aan wil blijven verdienen, dat spreekt.

Ongezonde voedingsstoffen bestaan niet, Voedingscentrum. Ongezonde eetpatronen wel. Kan dat misschien eens doordringen en vervolgens ook eens helder en éénduidig worden gecommuniceerd, in plaats van alleen maar te hameren op dat eeuwige vet en zout?

Sorry, lezer, maar hier kan ik me gewoon kwaad om maken. Morgen weer iets anders.

04 januari 2011

Abnormaal

Eerste stapjes zijn altijd moeilijk. Daar kom ik achter als ik kennis maak met het eigen Nieuwjaarsinitiatief van het Voedingscentrum. Het Voedingscentrum gaat mij het Nieuwe Eten bijbrengen. Nee, niet met meelwormen, maar met een bewustmakingsprogramma. Dat wil ik best. Helaas: ik loop al meteen vast. Want ik ben kennelijk abnormaal.

Om Nieuw te kunnen leren Eten, ontkom ik er namelijk niet aan om tussen mijn maaltijden minstens een aantal tussendoortjes te nuttigen. En dat doe ik dus niet. Tussendoortjes zijn een uitvinding van de voedingsindustrie die graag extra omzet wil boeken door ons de hele dag door bij te voeren met allerlei impulsvoer. Laat u vooral niet wijsmaken dat ze erbij horen.

Ook verder gaat het af en toe lekker kort door de bocht. Gevarieerd eten mag bijvoorbeeld niet in je vleeskeuze: je moet ofwel mager spul als kipfilet of vegetarische vleesvervangers eten, ofwel zaken als kip met vel en magere knakworst, ofwel vette vleesjes als slavinken, speklapjes en liefst twee keer worst. Wie uit al deze zaken voortdurend een gevarieerde keuze maakt, is ook alweer af.

Het wordt vervolgens een eentonig verhaal. Wie zowel volkorenbrood als cornflakes eet is de sigaar, wie volvette en magere kazen combineert mag niet meer meedoen, wie volle melk en karnemelk afwisselt is te ingewikkeld, wie geen favoriete maaltijd heeft kan het schudden tenzij hij het meest gesteld is op tussendoortjes. Nee, dat wordt niks met mij.

Wie het geluk heeft tot één van de standaard ongezonde eettypes te behoren die de deskundigen van het Voedingscentrum voor ogen stonden, kan aan het einde van het verhaal hulp krijgen om gezonder te gaan eten. Eén van de tips is "Ik ga gevarieerder eten". Nou ja, wat heet gevarieerd: niets dan magere zuivel, louter halvarine, uitsluitend mager vlees en vleesvervangers, alleen vette vis. Maar wel lekker veel gevarieerde groenten en fruit, die variatie godlof dan nog wel. Overigens: als je geen van de voorgeprogrammeerde goede voornemens aankruist maar alleen algemene tips wil, kan het Voedingscentrum je ook niet helpen: "Verplicht veld Tips niet ingevuld!", piept het dan in paniek.

Nee, ik vermoed dat het Voedingscentrum na de kant-en-klaarmaaltijd, die eenheidsworst uit pakjes, bakjes en zakjes, ook graag de kant-en-klaareter zou invoeren. Waarbij variatie vooral bestaat uit tamelijk veel meer van hetzelfde.

Mag ik passen?

03 januari 2011

We gaan het weer doen (gaap)

Je kon erop wachten, van alle kanten worden we eraan herinnerd dat er nu werk moet worden gemaakt van de goede voornemens. Afvallen zul je! Liefst 80% van de Nederlanders is dit van plan, las ik ergens. Nounou, wat een nieuws!

Hoeveel we dan wel willen afvallen, zie ik dit jaar nog nergens vermeld, maar misschien kijk ik niet goed. Zou het net zo veel zijn als in 2008, toen het collectieve overschot volgens de orakels van Elsevier liefst 318.470 kilo was? Dan zijn we er nog niet klaar mee: negentien en een halve gram per persoon, dat scheelt toch al gauw een schep suiker in onze eerste koffie van het jaar. Ja, het leven is lijden.

In elk geval zal ook nu weer blijken dat het overgrote deel van degenen die gewichtige schuldgevoelens koesteren zich die kwelling net zo goed had kunnen besparen, en daar zullen de dit jaar opduikende afslank-apps vermoedelijk ook weinig aan veranderen. Het plaveisel van de weg naar de hel is voornamelijk vervaardigd uit dit specifieke goede voornemen, dat inmiddels niet meer weg te rossen is van de koppositie in het traditionele nieuwjaarslijstje. Vreemd genoeg zie je nooit mensen zich voornemen gezonder te eten. De meesten blijven grijpen naar de pakjes, zakjes en bakjes voorgesuikerd spul waarvan niet zelden de etiketten 0% vet beloven. Tja, zo wordt het nooit wat.

Inmiddels is ook uit wetenschappelijke hoek bevestigd wat ik al twee jaar geleden langs mijn neus weg en zonder de minste onderbouwing durfde te beweren: we moeten echt eens af van die voorgesuikerde ontbijtgranen waarvan hele drommen ouders denken dat die zo ontzettend gezond zijn. Een kwart suiker! En dat is dan nog de versie van Kellogg's, want wie voor het voordeliger huismerk van AH kiest, zit al bijna aan eenderde.

Ophouden onszelf en onze kinderen te konfijten, dát zet zoden aan de dijk. Toch maar eens proberen?