Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

02 november 2011

Wel blij worden van Italië

Gelukkig is zo'n belevenis als gisteren beschreven een grote uitzondering en komt het maar heel zelden voor dat ik van lezen over de Italiaanse keuken niet gewoon heel blij word. Dat geldt sowieso voor authentieke Italiaanse kookboeken. Die zijn er dan ook bij bosjes, dus waarom heb ik nou juist Het grote Italiaanse kookboek heb uitgezocht om te bespreken? Daarvoor zijn twee redenen: ten eerste kreeg ik het toegestuurd en ten tweede gaf het me stante pede zin om eruit te koken. Zoals de Vlamingen dan zeggen: meer moet dat niet zijn.

Het grote Italiaanse kookboek is dan ook inderdaad niet meer dan het pretendeert te zijn: een Italiaans kookboek. Leuk is daarbij wel dat niet alle recepten op een grote Italiaanse hoop zijn gegooid, maar dat steeds vermeld wordt uit welke streek de specialiteit afkomstig is. Er staan dan ook diverse gerechten in het boek met heel on-Italiaanse namen, zoals de erborinn, een rijstsoep met peterselie uit Lombardije, de culurgiones, de verrukkelijke raviolispecialiteit van Sardinië en zelfs de kaiserschmarrn ai mirtilli, met bosbessen dus, uit Alto Adige dat natuurlijk vroeger Südtirol heette. Dat is natuurlijk ook typisch voor de Italiaanse keuken: alle gerechten uit de vele landen en landjes die het huidige Italië vormen zijn omarmd. En zo is dit boek feitelijk wat het boek dat ik gisteren besprak wilde zijn en maar niet werd: een culinaire rondreis door Italië. Eén waarbij het puur om het eten gaat en niet om de egotripperij.

De vertaalsters hebben goed werk geleverd. De oorspronkelijke boektitel luidde Mille ricette da cucinare almeno una volta nella vita, duizend recepten om minstens eens in je leven te koken. In de Nederlandse versie bleven er daar ruim 500 van over. Het persbericht vertelt niet waarom, maar het laat zich makkelijk raden: niet alles zal in ons taalgebied even makkelijk verkrijgbaar zijn en mogelijk waren er ook wel gerechten die gewoon voor ons nuchtere noorderlingen een brug te ver zouden zijn geweest. Het is hier deze week al veel over ingewanden gegaan en ook Italianen eten die graag. Wij niet. Enfin, de meesten van ons niet. Zo zij het.

Je kookt met dit kookboek--met prettige vlekbestendige geplastificeerde omslag--in elk geval even makkelijk een heel menu uit een bepaalde streek als een culinaire rondreis door het land waar het lekkere eten wel lijkt te zijn uitgevonden. De watertandende fotografie van Pietro Vertamy inspireert en je wordt geholpen door het feit dat je het je zo moeilijk of zo makkelijk kunt maken als je wilt. En dat is leuk, want lekker koken hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Neem nu bijvoorbeeld deze Umbrische antipasto van één van de allereerste pagina's:

Arvoltoli

Nodig voor 4 personen:

- 100 g bloem
- goede rauwe Italiaanse ham, bij voorkeur uit Norcia
- extra virgine olijfolie
- zout

Meng ca. 3 dl water door de bloem zodat je een luchtig beslag krijgt. Breng het beslag op smaak met een snufje zout. Verhit een beetje olijfolie in een koekenpan, laat een lepel beslag in de pan glijden en bak de arvoltoli aan beide kanten bruin. Laat ze even uitlekken op keukenpapier en beleg ze met een plak ham. Serveer de arvoltoli als ze nog lekker warm zijn.

Kijk, dat bedoel ik nu. Geluk kan zó simpel zijn.

Bestellen bij bol.com (Eetschrijven ontvangt een kleine commissie):


Het grote Italiaanse kookboek
Alba Allotta, vert. Saskia Balmaekers en Diane Kuster
Uitgeverij Becht
447 blz.
Adviesprijs € 19,90 (introductieprijs)
ISBN 978-90-230-1312-9

Labels:

3 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home