Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

07 november 2011

Tot zes tellen

Daar zat ik dus zaterdagmorgen in mijn extra dikke krantje te lezen en ineens staarde het me van de leestafel aan: dat ene boek. Het boek dat ik vast van plan was tijdens mijn boekenweek te bespreken en dat ik ook een plaatsje had gegeven in mijn indeling. Alleen jammer dat ik a) die indeling niet had opgeschreven en b) niet tot zes blijk te kunnen tellen. Want een werkweek heeft vijf dagen en hoeveel boeken lagen daar? Een hertelling bevestigde het: zes. En dat zesde was niet het minste.

Op het omslag daarvan prijkte namelijk de naam van de culinaire afgezant van het Opperwezen in hoogst eigen persoon: Ferran Adrià. Een boek dat ik nota bene overhandigd had gekregen aan de keukentafel van niemand minder dan Jonnie Boer. Ik had erover geschreven en u een belofte gedaan. En zo ging vrijdag voorbij en geen Adrià te bekennen. U, waarde eetlezers, bent veel te aardig om mij daarop te wijzen en dat waardeer ik zeer, maar belofte maakt schuld.

Hemel. Sta ik echt op het punt te vertellen wat er goed is en wat niet aan een boek met de naam van Ferran Adrià op het omslag? Ja, verdomd. En dan maar hopen dat ik straks in een eventueel hiernamaals nog een beetje behoorlijk te eten krijg.

't Is in elk geval een fijn boek, Thuis koken met Ferran Adrià. Het eerste dat mij bekruipt is een gevoel van déjà vu, want niemand minder dan Auguste Escoffier is Adrià voorgegaan. Hij schreef, nadat hij de moede restauranthanden aan de wilgen had gehangen, het boek Ma Cuisine, waarin hij vertelde hoe hij thuis voor zichzelf kookte. Vol met heel maakbare recepten stond het. Precies zoals dit boek. Je kunt maar een goed voorbeeld hebben.

Nee, we komen niet bij Ferran thuis. Maar we zien wel dat de brigade van El Bulli uit heel normale mensen bestond die verbazend normale dingen aten. Aardappelsalade bijvoorbeeld. Of spaghetti alla carbonara. Of varkensribbetjes met barbecuesaus. Of hamburger. Of karamelpudding. Doodgewone dingen dus, die wij allemaal thuis ook kunnen. Maar dan wel op de manier van El Bulli.

Het is allemaal prachtig gepresenteerd, met mooie foto's die precies laten zien wat je moet doen. Ook staan er in het boek allemaal weetjes waarmee je slim kunt inkopen, je ingrediënten optimaal kunt benutten en handig kunt plannen. Verder laat het zien wat je aan basisingrediënten allemaal in huis behoort te hebben. Soms zijn dat zaken die voor ons Nederlanders niet voor de hand liggen. Picada bijvorbeeld, of hambouillon. Tja, het blijft van oorsprong een Spaans boek. Dat zie je ook aan het feit dat "sofrito" met één f gespeld staat en qua receptuur ook weinig te maken heeft met wat de Italianen onder soffrito verstaan. Moet allemaal kunnen. Net als het feit dat alle recepten worden gegeven voor 2, 6, 20 en 75 personen--dus niet voor 4, zoals bij ons gangbaar is. España, ¿no?

In het boek staan allemaal evenwichtige menu's, vertelt het. Daar wil ik toch een klein woordje kritiek bij plaatsen. Ongetwijfeld zijn het dat inderdaad, voor koks die de hele dag buitengewoon fysiek bezig zijn en bovendien over het algemeen de lunch hebben overgeslagen. Voor de modale Nederlander met zijn zittende leven lijkt mij een menu dat bestaat uit 1. pasta bolognese, 2. makreel met aardappelen en 3. chocoladekoekjes toch een beetje érg rijk aan koolhydraten en ik zou de calorieën wel eens willen tellen. Het is geen uitzondering. De menu's bevatten bovendien opvallend weinig groenten.

Los van die kritiek hebben we hier een boek dat met bijna militaire precisie is samengesteld en gevuld is met buitengewoon maakbare gerechten. Vrij gewone gerechten over het algemeen, maar toch dingen waar je zin in krijgt omdat gewoon bij El Bulli toch nog altijd nét een beetje bijzonder is. Dat geldt voor bijna elk gerecht, inclusief de toch heel makkelijk te maken "knapperige omelet", waarbij het knapperige erin bestaat dat er chips, ja, van die dingen uit een zakje uit de super, aan toe worden gevoegd. Of de "watermeloen met hoestbonbons". Nee, ik hou u niet voor het lapje. Ten bewijze daarvan hieronder het recept.

Blijft staan: een boek waarin het genie van misschien wel de grootste culinaire vernieuwer van onze tijd wordt losgelaten op de huiselijke keuken. Een boek waarin alles tot in de details wordt uitgelegd zodat zelfs matig vaardige koks gewoon elk gerecht kunnen maken, zonder op jacht te hoeven gaan naar dure of extreme ingrediënten. Een boek bovendien waarvoor je niet dieper in de buidel hoeft te tasten dan voor de inhoud. Want € 25 voor een boek van dit kalliber, dat is echt een vriendenprijs. Daarvoor mag niemand Thuis koken met Ferran Adrià laten liggen. Aanrader, kortom!

Watermeloen met hoestbonbons

Nodig voor 2:

- 1,5 eetlepel citroensap
- 2 eetlepels suiker
- 1 part watermeloen
- 4 harde hoestbonbons met menthol

Zeef het citroensap in een kom en roer er de suiker door tot deze is opgelost. Maak de watermeloen los van de schil en snijd het vruchtvlees in blokjes van ca. 4 cm. Doe de meloen met de citroenstroop in een dikke plastic zak of kunststof kom (geen metaal) en zet het geheel een half uur in de koelkast. Leg de hoestbonbons tussen twee vellen bakpapier en verbrijzel ze met een deegroller of een ander zwaar voorwerp. Laat de stukken watermeloen uitlekken en leg ze op een schaal, eventueel op geschaafd ijs. Zet het verkruimelde snoep in een apart kommetje op tafel zodat iedereen zelf naar smaak zijn toetje kan bestrooien.

Bestellen bij bol.com (Eetschrijven ontvangt een kleine commissie):


Thuis koken met Ferran Adrià
Eugeni de Diego en Ferran Adrià, vertaling Jacques Meerman
Uitgeverij Van Dishoeck
352 blz.
Adviesprijs € 25,--
NUR 440, ISBN 978-90-003-0446-2

Labels:

3 Comments:

  • At 7 november 2011 21:12, Anonymous Anoniem said…

    Wel jammer dat de receptuur niet altijd klopt. Er staan ergens koekjes in waarvan de verhoudingen van de ingredienten voor meer personen heel anders zijn dan die voor 2 personen.

     
  • At 8 november 2011 08:14, Blogger Carla said…

    Ik word vreselijk hebberig van al die fijne beschrijvingen van je!

     
  • At 8 november 2011 21:34, Anonymous paulusfranciscus said…

    "het blijft van oorsprong een Spaans boek. Dat zie je ook aan het feit dat "sofrito" met één f gespeld staat en qua receptuur ook weinig te maken heeft met wat de Italianen onder soffrito verstaan"

    Met evenveel gemaak zou je je kunnen verbazen dat Italianen sofrito met twee 'ff'en spellen, en dat de receptuur weinig te maken heeft met wat Spanjaarden onder sofrito verstaan.

    Het blijft een beetje een kip-ei verhaal, maar het gemak waarmee in Nederland wordt aangenomen dat álles in Italië bedacht is, en vervolgens door anderen (verkeerd of aangepast) gejat is, stuit me als ware Spanje liefhebber toch tegen de borst.

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home