Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

14 november 2011

Eetschrijver en het kalkoensausmysterie

Ja, beste eetlezers, je maakt soms wat mee in dat vak van mij. Zo werd ik onlangs ingehuurd voor het redigeren van een kookboekje. Niets hemelbewegends, hoor: een gezellig lokaal multicultureel kookboekje onder het thema "eten verbroedert". Allerlei in mijn gezellige dorpje wonende nationaliteiten mochten met hun beste recept naar een kookstudio komen. Daar mochten ze kokkerellen en werden daarvan foto's gemaakt, ze werden geïnterviewd en er was een eetschrijver die hun kooksels documenteerde. Juist: ik.

Boeiend, zo diverse nationaliteiten te zien koken. Allerlei vragen borrelen bij je op, zoals: waar kookten Surinamers mee vóór de bouillonblokjes waren uitgevonden? Ja, daar sta je niet bij stil. Maar het grootste mysterie bleek het fenomeen kalkoensaus.

Dat zat zo. Een Chinees, afkomstig uit Sjanghai en overigens een bijzonder charmante man, wilde ons laten zien hoe China gemoderniseerd was in de afgelopen jaren. Ze vierden tegenwoordig net als wij kerst. En dan aten ze een feestelijk kalkoengerecht, net als wij--maar dan natuurlijk wel op zijn Chinees klaargemaakt. Het zag er inderdaad feestelijk uit: kalkoenstukjes met kleurige garnituur in een mandje van gefrituurd deeg.

Van alles had de man bij zich, behalve een recept, dus uw eetschrijver ging nijver aan het noteren. Vlak voor alles klaar was, keerde de Chinees een van huis meegenomen bekertje om boven de wok. Op mijn vraag wat daarin zat, was het antwoord "kalkoensaus".

Aha, en waar was kalkoensaus van gemaakt? "Ah, is een beetje moeirijk". Maar ik hoefde me geen zorgen te maken: kalkoensaus was zó bij elke toko of bij elk Chinees restaurant te koop. Braaf noteerde ik dit alles. En hoe heette de saus in het Chinees? Dat was óók al moeirijk. Ik moest gewoon naar kalkoensaus vragen.

Maar men is redacteur of niet. Bij het uitschrijven van de recepten belde ik voor de zekerheid toch maar even een toko met de vraag of men kalkoensaus in het assortiment had. Het was duidelijk een heel slechte toko, want ze hadden er nog nooit van gehoord. Een tweede toko bleek ook een slechte toko, en een derde ook. Vervolgens belde ik nog twee slechte Chinese restaurants. Nee, dat ging 'm niet worden. Toen ook ook Alice, die de Tokowijzer bestiert en dus álles weet van Aziatische ingrediënten nog nimmer in haar leven kalkoensaus bleek te hebben ontmoet, begon ook bij mij de twijfel te knagen.

Intussen kwam de deadline naderbij. De kokende Chinees bleek nergens te vinden en hoe ik ook het hele land mobiliseerde via het onvolprezen Twitter, ik kwam geen stap dichter bij de waarheid achter het fenomeen kalkoensaus. Op zondagmorgen werd ik badend in het zweet wakker omdat ik in mijn dromen door een op Mao Zedong lijkende Chinese kok in kalkoensaus was gekookt.

Eindelijk kreeg ik op zondagmiddag (mijn deadline verstreek vanmorgen om negen uur) de veroorzaker van al deze opschudding te pakken. Hij bleek het spul te betrekken van een bevriende restauranthouder en wist eigenlijk zelf niet precies wat erin ging. Gelukkig was hij wel bereid stante pede even de telefoon te pakken en het te vragen.

En zo weet ik nu wat kalkoensaus is. Isse zauz foor oofer de karkoen.

Mijn hemel. Help me volgende keer als ik dit soort pittoreske klussen dreig aan te nemen even herinneren dat ik grondig dóórvraag. Goed. Deze kleine geschiedenis even voor degenen die menen dat het leven van een eetschrijver uitsluitend uit gratis etentjes bestaat. Haha.

("kalkoensaus" blijkt te bestaan uit doubanjiang, een chilibonenpasta, gewokt in olie met gesnipperde ui, gehakte knoflook en een kleingesneden rood pepertje, met een reductie van een bouillon getrokken van varkenspootjes, gebonden met wat aardappelzetmeel en met wat zout, suiker en currypoeder, afgemaakt met wat ringetjes bosui, waarvan alleen het groene deel--ziezo, dat weet u ook alweer)

7 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home