Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

21 juni 2011

Hoog tijd: pepernoten!

Midzomer vandaag, een goed moment om het eens over pepernoten te hebben. Dat is niet zo cynisch bedoeld als u van mij zou verwachten; het is in feite realistisch. Nog even en de industrie gaat immers alweer draaien, want de handel denkt dat de consument rond 1 september de bekende Sinterklaasversnapering in de winkel wil zien. En de consument doet daaraan mee door de dingen braaf te kopen.

Nu kun je je daar kwaad om maken en dat doe ik ook wel, maar helpen doet het geen zier. Dus maak ik me vandaag kwaad om iets anders, en dat is om het feit dat deze pepernoten een bedrieglijk etiket hebben. Er zit in deze laffe dingetjes namelijk geen gram peper mee. Het zijn geen pepernoten, maar saainoten. Supersaainoten zelfs. En ook de kruidnoten (die eigenlijk gevuld zijn met specerijen en dus ook al een foute naam dragen) zijn nauwelijks interessant van smaak. Dat weten we niet, want we kennen niet anders. Nou ja, u niet. Ik sinds een paar dagen wel.

Toen proefde ik namelijk echte pepernoten, naar een eeuwenoud recept dat uit stoffige boeken was opgediept door voedselhistorica Lizet Kruyff. Nou zeg, dát waren me pepernoten. Ze tintelden op de tong en je fantaseerde al over een paar dozijn daarvan in d'een of d'andere hoek. Lizet wijdt er vandaag een stukje aan op haar blog en roept op tot revolutie. Bakkers--ja, daar begint het--moeten eens aan de slag met de originele receptuur, zodat we van 5 december weer een heerlijk avondje kunnen maken in plaats van een laf smakend avondje.

Het voornaamste geheim van de pepernoot is--logisch--de peper. Dat is niet de Indonesische variant die we kennen, maar de uit Afrika afkomstige staartpeper die u hier afgebeeld ziet. Deze peper, die in het Latijn piper cubeba heet en in het Nederlands ook wel stelenpeper of, uiterst bizar, Javapeper wordt genoemd, was de eerste zwarte pepersoort die in Nederland werd gegeten. Omdat peper echter peperduur was, zochten de Hollandse hoge handelsheren naar een eigen bron voor de lekkernij. Die vonden ze in het toenmalige Oost-Indië.

Dat de ene peper de andere niet is, heb ik ook kunnen proeven. De staartpeper is veel minder scherp en heerlijk geurig, een peper die je met plezier zó opknabbelt. De pepernoot smaakt er ook merkbaar naar. Superlekker, en als u me niet gelooft, surft u dan spoorslags naar het blog van Lizet waar het hele recept te vinden is. Nadat u alzo voor de onvermijdelijke bijl bent gegaan, begeeft u zich naar uw warme bakker en laat ook hem proeven. Vervolgens vertelt u hem hoe hij zich straks door zijn complete klantenkring kan laten bejubelen. En dan is de Eerste Nederlandse Pepernotenrevolutie een feit. Zó makkelijk gaan die dingen soms.

De saainoot is dood! Leve de pepernoot!

2 Comments:

  • At 21 juni 2011 19:36, Blogger PaulO said…

    Heb vanmorgen al op de spinazie-academie gereageerd (want dat kon niet meer bij foodlog). Ik wil graag een goede beschrijving van dat oer-recept om na te maken. En misschien na 10 pepernoten heb ik genoeg moed verzameld om de echte warme bakker bij ons te benadren met deze oproep tot revolutie ...

     
  • At 21 juni 2011 19:49, Anonymous Joost said…

    Ik sluit me graag aan bij PaulO. Een beetje vrijheid in een recept is leuk, maar met zo'n vage omschrijving kan ik helaas helemaal niets...

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home