Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

24 januari 2011

Die broodnodige variatie

Zeg nooit zo maar banaan tegen een banaan. Die welke wij vrijwel allemaal eten heeft namelijk een naam. Nee, niet Chiquita, maar Cavendish. En met de Cavendish gaat het niet goed. Hij heeft een probleempje waar andere bananensoorten geen last van hebben.

U moet namelijk weten dat de Cavendish--of, juister, Giant Cavendish--geen natuurproduct is. Hij is door mensenhand veredeld ter gelegenheid waarvan hij een ongelukje heeft gehad: hij werd van diploïde triploïde, wat betekent dat hij in zijn celkern drie clusters chromosomen heeft in plaats van twee zoals zijn wilde stamvader had. Nu is hij steriel en kan zich niet meer zelfstandig voortplanten: hij kan alleen maar vermeerderd worden door stekken. In de handel vond men dat ongetwijfeld een pluspunt, want wat zichzelf niet vermeerdert, heeft hulp nodig van deskundigen. Daar kan dus geld aan verdiend worden.

Er zit wel een schaduwkantje aan: alle bananenbomen in de wereld die ons favoriete bananenras dragen, zijn lid van één grote familie genetische ééneiïge multimiljoenlingen: allemaal precies gelijk. Dat is natuurlijk fijn voor iedereen die deze bananen eet en voor geen goud een andere smaak wil, alleen is het probleem dat die eters zich niet beperken tot de menselijke soort. Zo heeft ergens in de jaren '90 een schimmelsoort ontdekt dat ze een gigantische voedselreserve aanboorde door zich specifiek op de Cavendish te gaan toeleggen. Momenteel houdt de schimmel, die luistert naar de vrolijke naam TR4, al verwoestend huis in Oost-Azië waar de ene na de andere plantage het loodje legt. Het lijkt een kwestie van tijd vóór de aandoening ook in Latijns-Amerika vaste voet aan de grond krijgt.

Wrang is dat de Cavendish nu juist veredeld is om de wereld van bananen te kunnen blijven voorzien nadat vroeg in de vorige eeuw de Panama-pandemie de toen gangbare consumptiebanaan wist te decimeren. De Cavendish bleek resistent, maar de schimmel was slimmer. De TR4 blijkt een mutatie van die ziekteverwekker. De sporen kunnen in de grond 30 jaar overleven. We zijn er dus niet zo één twee drie vanaf.

Het cynische van het verhaal is dat er wereldwijd honderden bananenrassen zijn, die stuk voor stuk een marginaal bestaan leiden omdat wij westerlingen massaal hebben besloten dat we alleen de Cavendish blieven. Omdat niemand van de wind kan leven, is dat dus de banaan die de complete derde wereld voor ons is gaan telen--om nu mee het gelag te gaan betalen.

Denk daar vooral niet te lichtvaardig over. Bananen vormen wereldwijd, na rijst en tarwe, de belangrijkste voedselbron. We praten dus niet over een bagatel en het lot van de banaan is wel iets om terdege over na te denken.

Ik ben natuurlijk niet de eerste die dit verhaal vertelt. Maar één vraag die ik vreemd genoeg nooit gesteld zie, en die niet alleen op de banaan maar op talloze van onze voedselgewassen betrekking heeft, is deze: gaan we, als de onvermijdelijk lijkende ondergang van de Cavendish een feit is, weer dezelfde toer op? Of gaan we inzien dat diversiteit niet alleen een goede zaak is voor de culinaire variatie, maar ronduit een voorwaarde is voor stabiliteit in de wereldvoedselvoorziening?

4 Comments:

  • At 24 januari 2011 16:30, Blogger Lizet Kruyff said…

    Het duurt een jaar of tien voor er een 'nieuwe' Cavendish is, volgens mij zijn ze daar al een paar jaar mee bezig. Ik ben natuurlijk erg vóór biodivers, je maakt mij niet wijs dat die heerlijke kleine banaantjes uit Madeira hier niet zouden aanslaan! Om maar wat te noemen. Is nog Europa ook (P)

     
  • At 24 januari 2011 21:54, Anonymous peter kolster said…

    Genetische verarming is hoe dan ook een probleem dat de landbouw kwetsbaar maakt. Wat dacht je van de GMO's: giga oppervlaktes met een uniform gewas..We hoeven niet terug naar de oude landrassen, maar (semi) monopolisten die zaaizaad van landbouwgewassen leveren is niet een gewenst eindbeeld...

     
  • At 24 januari 2011 23:35, Anonymous MMaas said…

    Tuurlijk komt er weer een ander ras, desnoods genetisch aangepast. De wetenschap staat voor niks.

    De wereld gaat niet ten onder met de Cavendish hoor. Bananen zijn in veel tropische landen praktisch onkruid. Het groeit overal en snel, en ligt op de markten in vele variaties. Dan maar allemaal aan de bakbanaan...

    Maar de armoe in varieteit is treurig natuurlijk.
    In dat opzicht kwam ik er onlangs pas achter dat er niet zoiets als knoflookzaad bestaat. Uien, bosuien en allerlei lookjes kan je zaaien, maar knoflook niet. Waarom niet? Nou, omdat we ze al eeuwen eigenlijk stekken. We stoppen de teentjes, de ongeslachtelijke voortplanting van de plant, gewoon weer in de grond tot er een nieuw bolletje komt.
    Sterker nog, uit de bloemen is geen werkend zaad te halen. Onze pittige knoflook is dus eigenlijk een doorgefokt sterieltje.

    agossieeee...

     
  • At 26 januari 2011 13:29, Anonymous RozeMarijn said…

    Ik vind dat er een groot smaakverschil zit tussen die enge Chiquita bananen en de fairtrade en biologische bananen die ik altijd heb.

    Dat moeten haast andere soorten zijn. Laatstgenoemde is iets droger en breekbaarder en die eerste zijn wat compacter en slijmerig. Het valt me steeds op als ik zo'n Chiquita banaan eet (omdat er niks anders is of ik het elders krijg).

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home