Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

25 januari 2011

Chemicus en boer

De moderne scheikunde is, afhankelijk of je Boyle, Lavoisier of Dalton als startpunt kiest, grofweg tussen de 200 en de 350 jaar oud. De mens deed het het grootste deel van zijn bestaan zonder. Ik moest eraan denken toen ik vandaag kennisnam van de afscheidsrede van Martijn Katan.

Ik weet het, ik heb regelmatig geklaagd over de aanhangers van het simplisme in de voedselvoorlichting, de mensen die stoplichten of klavertjes op voedsel plakken om ons als consument duidelijk te maken of we hetgeen we in de schappen van de super zien al dan niet met gerust hart naar binnen kunnen werken. Daarmee maak je mensen tot honden van Pavlov, die zonder zo'n etiketje compleet verloren zijn. Dat is africhten in plaats van voorlichten.

Maar dit betoog is dan weer het andere uiterste. Ons eten, vindt de professor die ervoor heeft doorgeleerd, is zó ingewikkeld dat gewone mensen het allemaal niet kunnen bevatten. Zo is het bijvoorbeeld al niet meer voldoende om consumenten te vertellen dat ze veel groenten moeten eten, want je hebt kans dat ze dan nog niet alles binnen krijgen wat ze nodig hebben. Want er zijn zovéél groenten, en allemaal hebben ze specifieke stofjes waarvan we genoeg en vooral niet te veel binnen moeten krijgen.

Kortom: we kunnen het niet zelf. We hebben de deskundologen nodig om gezond te blijven.

Hoe deden Unk en Wunk dat vroeger eigenlijk? Zij hadden geen voedingsdeskundigen en wisten niets van scheikunde, en toch werden ze niet ziek door hun dieet. Hooguit omdat ze nog niet wisten dat ze hun handen moesten wassen vóór het eten, omdat ze niet genoeg konden vinden, omdat ze het voedsel lieten bederven of omdat een sabeltandtijger het hapje van hun keuze óók wilde hebben.

Het antwoord ligt voor de hand: Unk en Wunk hadden niet zo veel te kiezen. Als zij een wortel vonden, aten ze wortel. Vonden ze bessen, dan aten ze bessen. En vingen ze een vis, dan aten ze vis. En zo aten ze vanzelf gevarieerd.

Wij hebben het beter geregeld. Waar wij trek in hebben, dat eten we, desnoods elke dag en desnoods geheel buiten het seizoen. Vinden wij bijvoorbeeld knolgroenten of peulvruchten niet zo lekker of lastig klaar te maken, dan eten we nooit knolgroenten of peulvruchten, want de calorieën zijn altijd in ruime variatie te koop. We kunnen dus lekker kieskeurig zijn. En doordat we zoveel variatie aangeboden krijgen, eten we dikwijls niet gevarieerd genoeg. We pikken de krenten uit de pap. Terwijl we voor een evenwichtig voedingspatroon die pap ook nodig hebben.

De chemie heeft de mens veel goeds gebracht. Zo veel, dat het té veel geworden is. We hebben nu kennelijk deskundigen nodig om met de luxe van de ruime keuze om te kunnen gaan.

Maar dat hoeven geen scheikundigen te zijn. De groenteman (die van "cha cha cha, tsja, wat zullen we eten?") is er niet meer, maar met de wekelijkse groententassen waar je links en rechts via internet op kunt abonneren, kom je ook al een heel eind. Want de boer, die--inmiddels geheel ten onrechte--de naam heeft niet te eten wat hij niet kent, weet qua variatie van zijn gezond nog wel af. En van het uwe ook. Kan die microscoop mooi in de kast blijven.

1 Comments:

  • At 26 januari 2011 11:03, Anonymous johanneke said…

    Waarom is Hoek (ook) met een hoofdletter? Het is toch Antonie (?) van Leeuwenhoek? Of mis ik nu een subtiel grapje?

    En natuurlijk heb je helemaal gelijk met het groentenabonnement. Ik heb het nu niet meer (want een volkstuin) maar heb toen best een aantal groentes ontdekt die ik nog nooit gegeten had, of die ik anders niet zo snel kocht.

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home