Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

31 augustus 2010

En ook geen bakjes trouwens

"Laatst stuitte ik in de supermarkt op een receptkaart voor maaltijdkippensoep. Op de foto twee vrolijk goedgevulde kommen op een dienblad. Wat had je ervoor nodig?

1 pot kippenbouillon
1 zakje mix voor kip-kerrie
1 zak voorgesneden Thaise roerbakmix
1/2 pak rijst
1 schaal kipfilet
1 blik linzen

Het recept? Verwijder alle verpakkingen, gooi de inhoud in een pan, laat vijftien minuten pruttelen, pureer (heus, het stond er!) en doe in soepkommen met een fleurig servetje erbij".

Zo begint het jongste kookboek van Koken met Karin, en eigenlijk zou ik het best hierbij kunnen laten, want wie deze regels leest weet net zoals ik meteen: als je ooit maar één kookboek koopt, zou dit het best kunnen zijn--en 16,95 is ook nog eens géén geld. Maar ja, je bent eetschrijver of je bent het niet. Ik ga dus nog even volstrekt nodeloos uitweiden.

Wat het eerst opvalt, is dat het zo'n verrukkelijk vrolijk kookboek is geworden. Leuke lay-out, mooie, lichte en onopgesmukte foto's, tekeningen in Karins jaloersmakende stijl: het geeft je allemaal dadelijk zin om aan de slag te gaan. De eenvoud van de recepten is daarbij beslist een extra aansporing, want zelfs de grootste keukenkluns krijgt onmiddellijk de terechte indruk dat het klaarmaken van zelfs het meest gecompliceerde gerecht niet noemenswaardig meer moeite kost dan het opentrekken en opwarmen van een blik e-nummersoep.

Precies daarom is het Karin ook te doen: zij heeft een broertje dood aan al dat kant-en-klaarspul dat vooral naar zout en smaakkunststof smaakt, reden waarom zij elk hoofdstuk opent met een eigenhandig geïllustreerde bloemlezing ingrediëntendeclaraties. Zo kun je ontdekken dat een in de super gekocht pakje "Mix voor ovenpasta tomaat-mozzarella" voornamelijk bestaat uit tomatenpoeder, gejodeerd zout, aardappelzetmeel, suiker, gistextract en maltodextrine. Wat zegt u? Nee, logisch. Ik ook niet.

Dit vrolijke kookboek is verder nog doorspekt met handige kooktips, hints voor verwerking van restjes compleet met recepten en anekdotes uit Karins rijk gevulde eet- en kookleven. 't Is lekker lezen, lekker kijken en lekker koken. Wat dus echt iedereen kan.

Pluspunt van dit boek is bovendien dat iedereen er plaats voor heeft. Kijk maar eens wat een zee van ruimte er ontstaat als je al die onnodige pakjes, zakjes en bakjes hebt weggekieperd. Kan gerust. U hebt ze echt niet meer nodig. Kijk maar:

Vanillevla zoals Karin ze kookt:

- 500 ml volle melk
- 5 eidooiers
- 1 vanillestokje
- 50 g suiker

Snij het vanillestokje in de lengte doormidden, schraap het binnenste eruit en doe samen met de melk in een pan met dikke bodem. Laat heel zachtjes een kwartiertje trekken op heel laag vuur, laat nét niet koken. Klop de eidooiers en de suiker met de mixer schuimig in een grote kom. Vis het vanillestokje uit de hete melk en giet de melk al kloppend heel voorzichtig in een dun straaltje bij de eieren. Giet het schuimige mengsel terug in de pan en laat op heel zacht vuur binen (beslist niet koken!) en blijf goed kloppen met een garde. Doe in een schaal en laat iets afkoelen. Dek het oppervlak af met plasticfolie (anders krijg je een vel) en laat in de koelkast koud worden.

Nog te veel moeite? Dan is er nog een snelle (lees: luie) huisvrouwenversie: bind de vla met + 10 gram maizena, losgeroerd met wat melk. Voeg toe aan de pan met melk en ei, de vla wordt nu snel dik en stijft nog verder op tijdens het afkoelen.

Bestellen bij bol.com (Eetschrijven ontvangt een kleine commissie):


Koken met Karin (zónder pakjes en zakjes)
Uitgeverij Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046807866
NUR: 440
Aantal pagina's: 144
Afmetingen: 20 x 20 cm

Adviesprijs € 16,95

(bestellen bij bol.com kan vanaf 1 september via de link rechts--maar doe dat alleen als u mij met een paar stuivers wilt belonen voor al mijn geheel gratis aangeboden eetgeschrijf)

Labels:

30 augustus 2010

Gezondheidsraad: biologisch wél gezonder

Nee, dat is niet waar. De Gezondheidsraad heeft nooit verklaard dat biologisch voedsel gezonder is dan niet-biologisch voedsel. Dat weet u natuurlijk goed genoeg. De Gezondheidsraad heeft immers het tegendeel verklaard. Dat werd tenminste vorige week overal op internet en in druk bekendgemaakt. Nee, je moet uitkijken met zó maar van dingen uit te gaan zonder dat ze wetenschappelijk zijn onderbouwd. Vindt u niet?

Kijk, daar wilde ik u hebben. Zullen we nu eens, nu we weten wat de koppen beweren, gaan kijken wat er nu eigenlijk in dat rapport staat? Want daar gaat het immers om. In elk geval luidt de titel van dat rapport alvast niet "Biologisch voedsel is niet gezonder", zoals u meteen opvalt. Het heeft feitelijk helemaal geen titel. Dan kun je twee dingen doen: je kunt toch maar geloven wat al die over elkaar buitelende koppen beweren, of je kunt even goed lezen.

Wat is dan wel de conclusie van het rapport? We bladeren naar pagina 5 en lezen daar: "Zoals eerder vermeld, wijzen de wetenschappelijke gegevens er tot nog toe niet op dat de teeltmethode – biologisch of gangbaar – de voedingskundige kwaliteit van voedingsmiddelen beïnvloedt".

Wat staat daar dus in feite? "We weten het nog niet". Precies zoals je zag aankomen toen je bovenaan pagina 3 las: "De stand van wetenschap is verrassend beperkt".

En inderdaad: als je het niet weet, mag je niet zeggen dat het zo is. De kop die hierboven staat, is dus misleidend. Net zo misleidend als wat al die koppen vorige week meldden, en wat al die deskundigen verklaarden.

We weten het nog niet. Zullen we dus maar met boude beweringen wachten tot de stand van de wetenschap ons niet meer verrast door zijn beperktheid? En de spindoctors die er natuurlijk verantwoordelijk voor zijn dat die veel te stellige kop het hele land door is gegaan even een beschaafde trap onder hun achterwerk geven?

27 augustus 2010

Hij komt, hij komt

Sommige dingen moet je even twee keer lezen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de tweede zin van dit artikel in Distrifood. "C1000-ondernemer Tinus Mulder heeft zelf al pepernoten ingekocht, terwijl C1000 pas volgende maand het snoepgoed levert".

Precies. Volgende maand. Zoals het natuurlijk hoort.

Hebt u ook alweer zo'n trek in paaseitjes? Zullen we Tinus eens lief aankijken?

26 augustus 2010

Frambozigheid

Vanmorgen denderde er even een aardbevinkje in miniatuur door de culiwereld. Raspberry Maxx, teler van misschien wel de lekkerste frambozen van Nederland, liet in twee berichtjes via Twitter weten het voor nog een seizoen somber in te zien. Begrijpelijk. Als er elk jaar opnieuw geld bij moet, trek je het uiteindelijk niet meer.

U weet misschien niet eens hoe de frambozen van Raspberry Maxx smaken en dat kan ik u dan niet eens helemaal kwalijk nemen. Je struikelt er namelijk niet bepaald over. Het supertrio dat in Nederland 83% van de markt vertegenwoordigt (AH, C1000 en de "club van Dirk") heeft ze alvast niet in de schappen liggen. Niet genoeg aanvoer en vooral: te duur. Want bij deze supers is men ervan overtuigd dat niet één van hun klanten, ook u niet, graag wat meer wil betalen voor wat smakelijker spullen. U bent in hun beleving allemaal koopjesjagers die voor een paar duiten verschil desnoods genoegen nemen met geperst karton.

Nee, ú bent zo niet. Natuurlijk niet. Anders las u dit niet eens.

Maar nou heb ik eigenlijk een vraag aan u. Hoe vaak eet ú eigenlijk frambozen? En als u ze eet, waar hebt u ze dan vandaan? En vindt u ze dan lekker, of overwegend lekker, of heel soms lekker, of eigenlijk nooit écht spectaculair lekker? En, zo het antwoord in de laatste paar categorieën valt, wat voor conclusie verbindt u daar dan aan?

Ik weet het: dat zijn vier vragen en eigenlijk ben ik daarmee nog niet eens klaar. Maar ik ben er vandaag oprecht nieuwsgierig naar. Omdat ik me vertwijfeld afvraag hoe we kunnen voorkomen dat er een stukje subliem culinair erfgoed zó maar verdwijnt. En de norm voor wat nog lekker mag heten eigenlijk gewoon, achter u en mij om, naar beneden wordt bijgesteld.

Weet u het?

25 augustus 2010

Ongepasta

In de VS is een meerderheid van de bevolking ervan overtuigd dat spaghetti and meatballs hét Italiaanse gerecht bij uitstek is. Ja, is me dat lachen. Maar lach niet te hard: ook de grootste kruidenier van Nederland vindt kennelijk tegenwoordig dat je spaghetti het liefst eet met gehaktballen, gemaakt van gehakt dat Albert zélf alvast voor u heeft verrijkt met basilicum en oregano, en bestrooid met een mix van paprika, wortel, tomaat, peterselie, ui en knoflook.

Ja, we denken dat wij hier in Europa het patent hebben op culi-cultureel besef. Niet dus. Op dit ogenblik staat op mijn fornuis een pan met ragù te pruttelen. Veel mensen kennen dit lekkers beter onder de naam bolognesesaus (soms bolognaisesaus) en nog meer mensen noemen het eenvoudig spaghettisaus. Wat opmerkelijk is, aangezien men in Bologna waar deze specialiteit vandaan komt zou gruwen van het idee om ze te eten met die eierloze armeluispasta uit de mezzogiorno, zoals zij het zuiden van hun land noemen. Bij hen gaat de ragù over tagliatelle of linguine.

Wist u niet? Ach, geeft niet. Ook zonder die kennis maakt u kans in de Nederlandse Masterchef te mogen koken.

EDIT: de laatste link is overleden, vermoedelijk omdat de aanmeldingstermijn verstreken is. Er stond in elk geval dat je kans maakte als je een perfecte spaghetti bolognaise kon bereiden.

24 augustus 2010

Romantiek of pragmatisme?

Hij werkte er zo te zien via Twitter al een tijdje naartoe, Dick Veerman, en vandaag stelde hij dan uiteindelijk op Foodlog de vraag waarom het ging: bent u een Luddiet? De Luddisten (vaker, maar taalkundig niet geheel juist, "Luddieten" genoemd) waren aanhangers van Ned Ludd, een activist die vele vormen van vooruitgang tegennatuurlijk vond en trachtte tegen te houden.

Het is natuurlijk een ontzettend politiek incorrecte vraag in een tijd waarin onder foodies de roep om een terugkeer naar de basis steeds vaker gehoord wordt, omdat--zo wordt gezegd--de natuur het beste weet wat goed voor ons is. Volgens Veerman ben je zelfs een Luddist als je wilt dat je eten vers is en zelf klaargemaakt. Immers, de mens realiseert zich niet dat hij het zich, sinds hij stopte met jagen, dank zij steeds meer technologie kon veroorloven romanticus te worden. Daar sta je dan met je goede gedrag.

Er zit wat in, natuurlijk. Als we er allemaal op stonden ons eten nog precies zo te verwerven en te verwerken als vierhonderd jaar geleden, was onze planeet waarschijnlijk allang niet meer in staat al zijn inwoners te voeden. De vraag blijft natuurlijk of dat een probleem is dat je moet aanpakken door steeds meer hi-tech te brengen in de voedselproductie. Vermoedelijk is het antwoord alleen bevestigend omdat we feitelijk geen keus hebben. Die ruim zes miljard mensen zijn er nu éénmaal en je kunt ze niet wegwensen.

Tot zo ver dus. Maar om dan te gaan doen of hi-tech feitelijk het neusje van de zalm is en iedereen die het anders zou willen een sympathieke doch lichtjes simpele romanticus is, gaat mij persoonlijk wat ver. In zijn bijdrage haalt Veerman een aantal alinea's aan uit een artikel van Rachel Lauden, In Praise of Fast Food, waarop zijn bijdrage is gebaseerd. Daarin legt Lauden uit dat je met artisanale thuismethoden nooit zulke zacht smakende chocolade kunt produceren als er nu uit fabrieken komen en hoe liefhebbers van de zo modieuze Italiaanse keuken zwaar leunen op voorverpakte pasta en ingeblikte tomaten.

Wat de chocolade betreft, akkoord. Het zou misschien ontzettend tegenvallen als we de stap terug moesten zetten. Aan de andere kant gaat de technologie wel verder dan de door Lauden geschetste chocoladehemel: ze produceert ook de emmertjes onbeschrijfelijk smerige nepchocoladesaus die de modale Hollandse vreetschuur uit de Sligro haalt teneinde ze over middelmatig eveneens industrieel ijs te gieten en dit, voorzien van een toef slagroomachtigs uit een industriële spuitbus, aan u te serveren als Dame Blanche (het geluid dat u hoort, is Auguste Escoffier die zich in zijn graf omdraait).

Wat die pasta en die tomaten aangaat: ja, die pakjes zijn reuze handig. Maar als ik mensen te eten krijg, komt mijn pasta toch echt vers uit mijn eigen pastamolen, van deeg dat ik met eigen handen gekneed heb. Je bent er even mee bezig, maar de kwaliteit en smaak zijn echt van een totaal andere orde. En wat die tomaten betreft: jazeker zijn ingeblikte tomaten een zegen voor de mensheid--vooral omdat tomaten die rijp genoeg geplukt worden om de perfecte smaak te hebben, met geen mogelijkheid meer anders dan ingeblikt getransporteerd kunnen worden. Een paar tomatenplanten in een kasje brengen dezelfde fenomenale smaak echter binnen ieders bereik. Maar niet in de winter, nee. Ik zei al: het heeft voordelen. Hoewel er in de winter weer andere lekkere dingen zijn, natuurlijk.

Maar de vraag hoe hi-tech we ons voedsel willen raakt aan een belangrijker vraag die zowel Veerman als Lauden geheel buiten beschouwing laten: die in hoeverre wij onze eigen controle over de kwaliteit van ons voedsel verder uit handen willen geven en ons uit willen leveren aan een industriële sector die het in de eerste plaats te doen is om efficiëntie en niet zozeer om smaak. Waar dat toe leidt, zien we momenteel al: de supers die inmiddels het leeuwendeel van onze voedseldistributie in handen hebben, leveren groenten, fruit en vlees die het qua kwaliteit en smaak grandioos afleggen tegen wat met enige moeite nog via andere kanalen kan worden aangekocht. Hele families groenten en fruit verdwijnen uit beeld omdat de super en de voedingsindustrie ze niet lucratief genoeg vinden. En van wat er nog wel is, vinden we alleen nog de variëteiten waar het best aan te verdienen is. Wie even bij een paar van die ouderwetse, reactionaire boerderijwinkels langsfietst--die plekken waar ze nog aan die achterhaalde romantiek doen--weet daar alles van.

De techniek heeft ons veel goeds gebracht en heeft ook het nodige gedaan voor ons voedsel. We kunnen bijvoorbeeld koelen, invriezen en inblikken en er is geen foodie die daar niet regelmatig de vruchten van plukt, net zo min als hij graag zijn eigentijdse keuken weer zou willen inleveren en terug wil naar zijn granieten aanrechtblad met alleen maar een petroleumstelletje erop. Maar de hemel verhoede dat we alle traditionele, economisch minder interessante en derhalve romantische, waarden achter ons laten en ons geheel uitleveren aan een industrie die ons voedsel produceert volgens filosofieën waar wij niet noodzakelijk achter kunnen staan en volgens processen die wij niet meer kunnen dupliceren. Want dat is gegara ndeerd het moment dat het begrip "lekker" aan zijn uitsterven begint.

Dan maar een Luddist. Een pragmatische partiële Luddist, wel te verstaan.

23 augustus 2010

Alla cinese

Ik ben een geluksvogel. Ik heb sinds kort twee vrienden met een moestuin en ineens eet ik allemaal fantastische groenten, niet alleen stukken beter dan de twijfelachtige producten die bij de super liggen uitgestald, maar ook stukken gevarieerder dan het steeds eentoniger wordende aanbod van AH en consorten. Dat helpt behoorlijk bij het minderen van de vleesconsumptie. Want hoewel ik me ook wel realiseer dat mijn individuele bijdrage het verschil heus niet zal maken, is dat voor mij geen reden om me aan mijn zorgplicht voor het milieu te onttrekken.

Het is bovendien goed voor je improvisatietalent, want ik had vrijdagmiddag nog geen idee waar ik vrijdagavond laat mee thuis zou komen. En dat was heel wat. De snijbiet at ik zaterdag, verwerkt in een pastagerecht met geitenkaas. En zaterdag vond ik dat ik maar eens wat onschuldige fusion moest proberen. Hoewel, fusion: de Italiaanse en de Chinese keuken hebben natuurlijk best wel de nodige dingen met elkaar gemeen. Eigenlijk was het meer dat ik uitsluitend Italiaanse rijst in huis had, en geen Aziatische. En spul van de super mocht er gisterenavond voor de verandering gewoon eens niet in. Je moet af en toe toch eens bewijzen dat dat best kan. Makkelijk kan, zelfs. Ook al woon je dan in Almere.

Risotto alla cinese

Nodig voor 2 personen:

- een stuk of tien forse bladeren paksoi inclusief stelen
- 1 kleine aubergine
- 1 puntpaprika
- 2 uien
- 4 tenen knoflook
- 2 kippenbouten van de poelier
- 140 g risottorijst (geen Lassie, Tosya of andere voorgekookte)
- 1 liter kippenbouillon (van de poelier of zelfgetrokken)
- 1 dl goede witte wijn
- 2 theelepels vijfkruidenpoeder
- 1/2 theelepel cayennepeper
- boter, sesamolie, olijfolie

Snijd de aubergine en de puntpaprika in kleine blokjes of schijfjes, snipper de ui grof, plet de knoflook en hak hem fijn. Haal het vlees van de bouten los en wrijf het in met 1 theelepel vijfkruidenpoeder. Verhit sesamolie in een wok of koekenpan en bak hierin het kippenvlees in een paar minuten aan twee kanten bruin. Doe de ui, de paprika en de aubergine in het bakvet en laat op hoog vuur vijf minuten zweten. Roer nog een theelepel vijfkruidenpoeder door de groente, voeg de knoflook toe en bak nog twee minuten; draai daarna het gas uit. Snijd intussen de kip in kleine stukjes en de paksoi in dunne reepjes.

Breng de bouillon aan de kook. Verhit in een gietijzeren braadpan de olijfolie en laat hierin de uien fruiten tot ze glazig zijn. Voeg de rijst toe en laat die even meebakken tot de korrels glanzen. Giet de wijn erbij, laat bruisen en wacht tot de vloeistof bijna geheel is opgenomen. Schep een pollepel vol bouillon bij de risotto en laat deze op hoog vuur opnemen. Blijf roeren en schep steeds een nieuwe pollepel bouillon bij de risotto als de vorige is opgenomen, tot de risotto nog net niet helemaal beetgaar is. U houdt wat bouillon over, maar dat is niet te vermijden.

Doe ondertussen nog wat sesamolie in de koekenpan met de groenten en draai het gas eronder hoog. Voeg de kipblokjes toe en laat dit alles samen nog een minuut of vijf sauteren. Doe de fijngesneden paksoi bij de risotto en laat het vocht dat vrijkomt verdampen. Roer tot slot de kip en de groenten door de risotto. Draai het gas uit en roer er een klontje koude boter bij om de risotto te binden (mantecazione). Dien meteen op op voorverwarmde borden.

20 augustus 2010

Tekort

Soms komen er van die berichten voorbij waarbij je de wenkbrauwen fronst. Ja, ik weet wat u wilt zeggen: bij mij gebeurt dat zelfs best vaak. Maar dat ligt nu éénmaal in de aard van het eetschrijvertje. Ik geloof nooit zó maar wat men mij over eten vertelt. Zo'n naar achterdochtig mannetje ben ik wel.
De fronsing werd deze keer veroorzaakt door een nieuwsflits uit een publicatie genaamd de Nutrition Clinical Practitioner. Er was rachitis geconstateerd bij een kind met een koelmelkallergie. Stof tot nadenken.

De conclusie lag voor de hand: wie, om welke reden dan ook, besluit om bepaalde voedingscomponenten uit zijn eetpatroon te schrappen, moet altijd even nadenken of er dan geen tekort ontstaat aan bepaalde micronutriënten, zoals dat heet. In dit geval was er een tekort ontstaan aan vitamine D, wat in melk (en ook in boter maar niet van nature in margarine) voorkomt. En zo'n tekort kan op termijn leiden tot rachitis, ook bekend als Engelse ziekte.

't Is allemaal logisch en ik kan het principe van harte onderschrijven. En toch vond ik juist dit specifieke geval een ongelukkig voorbeeld. Als we al ziekten gaan ontwikkelen doordat we de zoogmelk van een andere diersoort uit ons eetpatroon schrappen, doen we toch iets niet goed. De mens is nog maar zo'n 9000 jaar geleden begonnen dieren te houden; voor die tijd dronken kinderen een korte tijd moedermelk en kregen ze de rest van hun leven geen melkproducten meer binnen. Nu kunt u betogen dat Unk en Wunk dan ook veel jonger stierven dan wij, maar dat kwam ook doordat zij geen sanitair en geen medische wetenschap hadden, en regelmatig al eens een sabeltandtijger ontmoetten die harder kon lopen dan zij. Tekort aan vitamine D hadden ze vermoedelijk niet.

Want welke mensen hebben melk nodig om aan voldoende vitamine D te komen? Mensen die te weinig buiten komen--of juister, mensen die niet voldoende zon op hun huid krijgen. Die huid zorgt er namelijk voor dat onder invloed van zonnestraling vitamine D wordt aangemaakt.

Dat kind met zijn koemelkallergie had gewoon regelmatig, liefst in zijn blote kont, lekker buiten moeten zijn. Dan was er vermoedelijk niets aan de hand geweest. Want dat melk moet, daar zijn we toch al een hele tijd geleden vanaf gestapt. Melk moet voor kalveren. Niet voor ons. Al vinden dan ook veel mensen--ik ook--het erg lekker, al dan niet in de vorm van kaas.

19 augustus 2010

Vloeibare calorieën

Overigens zijn er mensen voor wie de vraag of de meeste calorieën nu uit frisdrank dan wel uit vruchtensap komen een non-item is. Zij hebben ongetwijfeld kennis genomen van een studie die vorig jaar in het American Journal of Clinical Nutrition verscheen en die uit leek te wijzen dat we ons eerder te dik drinken dan te dik eten.

Onlogisch is dat bepaald niet. Als we het dan toch gaan hebben over waaraan de mens genetisch is aangepast: vloeistoffen die gemakkelijk 500 calorieën per liter (!) leveren horen daar zeker niet bij. Tot nog maar een eeuw geleden dronken mensen voornamelijk water. Koffie en thee--dranken waar overigens zelfs een extreme zoetekauw doorgaans minder suiker in doet dan er in een glas cola zit--werden nog lang niet zo veel gedronken als nu. Een alcoholische versnapering was een uitzondering. Vruchten uitpersen moest je zelf doen en dat kostte de nodige tijd, en bovendien konden we de voedingswaarde die daarmee verloren ging doorgaans niet missen; het spreekwoordelijk geworden "appeltje voor de dorst" werd gegeten. En frisdranken bestonden nog helemaal niet.

Het is dan ook helemaal geen gek idee om op gewicht te blijven vanuit het principe "geen vloeibare calorieën". Dat betekent dus in de praktijk alleen water en koffie en thee zonder suiker. Persoonlijk heb ik er trouwens alle begrip voor wanneer er een uitzondering wordt gemaakt voor wijn en af en toe een bodempje whisky, al geef ik meteen toe dat dat eigenlijk slap is.

18 augustus 2010

Lood om oud ijzer

Mail! Wat ik dáár nou toch gisteren vertelde: vruchtensap zou niet gezonder zijn dan frisdrank? Terwijl vruchtensap 100% natuurlijk is, zonder toegevoegde suikers, geur- en smaakstoffen of andere kunstmatige toevoegingen. Nee, nu sloeg ik toch door.
Even voor de duidelijkheid: nee, ik zei niet dat vruchtensap even ongezond is als frisdrank. Wel dat er zelfs nog méér suikers in zitten. Natuurlijke suikers. Maar dat maakt voor ons lichaam niet uit.

Eén en ander lijkt ernstig in tegenspraak met de aanbeveling van het Voedingscentrum om, naast 200 g groente, ook 2 stuks fruit per dag te eten. En ook dat is niet zo. Niet voor niets adviseert genoemd Voedingscentrum slechts één van de twee stuks fruit eventueel te vervangen door vruchtensap. En ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat zelfs deze aansporing niet van harte is.

Want hoewel er aan vruchtensap niets is toegevoegd, is er wel het nodige uitgehaald ten opzichte van de vrucht waarvan het gemaakt is. Dan gaat het in de eerste plaats om veel van de vezels. Die vezels hebben niet alleen een nuttige functie in de stofwisseling, ze zorgen er bovendien voor dat je je verzadigd voelt. Dat mechanisme wordt bij vruchtensap uitgeschakeld. Je kunt er zonder enig probleem een halve liter van opdrinken: bij benadering 250-300 calorieën, en 50-65 gram suiker. Aan voedingswaarde komt dat in de orde van grootte van een halve liter frisdrank (let wel: de niet-lightvariant). Ja, je krijgt ook vitaminen binnen. Maar daarvoor kun je echt beter een appel of een sinaasappel eten.

Voor de duidelijkheid: ik verzin dit niet. Uit een Australische studie bleek in 2007 al dat kinderen die veel vruchtensap dronken tot een risicogroep behoorden voor zwaarlijvigheid. En wij Nederlanders behoren in Europa tot de topdrie van grootste vruchtensapdrinkers...

17 augustus 2010

Doodsbedreigingen

"Met pijn in mijn hart las ik jouw mailtje. Een fervent cola-light drinker… Ik kan je niet zo zeggen hoezeer wij als consument en belangrijker, als mens, onrecht wordt (sic!) aangedaan met de massale verkoop van dit botverzwakkende suikerwater. En dan met name de light-varianten. Koolzuurhoudende frisdranken hebben twee dodelijke ingrediënten (...)". Aan het woord is ene Amber Albarda, in de Telegraaf.

Even duidelijk: ik vind zeker dat het met de beschouwing van het vaderlandse eetlandschap in de media best wat kritischer mag en hoop daar ook zelf mijn bijdrage aan te leveren (overigens wil een toenemend aantal media mijn stukjes liever niet hebben omdat ik adverteerders weg zou jagen, dus wat dat betreft zou ik een aanwinst moeten zijn voor elke publicatie die zijn lezers écht wil informeren, maar dat terzijde). Onder kritische journalistiek versta ik echter niet dit paniekvoetbal.

Ik ga u dus bij deze vertellen dat u van het drinken van cola niet dohohóóóóód gaat, zelfs niet als het de lightvariant is. Ik ga u overigens ook niet aanraden het spul toch vooral te drinken, want natuurlijk is cola nonfood dat geen enkele nuttige bijdrage levert aan uw stofwisseling, behalve dat het water bevat--en als het daarom gaat, kunt u veel beter puur water drinken. De meeste Nederlanders doen er sowieso goed aan zichzelf eens te wennen aan minder zoete smaken (dat is verbazend makkelijk voor wie het echt eens probeert), want de hoeveelheid suiker die we modaal binnen krijgen is bepaald niet bevorderlijk voor de volksgezondheid. Nodeloos te zeggen dat wie die zoetbehoefte de kop indrukt, ook niet zoveel kunstmatige zoetstoffen meer wil--ook al spul waar uw lichaam heel goed zonder kan.

Maar dit soort alarmverhalen over dodelijk vergif in spul dat gewoon in de winkel verkrijgbaar is, mist elke feitelijke (laat staan wetenschappelijke) basis en hoort wat mij betreft nadrukkelijk niet onder het chapiter van kritische journalistiek. Appelsap, toch een drankje dat voor "gezond" doorgaat, bevat bijvoorbeeld méér zuren en méér suikers dan cola in de gewone variant. Dit geneuzel over cola is dan ook pure bangmakerij, nauwelijks beter dan verhalen over marsmannetjes die een inval op aarde van plan zijn. Niet naar luisteren! Er is namelijk meer dan voldoende om ons écht zorgen over te maken zonder de grote boze wolf die mevrouw Albarda hier onder uw bed probeert te stoppen.

Overigens, Coca-Cola blijft ondanks dit wezenloze gegil toch wel adverteren in het genoemde dagblad. Wat dat betreft moeten de Nederlandse media ook maar weer eens van die koudwatervrees af. Maar dat is, zoals gezegd, een ander verhaal.

Zo, en nu een kop thee. Zonder suiker, ja.

16 augustus 2010

Kiløknållen

C1000 blijkt met ingang van deze week het kiloknallen van vlees weer lustig te hervatten, vermoedelijk tot vreugde van een groot deel van zijn klanten. Um, Wakker Dier... als jullie dan toch bezig zijn, ga dan ook eens kijken bij IKEA. Zweedse gehaktballetjes inclusief friet en fris voor vier voor € 12,50? Dat klinkt toch knap kiløknållerig...

13 augustus 2010

Whisky op ijs

Hou mij ten goede: goede whisky op ijs is mij een gruwel en zelfs als Heston Blumenthal persoonlijk bij mij thuis één van mijn betere single malts zou komen proeven, zou ik hem--weliswaar met enige spijt--de deur wijzen wanneer hij zou verzoeken om enkele klontjes ijs. Er zijn dingen die je doodgewoon niet dóet. Mensen die per se willen doen of ze whisky met ijs drinken, kopen zelf maar een fles VAT 69 of iets dergelijks. Als dat spul tenminste nog bestaat. Ik heb gelukkig geen flauw idee.

Maar nu is er whisky op ijs in het nieuws. In Nieuw-Zeeland is een speciale zuidpoolexpeditie erop uit getrokken met geen ander doel dan twee kisten whisky onder het ijs vandaan te gaan halen die daar door poolreiziger Shackleton zouden zijn achtergelaten. De onderneming was alvast in zoverre een succes dat de koene avonturiers niet met twee, maar liefst drie kratten van het goudgele vocht terugkeerden--met nog twee kratten brandewijn als bonus.

Maar waarom nu eigenlijk? Ik viel in elk geval bijna van mijn stoel toen ik het hoorde: omdat men via laboratoriumanalyses erachter hoopt te komen hoe honderd jaar geleden precies whisky werd gemaakt. Dat weet namelijk niemand meer.

Verbijsterend vind ik zoiets. Whisky werd al gemaakt toen de Schotten nog geen woord Engels spraken. Het komt al voor in geschriften van halverwege de 15e eeuw. Maar hoe het lekkers nog maar honderd jaar geleden werd gemaakt, zou iedereen vergeten zijn? Wat drommel: ik heb in mijn leven al whisky gedronken die slechts enkele decennia jonger was.

Nu is het alleen nog maar te hopen dat het spul ook naar de normen van deze tijd een beetje drinkbaar blijkt te zijn. Anders eindig je na al die investeringen en ontberingen nog met iets waar je in arren moede maar beter een klontje ijs in kunt doen.

12 augustus 2010

Slow

... maar als we dan dus vlees gaan eten als iets speciaals voor af en toe, laten we er dan ook wat lekkers van maken. Bijvoorbeeld door het te garen op lage temperatuur, lekker slowcooken. Dat levert fantastisch mals en sappig vlees op, met een overweldigende smaak.

De oven in dus, en uren laten garen op heel lage temperatuur. Maar hoe laag precies? Nee, het uitgangspunt is niet "hoe lager hoe beter". Vlees heeft een minimale temperatuur nodig om te kunnen gaan garen. Blijft u daaronder, dan krijgt u warm rauw vlees. Logisch. Maar welke temperatuur is dat? Dat is niet voor alle vlees hetzelfde, omdat de eiwitstructuur verschilt. Rundvlees kan volstaan met een lagere temperatuur dan varkensvlees. Maar daarnaast zijn er nog individuele verschillen.

En dan is er nog de oven (ik ga er niet van uit dat u een Crockpot of andere slow cooker hebt en die hebt u strikt genomen ook helemaal niet nodig), die dikwijls de zwakke schakel is aangezien de ingestelde temperatuur daarvan soms wel 10 of zelfs 20 graden kan afwijken van wat u hebt ingesteld. Het is ook helemaal geen slecht idee om de oven eens met een kookthermometer te kalibreren. Trouwens, als u grote stukken vlees klaar gaat maken die u van binnen rosé wilt hebben, kunt u toch niet zonder dit handige hulpje.

Hoe dan ook kunt u de ideale temperatuur voor het slowcooken van vlees het best afleiden van de vereiste kerntemperatuur. Die is bij rund 50-55 graden voor rosé en 60-65 voor doorbakken. Voor varkensvlees zijn de waarden respectievelijk 67 en 72, voor kalfs- en lamsvlees 60-65 en 70-75.

Daarvan uitgaand is het simpel: tel bij de gewenste kerntemperatuur 20 graden op en stel daarop de oven in, op boven- en onderwarmte. Braad het vlees kort aan voor de zgn. maillardreactie (het bruinen dus) en leg het in braadslee of braadpan in de oven.

Wilt u het vlees door en door gaar hebben, dan maakt het niet zo heel veel uit hoe lang u het in de oven laat liggen, als het maar tijd heeft gehad om zijn kerntemperatuur te bereiken. Gebruik van een thermometer is hier om die reden dus wenselijk. Witl u het rosé, dan kunt u in geen geval zonder zo'n thermometer. Is de gewenste kerntemperatuur bereikt, open dan de oven, draai hem tot precies de kerntemperatuur die hoort bij de gewenste garing en sluit hem weer zodra het lampje gaat branden. Nu kunt u het vlees rustig tot gebruik zo laten liggen zonder dat het verder gaart.

Overigens is slowcooking zelfs met eieren mogelijk. Dit luistert wel iets nauwer: eiwit stolt bij ca. 60 graden, eierdooier bij ca. 66 graden. Voor een ideaal slowcooked ei (wit vast, dooier vloeibaar) moet de temperatuur hier dus gedurende ca. een half uur tussen blijven. Vervolgens kan het ei op een temperatuur van ca. 57 graden warm worden gehouden--niet warm genoeg om verder te garen, maar warmer dan de salmonellabacterie kan verdragen.

Het is eigenlijk allemaal een kwestie van elementaire natuurkunde, gecombineerd met een vleugje intuïtie. Laat dat laatste echter niet de bovenhand krijgen. Een vrij gerenommeerde chefkok wiens naam ik hier niet zal noemen, vertelde mij jaren geleden eens dat je het beste slowcooked ei kreeg door het precies 32 minuten op 58 graden te garen en het vervolgens tot gebruik warm te houden op 67 graden, wat ik ijverig noteerde en nog even aan de knikkende vakman teruglas. Ik had toen al het bovenstaande zelf nog niet uitgevogeld, wat maar goed was ook. Ik weet niet of ik anders mijn lachen had kunnen houden.

11 augustus 2010

Luxe

Ik ben niet zo'n fan van knallen. Wat mij betreft wordt die oudejaarstraditie ook afgeschaft, maar dat is iets anders. Ik wou het vandaag eens hebben over het kiloknallen, en hoe op dat punt door Wakker Dier succesvol een spaak in het wiel van C1000 is gestoken.

Hoewel C1000 officieel niets toegeeft en niets toezegt, is wel duidelijk dat de actiegroep met zijn actie tegen supervoordelig vlees iets bereikt heeft. En dat is mooi, want voor de stuntprijzen waarmee de super tot hiertoe graag reclame maakte, is niet alleen voor de boer niets te verdienen, het is ook nog eens volkomen onmogelijk dat voor die kiloprijzen een dier een beetje dierwaardig bestaan heeft tot het tijd is voor de slacht. Ik heb niets tegen vlees eten, maar wat respect voor wat je eet, hoort daar wel onlosmakelijk bij.

De man in de straat lijkt het, gezien reacties in de media, niet met mij eens. Op deze manier, zo is de teneur, wordt vlees een luxeproduct, iets voor kapitaalkrachtige mensen en voor de gewone man iets voor af en toe. Dat klopt. En zal ik u eens iets zeggen? Dat is prima. Want de bespottelijke hoeveelheden vlees die wij per hoofd van de bevolking naar binnen werken, hebben we bij lange na niet nodig--voor zo ver je ervan uitgaat dat de mens sowieso vlees nodig heeft, want steeds meer mensen zijn daar niet van overtuigd.

Wat mij betreft gaan we toe naar een situatie waarin vlees inderdaad een luxe wordt. Iets voor af en toe, voor één keer per week. Dat vlees mag wat mij betreft dan ook rustig het vier- of vijfvoudige kosten van wat het nu kost. Daarmee verminder je niet alleen de dichtheid van de veestapel en verbeter je het lot van de dieren en de boeren., het is bovendien nog eens een goede zaak voor milieu en volksgezondheid--dat laatste zowel vanuit een oogpunt van ziektebestrijding als van dieet. Uiteindelijk dus voor ons allemaal.

Zelf eet ik op dit moment inderdaad nog maar ca. één keer per week vlees bij de hoofdmaaltijd, afgezien van af en toe enkele tientallen grammetjes spek in een pasta- of risottogerecht. Ik haal dat vlees dan bij voorkeur bij een scharrelslager waar ik er flink voor in de buidel tast. Maar kijk: dan héb je ook wat. Dat maakt het feestje alleen nog maar bijzonderder.

Overigens verving C1000 de vleesactie door een actie met brood. Een collega zei: dat is ook niet goed voor de boeren. Daar ben ik het mee eens. Maar je hoeft je tenminste geen zorgen te maken over een graanvriendelijk bestaan. Dat is dan toch al half gewonnen.

Tot slot: de briljante foto bij dit stukje is niet van mezelf, maar komt van de Franse site tranchesdunet.com.

10 augustus 2010

Vega eten, vlees weggooien?

Geitenkaas is al een aantal jaren hip. Vooral in vegetarische menu's komt het vaak voor. Terecht natuurlijk, want geitenkaas heeft ontzettend veel smaak en bestaat in tal van variëteiten. Ook uit Nederland komt steeds meer uitstekende geitenkaas, ook van kleine zelfkazende geitenhouders, die gelukkig een revival beleven. Maar zij hebben een probleem.

Voor geitenkaas is namelijk geitenmelk nodig, en die geitenmelk krijg je alleen als er lammetjes worden geboren. Een geit werpt gemiddeld twee jongen, maar ook wel eens drie of vier--en lang niet al die lammeren worden zelf weer melkgeit of dekbok. Er worden er dus de nodige geslacht.

Vroeger was dat geen probleem, toen de plaatselijke geitenhouders alleen nog voor zichzelf en hun onmiddellijke omgeving produceerden. Ze aten geitenkaas, wat armenkaas was, dronken geitenmelk (armenmelk) en aten geitenvlees (armenvlees). De geitenkaas is hip geworden en de melk is mede daardoor een marginaal product waar we ook niet mee blijven zitten. Maar met het vlees ligt dat anders, want geit eten, dat wil de Nederlander tot op de dag van vandaag niet in grote aantallen. Een typisch gevalletje onbekend maakt onbemind, want geitenlam is heel mals en lekker vlees dat bovendien prima in de huidige cholesterolverlagende trend past.

Maar we kopen het niet, en ook toprestaurants nemen niet het voortouw--een belangrijke reden daarvoor is dat chefkoks ook zelden weten hoe ze geit precies moeten bereiden--en dus gaan de jonge dieren op een uitputtend transport per vrachtwagen naar Zuid-Europa, waar geitenvlees wel popupair is.

Dat is natuurlijk allesbehalve diervriendelijk en ook grote onzin, want geitenvlees is zoals gezegd heel lekker. En als onbekend onbemind maakt, dan moesten wij van het Nederlandse eetschrijversgilde maar eens iets tegen die onbekendheid doen. Ik neem daarin vandaag vanaf deze plek het voortouw, door u om te beginnen eens te wijzen op een site waar u allerlei wetenswaardigheden over geitenvlees kunt vinden, inclusief verkoopadressen en recepten. Benieuwd wat u ervan vindt!

09 augustus 2010

Bos

Ze zijn helemaal hip, die platte perziken met zoveel méér smaak dan de gewone variant. Ze worden meestal "wild" genoemd hoewel er niets wilds aan is. Het zou gaan om een veredeling van een Chinees ras, hoewel ik ook Zuid-Amerika heb horen noemen. In elk geval worden ze gewoon geteeld. U weet toch dat "wilde spinazie" ook gewoon volgroeide spinazie is?

Supermarkt DEEN, waar ik even was om aardbeien van Jan Robben te kopen omdat ik zin had in deze taart (een foto van het resultaat ziet u hier), vond het zelfs allemaal nog niet wild genoeg. Zij hebben het zelfs over "wilde bos perziken" (de spelling is van hen), waarbij wij ons kennelijk een noeste zoektocht in de wouden van Italië moeten voorstellen. Oho, wat een verrukkelijke romantiek. Die moeten wel héél lekker zijn.

Wanneer wordt dit soort wilde fantasie eigenlijk gewoon misleiding? Nog even en we krijgen in de super wilde boomaardbeien uit de Kalahari aangeboden. De zoveelste variant op de schoenen van nijlpaardenleer waarmee Pietje Bell al leurde.

06 augustus 2010

De ultieme meringue


Maar laat ik bij het begin beginnen. Dat fruit waar ik het eergisteren over had, dat waren dus moerbeien. Veel Nederlanders hebben die nog nooit gegeten, want je vindt ze niet bij de super en zelfs niet bij de fruitjuwelier, om de eenvoudige reden dat dit fruit veel te kwetsbaar en te bederfelijk is om commercieel aantrekkelijk te zijn. Wie niemand kent met een moerbeiboom, proeft het nooit. Hetzelfde geldt trouwens voor de Japanse wijnbes, een op het oog wat op een framboos lijkend vruchtje dat misschien nóg wel lekkerder is.

Met die moerbeien wilde ik dus wat doen. Een crumble lag voor de hand, maar die had ik bij de eigenaar van de boom al gehad. Ik dacht aan een tarte tatin, maar kreeg al snel via het fantastische medium Twitter (u volgt mij daar toch al?) te horen dat moerbeien daar te vochtig voor waren. Al snel flitsten de suggesties over het beeldscherm en uiteindelijk besloot ik op aanraden van de onvolprezen Kok Robin, die zoveel beter kan fotograferen dan ik, een Eton Mess te maken.

Dit is een heel eenvoudig typisch Engels dessert dat uitsluitend bestaat uit aardbeien (of ander zomerfruit zoals bijvoorbeeld moerbeien), lobbig geslagen room en verbrokkelde meringue. Dat laatste is overigens een toevoeging van aanzienlijk latere datum, maar het maakt het dessert wel stukken lekkerder. Het enige probleem was nu nog dat ik geen meringue in huis had. Gelukkig had ik wel verse eieren.

Nu is het met meringue in zoverre raar dat hét recept niet bestaat. Over de samenstelling is men het over het algemeen wel eens (die is dan ook buitengewoon simpel), maar vooral over het bakken lopen de meningen enorm uiteen. Zelf houd ik van meringue in de Franse stijl, die van buiten krokant en van binnen nog net een beetje kleverig is. Bovendien maak ik graag roze meringue door toevoeging van bijvoorbeeld coulis van aardbei of framboos, en dan mag je het gebak vooral niet te heet laten worden omdat je anders de fruitigheid kwijtraakt. Kortom, ook bij mij is het bakken van meringue een doorlopende zoektocht. Of eigenlijk wás het dat, want nadat ik het resultaat gisteren zag en proefde, besloot ik stante pede het nooit meer anders te doen. Dit recept werkt overigens niet in een combimagnetron die de (compleet bezopen) eigenschap heeft om ook op de ovenstand alleen te functioneren met de deur helemaal dicht. Mensen die niets van koken weten, zouden geen keukenapparatuur moeten ontwerpen.

Frambozenmeringue

Nodig:

- 3 eiwitten
- 3-5 eetlepels witte basterdsuiker (afhankelijk van hoe zoet u de meringue wilt)
- 3 eetlepels frambozencoulis van onberispelijke herkomst (bv. van Raspberry Maxx)
- 1 theelepeltje wijnsteen (of eventueel citroensap of wittewijnazijn)
- mespuntje zout

Verwarm de oven voor op 95 graden boven- en onderwarmte en leg op een bakblik een stuk bakpapier dat u lichtjes met boter invet. Splits de eieren recht uit de koelkast in een brandschone metalen of glazen kom (geen plastic omdat daar vaak vetspoortjes in achterblijven wat uw eiwitsneeuw meedogenloos doet mislukken) en zet de dooiers afgedekt weer terug voor een ander recept, bv. mayonaise. Laat de witten in een kwartiertje op kamertemperatuur komen. Doe er wijnsteen en zout bij en klop met de mixer op lage stand. Schep er, zodra de massa wit en enigszins vast begint te worden al kloppend de suiker en de frambozenmoes bij. Blijf kloppen tot er kopjes op de sneeuw blijven staan, vooral niet langer.

Schep nu onmiddellijk met een eetlepel mooie meringues op het bakpapier, waarbij u probeert een "piekje te trekken" voor een mooie vorm. Zet de bakplaat in het midden van de oven en zet de steel van een houten lepel tussen ovendeur en oven zodat er een kier van 1-2 cm ontstaat.

Laat de meringues 3 uur lang op deze temperatuur bakken. Haal de bakplaat uit de oven, wacht twee minuten en haal de meringues voorzichtig los. Laat ze nog tien minuten afkoelen en doe ze dan meteen in een trommel die u goed afsluit--tenzij u ze, wat heel goed voorstelbaar is, meteen allemaal opeet.

05 augustus 2010

Bijsmaakje

Wie zei er nou dat het lezen van ingrediëntendeclaraties niet leuk is? Je ligt soms in een deuk! Ik zie zo een lespakket voor schoolkinderen vóór me, met de titel "Vind de bedriegers". Volgens mij vinden die dat geweldig. Zo kun je helpen voorkomen dat er nóg een generatie opgroeit met nul komma nul besef van smakelijke en verantwoorde voeding. Maar eens werk van maken?

Het fragment hierboven is afkomstig van een pak Lipton Ice Tea, volgens het opschrift van de variëteit "Orange Passion". Je zou dus, als ietwat naïeve consument, verwachten dat er sinaasappel en passievrucht in zit. Nou, dan kom je niet bedrogen uit. In dit drankje, dat vooral naar synthetische perzik smaakt (u ziet: geen opoffering is uw eetschrijver te veel) bestaat inderdaad voor liefst éénvijfhonderste uit sap van deze vruchten--en dat is dan nog grootmoedig naar beneden afgerond. In feite zit er 0,1% passievruchtensap in en liefst 0,17% sinaasappelsap.

Uit deze ingrediëntendeclaratie op dit pak kunt u in elk geval aan de hand van een eenvoudige gebruiksaanwijzing ondubbelzinnig opmaken dat de inhoud voor ruim 99,5% bestaat uit suikerwater, waar vervolgens iemand langs is gerend die in zijn prille jeugd eens een vluchtige romance heeft gehad met een liefhebster van sinaasappelen en passievruchten. Proost.

04 augustus 2010

Jantje zag eens

Deze heb ik vanmiddag geplukt. Benieuwd of u kunt zien wat het is. En nog benieuwder ben ik naar suggesties wat ik er eens mee zal doen.

Zegt u het maar!

03 augustus 2010

Op de kaart

Beste PR-adviseur, mijn miraculeuze vermageringspil ("zonder u iets te ontzeggen vliegen de kilo's eraf") is sinds enige tijd in Nederland verkrijgbaar en ik wil hem graag op de kaart zetten. Hebt u voor mij een goed adviesje? Zeker, beste pillenverkoper. Sponsor eens een wetenschappelijk onderzoek. Hoeft niet duur te zijn. Onderzoekers zitten namelijk in deze verlichte tijden ontzettend om geld verlegen en zien een handreiking uit het bedrijfsleven graag komen.

U lacht, maar zo gaat het vaker dan u denkt. Tal van instanties, zowel commercieel als niet-commercieel, kunnen door iedereen die over de brug komt worden ingehuurd voor het doen van studies. Het doel is meestal niet de mensheid te verlichten met nuttige kennis, maar vrijwel altijd om de media te halen met resultaten waaraan dan uiteraard de naam van de gulle sponsor gekoppeld wordt.

De onderzoeksresultaten zelf zijn vrijwel nooit ergens te vinden. Slimme PR-jongens maken een samenvattinkje en als dat er spectaculair (of gewoon leuk) genoeg uitziet, haalt het de media. Daarbij wordt dus handig gebruik gemaakt van het feit dat de meeste journalisten van publieksbladen het te druk hebben om een onderzoeksrapport helemaal door te spitten.

En zo kon het gebeuren dat De Telegraaf gisteren bereidwillig een open deurtje intrapte en een artikeltje publiceerde waar je met de beste wil van de wereld geen sikkepit concrete en bruikbare informatie uit kon halen. Een komkommerverhaaltje is het, waarin alles wat maar een beetje informatief zou kunnen lijken vooraf wordt gegaan door het relativerende woordje "meestal".

Wie het onderzoek (wat mij betreft een nonderzoek) heeft uitgevoerd, staat er niet in. Wel wie er opdracht voor heeft gegeven: de dieetpil Alli. Beter dan in zo'n stukje vol non-informatie kun je je naam niet laten vallen als je een ontvankelijke doelgroep wilt bereiken.

Doe overigens even navraag vóór u meteen naar de apotheker rent voor een doosje van deze pillen met de farmaceutische benaming orlistat. De Amerikaanse FDA heeft vorig jaar gewaarschuwd dat het gebruik ervan mogelijk tot schade aan de lever leidt; Nederlandse instanties melden als mogelijke bijwerking ernstige nieraandoeningen. Dat waren de auteurs van het persbericht nog vergeten te vermelden.

02 augustus 2010

De kip, het ei en de bal

Patrick en Roland zijn twee bijzondere vrachtwagenchauffeurs. Zij proberen namelijk onderweg gezond te eten. Reden genoeg voor de Volkskrant om ze vandaag in een stukje op te voeren, met de vermelding dat zij amper aan hun trekken komen. Het broodje bal blijkt langs de weg zo ongeveer alleenheersend.

Het is natuurlijk jammer dat de enkele trucker die wel gezond wil eten, daarvoor zo veel moeite blijkt te moeten doen. Maar is het langs de snelweg nou eigenlijk zo veel anders dan elders? Ook de gewone winkelende consument wordt het bepaald niet gemakkelijk gemaakt om gezond, smakelijk en duurzaam te eten, zeker niet als het allemaal ook nog goedkoop moet zijn. Want daar wringt natuurlijk in werkelijkheid de schoen: ons eten mag niet alleen in de cabine van de truck maar ook vrijwel overal thuis niks kosten--dit in tegenstelling tot de auto, de flatscreen, de telefoon, de kleren en de vakantie. Gevolg is dat mensen die wél een beetje eisen stellen aan hun voedsel en daar ook best voor willen betalen zich een slag in de rondte zoeken.

Met vrachtwagenchauffeurs is het overigens al niet anders dan met andere consumenten: ze hebben het er in overgrote meerderheid zelf naar gemaakt. Het broodje bal is langs de snelweg zo dominant omdat het goed verkoopt. Net als de diepvriespizza en de Chicken Tonight in de super.