Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

30 juni 2010

Smaak in Amsterdam

Amsterdam de hoofdstad van de smaak? Er zou een tiental jaren nog om gegniffeld zijn buiten onze landsgrenzen. Nu misschien ook nog, maar niet zo hard meer. Amsterdam geeft in elk geval blijk van smaak. Zo is de hoofdstad dezer dagen het tafereel voor twee smaakmobs: één vandaag om 18:00 uur bij frietbakker Holland-België en één a.s. zondag rondom de smaakaardbeien van Jan Robben. Een deel van de Nederlanders eist smaak en laat dat horen en zien, en dat is mooi.

En dan was afgelopen weekend Taste of Amsterdam er nog, een festival waarvan ik overigens maar niet begrijp waarom het niet gewoon Smaak van Amsterdam heet. Omdat het uit Londen komt, wordt mij verteld. En dan? Als het uit Amsterdam naar Londen was geëxporteerd, zouden die Britten het dan in het Nederlands hebben laten staan? Nee, wij vinden dat Engels lekker bekt en trendy is. En dat kan wel weer eens een tijdje wat minder.

Ik heb me overigens best geamuseerd op Taste, zoals het dan maar kortweg wordt genoemd. Ik heb er lekker gegeten en veel leuke dingen gezien. Natuurlijk kan het altijd nog beter. Zo was ik uiterst onaangenaam verrast meteen bij binnenkomst tegen Old Amsterdam (zie boven!) op te lopen. Een kaas waarvan het rijpingsproces kunstmatig versneld is en die dan ook vooral nepperig smaakt, moet dat nu doorgaan voor een smaakicoon? Dacht het niet. En ook VitaminWater hoort op een manifestatie als deze natuurlijk niet thuis. Straks komt Cup-a-Soup er ook nog staan. Natuurlijk gaat het slecht met de economie, maar zo wanhopig? Dat wil ik dus volgend jaar echt niet meer zien.

Ook organisatorisch kan het op details nog wel beter. Hoewel het florijnengedoe stukken beter was georganiseerd dan bij de eerste editie kon ik nog wel optekenen hoe ik, zittend in het Kooktheater, moest concluderen dat de organisatie kennelijk de capaciteit van genoemde tent niet goed had doorgegeven. Gevolg was dat er niet genoeg van de smakelijke amuse was gemaakt, waardoor betalende klanten niets kregen terwijl betaalde medewerkers op de eerste rij zich het gebodene goed lieten smaken. Er was boosheid, en terecht.

Wat mij betreft mag in elk geval het "biologische plein" een prominentere plaats krijgen in plaats van wat achteraf zoals nu het geval was. Dáár is voor de echte liefhebber van smaak tenminste het nodige te beleven. Ik proefde er allerlei heerlijke dingen (ijs, chips, cider en zelfs ongesuikerde priklimonade) die een breder publiek verdienen. Van die producten waar je een mob voor organiseert als ze verdwijnen--mits genoeg mensen ze tegen die tijd kennen.

Zei ik "mob"? Wat vliegt de tijd! Snel in de auto en naar Amsterdam!

29 juni 2010

Mooi

Vandaag wil ik u alleen maar even iets laten zien. Dit schitterend mooie gerechtje kregen wij onlangs bij 't Nonnetje in Harderwijk, waar we een geheel vegetarisch menu aten. De eerste gang was een deconstructie van gazpacho. In het midden ligt een sorbet van tomaat en paprika, en erbij werd nog een koude bouillon geserveerd. Het smaakte--een hele prestatie--net zo geweldig als het eruit zag.

28 juni 2010

Trek in

Even een luchtig experimentje, waarbij ik u vraag de volgende zin af te maken: "Nu het al dik een week zo puffend heet is, heb ik echt trek in ...". Kijk, ik ken u niet en uw smaak ook niet, en evenmin ben ik paranormaal begaafd. En toch durf ik er een fors bedrag onder te verwedden dat u op de plaats van de puntjes geen "kaasfondue" had ingevuld. Nu denkt u misschien iets in de trant van, wat een kunst. Ha! Zo vanzelfsprekend is dat niet.

Om ons daarvan te vergewissen, surfen we even naar Smulweb. Daar heeft de webredactie op 17 juni (inderdaad, de dag waarop Erwin Kroll ons blij meldde dat het weer in de komende twee weken alle allures zouden krijgen van een hittegolf), een item geplaatst om te melden dat deze zomer in het teken van kaasfondue zou staan. Met daaraan gekoppeld een wedstrijd gesponsord door Emmi voorverpakte kaasfondue. Als u dat niet kent, maak u dan geen zorgen. Kant-en-klare kaasfondue in zakjes is één van de domste producten die er zijn. Er is bijna niets dat zo makkelijk te maken is als kaasfondue. Maar toch niet als de mussen van de warmte uit de dakgoot dreigen te vallen.

Kijk, dat een producent van kaasfondue in de zomer verlegen zit om omzet en de aandacht van de klant, is natuurlijk te begrijpen, want geen normaal mens gaat dezer dagen met zijn familie of vrienden rond de caquelon zitten. Het is overigens ook een gevalletje eigen schuld, want als je niet in die situatie wilt raken, moet je maar gewoon kaas verkopen in plaats hem vast vóór te smelten en in zakjes te stoppen om vervolgens nogal halfslachtige pogingen te doen ons te laten geloven dat dit nu een typisch gerecht is voor alle seizoenen.

Maar dat een site als Smulweb, ooit begonnen als best een leuke receptencommunity, inmiddels zo vuistdiep in de *bliep* van de commercie zit dat "de webredactie"graag bereid is voornoemde nogal lachwekkende pogingen een handje te helpen, dat is wat mij betreft ettelijke bruggen te ver. Dat betekent wat mij betreft niets anders dan: mensen, het was leuk dat jullie gekomen zijn, maar nu jullie zo talrijk zijn, zijn jullie wat ons betreft vooral buitengewoon leuke staafdiagrammen waarmee we lucratieve gesponsorde content mee binnen kunnen halen.

Even voor de duidelijkheid: met commercie is niks mis. Ik probeer ook een boterham te verdienen met wat ik doe. Maar dan toch niet met pure prostitutie als deze, die met interesse voor lekker eten in elk geval totaal niets meer te maken heeft.

Erwtensoep, anyone?

25 juni 2010

Tegen het appelmoessyndroom

Hoewel mijn moeder voor geen meter kon koken, heeft ze één ding goed gedaan. Vanaf dag één gold de regel: je hoeft niet op te eten wat je krijgt voorgezet, maar je krijgt niks anders. Laf camouflagegedrag met bergen appelmoes--wat een goor gebruik is dat toch, verbijsterend dat er zoveel kinderen zijn die dat lekker vinden--kwam er al zeker niet aan te pas. Het gevolg is dat ik nu eigenlijk alles lust. Al wees niets er indertijd op dat ik ooit eetschrijver zou worden, het komt me prima van pas.

Toch denk ik dat ik nóg blijer zou zijn geweest met een moeder als Annemieke, die u als trouw bezoeker van Eetschrijven natuurlijk al kent van haar buitengewoon lezenswaardige blog RozeMarijn. Ik leerde haar vandaag ineens van een andere kant kennen, toen ik hoorde dat zij tevens, sinds zij een goed jaar geleden moeder is geworden, een blog bijhoudt over baby- en dreumeseten.

Dat zou op zich nog niet zo interessant zijn als het menu van junior bestond uit de stereotiepe fruitpapjes met geprakte Liga en diverse smaken Olvarit, met de inventarisatie waarvan converserende moeders wel uren lijken te kunnen vullen--een probaat slaapmiddel voor wie nachtdienst heeft en in de nabijheid van een kinderspeelplaats woont. Hoe dan ook: op het blog Baby & dreumes eetfestijn niets van dat alles.

In plaats daarvan krijgt dreumes T. op dit moment zaken voorgezet als salade met verse abrikoosjes en geitenkaas, gestoofde wortel met amandel, appel, rozijnen en couscous, champignonpannenkoekjes met avocado (foto), penne met linzen-tomatensaus en venkelsoep met aardappelpureebolletjes. Kijk, daar word ik nu vrolijk van, en T. zo te zien ook. Je ziet het in Frankrijk vaker, dat heel jonge kinderen gewoon meegaan naar een restaurant waar ze nog nooit van zo'n kleffig kindermenu gehoord hebben, maar in Nederland lijkt toch de gebruikelijke gang van zaken dat moeder meteen naar de pot appelmoes grijpt wanneer zoon- of dochterlief ook maar een fractie van een seconde aarzeling vertoont.

Ongetwijfeld is het ventje een bijzondere baby, want dat vindt elke moeder van haar eigen kind. Maar vast niet zo bijzonder dat hij als enige kan genieten van fantasievolle maaltijden zoals zijn food-minded mama die voor hem klaarmaakt. Nee, zo'n jongen scheep je straks niet af met Chicken Tonight of Danoontje Powerrr. Die wil écht eten en heeft geen smaaklessen van Pierre Wind meer nodig. Daar moeten we heen.

Ik kijk dan ook reikhalzend uit naar de publicatie van het boek. Dat wordt een tophit.

24 juni 2010

Hoofdstad met smaak

Vóór de #strawberrymob is er in Amsterdam natuurlijk nog meer te beleven. Hoewel elke culi het natuurlijk al weet: vanavond om zes uur gaat in de hoofdstad het vier dagen durende evenement Taste of Amsterdam van start. Verheugend, want kennelijk was het succes van vorig jaar (er gingen 15.000 bezoekers door de poorten) voor de organisatoren voldoende aanleiding om de culinaire happening in het Amstelpark een vaste plaats op de kalender te geven.

De organisatie belooft ons een "sprookjesachtig feest" en dan zijn de verwachtingen natuurlijk hooggespannen. Nu lijkt daarvoor sowieso voldoende aanleiding, want alleen al een blik op de lijst met 17 deelnemende restaurants maakt duidelijk dat er meer dan voldoende te genieten zal zijn. Onder meer Ron Blaauw en Aan de Poel geven acte de présence, terwijl de restaurants van het Okura een kookstudio hebben ingericht. Dat zijn samen al zes sterren, waarvan er drie hun kookkennis beste willen overdragen.

Verder op het programma: een Kooktheater met gerenommeerde chefkoks, een Wijntheater waar wijnkoper Okhuysen proeverijen organiseert en een Taste Theater waar de aanwezige producenten workshops geven. Een greep uit het aanbod: een baristacursus, een workshop cocktails shaken en een initiatie in de kunst van het champagneproeven.

Misschien wel het aardigst is de Foodie Market, waar de nieuwste trends en specialiteiten op het gebied van eten, drinken en koken worden gepresenteerd. Dit jaar maakt een speciaal biologisch plein deel uit van deze markt. Hier presenteren lokale leveranciers hun bio-producten.

Taste of Amsterdam is geopend vandaag van 18:00 tot 23:00 uur en op vrijdag, zaterdag en zondag telkens van 12:00-17:00 en van 18:00-23:00 uur. Toegangsprijzen starten bij €15,-- (voorverkoop) en €17,50 (kassa). Wat niet in het persbericht stond maar wat je als lekker kort op de feiten schrijvende blogger dan toch mooi nog even mee kunt nemen: het wordt fantastisch weer!

23 juni 2010

Dag van de Aardbei

Het was eigenlijk toevallig dat deze advertentie vandaag in de Volkskrant stond. Maar nu dat zo is: denk er even over na. Voor 1,79 per pond moeten aardbeien worden geplant, verzorgd, geplukt, vervoerd en bij de super in de schappen geplaatst. En vervolgens moet die super er nog iets op verdienen. Je kunt je wel voorstellen voor wat voor bedragen de telers zich uit de naad werken.

Hollandse aardbeien, staat er. In dit geval gaat het om Elsanta's. Een aardbei die stevig is en goed tegen transport kan, en die een week na het plukken nog in voldoende conditie is om verkocht te worden. Een aardbei waar vooral de distributie blij van wordt omdat hij in de eerste plaats is veredeld op stevigheid. Smaak komt op de tweede plaats, zelfs al smaakt hij stukken beter dan die vieze Spaanse dingen waar de super u buiten het seizoen mee af durft te schepen. En dan wordt de Elsanta die in de super ligt met het oog op de distributie ook nog eens meestal zo vroeg geplukt dat hij zijn smaak toch al niet optimaal ontwikkelt.

Er zijn lekkerder aardbeien, veel lekkerder zelfs, maar die bereiken de super zelden. Omdat ze door hun teeltwijze te duur uitvallen om voor dit soort schandalige stuntprijzen te worden verkocht. Omdat de veiling ze gewoonlijk niet wil hebben omdat ze "te rood" zijn. Omdat ze echt binnen drie dagen na de oogst moeten worden verkocht, en dan snel opgegeten (niet dat dat laatste een probleem is). Dat soort aardbeien zijn er, en ze beginnen zowaar bij sommige supers op te duiken, omdat de teler ze rechtstreeks verkoopt zodat de lijnen kort blijven en de veiling er met haar rare kwaliteitscriteria niet tussen zit. Bij DEEN en Plus zijn ze dezer dagen regelmatig te vinden. Maar dus niet voor 1,79, goddank.

Desondanks gaat het nog niet geweldig met de smaakaardbei en denkt nog altijd een meerderheid van de Nederlanders dat aardbeien zo horen te smaken als het stuntfruit van Dirk of het vliegende winterfruit van AH. Of de #strawberrymob (zoals dat op Twitter heet) die op zondag 4 juli in Amsterdam wordt gehouden daar verandering in kan brengen, valt af te wachten. Maar het is een nobel initiatief, waaraan ik dan ook graag mijn steentje bijdraag. Wat er precies gaat gebeuren, is ook mij nog niet bekend. Wel dat Amsterdam kennis gaat maken met de lekkerste aardbeien die Nederland voortbrengt. En dat dat allemaal gaat gebeuren op een nog nader te bepalen plek in de hoofdstad. Om het allemaal mee te maken, moet u er op zondag 4 juli om 14:00 uur zijn. Waar, dat leest u te zijner tijd hier. Maar dan kunt u het nu in elk geval al in uw agenda zetten.

Ik zou 't doen.

22 juni 2010

Wat heet


Uitgangen op -y zijn natuurlijk gangbaarder in het Engels. Maar "chilli" en "chilly" zijn qua temperatuur toch echt wel tegenpolen.

21 juni 2010

Wateendons

"Het komt eraan, echt". Vertwijfeld keek ik elke dag op de deurmat, maar wéér geen Handboek voor de Vinexjager. Gevolg is dat Sjoerd Mulder en Meneer Wateetons inmiddels cultsterren zijn op een klein dozijn media en dat er vermoedelijk nog maar hooguit anderhalf miljoen Nederlanders zijn die het boek nog niet gelezen hebben, of minstens de plaatjes gekeken. En daarvan stemmen de meesten op de PVV. Heeft het dan nog wel zin, zo'n recensie hier? Ziezo, een inkijkje in de vertwijfeling die een eetschrijver van tijd tot tijd bekruipt. U bent hier vandaag in elk geval alweer niet voor niets gekomen.

Ik heb het boek trouwens ook niet voor niets gelezen (en de plaatjes gekeken). Ik heb me namelijk buitengewoon geamuseerd door de humor waarmee beide heren hun boodschap en kennis de wereld in slingeren. En dan bedoel ik humor van de beste soort, die je dikwijls herkent doordat hij aan de benepen goegemeente geheel en al voorbij gaat. Al leek Meneer Wateetons zowaar teleurgesteld dat doodsbedreigingen tot nu toe geheel en al zijn uitgebleven, de commentaren op diverse sites liegen er niet om.

Het illustreert allemaal des te pijnlijker datgene wat naar mijn overtuiging één van de belangrijkste boodschappen van dit boek is: het symmetrisch vormgegeven lapje vlees dat dagelijks op het bord van de modale vinexwijkbewoner ligt, is een deel van wat ooit een--niet zelden lief en aaibaar--dier was. Uit de inleiding van het hoofdstuk "Vissen vangen": "Het is goedkoper om tilapiafilet uit Afrika te importeren dan om een smakelijke inheemse vis graatje voor graatje te fileren. Daarbij wil de klant uiteraard niet merken dat zijn eiwtilapje ooit een dier is geweest, met schubben en een staart en graatjes". Ook tijdens het radioprogramma Spijkers met Koppen werd uit de reacties van het publiek wel duidelijk dat je volgens de heersende mores een eend alleen behoort op te eten als hij, gereduceerd tot amorfe delen, in een kunststof bakje uit de super is betrokken. Eenden die in hun oorspronkelijke vorm in Neerlands wateren drijven, behoor je samen met je dochtertje van brood te voorzien.

Ik werd een paar weken geleden toevallig rondgeleid op een familieboerderij in Vermont (VS). De kinderen van de boer en de boerin gingen mee. Ze gingen vriendschappelijk met alle dieren om en knuffelden met de konijntjes. Na afloop van de rondleiding werd ik aan tafel genood. Op het menu stond een salade van één van de flapoortjes. De kinderen aten ook mee en lieten zich het lieve dier goed smaken. Je vraagt je af hoe lang het nog duurt voor zulke boeren, met hun dier- en mensvriendelijke werkwijze, de kans lopen te worden gearresteerd op verdenking van kindermishandeling. Aan de andere kant vindt NRClux dit boek een typisch kinderboek voor de jeugd van 12 jaar en ouder. Ik bedoel maar: er is nog hoop.

Haal je er, behalve veel vrolijke momenten en een niet mis te verstane moraal, ook nog wat nuttigs uit? Nou en of: het Handboek voor de Vinex-jager laat van alles zien dat de homo urbis vinegensis vergeten is, zich geheel onbewust van het feit dat hij binnen de kortste keren door het stijgen der zeespiegel of één van de vele andere klaarliggende doemscenario's weer op zichzelf aangewezen kan zijn. Niet alleen hoe een dier voedsel wordt, maar ook hoe melk kaas, hoe suikers bier, wijn of sterke drank, en hoe verse producten eeuwig houdbare voorraad worden. Eén en ander wordt geïllustreerd met fraaie door Tijs Koelemeijer vervaardigde bouwtekeningen van zulke uiteenlopende zaken als een rivierkreeftjesval, een destilleerinstallatie en een rookoven, allemaal in elkaar te zetten uit eigentijds afval en goedkope spullen van de bouwmarkt. Voor wie één en ander zelf wil uitproberen (en wie wil dat nu niet?) wordt met pictogrammen duidelijk aangegeven welke exercities kunnen leiden tot aanvaringen met de autoriteiten, het einde van de relatie of het eigen overlijden--of alledrie.

Na al deze wervende woorden zal niemand het mij euvel duiden dat ik even mijn eigen vijf minuten van glorie aan bod laat komen. Zo was ik het, en niemand anders, die ervoor zorgde dat Sjoerd Mulder binnen 48 uur alweer stopte met twitteren omdat hij vreesde dat mijn breedsprakigheid hem zou beroven van de tijd om een nieuw boek te schrijven. Ook was ik het, en niemand anders, die Meneer Wateetons nog niet eens zo heel lang geleden zijn eerste eetschrijfopdracht bezorgde hetgeen hem ongetwijfeld heeft bevestigd in het idee dat met een boek van zijn hand mogelijk wel iets te verdienen zou zijn. En tot slot ben ik het, hoewel ik deze kwaliteit dan weer deel met talloze anderen, die ervoor zorgt dat u dit boek binnen enkele muisklikken in uw bezit kunt krijgen: namelijk met de link naar bol.com die u ook in de kolom rechts aantreft. U hebt gelijk: zo verdien ik er ook nog wat aan. Of had u het idee dat ik nooit aanmoediging nodig heb?

Bestellen bij bol.com (Eetschrijven ontvangt een kleine commissie):


Handboek voor de Vinex-Jager
Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder, illustraties van Tijs Koelemeijer
Uitgeverij Prometheus
ISBN: 9789044614268

Paperback 160 p.
Adviesprijs € 16.95

Labels:

18 juni 2010

Zaken zijn zaken

Niet om het één of ander, maar dezer dagen krijgt een toenemend aantal ondernemers in de gaten dat suiker met oranje kleurstof aanzienlijk voordeliger is dan chocolade--terwijl het voor dezelfde of zelfs een hogere prijs aanzienlijk vlotter van de hand gaat.

We verdienen het ook niet.

17 juni 2010

Voedselindustrie: de wetgever is de schuld

Laat ik dit vooropstellen: ik ben het niet altijd eens met Foodwatch. Hoewel ik de grondslagen huldig, vind ik de aanpak van deze zelfbenoemde waakhond dikwijls wat demagogisch. Foute aanpak, denk ik dan. Misleiding van consumenten is een gevolg van simplistisch redeneren. Daar moet je geen simplisme tegenover stellen.

Aan de andere kant vindt de voedingsindustrie Foodwatch kennelijk een lastige luis in de pels, en dat is meegenomen. Je moet industrieën niet te veel het idee geven dat ze niet op de vingers worden gekeken, want dan maken ze er helemaal een potje van. Met een regelmatige kritische noot voelen ze tenminste nog de noodzaak het allemaal een beetje verkoopbaar te houden, naar de consument toe. Dat is trouwens ook mijn eigen drijfveer.

Soms gaat dat verkopen de kolderieke toer op. Zo bleek althans eerder deze maand, toen een clubje vertegenwoordigers van voedingsgiganten huilerig kwam vertellen dat Foodwatch geheel ten onrechte de zwarte piet bij ze neerlegde. Het is namelijk allemaal helemaal hun schuld niet: het komt door de wetgever. Die laat te veel ruimte voor leuterverhalen rond voedingsproducten. En dan kun je de voedingsindustrie natuurlijk niet verwijten dat ze die leuterverhalen ook verkopen. Alleen omdat het mag.

Kijk, dat is nu een interessante insteek. Het mag, dus is het jouw schuld niet dat je het doet. Laat dat gegeven even een tijdje als wijn rondwalsen en proef het eens van alle kanten. Het wordt steeds absurder. Zeker als je bedenkt dat er in allerlei sectoren in de afgelopen decennia allerlei zelfregulering is doorgevoerd, meestal om te voorkomen dat de wetgever nog strengere beperkingen zou stellen. Maar de voedselindustrie is van de eerste gotspe niet gebarsten: het is niet verboden, dus kunnen wij er ook niets aan doen dat we het doen.

Beste levensmiddelenbobo's, weet u wat ook niet door de wetgever verboden is? Koeievlaaien eten. Ik zou zeggen: ga uw gang. U kunt het immers zelf niet helpen?

16 juni 2010

Nepzoet en gemiste kansen

Uit Brussel komt vandaag een lijvig document met voorstellen voor nieuwe regels voor etikettering van voedingsproducten. Liefst 93 pagina's lang is het en ik moet eerlijk zeggen dat ik er de tijd nog niet voor heb genomen. Gelukkig staat in mijn volglijst op Twitter Stephan Peters van het Voedingscentrum.

Hij wordt er naar eigen zeggen voor betaald om dit soort rapporten te lezen en dat maakt het natuurlijk wel iets makkelijker, vooral voor anderen. Zo kon ik in telkens 140 lettertekens vernemen dat a) er geen stoplichtsysteem wordt ingevoerd (waar ik overigens ook vier jaar later nog steeds geen voorstander van ben), b) er geen regelgeving komt voor 'biologische wijn' (iets wat volgens een wijnbouwer in mijn kennissenkring ook helemaal niet bestaat), c) melk die langer dan 7 dagen houdbaar is niet langer als 'vers' mag worden geëtiketteerd, d) de oorsprong van vis, vlees en zuivelproducten goed leesbaar op de verpakking moet worden vermeld en e) zout, suiker en (verzadigd) vet verplicht moeten worden vermeld.

Dat laatste vond ik interessant en ik vroeg Stephan of er daarbij verschil werd gemaakt tussen toegevoegde en van nature in ingrediënten aanwezige suikers. Dat bleek niet zo te zijn, en Stephan zag de noodzaak daar ook niet zo van in. Ik wel, maar dat wist ik hem niet in 140 tekens te vertellen. Daarom doe ik het even hier, in de veronderstelling dat u, waarde eetlezer, dit misschien ook wel interessant vindt.

Kijk, in fruit zit van nature suiker. Een heleboel suiker zelfs, percentueel gesproken meestal meer dan in Coca-Cola. In die bij het jonge volkje popupaire frisdrank zit 11% suiker, een appel--toch verstandig snoep--bevat ca. 13%, een druif zelfs nog meer.

U ziet waar ik heen wil. Als etiketteringsregels ook voor verse producten zouden gelden, zou al snel de indruk ontstaan dat we beter Coca-Cola voor onze kinderen kunnen kopen dan een appeltje. Natuurlijk is dat absurd en iedereen weet dat.

Maar voor samengestelde producten wordt het moeilijker. Stel dat je aardbeienijs fabriceert. Je zou dat kunnen doen met een heleboel aardbeien en relatief weinig geraffineerde suiker kunnen toevoegen. Je kunt ook heel weinig aardbeien gebruiken, eventueel wat bietennat toevoegen voor de kleur en een heleboel geraffineerde suikers toevoegen. In beide gevallen zou het percentage suiker in het product gelijk kunnen uitkomen. Maar koestert er iemand enige twijfel dat het vanuit voedingskundig oogpunt beter is de eerste variëteit te eten? De fabrikant zal echter liever de tweede verkopen. Geraffineerde suiker is namelijk vele malen goedkoper dan aardbeien. En u hebt geen duidelijkheid, want hij hoeft niet te vertellen hoeveel aardbei hij precies heeft gebruikt--als hij ze maar op de goede plek in de ingrediëntendeclaratie zet.

Dáárom vind ik het van belang dat vooral toegevoegde suikers verplicht op etiketten worden vermeld. En vind ik dus dat het Europees Parlement met deze regelveging een kans heeft gemist. En dat het Voedingscentrum op dat punt misschien ook niet ver genoeg heeft doorgedacht.

15 juni 2010

Tegen?

Om even bij stil te staan: in Nederland maakt een half dozijn inkoopafdelingen van supermarkten voor zo'n 90% van de Nederlanders uit wat er op tafel komt, en vooral wat niet. Uniformisering en verschraling dreigen niet alleen, ze zijn een feit. Over die zorgelijke situatie ben ik een boek aan het schrijven. Ik hoop het dit najaar af te hebben.

Omdat dat boek wordt geschreven vanuit oprechte zorg om het culinaire landschap in Nederland, maakte mijn hart even een sprongetje toen ik dit artikel las. Een super die, tegen de trend in, de strijd aanbindt met verschraling, dat is mooi. En inderdaad liggen er bij Plus supermarkten heel wat mooie producten onder de merknaam Gijs. Ze zijn duurder dan hun mainstream-tegenhangers, maar ook een stuk lekkerder--en dat is niet weg voor een land waar het dieet globaal gesproken uit steeds meer eenheidsworst bestaat. Jan Robben uit Oirschot, die de lekkerste aardbeien teelt die ik ken, levert ze onder het Gijs-label aan Plus. Ik heb er, bepaald niet toevallig, een doos van in huis.

Nu heeft Plus dus een nieuwe formule waarin kennelijk smaak en karakter boven prijs moeten gaan. Dat is mooi, want het culinaire leven van de modale supermarktshopper is al saai genoeg. En toch durf ik nog niet echt uitbundig blij te zijn.

Supermarkten hebben namelijk ontdekt dat ze kleine producenten allerlei kastanjes voor ze uit het vuur kunnen laten halen. Ze halen producten in huis waar zo'n kleine producent veel in heeft geïnvesteerd en kijken wat er gebeurt. Loopt het niet, dan verdwijnen ze uit de schappen. Loont het wel, dan gaat de super eens kijken hoe zo'n succesproduct kan worden gekopieerd om onder eigen naam tegen een lagere prijs in de schappen te worden gezet. De super kan op die manier niet verliezen en de kleine producent niet winnen. AH deed het met Flevosap.

Vandaar dus. Eigenlijk wil ik van Plus de belofte dat ze dergelijke tactieken in het kader van hun nieuwe formule niet zullen volgen. Ik ga 't ze vragen.

14 juni 2010

Pirinç

Op zich was het een goede regeling. Voor de huurders die mijn woning betrokken tijdens mijn verblijf in Canada had ik tal van bewaarbare basisingrediënten voor de keuken achtergelaten, met de afspraak dat ze zouden vervangen wat ze op hadden gemaakt. Het waren nette mensen, dus dat hebben ze keurig gedaan.

Maar het waren ook buitenlanders voor wie de meeste van onze producten en verkooppunten vreemd waren. En zo kwam het dat, toen ik gisteren aspergerisotto wilde maken met de prachtige asperges die ik had meegenomen van 't Hof Welgelegen in Middelburg, ik in plaats van mijn geweldige carnaroli van bij de Italiaanse winkel een zakje risottorijst vond die ik qua vorm herkende als arborio en die voorzien was van het opschrift "Tosya Pirinç", met verder summiere verklaringen in het Duits en het Nederlands. 't Schijnt bij AH in de schappen te liggen, waar je als argeloze buitenlander natuurlijk al snel terechtkomt. Ach, met arborio lukt het ook, en die mag van mij ook best uit Turkije komen waar ze rijst "pirinç" noemen. Het resultaat wordt hooguit iets minder smeuïg dan met carnaroli. Daar moet je voor een keertje niet al te overspannen over doen. U weet tenslotte wel dat ik niet tot het fundamentalistische culivolkje behoor.

Aspergerisotto is een gerecht dat goed tetimed moet worden. Ik zette dus alles volgens een mooi spoorboekje in gang. En toen ging het fout. Niet gewoon fout, maar heel erg fout. De risotto was namelijk na vijf minuten en drie soeplepels van mijn zorgvuldig getrokken aspergebouillon compleet gaar. Terwijl hij dus nog maar heel vaag naar asperge smaakte en bovendien mijn asperges nog niet gegrild waren en mijn eieren nog niet gepocheerd. Daar stond mijn smakeloze risotto te wachten en na te (over)garen.

Natuurlijk is de diagnose snel gesteld. Deze rijst was parboiled of voorgekookt, iets wat Lassie in Nederland overigens met zijn "risottorijst" ook doet. Voorgekookte rijst is bij gewone langkorrelige rijst al overbodig, maar bij risottorijst is het ronduit catastrofaal. Zelfs op het hoogst mogelijke vuur krijg je er op geen stukken na genoeg van de smaakgevende bouillon in opgenomen.

Mocht ik ooit minister van justitie worden, dan komen er sowieso strenge straffen te staan op het in de handel brengen van voorgekookte risottorijst. Maar die straffen worden automatisch verviervoudigd als deze tekortkoming ook nog eens niet op de verpakking vermeld staat. Mijn aspergerisotto verknallen. Zijn die lui nou helemaal?

11 juni 2010

Cultevenement

Het gerechtje op de foto, waarde eetlezer, is MRIJ-rundvlees met fusion-kruutmoes. Het was één van de zeven gerechtjes die op het menu stonden bij wat nú al een cultevenement is geworden: het eerste Twitter-improvisatiediner, een initiatief van Maarten van Caulil. Mocht u ook tot het genus van de homo twitteratus behoren, dan kunt u hem hier volgen om een derde evenement niet te missen; het tweede was minder dan een uur na aankondiging alweer volgeboekt. Wat heet dan hot?

Hoe dan ook was uw eetschrijver (tenslotte gepokt en gemazeld in het journalistenvak) op het juiste moment op de juiste plaats toen het eerste improvisatiediner werd aangekondigd. Er was maar plaats voor tien personen, die zich op de afgesproken datum--gisterenavond--allemaal bij Caulils in de Amsterdamse Haarlemmerstraat zouden melden met één geheim te houden ingrediënt bij zich. Van dat tiental ingrediënten zou dan een geïmproviseerd hapjesmenu worden gekookt, uiteraard met hulp van een aantal staples die ter plaatse aanwezig waren.

Het gemêleerde tiental had zich van zijn beste kant laten zien. Op tafel lagen een rettich, kalfsniertjes, een zak zelfgeplukt zevenblad, een bak postelein, nieroogkreeftjes, een stuk kalfsmuis, tien Hollandse Nieuwe, een stuk Maas-Rijn-IJssel-rundvlees, Limburgse asperges, een bak wildgeplukte vlier, een pakje tempura, verse Toscaanse worstjes en een stuk grotgerijpte Etivaz-kaas. Dat zijn inderdaad iets meer dan tien ingrediënten, maar daar deed niemand moeilijk over.

De combines waren verrassend snel gemaakt en iedereen ging vlot aan de slag. Binnen de kortste keren stond het eerste gerechtje op tafel: een carpaccio van kalfsmuis met Etivaz op een bedje van molsla. Vervolgens kwamen gebakken kalfsniertjes met mosterdpanade op zevenblad, een lauw soepje van postelein met haringtartare, rettich en manzanillaroom, een pasta met een saus gemaakt van de Toscaanse worstjes op smaak gebracht met venkelzaad en de Etivaz, kort gebakken nieroogkreeftjes met gegrilde asperges (en een mayonaise waarvan iedereen bij het eten verklaarde er wel zonder te hebben gekund), plakjes van in de oven gegaard MRIJ-rundvlees met een geïmproviseerde kruutmoes (een idee dat uw eetschrijver kreeg doordat één van de aanwezigen, Achterhoeker, had verteld hoe dit door zijn grootmoeder bereide streekgerecht steevast zevenblad als basis had) en tot slot gefrituurde vlierbloesem in tempura.

Echt haute cuisine was het niet steeds, en toch is dit één van de lekkerste maaltijden die je je kunt voorstellen omdat er zoveel creativiteit aan te pas komt en je zo lekker buiten de gebaande paden gaat. Ik had het er vandaag over met een kokende kennis en die riep meteen "O, dat is dus net zoals bij het BBC-programma Ready, Steady, Cook". En zo is het ook precies, behalve dat hier iets meer koks deelnamen. Dat de keuken bovendien kleiner was, maakte het alleen maar erg gezellig.

Toen minder dan twaalf uur na afloop het tweede improvisatiediner werd aangekondigd, sprong ik erop als een bok op de haverkist. Wie weet zie ik u bij het derde?

Fusion-kruutmoes

Nodig:

- twee handenvol zevenblad
- drie handenvol postelein
- één handvol dragon
- één handvol koriander
- zes eetlepels geraspte rettich
- zes teentjes knoflook
- olie
- citroensap
- zout

Hak de groenten, de kruiden en de knoflook grof en doe ze met de rettich in de blender. Laat draaien. Voeg olie toe tot u een mooie soepele massa hebt. Voeg zout en citroensap naar smaak toe.

10 juni 2010

ZGAN

Eén van de adressen waar ik best een Hollandse Nieuwe wil gaan eten, is de viskraam van Sier aan de Marktstraat in Almere-Haven. Hij doet namelijk iets wat elke visman zou moeten doen en wat slechts een minderheid doet: elke bestelde haring op stel en sprong schoonmaken.

Dat is namelijk "vers van het mes", een uitdrukking die ik ook wel eens gebruikt zie worden op bijschriften bij grote stapels van te voren klaargemaakte haringen. "Dat is toch vers?", zegt zo'n visman dan. "Ik heb ze vanmorgen vroeg nog staan schoonmaken". En dan is het bijvoorbeeld vijf uur. Vers is een rekbaar begrip.

Sier is ook beslist één van de swingendste vismannen van Nederland. En hij heeft gevoel voor humor. Behalve nieuwe haring (€ 2,25) heeft hij ook voor €1,50 "zo goed als nieuwe haring" liggen. Vangstjaar 2009, staat er keurig bij. Kijk, die werd vorige week (en wie weet zelfs nu nog wel af en toe?) nog door menigeen gewoon als "nieuw" verkocht. Verfrissend. Zulke vismannen moet je koesteren.

09 juni 2010

Elke dag precies twee?

Via een berichtje dat langs kwam op Twitter (u volgt mij daar toch ook al?) kwam ik terecht bij een testje van de Maag-Lever-Darmstichting dat mij antwoord moest geven op de vraag of ik mijn spijsvertering wel op orde heb. Ik weet dat dat zo is, maar ik wil altijd wel weten of de stand van de wetenschap mij daar gelijk in geeft.

Zoals dikwijls wil de test mij weer meer vertellen dan ik weten wil. Zo begint hij met te bekijken of ik toevallig geen overgewicht heb, wat volgens mij alleen met een forse dosis rekkelijkheid kan worden beschouwd als deel van de spijsvertering. C'est la vie. Ik heb al geruime tijd geleden vastgesteld dat "gezond" in Nederland in toenemende mate wordt gebruikt als een soort synoniem van "slank". Ook deskundigen doen daar, mogelijk onder druk van de vox populi, steeds meer aan mee. Helaas moest ik netjes alle vragen beantwoorden, anders mocht ik niet verder. Dat kan wel anders, beste mensen van de MLDS!

Daarna gaat het echt over voeding. Men wil weten hoeveel maaltijden ik eet en hoeveel tussendoortjes, hoe vaak ik per week twee stuks fruit per dag eet en 200 gram groente en hoeveel vlees ik eet. Op de volgende pagina krijg ik te horen of ik genade kan vinden.

Ik wil het nu even niet hebben over het feit dat op die pagina wordt gezegd dat een fruitreep of plak ontbijtkoek (met een schep of drie suiker erin dus) of een volkoren boterham met beleg (een halve maaltijd!) verantwoorde tussendoortjes zijn. Daarover heb ik het al vaak genoeg gehad. Ik wil het nu even specifiek hebben over die fruitconsumptie. De MLDS stelt:

"U eet vijf dagen per week twee stuks fruit per dag. Dit is al heel goed, maar de aanbeveling is om iedere dag twee stuks fruit te eten. Wij raden u aan om te proberen meer fruit te eten en zo naar twee stuks fruit per dag te gaan en om daarbij zoveel mogelijk te variëren"

Het is volgens het boekje, dat wel. Maar toch vraag ik me af of dit soort dogmatisme eigenlijk het zelfregelend vermogen van het lichaam niet onderschat. We zijn genetisch nog zo goed als gelijk aan een oermens die echt niet elke dag precies twee stuks fruit at. Soms had hij vermoedelijk wat meer, soms wat minder en soms helemaal niets. Hij zal ook vast regelmatig onrijp of overrijp fruit hebben gegeten en daar flinke maagpijn of buikloop van hebben gekregen.

Als ik kijk naar de afgelopen week, zitten daar vijf dagen in waarin ik me ongans heb gegeten aan fruit--voornamelijk aardbeien--en twee dagen waarin ik nauwelijks of geen fruit heb gegeten. Ik zie die twee dagen voornamelijk als "balansdagen" en waarom niet? Trouwens, als ik elke periode van 12:00 's middags tot 12:00 's middags als een dag tel, heb ik ineens wél elk etmaal minstens twee stuks fruit gegeten. Niemand maakt mij wijs dat een menselijk lichaam dat niet weet te reguleren, net zoals het de energie-afgifte weet te reguleren bij onregelmatig eten. Wij zijn namelijk niet geëvolueerd op basis van gevulde supermarkten en koelkasten waaruit we maar te pakken hadden.

Dit soort testjes is leuk, maar het bezwaar dat ik ertegen heb is dat ze wel érg dogmatisch zijn. In elk geval veel dogmatischer dan de wonderbaarlijk flexibele machine die ons lichaam is met ons voedsel om weet te gaan.

08 juni 2010

Wit en geel

Het toetje op het fotootje hiernaast is net niet helemaal goed gelukt. Dat lag overigens niet aan de aardbeien. Dat waren namelijk Lambada's, één van de lekkerste rassen die er bestaan, van Jan Robben ook nog. Ze kwamen uit de supermarkt (DEEN) en dat was een primeur.

Ik kocht er anderhalve kilo van en vond het wel een aardig idee om er vanille-ijs bij te serveren. Uiteraard niet uit een doos uit het koelvak, want dat is hooguit verdienstelijke middelmaat. Ik draaide zelf even wat ijs, en dat doet u natuurlijk ook als u een sorbetière hebt, en helemaal als u dat een zelfvriezer is. IJsliefhebbers: kóóp zo'n ding. Ik beloof u: uw geluk zal grote hoogten kennen.

Vanille-ijs

Nodig:

- 400 ml volle (!) melk
- 250 ml slagroom
- 2 eierdooiers
- 6 eetlepels suiker
- 1 vanillestokje van goede kwaliteit

Snijd het vanillestokje in de lengte doormidden en doe het met de melk in een pannetje. Verhit de melk tot tegen het kookpunt en draai het vuur helemaal laag tot de melk tegen de kook aan blijft. Laat zo een half uur of langer trekken.
Draai het vuur uit en vis de twee halve vanillestokjes uit de melk. Schraap met een scherp mesje het merg eruit en roer dit door de melk (bewaar de uitgeschraapte stokjes en gebruik die bv. om suiker mee te parfumeren).
Draai het vuur weer op de laagste stand aan. Klop de eierdooiers los en klop ze vervolgens door de melk. Blijf kloppen tot de massa licht begint te binden. Draai het vuur uit en blijf nog minstens tien minuten kloppen om te voorkomen dat de dooiers klontjes vormen. Roer er nu 6 eetlepels suiker door (meer mag natuurlijk maar u vindt ijs toch óók vaak te zoet?) en laat afkoelen tot kamertemperatuur. Roer er de koude room door, laat als u geen zelfvriezende ijsmachine hebt nog even in de koelkast verder afkoelen en laat vriezen.

Dat was lekker met die aardbeien. Nu houd je van vanille-ijs volgens dit recept dus altijd twee eiwitten over. De volgende dag besloot ik daar citroenmeringues mee te maken, waarvan ik dacht dat ze ook wel lekker zouden zijn bij aardbeien en ijs.

Citroenmeringues

Nodig:

- 2 eiwitten
- 3 eetlepels suiker
- mespuntje zout
- rasp van 1 citroen (alleen het gele gedeelte van de schil)

Verwarm de oven voor op 100 graden hetelucht of 110 graden boven- en onderwarmte. Doe een mespuntje zout bij de eiwitten en klop ze in een brandschone glazen of koperen kom op de lage stand van de mixer tot sneeuw. Meng er nu de suiker bij en blijf kloppen tot er piekjes op de sneeuw blijven staan als u de mixer eruit tilt. Klop er nu nog even snel de citroenrasp bij.

Vet een stuk bakpapier zo groot als uw bakplaat in met wat boter. Schep met een eetlepel klodders eiwitschuim op het bakpapier en laat het een uur in de oven bakken. Draai de oven 25 graden hoger en laat nog een half uur bakken. Neem de meringues (die dan nog heel zacht zijn) uit de oven en laat ze afkoelen en uitharden.

En wat was er nu niet helemaal gelukt? Twee dingen: ten eerste waren de meringues iets te hard gegaan doordat ik de oven met mijn verstrooide eetschrijverskop per abuis naar 175 in plaats van 125 graden had gedraaid. Ze waren lichtbruin gekleurd en hadden een ongewenst caramelsmaakje in plaats van de pure frisse citroensmaak.

Het tweede wat niet helemaal goed was, was dat aardbeien heerlijk zijn zowel met vanille-ijs als met citroenmeringue, maar niet met allebei. Koop dus genoeg aardbeien en maak er twee afzonderlijke feestjes van. De Lambada's zijn hoe dan ook de ster van de show.

07 juni 2010

Tour de force

Inderdaad, een nieuw blad. Special Bite heeft nu ook een magazine. Ik heb het hier, nog nat van de drukinkt. Later deze week mag u het in de winkel verwachten. Maar daar gaat het natuurlijk niet uitsluitend om. Zou ik zo'n grote foto plaatsen alleen voor een nieuw blad (adviesprijs € 5,95)? Nee, vast niet. Hier moeten egocentrische of zelfs narcistische motieven meespelen.

Kijk even onderaan de voorpagina, waar het blad voor zijn eerste nummer gaat kijken. Almere, Kopenhagen, Nice, Berlijn. Lach maar even ongegeneerd, dat deed het publiek in Aan de Poel in Amstelveen ook toen co-hoofdredacteur Mat Heffels opmerkte "We hebben zelfs een item Smaakvol Almere, need I say more?".

En zo is het natuurlijk ook. Wie iets dergelijks over Almere--een boekje "Culinaire hotspots in Almere" valt vermoedelijk dunner uit dan de titel "Smaakvolle grappen van Gerard Joling"--bij elkaar weet te harken, heeft een tour de force voor elkaar die er wezen mag. Ook mee eens? Dan is nu het moment gekomen om u te onthullen wie dit huzarenstukje wist te volbrengen: inderdaad, niemand minder dan uw altijd even bescheiden eetschrijver.

Aha, dat had u al geraden? Wel, hoe dan ook: dit blad weet waar het de mosterd moet halen. Dat móet dus wel een goed blad zijn. Trouwens ook met de topterrassengids en barbecuetips voor gevorderden, waar ik overigens niet mee te maken had.

Enfin, ik loop u wel tegen het lijf, bij één van mijn Almeerse hotspots.

04 juni 2010

Voortijdige visjes

Ik geef het toe: het hoeft eigenlijk niet zo erg meer. We kunnen haring inderdaad tegenwoordig een heel jaar lang goed houden, zonder noemenswaardig kwaliteitsverlies. Maar toch is het een feit: de Hollandse Nieuwe is er dit jaar op 8 juni. Aanstaande dinsdag dus, en niet eerder. Zo wil de traditie het. En ik hou van tradities. Maar dat geldt kennelijk niet voor veel van mijn medelanders.

Want links en rechts wordt er verhaald van haringparty's, waar men beweert Hollandse Nieuwe te hebben gegeten. Dat laatste is in elk geval niet zo. Hoe smakelijk de visjes ook waren, ze mogen nog steeds géén Hollandse Nieuwe heten. Wat er momenteel gebeurt is vooral lucratief voor de vishandelaar: het opruimen van de oude voorraad, meestal tegen Hollandse Nieuwe prijzen.

Zoals gezegd: voor de smaak hoef je het niet te laten. En toch vind ik het jammer. Jammer, omdat we het feestje naar mijn gevoel een beetje aan het bederven zijn. "Hollandse Nieuwe" rond eind mei is net zoiets als pepernoten in september, of aardbeien met kerst. Dingen horen gewoon een seizoen te hebben. Soms omdat ze dan lekkerder zijn. En soms omdat het plezier simpelweg groter is omdat je even op De Dag hebt moeten wachten.

Dat ga ik dus doen. Volgende week kies ik een vishandelaar uit waar ik de haring ga keuren, en dat moet er één zijn die de visjes voor mijn ogen schoonmaakt. Ik kijk er nu al naar uit. En tot die tijd haringpartyen mijn landgenoten maar een eind weg.

03 juni 2010

Gecertificeerd

Sinds mijn terugkeer blijkt er het nodige te zijn veranderd in het winkelcentrum van het gezellige dorpje Almere waar ik woon. Zo is het postkantoor op een stiefmoederlijk eind lopen ondergebracht, zijn er vlak naast de Etos nu ook een Kruidvat en een Trekpleister gevestigd (logisch, nietwaar?) en staat er zowaar een ambulante schepijsboer. Die laatste viel me overigens het eerst op, door de intrigerende aankleding van zijn kar. Vijf sterren, het predicaat "Gecertificeerd IJsbereider" en een koe die een zeldzaam stom gezicht trekt.

Ik moest lachen, en G. ook. "Gecertificeerd", nee, daar hadden wij echt nog nooit van gehoord. Dat kon iedereen wel op zijn kar laten schilderen. Zelf ben ik trouwens "erkend pastakoker", wist u dat? Er zijn in elk geval diverse mensen die mij als zodanig erkend hebben.

Maar ik had te vroeg gelachen. Bij navraag blijkt dat ijsbereiders in Nederland wel degelijk worden gecertificeerd. Van onoordeelkundig bereid schepijs kun je namelijk best wel heel erg ziek worden. Vandaar dat er een HACCP-norm is (dat staat voor de oerhollandse term Hazard Analysis Critical Control Point) die nagaat of de risicofactoren wel zijn afgedekt. Kijk, ook een eetschrijver leert toch nog elke dag bij. Ik ben er alleen nog niet achter of "Gecertificeerd IJsbereider" ook een wettelijk beschermde term is. Wel schijnt zo'n certificering niet verplicht te zijn. Dat geeft aan die vermelding toch nog enige meerwaarde.

Blijft die koe. Wie voert er nou zo'n compleet achterlijke ijseetkoe als embleem? Koeien leveren de belangrijkste grondstof voor ijs en voor nog tal van andere dingen die het leven de moeite waard maken, zoals boerenkaas en boerenboter. Die dieren verdienen beter dan te worden afgeschilderd op een manier waarbij de legendarische kat Lola ("met downsyndroom") van Sylvia Witteman een viervoetige Einstein lijkt.

02 juni 2010

Eenmalige kennisgeving

Even voor alle duidelijkheid en ter voorkoming van misverstanden: Eetschrijven blijft in de komende weken gegarandeerd 100% voetbalvrij. U hebt online echt niet nog meer oranje en vuvuzela's nodig, dacht ik zo. Trouwens, als je ziet dat het vooral brouwers van doorsneepils en supers zijn die en masse op de WK-kar springen, weet je al dat je er eigenlijk niets aan mist, culinair gezien.

Buitenkansen biedt deze tijd ook. Zo zal het in de betere restaurants, ook die waar je anders nauwelijks binnenkomt, ongetwijfeld een stuk rustiger zijn in de komende tijden. Eens kijken of er zijn die--nog beter--een gegarandeerd voetbalvrije omgeving garanderen. Misschien zie ik u daar dan wel, op een willekeurige avond waarop grootschalig wordt buisgehangen, met chippies uit de aanbieding van de buurtsuper.

01 juni 2010

Brekend nieuws: aardbeien zijn gezond

Ik weet niet hoe het met u is, lezer, maar een krant die een artikel opent met de zin "Aardbeien en blauwe bessen zijn heel gezond" zou ik resoluut de deur uit doen. Ik lees een krant voor nieuws, en dit is geen nieuws.

Maar toch staat het er. Het blijkt te gaan om wat ik dan maar een "nonderzoek" zal noemen van de universiteiten van Maastricht en Wageningen, en de Telegraaf pakte ermee uit.

De kop is natuurlijk waar het om gaat. "Aardbei beschermt tegen welvaartsziekten". Ja, dat is trendy bij een volk dat dezer dagen wel en masse op zoek lijkt naar wondervoedsel waar je maar af en toe een hap van hoeft te nemen of je wordt vanzelf gezond (lees: dun). Diverse websites vonden zelfs die kop niet krachtig genoeg en bombardeerden de aardbei maar meteen tot een wondermiddel tegen overgewicht. O ja, en de blauwe bes, ontdek je in de kleinere lettertjes.

Een paar jaar geleden kwam precies hetzelfde "nieuws" ook al eens prominent in het nieuws, behalve dat het toen de framboos betrof. Prompt steeg de omzet van frambozen fors. Je kunt je natuurlijk voorstellen dat de productschappen voor zachtfruit met zo'n succesnummer maar al te graag in de herhaling deden. En ja hoor, met even googelen komt de aap uit de mouw: een aantal ondernemende lieden blijkt al in de startblokken te hebben gestaan om te bekijken hoe de nieuwe status van aardbei en blauwe bes in klinkende munt kan worden vertaald. "Gezondheid en cooking", "Gezondheid en marketing", "Gezondheid en trends" en "Gezondheid en beauty" (gratis informatie van eetschrijver voor deze mensen: het Engelse woord voor "gezondheid" is health, dan hoeft u dat volgende keer niet meer zo lomp in dat nare Nederlands te laten staan): het kan niet op met de mogelijkheden.

Wie het onderzoek gefinancierd heeft, kan ik zo snel niet vinden. Maar ik maak me weinig illusies: ik durf te wedden dat dit nonderzoek met zijn volkomen voorspelbare uitkomsten bij betreffende nonderzoekers is besteld op hetzelfde moment dat de url waarvoorjegezondheid.nl werd vastgelegd.

Alleen jammer voor de blauwebessenmensen, die blijkens de logootjes aan de onderzijde van de website met name achter het initiatief hebben gestaan, dat de media niet wilden meewerken en ook de blauwe bes prominent in de koppen vermelden. Zo komen ze er toch nog stiefmoederlijk af.

Overigens: woont u toevallig in Noord-Holland of Flevoland, dan bent u spekkoper. In de schappen van de daar actieve supermarktketen DEEN komt eind deze week de Lambada te liggen, volgens velen de lekkerste aardbei van Nederland. Het gaat om Lambada's van de volle grond, afkomstig van de kwekerij van Jan Robben in Oirschot. Volgens Jan is het de allereerste keer dat de Lambada in een supermarkt verkrijgbaar zal zijn. Er is nog hoop.