Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

29 april 2010

De kiesstrijd van een eetschrijver


Op gevaar af er een soap van te maken, heb ik besloten me vandaag van mijn kwetsbare kant te laten zien. Ik heb namelijk niet alleen al een week gruwelijke kiespijn, er is me vandaag ook door een Franssprekende québécoise tandarts te verstaan gegeven dat mijn verstandskies eruit moet. Omdat ik niet wekenlang met die pijn wil rondlopen, laat ik dat hier doen. Over negen dagen is het zo ver--en eigenlijk vind ik dat nog behoorlijk lang. Het is niet anders.

Heeft dat met eten te maken? Ik dacht het wel. Tenminste, ik merk duidelijk het verschil. Het mag allemaal nog zo goed klaargemaakt zijn (door mezelf of door een ander), ik moet uitkijken hoe ik eet om ervan te genieten. Dat wordt straks gedurende een paar dagen na het trekken nog wel erger, vrees ik.

Ik heb besloten deze lijdensweg zo dragelijk mogelijk te maken door bandeloos van alles te genieten dat qua eten op mijn weg komt. Vandaag waren dat deze fenomenale gebakjes bij café-boulangerie Paillard in de rue St Jean in Québec, een paar straten van mijn appartement hier. De foto is met mijn telefoon gemaakt en niet bijzonder goed. Ze zagen er nog veel lekkerder uit dan hier en smaakten zelfs nóg beter. Ook de koffie is bij Paillard bijzonder goed. Zo'n zaak zou ik best in mijn buurt in Nederland willen.

28 april 2010

Waarheen voor het eten?

Eén van de dingen waar ik het meest nieuwsgierig naar was toen ik van Vancouver naar Québec reisde, was hoe het daar gesteld zou zijn met de voedselvoorziening. Niet dat ik iets van tekorten verwachtte, maar British Columbia had mij aangenaam verrast door de vele kanalen die voor de consument openstonden voor het betrekken van levensmiddelen. Waar je een hoofdrol zou verwachten voor de super, waren overal overdekte markten te vinden waar kleine middenstanders interessante artikelen van uitstekende kwaliteit aanboden.

Ik had half en half verwacht dat dat in Québec zelfs nog beter zou zijn. Tenslotte is Engelstalig Canada voor een groot deel gemodelleerd op de VS, terwijl Québec opvallend vasthoudt aan zijn Franse roots. En in Frankrijk, zo weten wij, is verse waar nog prominent aanwezig.

Het viel behoorlijk tegen. Markten of speciaalzaken heb ik hier nog vrijwel niet gezien. Wel zijn er, naast vrij alomtegenwoordige supers (heel andere dan in British Columbia met een aanbod dat bepaald een stuk minder aantrekkelijk is dan in Vancouver--zo is de karnemelk waar ik in Vancouver nog zo hoog over opgaf hier zo mogelijk nog minder drinkbaar dan het fabrieksspul in de Nederlandse super en valt ook het aanbod aan verse groenten me nogal tegen) vind je hier vooral de épicerie, die in Québec kennelijk geen specialist is met een aantrekkelijk aanbod, maar eerder een flauw aftreksel van de super, een noodoplossing voor wie echt een keertje niet anders kan. Er zit er in de vieille ville van Québec waar ik momenteel verblijf--en waar geen super te vinden is--één waar ik bij mijn enige bezoek drie soorten nogal zielige groente en vier soorten vers fruit ontdekte, terwijl in de koeling drie pakken melk en een paar pakjes fabrieksboter waren uitgestald. Rusland anno begin jaren '80 was er niets bij.

Een uitzondering is Epicerie J.A. Moisan aan de rue St Jean (foto), gelukkig slechts een kleine kilometer lopen vanuit mijn appartementje. Maar die bestaat dan ook al sinds 1870 en is behalve een instituut zelfs een toeristische attractie: het is namelijk de oudste kruidenierswinkel op dit continent. De prijzen zijn er helaas ook naar. Maar goede spullen, dat wel.

27 april 2010

Rolmodel

"Europees" is hier in Canada--en dat geldt nog sterker hier in Québec--een bijna magisch begrip. Uiteraard viel ook aan deze épicerie weinig Europees te ontdekken.

26 april 2010

Canadese wijn

Het is raar met Canada. In Amerika hebben ze het over "the great white north" en ook de meeste Europeanen zullen Canada zonder veel twijfel als een "noordelijk" land betitelen. Maar nu zit ik in het op Canadese schaal behoorlijk noordelijk gelegen Québec, en dat ligt nog altijd op dezelfde breedtegraad als Straatsburg. De zuidelijkste stad van Canada, Toronto, bevindt zich ongeveer ter hoogte van Florence.

Nu is de klimaatzone niet louter van de breedtegraad afhankelijk en het is zeker waar dat de subarctische klimaatzone veel verder naar het zuiden doorloopt dan in Europa. Toch hoeft het niet veel verbazing te wekken dat ook in Canada in de jongste jaren de wijnbouw in opmars is.

Dat is allemaal begonnen in de Okenaganvallei in Britisch Columbia (ongeveer ter hoogte van Luxemburg), gezegend met een uitzonderlijk warm microklimaat. De wijnen uit deze streek genieten inmiddels weliswaar nog niet veel internationale, maar in elk geval al heel veel nationale faam. Er zitten er ook uitstekende tussen--en uiteraard, net als in Europa, een aantal die slechts marginaal drinkbaar zijn.

Inmiddels wordt er ook elders in Canada wijn geproduceerd. In een aantal andere streken van British Columbia, uiteraard in het vanouds zeer op Frankrijk gerichte Québec en inmiddels ook in Ontario. Uit die laatste provincie komt de gewürztraminer die wij gisterenavond opentrokken en die overdonderend lekker was. Opmerkelijk is dat het een "gewürztraminer" is en geen "gewurztraminer"--het verschil tussen de Duitse en de Franse variant, wijnen die gewoonlijk behoorlijk verschillend van karakter zijn. Deze wijn is eigenlijk noch het één, noch het ander. Hij is verrassend droog in de aanzet en pas bij de afdronk word je het zoet gewaar. Daar tussenin ontwikkelen zich de typisch kruidige noten die bij deze druif horen.

Er zijn sporadisch Canadese wijnen in Nederland te vinden, en dan met name de befaamde icewine. Toch maak ik me sterk dat wie dit wijntje importeert, daar aardig succes mee zou kunnen hebben. Wij gaan er in elk geval nog een paar flessen van halen.

Eerst echter morgen naar een lokale tandarts om iets te laten doen aan een sinds enkele dagen steeds pijnlijker verstandskies--reden dat ik nu pas dit stukje voor u plaats. Het is zelfs voor een eetschrijver moeilijk om gepassioneerd te zijn over lekker eten en drinken als je gebit je zoveel last bezorgt.

23 april 2010

Franse brasserie?


Eén ding is wel duidelijk: hoewel de québécoise keuken een aantal dingen gemeen heeft met de Amerikaanse, zijn er meer overtuigende verschillen. Je kunt heel goed merken dat de keuken hier aanleunt bij de Franse.

Neem nu de boudin. Amerikanen raken het met de langste vork niet aan en ook in Canada heb ik het buiten Québec nooit gezien. Hier ben ik het in goed twee weken nu al op zeker een half dozijn menu's tegengekomen. Omdat ik er zelf een groot liefhebber van ben, bestelde ik het vanavond in het restaurant behorend bij mijn auberge nog maar eens, deze keer met gekaramelliseerde appeltjes en peertjes. Het bord dat ik voor mijn neus kreeg, was zó weggelopen uit een Franse brasserie. Er stond zelfs een bakje mayonaise op. Huisgemaakte, wel te verstaan. Reken maar dat dat elders in Canada of in de VS niet waar zou zijn. Daar eet je frietjes met ketchup. Die is hier dan weer nergens te bekennen.

Mijn geliefde G. had trouwens ook worst. Zij at merguez. Ik vermoed dat ze daar op dit continent buiten Québec zelfs nog nooit van gehoord hebben.

22 april 2010

Een etentje bij DNA in Montréal

Eindelijk: een snelle internetverbinding. En dat nog wel diep in het hart van Québec, waar ik zojuist heb gedineerd in wat eigenlijk wel een onvervalst huiskamerrestaurant mag heten. Nou ja, het etablissement heeft een horecavergunning, maar er werd duidelijk huiselijk gekookt en de borden waren ook heel ongekunsteld opgemaakt. Al moet ik er meteen bij zeggen dat het verschil tussen die twee over het algemeen op dit continent kleiner is dan bij ons (in Québec is het dan weer iets groter).

Maar u had nog een maaltijd bij DNA in Montréal van mij tegoed. Uiteraard heb ik van alle gerechten (met uitzondering van de amuse, waarvan ik ook tot mijn schande geheel vergeten ben wat het ook weer was) foto's gemaakt. Hier wat wij aten:



Ik begon met een tartare van kalfshart. Dat had ik zelfs nog nooit in een verhitte vorm geproefd. De tartare was in elk geval heerlijk. Hij had een heel interessante vleesmaak, veel spannender dan die van het rode vlees dat gewoonlijk voor tartare wordt gebruikt.


G. at kalfszwezerik. Deze was voor de gelegenheid klaargemaakt in een saus van agrodolce. Dat was even schrikken bij de eerste hap, maar erg lekker en een heel verrassend contrast met de rijke zwezerik.


Het eten verliep volgens de Italiaanse traditie. Hierna dus een pastagerecht. Voor mij werd dat deze maccheroni alla chitarra. In het deeg is peterselie verwerkt, de saus bevat knoflook en gedroogde geitenlever. Erover gaat een rauwe eierdooier en geraspte parmezaan. Een heel kleine portie die enorm naar meer smaakte.


G.'s pastagerecht viel wat uit de toon. Niet omdat het niet lekker was, integendeel, maar omdat het vooral véél te véél was. Daar ligt zeker nog een verbeterpunt voor deze uiterst creatieve keukenbrigade. De cannelloni had drie verschillende vullingen, één van kalf, één van gevogelte en één van lam. Meer weten we er niet meer van. G. maakte de fout dit gerecht geheel op te eten. Jammer dat je je zoiets niet blijkt te kunnen veroorloven.


Deze bloedworst was op smaak gebracht met piment. De saus was van knoflook en oester; er ging ook gepocheerde oester bij. Erover een gebakken eendeëi. Een gedurfde combinatie die een subliem gerecht opleverde.


G. had langzaam gegaard en vervolgens krokant gebakken buikspek met bonen. Ook al een heel rijk en rustiek copieus gerecht en na de cannelloni echt te veel. Daardoor gingen de subtiliteiten wat verloren en waren die al snel vergeten--nog vóór we ze op konden schrijven. Jammer, want het was een spannende creatie.


De dessertkaart was prachtig. Ik zou er graag een foto van laten zien, maar om voor mij ondoorgrondelijke redenen krijg ik 'm niet geüploadet. U moet het dus doen met foto's van wat wij wel aten. Ik had deze pudding du chômeur of "pudding van de werkloze", een heerlijke warme pudding die vol zat met verrassende specerijencombinaties.


G. had deze chocoladefondant met saffraan, wat ons betreft een interessant dessert omdat ikzelf al een tijd geleden een dessert met chocolade en saffraan bedacht en we dus vergelijkingsmateriaal hadden. Dit was helaas (ach nee, natuurlijk niet) nog een stuk lekkerder. Een chocoladefondant met een nauwelijks vaste buitenkant en een binnenkant die er meteen vloeibaar uit loopt, deze keer van zowel chocolade als saffraancrème. Geweldig. En ook al had G. toen al te veel gegeten, toch at ze dit hele dessert nog helemaal op. Al had ze daar later wel flink spijt van.

Opvallend natuurlijk is dat dit restaurant veel werkt met de bestanddelen van het dier die voor heel goedkoop doorgaan, en die dan heel creatief verwerkt, met een "twist" ten opzichte van de klassiekers waarop de gerechten zijn gebaseerd. Wij lustten het allemaal wel. Sterker: wij hopen dit méér te vinden.

21 april 2010

Etenstijd

Ook een interessante constatering: de gemiddelde tijd waarop de Québécois een restaurant binnen komen wandelen. Zij doen dat vrijwel op precies dezelfde tijd als de inwoners van British Columbia. Dat wil zeggen: op het moment dat ze in Québec rond halfnegen 's avonds aan de restauranttafel plaatsnemen, doen ze dat in Vancouver ook. Daar is het dan natuurlijk halfzes.

Restaurants zijn hier sowieso vaak "Europeser". Zo moet je niet zelden gewoon om de rekening vragen als je uitgegeten bent. Overal elders in dit land wordt er gevraagd of je nog iets blieft, en als je antwoord "nee" is, wordt er meteen een rekening op tafel gelegd. Dat dat hier in Québec niet altijd gebeurt, was voor ons zowaar weer even wennen.

De foto is van het toetje in "Rose & Basilic", een prachtig restaurant in Alma bij het Lac St Jean.

20 april 2010

Prioriteiten

Toen ik van de week bij zat te lezen over Québec, het gebied waar ik momenteel rondreis, moest ik wel even lachen. Ik vertaal even uit het Frans: "het zuidelijke gebied, in de vallei van de rivier St Laurent, is een vruchtbaar agrarisch gebied. Hier worden zuivel, fruit, groenten, foie gras, ahornsiroop, vis en vee geproduceerd".

U ziet het vast ook: kennelijk vindt men foie gras het op drie na belangrijkste agrarische product. Soms zijn het net Fransen, die Québécois. Ik moest er vanavond aan denken toen ik op het menu in de brasserie van Mario Tremblay, een voormalig ijshockeyer die de bijnaam heeft "de bionische bosbes", gebakken foie gras zag staan. Ik heb dit foute gerecht dadelijk besteld.

Conclusie: ofwel is genoemde bosbes een uitzondering, ofwel weet men hier prima hoe je met foie gras omgaat. De uienconfituur was trouwens ook erg lekker: hij was met een forse snuif cayenne op smaak gebracht, iets wat ik thuis ook eens ga doen. Daarna at ik kalfslever, die precies mooi rosé gebakken was. Allemaal dingen die je elders in Canada niet eet. De keuken hier in Québec wijkt echt flink af van die elders in het land, en de eetgewoonten ook. Zo wordt alles in een redelijk normaal tempo aan tafel gebracht, in plaats van fast and furious. Een verademing.

Als dessert at ik bij Mario Tremblay bosbessentaart. Ja, natuurlijk was die vreselijk lekker.

(nee, ik ben DNA in Montréal niet vergeten--maar daarvoor wilde ik voor de verandering eens veel foto's uploaden en dat is met deze trage verbindinge niet te doen. Het komt, het komt!)

19 april 2010

Het gat van de duivel

Een dag kan soms heel veel verschil maken. Gisteren waren mijn geliefde G. en ik uit nieuwsgierigheid eens gaan kijken in het vrij uitgestorven station de ski van Mont Tremblant in Québec. Het was ons beschreven als een soort Disneyland, maar dat was het niet. Het was erger: een Legodorp. We waren nog steeds nieuwsgierig en streken neer in een Legorestaurant. Daar kregen we Lego-eten. Alleen de rekening was echt.

Vandaag belandden we in wat op papier een godvergeten gat leek, met de naam Shawinigan, een tussenlanding omdat anders de rit naar het Lac St Jean te lang werd. Het hotel dat we hadden besproken blijkt echter meer dan gerieflijk en een knus centrumpje gaf ons zowaar een goed dozijn eetopties. We stapten binnen in een tent die Le Trou du Diable heette (wat dat betreft klopte dat godvergeten gat dus wel) en dat gekoppeld bleek te zijn aan een microbrewery: zo'n plek waar in kleine hoeveelheden originele eigen bieren worden gebrouwen. Je ziet dat hier wel vaker.

We aten er simpel. Een (gedeeld) voorgerecht van gerookte worst met wat zuurkool door het worstvlees en in een puree van bloemkool. Een hamburger en een bavette, dat lekkere stuk uit het middenrif van het rund dat slagers in Nederland in van alles verwerken omdat wij dat om de één of andere reden niet blieven. Allebei waren perfect klaargemaakt zonder dat er ook maar iets uit een pakje of bakje kwam, en het smaakte hemels. Ons dessert was een fondant van chocolade met bruin bier waarvan we meteen aanvechting hadden er nog maar deux te laten brengen. Erbij wat van de plaatselijke brouwsels, die ook al verschrikkelijk lekker waren. Koffie na. Dit allemaal voor een prijs fors lager dan die van twee slechts marginaal eetbare Lego-hoofdgerechten in het Legodorp.

Wat ik maar bedoel: beoordeel een gat nooit naar zijn uitstraling op een landkaart. Je kunt echt nog wel ontzettend verrast worden. Dit eethuis met zijn geweldige keuken en fantastische biertjes zou in een grote stad avond na avond afgeladen vol zitten. Hier in dit onbetekenende oord hadden ze ook al klandizie genoeg.

Morgen, mits internetverbinding, over DNA in Montréal. Maar soms ben je, meteen na een maaltijd, gewoon te enthousiast om te kunnen zwijgen. En is het niet gewoon een kwestie van eerlijkheid dat als ik verrast word, u dat ook wordt?

16 april 2010

Het DNA van een eetschrijver


Vanavond at ik bij restaurant DNA in Montréal. De chefkok van DNA is een voormalige souschef van Heston Blumenthal van The Fat Duck en dat is aan de gerechten te merken ook. Ik had een subliem menu waarvan deze bloedworst met eendeëi en oester in piment het hoofdgerecht was.

Maandag* vertel ik er alles over. Nu houd ik het hierbij, niet alleen omdat het al ruim na middernacht is maar ook omdat ik bij het vertrek nogal erg hard mijn hoofd stootte tegen een erg massief houten lichtornament dat op 1.90 meter hing--terwijl men een eetschrijver van 1.95 meter op bezoek had. Een bijzaak die echter momenteel erg als een hoofdzaak voelt. Toch overheerst de voldoening over een zeer memorabele maaltijd. Kijk vooral zelf even op de site.

* Daarbij houd ik wel een slag om de arm. Morgen vertrek ik uit Montréal en ben ik een paar dagen in het binnenland van Québec. De ervaring leert dat daar niet altijd aan een internetverbinding te komen is. In extreme gevallen zou dat zelfs een week kunnen duren, al hoop ik natuurlijk van niet.

15 april 2010

Le smoked meat


Er wordt wel eens gedacht dat een eetschrijver alles weet wat er op eetgebied te weten valt. Dat is een fabeltje. Althans, ik ken er niet één bij wie dat het geval is.

Vanmorgen las ik een bericht aan mij gestuurd door één van de mensen die ik volg op Twitter. Het bericht betrof Schwartz, een zaak die als "charcuterie hébraïque" geafficheerd staat en van wie de sandwiches au smoked meat (dit soort hybride franglais hoor je voortdurend in Montréal) kennelijk even legendarisch zijn als de New York Pastrami. Ik had er nog nooit van gehoord, maar dat bleek een gapend gat in mijn cultuur. Ah, oui! riep iedereen hier toen ik de naam noemde.

Ik heb er geen gras over laten groeien en ben er meteen gaan lunchen. Bovenstaand zo'n sandwich (een kleintje). Het brood interesseert je geen barst. Het vlees is verbijsterend lekker.

Dat er vervolgens nog twee leden binnenkwamen van de road crew van Keith Emerson en Greg Lake van wie ik de avond tevoren een optreden had bijgewoond en dat ik met ze aan de praat raakte hetgeen mij een schitterend Greg Lake-plectrum opleverde (extra geweldig voor een eetschrijver die gitaar speelt zoals ik toevallig doe), is dan weer een heel ander en iets meer persoonlijk verhaal, Maar omdat het zo leuk was, vertel ik het hier toch gewoon even. Bij deze.

14 april 2010

Revolutionaire saus

Opschrift op een restaurant in hetzelfde blok als mijn hotel in Montréal. Sommige dingen zijn gewoon schitterend van zichzelf.

13 april 2010

Plantaardig

Nee, ik heb er geen plaatje bij. Ik heb op het knopje van mijn camera gedrukt, maar de foto is niet te vinden, dus ik zal wel weer iets onhandigs hebben gedaan. Maar ik vind het gewoon jammer u niet mee te laten genieten van het bordje op de deur van slagerij W.E. Begin aan de rue St Jean in Québec dat mij weer eens in een onbeschaamde lachbui deed uitbarsten.

Op het bordje stond "pas d'animaux". Inderdaad, ja.

12 april 2010

Alsof je in Zwitserland bent

Qua eten heeft men hier in grote meerderheid een hoge pet op van Europa. Of dat terecht is, laten we even in het midden. Feit is wel dat je maar hoeft te suggereren dat je keuken Europees is, of je trekt klanten. En dat geldt zeker voor de stad Québec, die qua sfeer meer bij Europa aanleunt dan welke stad op dit continent ook. Vanavond nog at ik hier en hoewel mij een "Californisch menu" in het vooruitzicht was gesteld, at ik in feite klassieker Frans dan ik in dit land ooit gedaan heb. Bijzonder goed overigens, dat wel. Bovendien viel de prijs mee: volgens mij eet je nergens in Europa op een plek als deze een maaltijd van vier gangen inclusief amuse, wijn en koffie voor €45 per persoon.

Maar er zijn ook restaurateurs die er een potje van maken. Die van bovenstaande advertentie belooft je een ervaring "alsof je in Zwitserland bent". Wat eet men in Zwitserland? Fondue, zoals iedereen weet. Logisch dus dat het stel op de foto geniet van een fondue bourguignonne, want wie weet nu niet waar de Bourgogne ligt?

De advertentie stelt nog meer Zwitserse specialiteiten in het vooruitzicht. Fruits de mer, bijvoorbeeld. Terecht. In de talrijke zeehavens van het mediterrane Zwitserland halen, zoals algemeen bekend, nijvere vissers het zeebanket bij tonnen binnen.

De naam van dit Zwitserser-dan-Zwitserse restaurant, waar de huiswijn overigens--vermoedelijk omdat Zwitserland, zoals iedereen weet, geen wijn produceert--Chileens is? Tyrolienne. Want waar Tirol ligt, dat weet een kind, nietwaar?

10 april 2010

Du vin

Denk vooral niet dat Canada van kust tot kust gelijk is. Zo zijn de automobilisten hier in Québec temperamentvol als Parijzenaars en rijden ze je achteloos van de sokken als ze de kans krijgen, terwijl ze in Vancouver al vol in de remmen gaan wanneer je je binnen zes voet en zes inches van een stoeprand begeeft. Dat is maar één van de vele verschillen.

Een ander is dat men er hier niet, zoals in British Columbia, van overtuigd is dat alcohol een vreselijk goedje is dat in speciale winkels moet worden weggestopt en daarbuiten alleen is toegelaten mits verpakt in een ondoorzichtige bruine zak (zo één waaraan zelfs de onnozelste peuter feilloos ziet dat pa weer drank is gaan kopen). Hier staat de wijn gewoon in de supermarkt.

Nou ja--bepaalde wijn dan. Boven het schap staat in het Frans "ontdek uw smaakprofiel!". Daarnaast staat wat de verschillende kleurtjes betekenen. Je weet meteen waar onze eigen Appie het idee vandaan heeft. Het is nodig ook. De wijn blijkt zonder uitzondering van het kaliber Ulgarijnsche Fousel, waarbij men zich alle moeite heeft getroost via het etiket toch maar zo min mogelijk over de inhoud los te laten. Het enige houvast is het kleurige stickertje. Het is duidelijk: men wil niet dat u met kennis van zaken wijn koopt. Men wil dat u hier wijn koopt, en vervolgens niet beter weet dan dat u "die met het lichtrode stickertje" wel lekker vond. Klantenbinding heet dat.

Het mag duidelijk zijn dat met een dergelijke aanpak de klandizie van uw Eetschrijver op de québecoise buik kan worden genoteerd. Die gaat graag naar de volgende super. Maar wat blijkt? Hier staan precies dezelfde wijnen met precies hetzelfde stickertjessysteem. Sterker, de épicier op de hoek die blijkens zijn uithangbord ook wijnen verkoopt, heeft een volkomen identiek assortiment, ook weer met de bijpassende kleurtjes. De kleurtjeswijngroothandel blijkt zijn marktgebied uitstekend te hebben afgedekt.

Gelukkig bleek er in de vieille ville van Québec ook een echte marchand de vin te vinden, die smakelijk moest lachen om mijn evaluatie van het aanbod in de mainstream. Hij bleek voortreffelijke Californische zinfandels van Robert Mondavi, Nieuwzeelandse sauvignons blancs van Kim Crawford en zelfs een gewurztraminer uit Ontario in het assortiment te hebben. Ook van die laatste heb ik, uit pure nieuwsgierigheid, een fles meegenomen.

09 april 2010

Een belofte aan Robert Jan


Québec. Het begon niet bepaald florissant, gisteren. Hoewel ik op Vancouver International vier stuks bagage had ingecheckt, rolden er op Aéroport International Jean Lesage maar drie van de band. Het vierde bleek bij navraag in Montréal te zijn. Ze gingen hun best doen. Huurauto eerst maar opgehaald. Die bleek over de periode van zeven weken dat ik hem had besteld dik een duizendje duurder uit te vallen dan ik gedacht had, omdat die even vermaledijde als noodzakelijke CDW nog niet in de prijs bleek te zijn opgenomen. Aangekomen bij mijn appartement in de oude stad bleek er tot mijn verbazing op slechts 50 meter een parkeerplaats te zijn. Toen ik 20 minuten later bij het voertuig terugkwam om mijn bagage uit te laden, zat er een parkeerbon onder de ruitenwisser. In mijn appartement kon ik vervolgens proberen wat ik wilde, ik had geen internet. 's Middags bleek de super die we hadden uitgezocht om even wat basisvoorraad in te slaan uitsluitend twijfelachtige meuk te verkopen--en we waren na een nacht vliegen te moe om nog naar een andere te gaan zoeken. En het plensde ook nog de hele dag.

Vandaag zag de dag er alvast een stuk beter uit. De zon scheen, mijn tas was boven water, ik was uitgeslapen en van de meuk bleek nog best een aardig ontbijt te maken. Nog meer boodschappen gedaan bij een ditmaal uitstekende supermarkt en vervolgens gezellig de huurwagen weer ingeleverd, want daar heb je hier in de vieille ville van Québec meer last van gemak van--die huur ik wel weer als ik volgende week naar Montréal en zijn achterland vertrek. Van de besparingen zijn we eens lekker gaan eten, want ik heb hier echt wel drie dozijn prima restaurantjes op loopafstand van mijn appartementje. Maar eerst de helpdesk bellen, die mijn verbinding (weliswaar retetraag) binnen tien minuten aan de praat had.

Zo kon ik onder meer vernemen dat ik in mijn hoedanigheid van twitteraar @eetschrijver mijn collega-eetblogger Robert Jan van het vrij onregelmatige maar wel onderhoudende Bikkesement zou hebben "ontvolgd" en geblokkeerd. Hij leek er erg verdrietig over, terwijl er allemaal niets van aan was--ik was nota bene bijna 48 uur niet online geweest. Enfin, eerst maar eens eten.

Op nog geen tien minuten lopen is Aux Anciens Canadiens, een absoluut instituut hier. Ze hadden er op de kaart Tourteau du Lac St Jean staan, een typisch québecois feestgerecht in de vorm van een uitbundig met wild en ander lekkers gevulde pastei waarvan diezelfde Robert-Jan mij op het hart gedrukt had het toch vooral te bestellen als ik het ergens zag. Ik kende het wel van naam, maar had het nog nooit geproefd. Het was inderdaad ontzettend lekker. Bovendien werd het lekkers opgediend door niemand minder dan Femke Halsema, die voor de gelegenheid Frans sprak en een bordje op haar boezem had waarop stond dat zij Marilène heette.

Al bij al werd Québec daarmee in één dag toch plotseling weer een erg leuke stad, mede dank zij de tip van Robert Jan. Hij heeft ongetwijfeld van de helpdesk van Twitter al vernomen dat het allemaal een vergissing was. En zo leefde iedereen nog lang en gelukkig.

07 april 2010

Hoezo barbarenland?

Deze is voor de mensen die nog altijd de overtuiging zijn toegedaan dat Noord-Amerika een culinair barbarenland bij uitstek is, waar men kamerbreed geen enkel benul heeft van wat echt koken en eten is. Hoe ver die mensen ernaast zitten, bewijst onder meer dit boekje dat ik vond op een plank van de huurwoning in Vancouver, die ik als u dit leest definitief heb verlaten. Ik werk de komende acht weken in Québec verder aan mijn boek.

Het afgebeelde boekje is uit 1968. Boekjes uit die tijd in het Nederlandse taalgebied staan zonder mankeren borg voor onbeheerst schaterlachen om het begrip dat men in die tijd had van culinaire hoogstandjes. Pareltjes vol smakelijke oubolligheid zijn het, heerlijk om op culi-feestjes uit voor te lezen. Mijn verwachtingen voor dit boekje waren dan ook hooggespannen.

Helaas viel er niets te lachen. Dit 42 jaar oude boekwerkje van Time-Life blijkt ook naar hedendaagse normen een uitstekend kookboek. De recepten die erin staan, maak ik vandaag de dag nog precies zo. De ingrediënten die je ervoor nodig hebt, had je voor een flink deel in het Nederland van 1968 nooit gevonden. Ze kunnen ook allemaal nog zó op tafel, de risotto alla milanese, de risi e bisi, de spaghetti alla carbonara, de fagioli all'uccelletto, de involtini alla cacciatora... het water loopt je bij het lezen nog steeds in de mond.

Hoezo barbarenland? Zo'n smakelijk boekwerkje in de tijd dat wij in Nederland nog in culinaire berenvellen liepen. Mijn Amsterdamse buurvrouw uit die tijd zou hebben gezegd: "Kijk naar je eigen".

06 april 2010

Schaven

Ooit ontspon zich hier een discussie over typisch Hollandse keukenhulpjes. In de commentaren kwam ook de kaasschaaf even ter sprake. Meestal wordt die als typisch Nederlands gezien, al weet men hem ook in België en soms zelfs in Noorwegen te plaatsen.

Ik wilde toch even deze foto afdrukken. Dit duo trof ik aan in één van de keukenlades van het huurappartement in Vancouver dat ik morgen verlaat. Liefst twee stuks, één voor oude en één voor jonge kaas. Menig Nederlander doet het met minder.

Overigens is morgen voor mij een reisdag. Dan dus met zekerheid geen Eetschrijven. Woensdag hoop ik weer een stukje voor u te kunnen plaatsen.

02 april 2010

Tafelmanieren

We hebben allemaal wel eens Noordamerikanen zien eten. U weet wel: eerst wordt alles op het bord gesneden en vervolgens wordt het mes neergelegd, verdwijnt de vork naar de rechterhand en wordt alles met één hand leeggegeten, waarbij de linkerhand dikwijls op de knie wordt gelegd. Wij vinden dat allemaal nogal boers.

Ik had het er laatst over met één van inboorlingen hier. Die wist mij vervolgens te vertellen dat men hier vindt dat wij in Europa juist heel ongemanierd eten. Daar keek ik toch even van op. Wij ongemanierd, terwijl wij onberispelijk met twee handen het juiste bestek hanteren en altijd onze handen boven tafel houden? Daar blijkt men hier een andere kijk op te hebben. Volgens deze man gebruiken wij ons mes om "gigantische porties" op onze vork te "bulldozeren" en zo ons eten met onbehoorlijk grote happen in snel tempo weg te werken. "Zo zou ik mijn kinderen niet willen zien eten", kreeg ik te horen.

Mja, en wie zal zeggen dat daar niet wat in zit? We hebben toch nogal de neiging onze eigen manier van doen als de norm te beschouwen. En met wat voor reden eigenlijk?

Wat ik wel koddig blijf vinden is hoe op dit continent echt ongelooflijk star wordt gedaan over welk bestek je bij welk gerecht hoort te gebruiken. Er wordt ingedekt volgens wat je besteld hebt, en vervolgens heb je je aan die gekozen indeling te houden. Van de week had ik één mes en twee vorken gekregen, wat erop duidt dat je je voorgerecht dan wel je hoofdgerecht wordt geacht met alleen een vork te eten. Dat lukte mij dus echt niet. Nadat ik het voorgerecht op had, had ik mijn mes en een vork op het gebruikte bord gelegd. De ober die mijn bord kwam weghalen (dat hoort volgens de etiquette hier zo snel mogelijk nadat je het leeg hebt, ongeacht of de anderen nog zitten te eten, ook weer zoiets) wierp een misprijzende blik en legde zwijgend en met een overdreven delicaat gebaar mijn gebruikte mes weer van het bord op de tafel. Dat ik maar goed in de gaten had dat dat voor mijn hoofdgerecht was en dat ik voor mijn beurt had zitten snijden. Ik hoefde tot mijn opluchting gelukkig niet in de hoek te staan.

Een hoofdgerecht heet hier trouwens een entree (zonder accent op de tweede e). Waar ze dat nou toch vandaan hebben, heb ik nog niet kunnen achterhalen.

01 april 2010

160? 150? 100? 50? Of zelfs maar 30?

Even weer een wat serieuzere noot, dat moet kunnen op deze grappendag. Als 't even tegen zit, hebt u vandaag al genoeg lolligheid te verduren.

Van de week sloeg ik weer even aan het nadenken toen ik iets las over de wenselijkheid van een 150-kilometerdieet. U kent het principe vermoedelijk wel: de bedoeling is dat je uitsluitend (of in elk geval overwegend of bij voorkeur) producten eet die minder dan 150 km hebben gereisd voor ze op je bord belanden. Het is hier in British Columbia waar ik aan mijn boek werk een heel populair begrip.

Zoiets heeft niet alleen voordelen voor de duurzaamheid die er het voornaamste doel van is (het verminderen van uitstoot door het vervoer van levensmiddelen), maar ook voor de diversiteit. In plaats van dat overal in de supermarkten met dezelfde naam precies dezelfde nondescripte groenten en fruit liggen, is er al naar gelang van de lokatie de nodige variëiteit. Meteen een stimulans voor lokale boeren en telers om ook zelf wat meer op diversiteit te gaan spelen in plaats van allemaal naar het pijpen van dezelfde veiling te dansen.

Ik dacht er eens over na, en dan vooral over die 150 km. Waar dat vandaan komt, weet ik natuurlijk wel. Het is een decimalisering en afronding van het 100 mile diet, een fenomeen dat uit de VS is overgewaaid.

Helaas is de afstand mee over komen waaien. Honderd mijl, dat is in de VS zo ongeveer om de hoek. Bij ons is 150 kilometer voor wie op de goede plek zit nog altijd het hele land, en kom, omdat je niet mag discrimineren moet wat voor iemand uit Utrecht goed is ook voor een inwoner van Goes, Groningen of Geulle kunnen. Dat vinden de veilingen natuurlijk fantastisch. Met een groene muts op nog altijd een centraal geleide distributiedictatuur. Nee, 150 km is voor Nederland te veel. En, als u het mij vraagt, 100 km eigenlijk ook nog steeds.

Ik zou zeggen: laten we eens beginnen met 50 de norm te maken. Kijk wat er binnen een straal van 50 km van uw woning geproduceerd wordt. Dat biedt gegarandeerd een veel ruimere keuze dan u denkt, en ik durf er iets onder te verwedden dat u meteen ook kennismaakt met een kwaliteit die u niet meer gewend was van de centraal gedicteerde wereld waarin veilingen en supermarkten handjeklap spelen en de boeren koeioneren. Vindt zoiets ingang, dan ontstaat er vanzelf binnen zo'n straal weer meer diversiteit--en dan kan die straal ook weer verminderd worden. Dan gaan we naar 30 km.

Ik zou het graag zien gebeuren. Voor het milieu, ja, als niet te versmaden neveneffect. Maar vooral uit puur egoïsme, om de smaak en kwaliteit van hetgeen er op je tafel komt als lokaal telen weer rendabel wordt. Ik kan het weten. Ik geniet er op dit moment dagelijks van.