Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

31 maart 2010

In the Dutch Mountains?

Hier stond ik toch wel even van te kijken. Ben ik nou de enige die dacht dat Hero zijn ankers had in het Nederlandse Breda? Kennelijk niet: van diverse kanten hoorde ik dezelfde veronderstelling. Dat is in elk geval mis: Hero is wel degelijk Zwitsers. De naam is de afkorting van Heinckell & Roth.

Dit bedrijf blijkt in 1914 het familiebedrijfje in confituren van fruithandelaar Jansen in Breda te hebben overgenomen. Dat bedrijfje ging vanaf dat moment onder de naam Hero conserven maken, maar brak echt door met zijn priklimonades. Inderdaad: ook de in Nederland wereldberoemde (en vrijwel nergens anders verkrijgbare) Hero Cassis.

Mocht u nu nog denken dat De Betuwe met zijn Tielse Flipje wél Nederlands is, dan hebt u dat inmiddels ook mis. Dat bedrijf is in 1987 door Hero overgenomen. Vervolgens is acht jaar later het hele zwikje, inclusief het Zwitserse moederbedrijf, in handen gekomen van Dr. Oetker (Hero zelf heeft het eufemistisch over een "bundeling van krachten"). Sindsdien maakt Hero vooral die "verantwoorde" fruitproducten die u dank zij een verhelderend labeltje bewust kunt kiezen.

Maar ja, "Zwitsers" verkoopt in Noord-Amerika natuurlijk nog steeds stukken beter dan "Duits"...

30 maart 2010

Mocht niet

Sta ik hier al weken in die super plaatjes te schieten van producten, valt me vandaag pas dat bordje bij de deur op. Ik vraag me dan altijd af waarom toch niet. Voor bedrijfsgeheimen lijkt me een plek waar elke dag duizenden onbekenden een willekeurige tijdsduur doorbrengen niet bepaald de ideale omgeving.

Vandaag trouwens weer met mijn telefoon een pak koekjes gefotografeerd. Mooi dat niemand er wat van zei.

29 maart 2010

Productbelofte

Dat is in elk geval duidelijk!

26 maart 2010

Eet boter. Nee, eet margarine

In de Globe and Mail, Canada's grootste nationale dagblad dat ik hier nog tot aanstaande zaterdag dagelijks in de bus krijg, staat vandaag een lezenswaardig artikel onder de titel "Battle of the Spreads", waarin boter (of, zo u het pleonasme verkiest, "roomboter") voor de zoveelste maal tegen margarine wordt afgezet. Veel interessant materiaal, inclusief de ongetwijfeld voor velen nieuwe wetenschap dat omega-3 bestaat in verschillende ketenlengtes en dat de plantaardige vorm alfa-linoleenzuur zoals die in de meeste margarines verwerkt is, er één is met een korte moleculaire keten zodat ze door het lichaam moet worden omgezet in de varianten met lange keten zoals die in vette vis worden aangetroffen, te weten eicosapentaeenzuur en docosahexaeenzuur. In de praktijk, vertelt het artikel, gebeurt dat maar zeer gebrekkig. Alfa-linoleenzuur wordt dan ook een "inferieur vetzuur" genoemd in vergelijking met omega-3 uit visolie. Nee, dat vertellen de margarinefabrikanten er inderdaad niet bij.

Nog helemaal los daarvan blijkt het dezer dagen weer volle bak als het gaat om de vermeende voordelen van meervoudig onverzadigde versus verzadigde vetten. Met slechts enkele weken tussenpoos verschijnt een artikel in de American Journal of Clinical Nutrition dat uit een kwantitatieve studie van liefst 347.747 proefpersonen, gevolgd gedurende 5 tot 23 jaar, concludeert dat er "geen sifnificant bewijs is dat verzadigd vet in de voeding verband houdt met ischemische hartklachten of hart- en vaatziekten", terwijl anderzijds de Harvard School of Public Health stelt "Meervoudig onverzadigde vetzuren zouden wel degelijk risico op hartklachten kunnen verminderen". Hier worden 13.614 deelnemers gevolgd en wordt een verschil van liefst 19% gevonden, wat je toch bepaald zéér significant mag noemen. Je vraagt je natuurlijk wel meteen af waarom dan dat voorzichtige "zouden kunnen" ("may") in de titel, en natuurlijk ook hoe het toch in vredesnaam mogelijk is dat die andere studie dit toch gigantische verschil niet heeft gevonden.

De werkelijkheid is natuurlijk dat deze materie zo onnoemelijk complex is dat we er nog maar een fractie van begrijpen. In die omstandigheden is het ook geen wonder dat je uitkomsten krijgt met spectaculaire verschillen, misschien wel louter door wat cijfertjes in een andere volgorde te zetten of anders te wegen. En ja, je mag het niet zeggen, maar het is wel degelijk een feit dat wetenschappelijke studies gesponsord worden en dat ook wetenschappers heus wel weten--de beeldspraak is hier wel heel passend--aan welke kant hun boterham gesmeerd wordt. Er zegt er in elk geval maar zelden één ruiterlijk: sorry, mensen, we weten echt nog te weinig om tot eenduidige conclusies te komen.

Dat laatste moet je indirect opmaken uit de bijna kolderieke communicatie vanuit de margarine-industrie, die ons om de haverklap juichend weet te melden dat haar nieuwste formule het nu écht helemaal gevonden heeft. Dat betekent natuurlijk niets anders dan dat de voorgaande formule het ook weer bij het verkeerde eind bleek te hebben, een lot dat--en hier wil ik, in het kader van de oudedagsvoorziening, met iedereen die dat wenst een fors bedrag onder verwedden--ongetwijfeld ook de huidige formule straks weer beschoren zal blijken. Nu vind ik het geweldig dat er wordt geëxperimenteerd om de perfecte formule voor mijn gezondheid te vinden, maar ik wacht met het uitproberen toch maar liever af tot men die experimenten heeft afgerond--als dat tenminste nog tijdens mijn leven is.

25 maart 2010

En uit het stadje Riesling komt...

... een buitengewoon smakelijke blend van pinot blanc en pinot gris. Van het huis Schlumberger in het bekende stadje Riesling in de Elzas. Of zoiets. Nou ja, u weet wel.

Ze waren in het betreffende restaurant zo aardig en zo enthousiast dat ik er niet eens iets over heb gezegd. Ja, ik weet het. Maar dat hebt u vast ook wel eens.

24 maart 2010

Flapper de Flipper

Een vraag die mij dezer tijden veelvuldig wordt gesteld is of er nu eigenlijk zoiets bestaat als een Canadese keuken. Die vraag beantwoord ik toch maar met nee: de keuken hier kan niet anders worden gekenschetst dan als een samenraapsel van elementen uit de hele wereld. Soms worden die gecombineerd in één gerecht en heel soms is zo'n combinatie ook nog wel enigszins aantrekkelijk.

Maar een land waarvan de inwoners na enig nadenken in meerderheid de poutine noemen als dé specialiteit bij uitstek (het gaat hier om frietjes met daarover een plens dikke bruine jus alsook een schep gesmolten kaas) kun je geen grote cuisine aanwrijven. De lokale specialiteiten zijn dan ook, met uitzondering van bijvoorbeeld de ahornsiroop en de tourtières (vleespasteien) uit Québec, grotendeels ofwel weinig opmerkelijk, ofwel uit de categorie rariteitenkabinet.

Uit de eerste categorie komt bijvoorbeeld de Nanaimo Bar, een stuk kruimelige koek met daarop een mierzoete laag onbestemds omhuld met eveneens zeer zoete melkchocolade. Ik heb zo'n ding geproefd (ik was tenslotte in Nanaimo) en was zonder meer underwhelmed, behalve dat ik de suiker met heel veel water heb weggespoeld. In de tweede categorie noem ik pemmican, een brij van uiteenlopende vetstoffen die door de oorspronkelijke bewoners van dit land werd bereid als bewaarbare wintervoorraad, maar die sommige Canadezen voor hun plezier blijken te eten.

Een speciale vermelding verdienen de gerechten flapper pie en flipper pie. Als je niet oplet, zou het verschil je ontgaan en toch ligt er nogal een wereld tussen de twee. De eerste (hierboven staat een stuk afgebeeld) is een gebak bestaande uit een kruimelig deeg met daarop een laag custard en een laag méringue--niet heel opwindend maar niet onsmakelijk. De tweede is een pastei waarvan de vulling bestaat uit--ik verzin dit niet--de vinnen van zeehonden, dieren die in Canada (en nergens anders ter wereld) zowaar op tafel worden gezet. Gelukkig is het geen courant gerecht op de menu's van modale restaurants. De kans is dus klein dat je het per ongeluk bestelt.

23 maart 2010

Gørgønzølå

In Nederland probeerde ik ooit eens een klacht in te dienen tegen AH wegens overtreding van de Europese regelgeving op productetikettering. Die regels schrijven voor dat de herkomst op het etiket van een product moet worden vermeld als (...) de naam van het product een verkeerd beeld zou kunnen geven van die herkomst. Dat leek mij met "Australian Homemade" bonbons gemaakt in Nederland wel degelijk het geval. Maar ik kreeg van de VWA nul op het rekest. De voedselveiligheid was namelijk niet in het geding. Als het nu om kaas of wijn was gegaan, was het een andere zaak geweest. Alsof dan de voedselveiligheid ineens wél in het geding was.

Ik moest er een tijdje terug weer aan denken toen ik aan het grasduinen was in het kaasvak van de super hier in North Vancouver. Daar lag me toch verdraaid zó maar Deense kaas geëtiketteerd als gorgonzola. Niet dat er met Blue Castello (want dat wordt ongetwijfeld bedoeld met "Costello") veel mis is, ik vind het prima kaas, maar gorgonzola is toch nog wel even wat anders. Bij nadere beschouwing lag er trouwens ook "Parmesan" waar in piepkleine lettertjes "Grana Padano" onder stond en verder iets dat "Canadese Gouda" zou moeten zijn.

Het is gek. Aan de ene kant zijn ze hier met hun etikettering maniakaal. Het kleinste risico wordt vermeld (ik zag zelfs op een koffiebeker staan "Caution! Hot beverages are hot"). Aan de andere kant mag je als producent kennelijk de kluit naar hartelust belatafelen door de klant goedkoper spul te verkopen dan je op het etiket zet. Terwijl ik durf te wedden dat iemand die geïmporteerd rundvlees als "Alberta beef" durft te verkopen, nog niet jarig is. Wat dat betreft is hypocrisie gelukkig geen monopolie van de Nederlandse autoriteiten.

22 maart 2010

Xocolatl

Degenen onder u die mij volgen op Twitter weten al dat ik eergisteren het plan had opgevat eens lekker ouderwets een high tea te gaan gebruiken in een etablissement dat mij al vóór mijn vertrek was aangeraden, dat luistert naar de charmante en ook veelzeggende naam Schokolade, en dat gedreven wordt door een Zwitserse immigrant en zijn Singaporese echtgenote. Wat ons via de website in het vooruitzicht was gesteld, zag er alvast fantastisch uit.

Helaas: het feest ging niet door. Wat via de website niet echt duidelijk wordt gemeld is dat de high tea alleen op reservering kan worden gebruikt. We begrepen, éénmaal ter plaatse, ook meteen waarom: het zaaltje is piepklein en biedt hooguit ruimte aan tien personen. Toen wij arriveerden, was de chefkok er nog niet eens, omdat de enige reserveringen pas voor laat in de namiddag waren.

Natuurlijk waren we teleurgesteld en we suggereerden vriendelijk dat de website misschien wat duidelijker zou kunnen zijn. Prompt werden we uitgenodigd plaats te nemen. Het zou allemaal op geen stukken na zo bijzonder worden als the real McCoy, maar voor een symbolisch bedrag zou men ons wel iets lekkers voorzetten. Dat werd het bovenstaande. Ik verzeker u: daar eet je je met twee personen rond theetijd kogelrond aan. Intussen bleef het verontschuldigingen regenen om de vermeende schamelte van het gebodene, zoveel dat het bijna gênant werd.

Een bijzondere vermelding verdient de chocolademelk. Die wordt daar volgens oud Azteeks recept gemaakt, dus gekruid met anchopepers. Weliswaar wordt de drank (waarvan de naam in het Azteeks werd gespeld zoals in bovenstaande titel) vervolgens wel heel licht gezoet, iets dat in feite door de Spaanse invaller is geïntroduceerd, maar het is toch een verbijsterende ervaring. Dat is pas "hete chocolade"! Mocht u toevallig anchopepers hebben, bijvoorbeeld omdat u de bofkont bent die ze van RozeMarijn toegestuurd heeft gekregen: probeer het!

De bonbons die u op de foto ziet verdienen eveneens een speciale vermelding. Een fantastische couverture en bijna zonder suiker gemaakt. Suiker, zo vertrouwde de gastvrouw ons toe, is een goedkoop en betrekkelijk minderwaardig ingrediënt waar men liefst zo min mogelijk van hoort te gebruiken. Er volgde uiteraard een buitengewoon prettig gesprek, waarin wij oeverloos boomden over de verkrijgbaarheid van goede spullen en over ons voedingspatroon dat door toedoen van gewetenloze marketeers de nek wordt omgedraaid.

Nu ben ik alleen benieuwd wat we feitelijk hadden moeten krijgen. Voor komend weekend dus maar even reserveren, dunkt me.

19 maart 2010

Lokaliteiten

Laat ik eens met de deur in huis vallen: ik begin er steeds meer van overtuigd te raken dat de geringe afmetingen van ons land ten koste gaan van onze voedseldiversiteit, eenvoudig doordat alles wat bij ons wordt geproduceerd of geïmporteerd binnen enkele uren overal in het land kan zijn. Dat maakt het voor de distributiegiganten makkelijk om een specifiek product op een bepaalde plek te verzamelen (eventueel vanuit verre buitenlanden als Egypte, Kenia, Marokko of Israël) en vervolgens weer binnen luttele uren naar de eigen verkooppunten te transporteren. Het gevolg is dat we steeds meer allemaal hetzelfde eten. En, uiteraard, ook allemaal hetzelfde niet eten.

Zoiets hoef je in een land als Canada uiteraard niet te proberen. Of het een rechtstreeks gevolg ervan is, weet ik niet maar hier is inmiddels het 100-kilometerdieet een heel succesvol fenomeen. Dat bestaat erin dat je bij voorkeur producten eet die niet verder dan 100 kilometer van je woon- of verblijfplaats worden geproduceerd. Dat leidt tot een grote diversiteit. Ik moet daar overigens meteen de kanttekening bij maken dat Canadezen het, net als de Amerikanen, aan de andere kant dan weer de gewoonste zaak van de wereld vinden om zich in februari ongans te eten aan aardbeien en ander zomerfruit--afkomstig uit Californië en Mexico--dus dat er met het principe behoorlijk de hand wordt gelicht. Laten we het erop houden dat de seizoensproducten bij voorkeur uit de eigen omgeving komen. Dat zou in Nederland al forse winst zijn.

Restaurant Locals in Courtenay op Vancouver Island gaat hier heel ver in. Dit restaurant serveert--vrijwel--uitsluitend producten van het eigen eiland (een naar Canadese begrippen heel klein eilandje, zelfs nog iets kleiner dan heel Nederland) en heeft daar redelijk succes mee. Hierboven afgebeeld staat het paradepaardje van de maand maart: een proeverij van liefst twaalf verschillende lokale oesters die onderling een opmerkelijke diversiteit vertonen en die namen hebben als Kusshi, Little Wing, Pacific Rim Petites, Effingham en Fanny Bay. Bij het gerecht kreeg je een blocnote en een potlood om proefnotities te kunnen maken. Je kreeg er overigens tot mijn hilariteit ook citroen, rodewijnazijn, sojasaus en zelfs Tabasco bij, waarmee je uiteraard alle diversiteit efficiënt de nek kunt omdraaien. Je vraagt je af hoeveel mensen dat ook doen.

Overigens stond op het menu ook een tomatensoep gegratineerd met boerenkaas--en dan bedoel ik dat die kaas ook als zodanig op het menu stond: "with boerenkaas gratin". Het gaat om een product van één van de Nederlanders die op het eiland boeren en die hun eigen tradities mee hebben genomen (we waren zelfs onlangs in een restaurant waar "Dutch bitterballen" en nasi goreng op het menu stonden). In Locals aten we verder risotto met schaaldieren (de rijst, zo gaf men toe, was inderdaad niet lokaal verbouwd), linguine met bisonragout en lemon pie (met citroenen die wel degelijk lokaal in kassen worden geteeld en eigenlijk verrassend veel smaak hadden, hoewel milieuvriendelijk wel anders zal zijn). De koffie kwam dan weer gewoon uit Guatemala maar was, zo werd mij verzekerd, wel lokaal gebrand. Ook de wijn kwam uit British Columbia.

Het is een beetje een tweeslachtig gebeuren. Per se citroenen zelf willen verbouwen, op deze breedtegraad en in deze tijd van het jaar, is natuurlijk wel interessant en goed voor de lokale productdiversiteit, maar veel slechter voor het milieu dan de vruchten per boot in te voeren. Toch is het een interessante exercitie. We zouden in Nederland toch wel rijk zijn met een aantal alternatieve, kleinschalige distributiesystemen waarmee iets soortgelijks ook mogelijk zou zijn. Maar daarover meer in mijn boek, dat ik van de zomer af hoop te hebben.

18 maart 2010

Koffie (niet) na


Het verhaal over restaurant Locals dat ik u gisteren beloofde, houdt u nog een dagje te goed. Ik had vandaag terug zullen reizen naar North Vancouver, maar toen we ontwaakten bleek het ineens een schitterende staalblauwe dag, de eerste sinds we op dit eiland zijn gearriveerd, en konden we niet aan de verleiding weerstaan om ons verblijf met een dag te verlengen en heerlijk op Mount Washington te gaan skiën. En nu zijn G. en ik dus echt compleet bekaf, en lonkt het heerlijke bed (met veren matras) in Belle Vue B&B wel heel nadrukkelijk. Terwijl we morgen vroeg op moeten om de veerboot te halen.

Daarom maak ik me er vandaag vanaf met een korte observatie. Toen we vanavond in Martine's Bistro in Comox (dat overigens wordt gedreven door een geëmigreerde Nederlander met wie we nog genoeglijk hebben zitten bomen) een dessert bestelden, werd ons gevraagd of we ook koffie wilden. Dat wilden we wel. Vervolgens werd de koffie eerst gebracht, en pas toen die op was het dessert. Dat is niet alleen daar zo; ze doen dat in Canada overal. Vraag je waarom, dan vragen ze "Waarom niet?" en daar heb ik dan eigenlijk ook niet echt een antwoord op. Maar opmerkelijk is het wel, dat van die dingen die je als totaal vaststaand aanneemt, eigenlijk lang niet overal vast staan.

Zo vindt men hier onze manier van eten, met het mes in de rechter- en de vork in de linkerhand eigenlijk nogal ongemanierd. Ook al merkwaardig, want wij Europeanen vinden gewoonlijk precies hetzelfde van de Noordamerikaanse manier. Maar daarover een andere dag weer eens.

17 maart 2010

Kip en gerst


Nee, dit is inderdaad geen kip, dat weet ik ook wel. Het is een zeearend die ik ineens voor mijn lens kreeg tijdens een wandeling met G. over Hornby Island vanmiddag. Hornby Island is een klein eilandje voor de westkust van Canada dat in de jaren '60 ontgonnen is door Amerikaanse dienstweigeraars die naar Canada vluchtten om uitzending naar Vietnam te ontlopen. Er hangt een vrij bijzondere sfeer, en je ziet er opvallend veel haarbanden, lang haar en baarden.

Ook adelaars zie je er trouwens vrij veel, maar van zó dichtbij had ik nog niet meegemaakt. Dat is één van mijn redenen om deze foto met u te delen.

Na afloop van de wandeling hadden wel trek. Er is in de winter op Hornby Island niet veel gelegenheid om daar iets tegen te doen, maar uiteindelijk vonden we een uiterst alternatieve gelegenheid waar men ons tegen het prettige bedrag van $3,50 (iets van € 2,25) een kop stevig gevulde huisgemaakte kippensoep met gerst wilde serveren, met daarnaast een dikke homp maïsbrood. Dit simpele gerecht bleek ongelooflijk goed klaargemaakt en het smaakte naar puur natuur. We smulden ervan. Wat kunnen simpele dingen soms toch lekker zijn. Hij was op voor ik eraan dacht er een foto van te maken, en dat is de tweede reden dat bovenstaande foto dit stukje siert.

Vanavond was ik aan het werk. We gingen eten bij een restaurant in Courtenay, waar men het principe heeft uitsluitend lokale producten (afkomstig van Vancouver Island) te verwerken. Het heette dan ook "Locals". IJs en weder dienende vertel ik er morgen iets over.

16 maart 2010

Studieobject



Tijdens dit korte reisje binnen mijn reis (ik schrijf deze woorden in het stadje Comox op Vancouver Island) heb ik besloten een vergelijkend warenonderzoek te doen van de key lime pie in de verschillende restaurants waar ik eet. Tot nu toe is de bovenstaande uit de Cactus Club in Nanaimo de lekkerste gebleken, maar ik heb mezelf meteen voorgenomen in Nederland op zoek te gaan naar een nóg beter recept, dat ik dan uiteraard met u zal delen.

Wel ontzettend lekker, hoor, key lime pie.

15 maart 2010

Food with a View


Mocht The Restaurant At The End Of The Universe onbereikbaar blijven, dan ben ik toch in elk geval in Het Restaurant Aan Het Eind Van De Wereld geweest. Ook het eten in Black Rock Restaurant in Ucluelet was meer dan smakelijk.

12 maart 2010

Alleseters


De verleiding is groot Canada en de VS op één hoop te gooien wat eetgewoonten betreft, en eerlijk is eerlijk: er zijn veel overeenkomsten.

Gelukkig zijn er ook grote verschillen. Waar Amerikanen zich op vleesgebied hoofdzakelijk beperken tot biefstuk, kip, kalkoen en hamburgers, lijkt het erop dat de Canadezen echt alles eten. Zelfs datgene waar wij in Nederland op grote schaal voor terugdeinzen.

11 maart 2010

Eieren en karnemelk


Twee zuivelproducten waar ik het ook nog even over wilde hebben. Vandaag moet het er maar van komen, om de eenvoudige reden dat ik vanmorgen een ei pocheerde en dat er vervolgens uitzag zoals hierboven (uiteraard na aansnijden). En dat is niet alleen vandaag, dat is elke keer zo.

Kijk nou eens naar die vorm. Gewoon een prachtig gepocheerd ei, zonder tentakeltjes. Ook in het water geen sporen van eiwit. Geen kunstgrepen uithalen zoals een draaikolk in het water maken of "het wit om de dooier heen te vouwen". Gewoon vanuit een kopje in het water laten glijden en je nergens meer zorgen over maken.

Is dat bijzonder? Hier kennelijk niet. In Nederland wel. En waarom is dat? Eigenlijk te schandalig voor woorden, maar de reden is dat de eieren hier vers zijn. En dan bedoel ik écht vers. Zo vers dat het wit dus gewoon niet uitloopt. Dat heb je alleen als een ei maximaal een dag of vijf onder de kip vandaan is. Wat de Canadese super de regel is, en in de Nederlandse niet eens de uitzondering. Je vraagt je af waarom eigenlijk. Als het dus wel kán.

Nu ik er toch over bezig ben: ik heb in Nederland vaak horen zeggen dat de karnemelk vroeger zoveel lekkerder was. Dat vind ik zelf trouwens ook. Die karnemelk van nu is hooguit zozo. Maar hoe die karnemelk vroeger dan precies smaakte, dat wist ik eerlijk gezegd niet meer zo.

Ook dat is veranderd. Ik weet het ineens weer precies. Karnemelk smaakte vroeger in Nederland zoals ik hem hier op dit moment bij elke super uit het koelvak haal. De smaak van échte ouderwetse karnemelk: ik wist niet wat ik proefde. Liters drink ik van het spul. Wat zal ik dat straks missen. Net als die eieren.

Overigens: eigenlijk haalde ik die karnemelk in huis om pannenkoeken mee te bakken. Dat doet niemand hier namelijk met gewone melk. De reden is niet dat de pannenkoeken dan magerder zijn, want ze roeren ook nog gesmolten boter door het beslag. Die karnemelk is omdat het zuur ervoor zorgt dat het beslag veel beter rijst. Dat, en niets anders, is dus het geheim van die heerlijke luchtige pannenkoeken die je overal in Noord-Amerika bij het ontbijt krijgt. Probeer maar eens.

Even iets anders: ik ga vanaf morgen (voor u is dat vanavond) een paar dagen van huis, en mijn internetverbinding wordt daarmee iets onzekerder. Ik ga mijn best doen elke werkdag een stukje te plaatsen, maar als het niet lukt, weet u bij deze hoe dat komt.

10 maart 2010

Hoera hoera

Alweer voor de vierde keer mag ik voor Eetschrijven de verjaardagsvlag uithangen. Wat er op 10 maart 2006 verscheen mag dan niet wereldschokkend zijn geweest en eigenlijk meer een test "om te zien of-ie het deed" (hij deed het), het werd daarna toch maar wat het uiteindelijk is geworden. Als je kijkt hoeveel eetblogs er sindsdien stilzwijgend de laatste adem hebben uitgeblazen, is vier jaar toch best een hele tijd.

We vonden dat Eetschrijven ons wel eens flink mocht trakteren. Daarom nam ik een dagje vrij van het boekenschrijven en namen we vanuit ons leuke woninkje in North Vancouver de kabelbaan, die ons binnen een kwartiertje op 1600 meter hoogte en met de voeten in de sneeuw bracht (ja, Nederlandse lezertjes: zó hoog moet je hier in het verre Canada gaan om dat winterse verschijnsel aan den lijve te ondervinden). Belangrijker: op Grouse Mountain is ook een fantastisch restaurant, The Observatory. Daar vond de traktatie plaats. U mag meegenieten, al vrees ik dat u de smaak er zelf bij zult moeten bedenken.

De bloemkoolvelouté.

De gestoofde kalfswang.

De gnocchi ("with Gort's matured Gouda cheese").

De jakobsmosselen.

Het dessert: witte chocolademousse, cranberries, amandelcake, chocoladesorbetijs.

Zeker niet het minst indrukwekkende: het uitzicht vanaf onze tafel.

Een geslaagd feestje, kortom. Eigenlijk wil ik volgend jaar wel weer zoiets.

09 maart 2010

Emigrant met heimwee?



Aha, denken ze bij Google Ads als ik mijn eigen blog bezoek: die knaap heeft een Canadees IP-nummer en komt naar een Nederlandse eetsite kijken. Dat kan dus alleen maar een emigrant met heimwee zijn. Daar kunnen wij met onze slimme algoritmes dus wel wat hagelslag, boerenkool en Bolletje beschuit aan kwijt.

Nou ja, u ziet het: Real Dutch Food brengt het allemaal binnen mijn bereik, alsof ik al niet al die typische Nederlandse producten hier in de schappen van de super had zien staan. En wat is er nou zo geweldig aan die Nederlandse levensmiddelen? Zijn ze lekker? Misschien, maar vooral vermeldenswaard is dat ze goedkoop zijn. Wat hebben wij toch voor vreselijke reputatie in de wereld als het op eten aankomt?

Oh, dat etentje? Dat was een doorslaand succes. Victor vond alles erg lekker, ook de tiramisu maar vooral de risotto. Eerlijk zeggen? Best een kick.

08 maart 2010

Topchef aan tafel



Op aandringen van chef Victor Bongo (rechts op de foto; aan mijn andere zijde staat zijn souschef Derek), die ik nog kende van mijn trip in de Yukon in 2008, was ik in het restaurant in New Westminster waar hij 's winters werkt bij hem komen lunchen. Zijn eerste kookboek was inmiddels verschenen en hij wilde mij daar een exemplaar van overhandigen. De reden daarvan bleek al snel: in het allereerste recept in het boek doet hij uitbundig verslag van onze ontmoeting en mijn mening over dat gerecht, inderdaad dat waarvan u onder bovenstaand linkje het recept vindt. Dat is me toch in Nederland nog niet gelukt.

Toen ik éénmaal zo ver was, besloot ik maar eens iets anders te proberen dat me tot nog toe nog nooit gelukt was: een topchef bij mij thuis te eten uitnodigen. Dat bleek ook onmiddellijk een succes. Vanavond (nou ja, morgenochtend heel vroeg uw tijd) schuift hij met zijn echtgenote aan in mijn gehuurde woninkje in North Vancouver. Hoewel de keuken hier ongeveer drie keer zo klein is als waarover ik thuis beschik en op een aantal punten ook wel aanzienlijk minder goed geoutilleerd is (hoewel de messen dan vreemd genoeg weer uitstekend zijn), ben ik toch vol zelfvertrouwen. Ik ga voor (grotendeels) Italiaans, het idioom waarmee ik het meest vertrouwd ben. Mijn menu:

- soepje van witlof met capuccinokraagje van schuim gearomatiseerd met gerookt spek
- risotto met rode kool
- dun gesneden striploin met een jus van porcini met snijbiet en rozemarijnaardappeltjes
- mijn eigen bekroonde tiramisu
- koffie met kletskoppen (talking heads?)

De tiramisu is gedurfd, omdat Victor bijzonder trots is op zijn eigen recept. We zullen zien wat hij van het mijne vindt. En van de rest.

05 maart 2010

Octopus


Deze had ik u al beloofd. Eigenlijk hadden we hier ook even een handje bij moeten houden, maar u mag het van mij aannemen: dit beest was van kop tot eind tentakels een kleine twee meter groot. Op zo'n moment vraag ik me toch even af wie zoiets bij een viskraam op een consumentenmarkt koopt. Octopus is heel lekker, maar dit lijkt me toch wat veel van het goede.

04 maart 2010

Zoiets zots zelden gezien


Inderdaad, ik had u voor vandaag een inktvis beloofd. Maar wat ik vanmiddag in de super hier zag, wil ik u niet onthouden. Goed, dat gechloreerde water dat hier uit de kraan komt is niet het allerlekkerste, al proef je het na een paar weken niet meer zo. Maar een speciaal afwasmiddel om groenten en fruit mee schoon te maken, nee, dat vind ik toch op het maniakale af. Kennelijk is er behoefte aan: er stonden liefst twee merken van het goedje in de schappen.

Wat komt hierna? Een stomerij voor borden en bestek?

03 maart 2010

Gerrit Jan zag oesters liggen...


O nee, zelfs nog veel groter, kijk maar. Zelfs al neem je mee dat mijn geliefde G. niet van die heel grote handen heeft. De octopus die ik maar een paar meter verderop fotografeerde, laat ik morgen zien.
(en ja, Canadezen blijken bij oesters graag een biertje te lusten. Bij veel, overigens)

02 maart 2010

Hoezo preuts?



Voor wie het nog niet wist: Canada is beslist Amerika niet. In Amerika krijg je tienduizenden dollars boete als er in je tv-programma per ongeluk (?) gedurende één seconde een tepel te zien is. In Canada kun je producten met etiketten als het bovenstaande gewoon zien staan in winkels waar ook kinderen komen. Ik zie het in Nederland nog niet snel gebeuren (al moet ik met dat soort statements oppassen sinds mijn stukjes over Becel met botersmaak en geitenmelkboter).

01 maart 2010

You will not get this anywhere

"Not anywhere!", benadrukte de standhouder nog maar eens met zijn zware Griekse accent, terwijl ik de toch wel vrij forse prijs van 7,83 Canadese dollar afrekende. Ik kon hem niet tegenspreken, want voor mij is het in elk geval een novum: geitenmelkboter. Vandaag gekocht op de Lonsdale Quay Market, die voor mij al heel snel een favoriete inkoopplaats is geworden hier in North Vancouver. Ik kan echt niet wachten om te ontdekken hoe dit bijzondere spul smaakt. Al is het dan in elk geval niet Grieks, maar "gewoon" geproduceerd in Québec.