Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

25 februari 2010

AH-Erlebnis op Lonsdale Quay Market


U dacht dat AH-producten alleen maar bij AH verkrijgbaar waren? Stel u gerust: ik ook. Ik viel dan ook om van verbazing toen ik in een stalletje met de meest verrukkelijke Chinese en andere kruiden op Lonsdale Quay Market in North Vancouver twee potjes met een bekend logo zag staan. Van pure verbijstering vergeten de Chinese uitbater te vragen wat ze moesten kosten.

Een wandeling in de Tuin van Eden


Richmond is al een paar keer voorbij gekomen. We vertoeven er dan ook regelmatig, wegens het bijwonen van Olympische schaatsevenementen. Een straf is dat niet, want de daar dominante Aziatische gemeenschap zorgt ervoor dat er ter plaatse uitstekend gekaand kan worden. Wij zijn dan ook nimmer meer in het Holland Heineken Huis gesignaleerd. De boerenkool mogen anderen opeten. Mocht ik daar onweerstaanbare trek in krijgen, dan is--in tegenstelling tot wat op grote schaal wordt aangenomen--ook deze groente hier probleemloos verkrijgbaar.

In plaats daarvan ontdekten wij onlangs de Aberdeen Shopping Mall, een oord waar je je, zodra je binnenstapt, in Singapore waant. Strakke architectuur, overweldigende luxe, maar toch onmiskenbaar Aziatisch van karakter.

Zoals veel malls in Noord-Amerika (en steeds vaker ook in Europa) heeft ook Aberdeen een food court. Dat is echter niet de aaneenrijging van twijfelachtige fastfoodtenten die je maar al te vaak tegenkomt. In plaats daarvan staat er het ene na het andere Aziatische stalletje. Toegegeven, ze zijn niet allemaal even goed. Vandaag waren we bijvoorbeeld bij de Vietnamees en die was hooguit verdienstelijke middelmaat. Maar de Japanse udon met seafood was bijvoorbeeld uitstekend en ook de Chinese noodle outlet was prima. Je eet je er kogelrond voor minder dan tien euro per persoon, zelfs als je je--zoals wij--tot besluit nog laat verleiden tot een dessert met de naam A Walk in the Garden of Eden, en dat bestond uit schaafijs met mango met het nodige fruit en een bolletje mangosorbet. Het was zo lekker als de naam beloofde, al is de foto met mijn telefoon genomen en daarom niet van de allerbeste kwaliteit.

24 februari 2010

Ontbijten op school



In hartje Vancouver, op de drukke hoek van Dunsmuir & Granville, staan achter veel glas gedekte tafeltjes. Volgens een uithangbord is dit een praktijkklas van het Culinary Institute of Canada. Er wordt de gehele ochtend ontbijt bereid en geserveerd door laatstejaars studenten. Uw eetschrijver stapte er uiteraard van de week eens binnen en waarachtig was er een tafeltje vrij.

De eggs benedict waren in elk geval erg lekker, vooral in de "Pacific" variant met gerookte zalm. Wel opvallend: de cursisten pakken glazen systematisch van tafel op alvorens ze te vullen. Ik moet toch eens in een goed restaurant opletten of dat daar ook zo gebeurt. In Nederland doen we dat beslist anders. Maar zo'n practicum zou ik bij ons ook wel eens tegen willen komen.

23 februari 2010

Sjet

Ik zou ze niet graag te eten moeten geven, de Nederlanders die het Italiaanse bruschetta uitspreken als "broesjetta" in plaats van "broesketta". De Canadezen doen dat ook. Het verschil is dat ze hier die foutieve uitspraak ook gewoon maar in de spelling hebben vastgelegd.

22 februari 2010

Februarifruit


Eergisteren had ik het over het wat ambivalente milieubewustzijn van de Vancouverites waar het de keuze van hun voedsel betreft. Veel biologisch, maar ook veel vlees. En hierboven ziet u de schitterende uitstalling van een fruithandelaar op Granville Market. Dezelfde foto had ik ook bij minstens een vijftal andere handelaren op dezelfde markt kunnen maken. Let wel: we schrijven 12 februari. Aardbeien, kersen, frambozen en bosbessen gaan allemaal in grote hoeveelheden van de hand. Land van herkomst is meestal Mexico--en vanuit Vancouver is dat nog wel iets verder dan Marokko vanuit Nederland is. De lokale consument zit er niet mee, hij stelt zich de vraag zo te zien niet eens. Ze zijn er, ze zijn lekker, ik koop ze. Toen ik een fruithandelaar vroeg wat eigenlijk het seizoen voor lokale aardbeien is, moest hij daar zowaar geruime tijd over nadenken.

Even aan de zonnige kant: deze taferelen zie je niet in de supermarkten. Daar kopen de locals hun groenten en fruit dan ook alleen maar als ze haast hebben. Overal in de stad vind je hier overdekte markten waar je voor allerlei groepen producten kunt kiezen uit diverse kleine handelaren, die stuk voor stuk véél beter gesorteerd zijn dan zelfs de allergrootste super. De supermarkt mag dan wel in deze streken ontstaan zijn, hij heeft hier bepaald niet de verontrustende monopoliepositie die we in Nederland hebben zien ontstaan. Ook de aanvoer lijkt zo op het eerste gezicht (ik zal daar zeker nog wat nader in duiken) via veel meer kanalen te lopen. De diversiteit en vooral ook de kwaliteit van de waren vaart er wel bij, want o, wat is alles hier lekker en vers. Dat zou bij ons toch ook moeten kunnen.

Erg inspirerend vind ik dit. Vooral ook voor het boek waar ik hier van plan ben de komende maanden een flink stuk van te schrijven.

20 februari 2010

Wat mannen willen



Er is hier in Vancouver--en in Canada in het algemeen--opvallend veel milieubewustzijn. Je ziet dat ook in de winkels: er is een enorm aanbod aan biologische producten en die lijken ook de voorkeur te hebben van het winkelende publiek.

Maar genoeg is genoeg. Zo weet men kennelijk ook hier in Canada nog altijd maar al te goed wat mannen willen: vlees. Véél vlees, zo lijkt het, en dat begint al bij de lunch. Dat merk je, behalve in de diepvriesafdeling, ook aan het koelvak. De voorverpakte biefstukken gaan hier van de hand in verpakkingen van minstens anderhalf pond, en wie in de super voorverpakte kip koopt, komt niet met minder dan een dikke kilo thuis. Dit is duidelijk een natie van carnivoren. Milieubelastend? Daar heeft men zo op het oog niet al te veel weet van.

Dat is niet het enige waaruit blijkt dat het milieubewustzijn van de Canadese consument toch voor een flink deel voor de bühne is. Daarover volgende week een stukje, als Nederland weer een beetje hersteld is van de klap dat ook het derde vierde (dank Carla) kabinet Balkenende de eindstreep niet heeft gehaald--iets dat ik gezien het tijdsverschil mogelijk wel eerder wist dan u. Sterkte ermee.

19 februari 2010

Hailbeat


Canada is vanuit Nederland een beetje moeilijk te bereiken per auto met caravan. Dan is het toch een hele opluchting dat, behalve de zoute drop en de groenten van Hak, ook de hagelslag hier gewoon in de super verkrijgbaar is. Sterker, je mag hem zelf uit een bulkvat scheppen en voor de prijs hoef je het ook al niet te laten: een goede halve euro per onsje. Het spul wordt dan ook goudeerlijk "choc flavored" genoemd. Ik bedoel maar.

18 februari 2010

Met botersmaak

Uit de serie "opmerkelijke productclaims". Hier zou Becel in Nederland vermoedelijk niet mee wegkomen, al zou dat ook niet nodig zijn: Nederlanders noemen allerlei twijfelachtig plantenzweet uit zichzelf al "boter".

Of het echt naar boter (of zelfs maar "boterachtig") smaakt, weet ik niet. Ik zou zeggen dat dat gezien de samenstelling niet kan, maar dat is giswerk, want ik heb me er nog niet toe kunnen brengen zo'n pondskuip te kopen voor een tongtest. Wie weet later nog eens.

17 februari 2010

Nog meer Chinees


Ik zal u iets verklappen: in Vancouver, waar ik momenteel in een gerieflijke woning vertoef, worden dezer dagen Olympische Winterspelen gehouden. Weliswaar is de temperatuur hier dagelijks tussen de tien en vijftien graden, maar dat mag de pret niet drukken. Ik heb in elk geval, omdat de boog niet altijd gespannen kan staan, kaarten voor een aardig aantal evenementen. Zo was ik afgelopen maandag weer in Richmond, waar wordt geschaatst. Ik zag daar (de Nederlandse kranten hebben er vast vol van gestaan) ijsmachine twee live de geest geven en vervolgens een geheel blanco ijsmachine drie binnen komen rijden die iets heel raars met het ijs begon te doen en ook weer schielijk verdween, de organisatie in zichtbare ontreddering achterlatend. Toen ik daar vanaf de tribune iets over wilde twitteren, bleek er als bij toverslag geen verbinding met internet meer mogelijk. Bij de Olympische Spelen gaat schone schijn namelijk nog steeds vóór alles.

Hoe dan ook werd het laat, die avond. Pas tegen negenen lokale tijd verlieten wij de hal. Dan zit je vervolgens weer in Richmond, met al zijn Aziatische restaurants. Deze keer stapten G. en ik een Sjanghainees restaurant binnen, dat geheel in tinten roze en fuchsia was uitgevoerd, waar we de enige niet-Chinezen waren en waar we onder anderen deze vis bestelden. Hij stond op de kaart als rock cod, maar natuurlijk ziet u net als wij wel dat dit geen kabeljauw is. Het is een tandbaars, een behoorlijk vervaarlijk dier. Behalve dat is het ook bijzonder lekker, vooral op de manier waarop men hem in Sjanghai kennelijk klaarmaakt. Hij is helemaal opgegaan. Intussen werd er om ons heen driftig gestofzuigd, want het restaurant sloot om tien uur precies en dat mag je hier--dat is dan weer minder--ook letterlijk nemen. Halverwege de vis werd ons dan ook vriendelijk verzocht de rekening maar vast te betalen, waarna om ons heen met zakken vuile was werd gesleept en andere logistiek plaatsvond, terwijl de keukenbrigade aan tafel ging. Het was allemaal op de keper beschouwd zeer vermakelijk.

PaulO vroeg eergisteren in een commentaar of het niet een beetje meten met twee maten was om je enerzijds te verbazen over Hollanders die zich onmiddellijk na aankomst in Vancouver gretig op de boerenkool en de frikandellen storten en anderzijds erg blij te zijn met Aziaten die feitelijk precies hetzelfde doen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik toch wel een verschil zie. Die Hollanders zijn, in tegenstelling tot die Aziaten, maar een weekje of twee van huis en kunnen kennelijk zelfs geen vierentwintig uur buiten hun gestampte pot. Dat zie ik bij die Aziaten toch wel anders. Die houden weliswaar hun eigen keuken als basis, maar proeven met graagte ook van al het andere smakelijks dat de culturele smeltkroes Vancouver te bieden heeft. Van de kruisbestuiving hier kunnen wij in Nederland nog wat leren, en dat geldt niet alleen voor het eten.

Morgen (voor u vandaag) weer Richmond. Benieuwd waar we dan na afloop weer belanden.

16 februari 2010

Pret voor de papillen


Gewoon een uithangbord dat je subiet zin geeft om de winkel binnen te stappen. Daar vind je inderdaad heel veel heerlijks.

Onze eigen papillen doen ook druk aan sightseeing. Momenteel hebben wij een Chinese periode. Over onze Sjanghainese maaltijd van vanavond morgen een stukje.

15 februari 2010

Oudejaarsavond



Richmond ligt aan de zuidkant van de stad aan Vancouver vast. Op het oog is het geen bijzonder oord, tot je iets opvalt: vrijwel alle uithangborden zijn in het Chinees of het Koreaans, niet zelden zonder Engelse vertaling. In deze gemeente is namelijk ruim 60% van de bevolking Aziatisch. Hoewel de stereotiepe parafernalia ontbreken, ben je hier dus pas echt in een Chinatown.

Uw eetschrijver was er, op 13 februari. Hij had er namelijk zojuist de Olympische 5000 meter bijgewoond (en Sven Kramer zien winnen), waarna hij een uurtje met zéér gemengde gevoelens in het Holland Heineken Huis doorbracht om daar tot zijn verbijstering te zien hoe Hollanders die nog maar twee dagen eerder hun vaderland hadden verlaten in de rij stonden voor boerenkool met worst of hutspot met eveneens iets Unoxerigs in een puntzak, dit weggespoeld met grote hoeveelheden Hollandse pils en muzikaal omlijst door Marco Borsato. U begrijpt, lezer, dat ik het niet erg vond dit oord weer te verlaten en ook niet van plan ben er aanstonds terug te keren. Iedereen mag van mij de pret maken die hij wil, maar van die behoefte om op allerlei plekken in het buitenland onmiddellijk een Nederland in miniatuur neer te poten, snap ik eigenlijk niet zo veel.

Het is in elk geval een buitengewone ervaring om van dit Kleine Café Aan De Haven in één keer Klein-Azië binnen te stappen en langs geurige winkels en restaurants te wandelen--dan mag het nog zo hard regenen. Uiteindelijk besloten G. en ik voor onze avondmaaltijd een restaurant binnen te stappen waar aan de buitenzijde niet één woord Engels te lezen viel, terwijl binnen fel licht brandde en uitsluitend Chinezen aan tafel zaten. Bovenstaand het kaartje van het etablissement; van de serveerster vernam ik dat de naam Shun Xin luidde. Misschien lezen Robin of kattebelletje mee, want dit gaat mijn eigen zeventien woorden tellende Chinese vocabulaire ruimschoots te boven.

Echt een gigantische honger hadden we niet. We hadden, heel laat in de namiddag brullend van de trek een grote portie poutine naar binnen gewerkt (over deze specialiteit uit Québec vertel ik later nog wel eens) en we besloten het met de bestelling dus bescheiden te houden. In elk geval moest er een hotpot op tafel komen die we naar keuze met één of twee bouillons konden laten vullen, en daarna mochten we bepalen wat we daarin gingen laten garen. Daarbij kregen we nog een tweetal huisgemaakte sauzen, één van sesam en één van koriander. In feite dus een soort Chinese fondue, maar dan een écht Chinese.

De twee bouillons waren wat ons betreft heel yin en yang. De ene was een geurige groentenbouillon, de andere een bouillon van Szechuanpepers op absolute oorlogssterkte, waarvan G. met haar gevoelige maag niet eens durfde te proeven nadat ik hem had gekarakteriseerd als a meeting with Mr Scoville. We hielden het verder bescheiden met wat rundvlees, wat Chinese kool, wat daikon en wat lotuswortel, en als extravagantie een kwartet oesters van een omvang die je alleen uit dromen kent. Ik kan overigens inmiddels melden dat je echt wel een maestro met de eetstokjes moet zijn om die te pakken te krijgen, zowel vanaf hun schaaltje als uit de bouillon. Dat ben ik alvast niet: ik liet er één neerstorten en ging dus nogal bevlekt naar huis. Gelukkig regende het nog steeds.

Toen we al een flinke deuk in het gebodene hadden geslagen, kwam men ons nog een schoteltje dumplings brengen, omdat het oudejaarsavond was. Daarna kregen we nog een in partjes gesneden sinaasappel. Dat was het. Niet bepaald wat je in Nederland "bij de Chinees" eet. Daarvoor hadden we misschien wel in het Holland Heineken House moeten blijven.

Ik maakte een filmpje, dat ik pas helemaal aan het eind van wat tamelijk overbodig commentaar voorzag:

12 februari 2010

Groenten snacken


Bijna overal in de Westerse wereld worden te weinig groenten gegeten. Hier in Canada hebben ze er iets op gevonden: groenten in de vorm van snacks, compleet met de onmisbare dip. De pakketten vinden ruimschoots aftrek, ondanks dat ze flink aan de prijs zijn: omgerekend betaal je voor het hierboven afgebeelde een euro of zes. Je mag veronderstellen dat het voor die prijs makkelijk uit kan. Ik vraag me af of zoiets ook in Nederland zou aanslaan?

11 februari 2010

Sinds 1974



Je vraagt je af of de klandizie in de afgelopen jaren is toe- dan wel juist afgenomen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet zo één twee drie had geweten waaruit de Afghaanse keuken bestaat. Even googelend kom ik op "granen, zoals tarwe, maïs, gerst en rijst, naast zuivelproducten als yoghurt en wei en verder noten, gedroogde vruchten en inheemse groenten".

Wel heel grappig is natuurlijk dat hun benedenbuurman de pizzeria van ene Olie is.

10 februari 2010

Shop till you drop


Kunnen we dus ook al thuis laten.

09 februari 2010

Very keurig


I bet my home brewer is keuriger than yours.

08 februari 2010

Voor elk


De heteromelk was kennelijk uitverkocht.

05 februari 2010

Zelfs in Vancouver moet je ze hebben


... toch maar laten staan.

04 februari 2010

Breakfast in Vancouver

... in Canadese stijl, uit eigen keuken. Je moet tenslotte goed beginnen!

01 februari 2010

Risotto met rode kool

Eén van mijn favoriete restaurants is 't Nonnetje in Harderwijk. Dat hadden G. en ik dan ook uitgekozen om ons op één van de kerstdagen te laten verwennen. Natuurlijk had ik niet goed naar het menu gekeken en had ik net als Michel van der Kroft haas op het menu staan. En daar had ik ook nog, net als hij, rode kool bij.

Zijn rode kool was bijzonder lekker en dus ging ik hem naar zijn recept vragen. En omdat ik vervolgens ook nog een portie van zijn verrukkelijke sauce à la royale meekreeg, at ik eigenlijk twee keer hetzelfde. Alleen de hazenrug had ik zelf gebraden, en die viel gelukkig bepaald niet tegen.

Van een hele rode kool krijg je trouwens ontzettend véél rode kool. We aten het daags na kerst nog eens en vervolgens verdwenen er ook nog twee porties in de diepvries. Met die tweede maakte ik vorige week risotto--en toen had ik nog over. Dat is vanavond ons galgenmaal. Dan is echt alles leeg. Morgen komen de huurders erin (voor wie ik ook een maaltijd heb klaargezet, bestaande uit dit en dit) en verlaten wij het pand.

Ik mocht van Michel het rodekoolrecept best op mijn blog zetten:

Rode kool

Nodig:

- 1 kg (netto) rode kool
- 1 dl rodewijnazijn
- 300 g (netto) goudrenet of andere zure appel
- 1 dl frambozencoulis*
- 4 dl goede rode wijn
- 3 laurierblaadjes
- 3 g gemalen kaneel**
- 15 g gemalen kruidnagel**

* Framboos deelt het seizoen niet met rode kool. Michel had coulis ingevroren, maar ik gebruikte coulis van cranberry.
** Dit is moeilijk fijn genoeg te malen in zulke kleine hoeveelheden. Ik nam iets meer, maalde iets grover en deed de specerijen in een thee-ei dat ik onder de rode kool legde. Dat werkte uitstekend.

Snijd de rode kool zo fijn mogelijk. Schil de appels en snijd ze in stukken; weeg respoectievelijk 1 kg en 300 g af. Zet alle ingrediënten met elkaar op en laat ze gedurende 1,5 à 2 uur zacht stoven tot het meeste vocht verdampt is en de kool mooi gaar en gebonden is.

Van zulke heerlijke kool is het helemaal niet erg om veel over te hebben. Hij verdraagt het invriezen trouwens uitstekend. Dat is prettig, want zo kan hij een maand later nog eens bijdragen tot een geweldig risottorecept.

Risotto met rode kool en bakbloedworst

Nodig voor 4 personen:

- 280 risottorijst (carnaroli, vialone nano of desnoods arborio)
- 4 sjalotjes
- 1,5 dl goede rode wijn, bv. Valpolicella
- ca 8 dl groentenbouillon
- 400 g gekookte rode kool, op kamertemperatuur
- boter (natuurlijk geen margarine), olijfolie
- 4 plakken bakbloedworst

Breng de bouillon in een pannetje tot tegen het kookpunt. Verhit de olie met wat van de boter in een zware gietijzeren pan (belangrijk om de risotto mooi gaar te laten worden). Laat de sjalotjes hierin op halfhoog vuur gedurende 2 minuten fruiten. Voeg de rijst toe en laat deze onder voortdurend roeren gedurende een minuutje of twee aanroosteren: hij moet mooi glanzen maar mag niet kleuren.
Giet de rode wijn in de pan, draai het vuur hoog en laat onder regelmatig roeren inkoken tot bijna alle vloeistof is verdampt. Draai het vuur weer halfhoog, schep twee pollepels bouillon in de pan en laat deze onder roeren door de rijst opnemen. Schep weer bouillon bij en herhaal en ga hiermee door tot de risotto mooi beetgaar is, dat duurt meestal 17 tot 20 minuten. Is de bouillon op vóór de risotto zo ver is, gebruik dan wat kokend water.
Heeft de risotto tien minuten gekookt, bak dan de plakken bakbloedworst om en om, vier minuten aan één kant en drie aan de andere.
Roer met de laatste lepel bouillon (of kokend water) de rode kool door de rijst en laat even meewarmen. Draai, als de risotto gaar is, het vuur uit en roer nog een flinke klont boter door de rijst om hem te laten binden.
Schep de risotto in voorverwarmde borden en leg tegen elke portie een schijf van de bloedworst.