Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

22 juli 2010

Op een stokje

Snobistisch, elitair, arrogant... je krijgt wat te horen als je een pleidooi houdt voor smakelijk zomerfruit. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Een eetschrijver is ook maar een mens met gevoel, en dat wordt wel eens vergeten. Logisch dat ik koortsachtig op zoek ging naar een thema dat culinair verantwoord en toch democratisch geprijsd zou zijn. En zowaar: dat vond ik. Slechts 46,5 cent per traktatie: dat moet kunnen.

De dank gaat naar Meneer Wateetons (bekijk, als u op zijn site bent, meteen maar even dat hilarische filmpje met die schapen), die het citroenijsje met een stokje van drop een maand of twee geleden op Twitter tot een trending topic maakte. Meneer Wateetons is, als hij enthousiast raakt, bijzonder aanstekelijk. Hoewel ik te dien tijde in het verre Québec zat waar drop een marginaal en kwijnend bestaan leidt, werd ik door het virus aangestoken.

Maar ja, u weet hoe dat gaat met nieuwe media. Wat de ene dag nog hot is, is de volgende dag alweer koud. En hoewel die laatste hoedanigheid voor een ijsje bepaald niet onwenselijk is, waren de citroenijsjes met stokjes van drop alweer geheel uit mijn actieve geestesleven verdwenen. Tot eergisteren.

Het is namelijk nogal warm geweest, en in de super was de bij G. en mij bijzonder geliefde Split geheel uitverkocht. Maar wat zag ik daar in de hoek van het vriesvak staan? Nog één doosje Liuk, waarop in het Italiaans en in het Nederlands was afgedrukt dat het citroenijsjes bevatte met stokjes van drop. Thuisgekomen trok ik er meteen één uit en scheurde het papiertje eraf voor een rondje even fout als eclectisch versnaperplezier. Toen werd het pijnlijk.

Ik vond het door Meneer Wateetons in alle toonaarden bejubelde citroenijsje met een stokje van drop namelijk helemaal niet zo bijzonder. O ja, het is heel lekker citroenwaterijs, buitengewoon verfrissend. En natuurlijk is het design van het ijsje zelf ook zó heerlijk oostblokkerig dat het je niet verbaasd zou hebben als het Spoetnik of zoiets had geheten. Maar de zin van de combinatie gaat aan mij geheel voorbij.

Het mengt namelijk niet. Je sabbelt citroenijslolly en die smaakt naar citroen. Op zeker moment komt er wat van het dropstokje door het ijsje heen piepen. Maar dat blijft louter visueel want de drop is hard en taai en je proeft er niets van. En als je te hard sabbelt om toch maar een vermoeden van dropsmaak binnen te krijgen, zuig je het gehele ijsje van het stokje. Daar zit je dan, met een half waterijsje in je mond en een stokje in je hand. Qua smeltgedrag kan het met M&Ms wedijveren, jazeker. Maar intussen heb je nog altijd alleen maar citroen gegeten.

Vervolgens zit je daar met dat stokje, dat nog 99,99% van het totale dropgehalte bevat. Dat blijkt in werkelijk keiharde vorm te zijn. Je kunt de stengel vermoedelijk naar binnen sabbelen, maar tegen de tijd dat je zo ver bent, ben je al gauw een uurtje verder en snak je alweer naar een koele versnapering. Je kunt hem ook bijten, wat een exercitie blijkt die gebitstechnisch het kaf van het koren scheidt. Wie de echte ivoren wachters stevig in het tandvlees heeft staan, kan het.

Ik behoor gelukkig nog wel tot die groep. Maar bevrediging schenken doet het niet. Je hebt je aan zo'n ijsje gewaagd omdat het warm is. En na de afkoeling moet je dan aan zo'n stengel drop, op kamertemperatuur en ook verder nauwelijks interessant van smaak. Voor mij gold in elk geval dat ik vergeefs op zoek was naar zingeving telkens als ik mijn hoektanden krachtig in de zwarte stengel plantte om het afgebetene vervolgens met manmoedige en krachtige kaakspierbewegingen te vermalen. Waarom? Waarom?

Volgende keer maar weer zo'n Split. Lekker in bijten, en genieten van de combi van friszure sinaasappel en friszoet melkijs. Ook helemaal fout natuurlijk. Maar vreselijk lekker.

2 Comments:

  • At 22 juli 2010 om 22:21, Anonymous Meneer Wateetons said…

    Het is de the icing on the cake, of nee, the dropje under the icing. Ofzoiets. In ieder geval. Het stokje van drop de de hedendaagse equivalent van de kauwgombal onderin je jaminijsje vroeger. Een maar-wacht-er-is-meer momentje. Een tweede kans. Een uitstel van de executie. De snoozefunctie van je wekkerradio.

    En dan is er het verrassingselement. Iedereen die ik ken spreekt met vochtige ogen over dat moment dat ze er achter kwamen dat ze niet zo maar een ijsstokje in handen hadden, maar een stokje VAN DROP. Komt nooit meer terug, toegegeven, maar het staat ferm naast de geboorte van mijn dochter en het behalen van mijn rijbewijs.

    En dan is er tenslotte het contrast. Drop met citroen. Citroen met Drop. Op zijn minst een onalledaags foodpair. Dat geldt ook voor de laatste druppels verrukkelijk citroenijs, paarlend langs je kneiterharde dropstaaf. Dat klinkt fout, maar het voelt zo goed.

     
  • At 20 juni 2013 om 19:16, Anonymous Anoniem said…

    Ik vind het wel lekker! :)

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home