Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

19 maart 2010

Lokaliteiten

Laat ik eens met de deur in huis vallen: ik begin er steeds meer van overtuigd te raken dat de geringe afmetingen van ons land ten koste gaan van onze voedseldiversiteit, eenvoudig doordat alles wat bij ons wordt geproduceerd of geïmporteerd binnen enkele uren overal in het land kan zijn. Dat maakt het voor de distributiegiganten makkelijk om een specifiek product op een bepaalde plek te verzamelen (eventueel vanuit verre buitenlanden als Egypte, Kenia, Marokko of Israël) en vervolgens weer binnen luttele uren naar de eigen verkooppunten te transporteren. Het gevolg is dat we steeds meer allemaal hetzelfde eten. En, uiteraard, ook allemaal hetzelfde niet eten.

Zoiets hoef je in een land als Canada uiteraard niet te proberen. Of het een rechtstreeks gevolg ervan is, weet ik niet maar hier is inmiddels het 100-kilometerdieet een heel succesvol fenomeen. Dat bestaat erin dat je bij voorkeur producten eet die niet verder dan 100 kilometer van je woon- of verblijfplaats worden geproduceerd. Dat leidt tot een grote diversiteit. Ik moet daar overigens meteen de kanttekening bij maken dat Canadezen het, net als de Amerikanen, aan de andere kant dan weer de gewoonste zaak van de wereld vinden om zich in februari ongans te eten aan aardbeien en ander zomerfruit--afkomstig uit Californië en Mexico--dus dat er met het principe behoorlijk de hand wordt gelicht. Laten we het erop houden dat de seizoensproducten bij voorkeur uit de eigen omgeving komen. Dat zou in Nederland al forse winst zijn.

Restaurant Locals in Courtenay op Vancouver Island gaat hier heel ver in. Dit restaurant serveert--vrijwel--uitsluitend producten van het eigen eiland (een naar Canadese begrippen heel klein eilandje, zelfs nog iets kleiner dan heel Nederland) en heeft daar redelijk succes mee. Hierboven afgebeeld staat het paradepaardje van de maand maart: een proeverij van liefst twaalf verschillende lokale oesters die onderling een opmerkelijke diversiteit vertonen en die namen hebben als Kusshi, Little Wing, Pacific Rim Petites, Effingham en Fanny Bay. Bij het gerecht kreeg je een blocnote en een potlood om proefnotities te kunnen maken. Je kreeg er overigens tot mijn hilariteit ook citroen, rodewijnazijn, sojasaus en zelfs Tabasco bij, waarmee je uiteraard alle diversiteit efficiënt de nek kunt omdraaien. Je vraagt je af hoeveel mensen dat ook doen.

Overigens stond op het menu ook een tomatensoep gegratineerd met boerenkaas--en dan bedoel ik dat die kaas ook als zodanig op het menu stond: "with boerenkaas gratin". Het gaat om een product van één van de Nederlanders die op het eiland boeren en die hun eigen tradities mee hebben genomen (we waren zelfs onlangs in een restaurant waar "Dutch bitterballen" en nasi goreng op het menu stonden). In Locals aten we verder risotto met schaaldieren (de rijst, zo gaf men toe, was inderdaad niet lokaal verbouwd), linguine met bisonragout en lemon pie (met citroenen die wel degelijk lokaal in kassen worden geteeld en eigenlijk verrassend veel smaak hadden, hoewel milieuvriendelijk wel anders zal zijn). De koffie kwam dan weer gewoon uit Guatemala maar was, zo werd mij verzekerd, wel lokaal gebrand. Ook de wijn kwam uit British Columbia.

Het is een beetje een tweeslachtig gebeuren. Per se citroenen zelf willen verbouwen, op deze breedtegraad en in deze tijd van het jaar, is natuurlijk wel interessant en goed voor de lokale productdiversiteit, maar veel slechter voor het milieu dan de vruchten per boot in te voeren. Toch is het een interessante exercitie. We zouden in Nederland toch wel rijk zijn met een aantal alternatieve, kleinschalige distributiesystemen waarmee iets soortgelijks ook mogelijk zou zijn. Maar daarover meer in mijn boek, dat ik van de zomer af hoop te hebben.

2 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home