Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

30 juni 2009

Brekend nieuws?

Een persbericht in mijn mail, van de gloednieuwe site restaurant.nl, die nog steeds heel Nederland wil laten zien waar ik woon. Tweederde van de Nederlandse restaurateurs is achteraf toch wel blij met het rookverbod. "Roken en eten blijken in de praktijk niet zo goed samen te gaan". Wie dat als nieuws ervaart, mag zijn vinger opsteken.*

Enfin, het gaat de goede kant op, al blijkt voortschrijdend inzicht toch wat dwang nodig te hebben.

* Wie dat wel nieuws vindt, mag van mij best iets anders opsteken. Maar dan wél buiten, graag. Dank u.

29 juni 2009

Balletje-balletje (een rectificatie)

Hoe harder je lacht, hoe meer je zelf voor aap staat als je het mis hebt. Vanmorgen maakte ik me nogal vrolijk over Rop Zoutberg, die de kluit aan het belatafelen was. De wijn die hij uitkoos als goedkoopste, wás ook de goedkoopste, meende ik zeker te weten.

Rop gaf mij zijn erewoord dat het allemaal klopte en zei me nog eens goed te kijken. Dat heb ik gedaan en daarna heb ik de bewegingen nagedaan met twee totaal verschillende objecten. Ik kan er inmiddels niet meer onderuit: ik zat er vanmorgen naast en heb me laten vangen door de ingewikkelddoenerij waar Rop--die immers zijn handen voor zijn ogen had--geen last van had.

Overigens heeft Jetty natuurlijk ook gelijk dat Rop op het moment dat hij de goedkope wijn proefde nog bezig was met de afdronk van de duurdere. Ik had dat zelf ook wel gezien, maar had besloten dat detail achterwege te laten omdat ik het verwisselen van de wijn véél hilarischer vond.

Enfin, hierbij mijn nederige verontschuldigingen. Ik zat er voor een keer eens helemaal naast.

Hahaha, het goedkope pak wint

Hoe vaak zie je het niet? Er wordt een bochtige wijn uit de dubbeltjesklasse blind geproefd naast een wijn van een gerenommeerd huis uit de betere prijsklasse, en raad eens wat? Het goedkope slobberwijntje is volgens de kenner lekkerder dan het dure spul. Van zulke dingen lusten we wel pap. Geen wonder: het appelleert niet alleen aan onze voorkeur voor de underdog, maar ook aan onze koopmansgeest. Wij laten ons niet bedotten door mensen die denken dat hun dure prijskaartjes indruk maken, nee hoor, haha.

Vandaag is de NOS gestart met haar zomercolumns, en als eerste was Rop Zoutberg aan de beurt--correspondent in Spanje en wijnkenner, zo meldde nieuwslezeres Astrid Kersseboom. Nou, kijkt u maar even naar deze "wijnkenner" en zie hoe hij zijn wijnglas vasthoudt, dan weet u wel uit welke hoek de wind waait. Enfin, de titel is niet beschermd, moet u maar denken.

Hoe dan ook: wijnkenner Rop mocht een wijntje uit een pak van 95 cent van het merk Don Simon proeven tegenover een Ribera del Duero van 10,95. De "verrassende" uitkomst stond natuurlijk van te voren al vast: Rop betitelde de dure wijn als het goedkope wijntje en kon zijn oren niet geloven toen dat niet zo bleek te zijn. Ja, dat bent leuke ding'n voor de mens'n, hahaha.

Omdat het journaal 's morgens tussen zeven en negen voortdurend herhaald wordt en ik de krant nog niet uit had, zag ik het filmpje tien minuten later nog eens voorbij komen (de NOS vertelt dat ze hier allemaal online terug te zien zijn, maar daar staan voorlopig alleen nog maar de niemendalletjes van vorig jaar; u zult dus moeten wachten of het item vandaag nog even op de tv meepikken). Deze keer maar eens goed opgelet hoe vaak de glazen nu in feite van plaats verwisselen. Dat blijkt, ondanks de hocuspocus, precies één keer te zijn, dus dat maakt het makkelijk. En weet u wat? Het wijntje dat door Rop als de goedkope wijn werd betiteld (zelf zei hij "de slechte wijn"), wás ook inderdaad de goedkope wijn. Nog eens gekeken en ja hoor.

Maar ja, dat is natuurlijk niet leuk voor de mensen. En ach, het is maar een zomercolumn. Rop dronk daar dus eigenlijk gewoon komkommerwijn.

Hahaha.

EDIT: Inmiddels staat het filmpje op Youtube, zie hieronder (als iemand weet hoe ik dat netjes in mijn kolom krijg, hoor ik het graag). En hier kunt u de NOS laten weten hoe ú erover denkt.

EDIT2: Inmiddels commentaar gekregen van Rop Zoutberg zelf, die mij maant toch vooral nog eens goed te kijken en mij op erewoord bezweert dat het toch echt klopt. Lezer, ik geef het toe: ineens weet ik het zo zeker niet meer en ik voel mij slachtoffer van een vinologisch spel balletje-balletje. Verlos mij uit mijn lijden!

26 juni 2009

Mijn drukte, uw stilte

De markt kan ook nooit eens normaal doen. Heb ik het maandenlang abnormaal rustig gehad, sinds een paar weken heb ik het juist weer abnormaal druk. Terwijl het leven ook verder niet stilstaat, als u begrijpt wat ik bedoel. Hoe dan ook: ik ben maar blij dat het dit weekend niet al te mooi weer wordt.

Intussen was het drie hele dagen stil op Eetschrijven omdat ik van vroeg tot laat met dozijnen andere dingen bezig was. Eén van die dozijnen dingen is het schrijven van een aantal eetartikelen voor een sponsored magazine in de recreatieve zeilsport. Iemand had onder meer het idee om mij eens te laten nagaan in hoeverre je uit potjes, pakjes en zakjes die je daartoe aan boord neemt in je kombuis een beetje smakelijke maaltijd kon bereiden. Die uitdaging ga ik natuurlijk graag aan. Dit is één van mijn suggesties.

Vissoep à la marseillaise

Benodigd noodrantsoen:

- blikjes zalm
- pakje visbouillonblokjes
- potje mayonaise
- potje saffraandraadjes
- potje chilivlokken
- tube knoflookpasta
- zak afbakbroodjes

… en verder: olijfolie, droge witte wijn om in de soep te verwerken en erbij te drinken

Verhit olie in de koekenpan en doe er de zalm in. Laat even doorwarmen en schenk er een flinke scheut witte wijn bij. Laat tot een kwart inkoken. Verkruimel er een bouillonblokje in en schenk 1/2 liter kokend water op. Bak de broodjes af. Roer door drie eetlepels mayonaise twee theelepels knoflookpasta, wat chili en een paar draadjes saffraan. Roer ook een flinke pluk saffraan door de soep en laat die meewarmen. Eet de soep met broodjes besmeerd met de knoflooksaus en drink er de rest van de wijn bij.

22 juni 2009

Ons kookboekje (1970)

Vaste lezers weten al wel dat ik dol ben op oude kookboeken. Uiteraard weet mijn geliefde G. dat ook, dus toen zij afgelopen zaterdag op een rommelmarkt aan het struinen was geweest, kwam zij thuis met een kwartet juweeltjes. Het mooiste vind ik dat wat hiernaast afgebeeld staat: Ons Kookboekje van E.J. Wilzen-Bruins, H.J. Ybes en J.J. Wagemans, oorspronkelijk uit 1946, in de negende druk van 1970.

1970 is helemaal niet zo lang geleden, zou je denken. Zo had bijvoorbeeld iedereen in die tijd al wel zo ongeveer een koelkast, wat in 1960 beslist nog niet het geval was. Je zou het aan dit werkje niet zeggen.

"IJsblokjes uit de koelkast

Om bederf van levensmiddelen te voorkomen en ten einde bederfelijke levensmiddelen zoals melk, vlees en etensresten (sic!), goed te bewaren, heeft men aan een koelkast een heerlijk bezit. De levensmiddelen blijven in een koelkast beter bewaard dan in de kelder of de kelderkast.
Vele koelkasten hebben daarbij nog een ander voordeel, namelijk de mogelijkheid om ijsblokjes te maken. Die ijsblokjes zijn vooral in de zomer een uitkomst om dranken en spijzen lekker koel op te dienen.
IJsblokjes kun je laten smelten in glazen water, limonade of vruchtesap, of in een vruchtendrank. Bowl, gekoeld met ijsblokjes, is op een warme zomeravond een heerlijke traktatie.
Nieuwe haring die men op ijsblokjes heeft gelegd, en vruchtenslaatjes die men een tijd in een kom met ijsblokjes heeft laten koelen, zijn ware delicatessen.
Zo zie je, dat je op velerlei wijze kunt profiteren van een koelkast".

Ja, ijsblokjes waren veelzijdig, daar stond men nog van te kijken. Ook geheel nieuw (volgens de dames) was in 1970 de diepvriezer:

"Diepvriezen is een inmaakmethode die in de laatste jaren meer en meer wordt toegepast. Vooral in de gezinnen die over een groententuin beschikken en die nog zelf slachten".

Ja, het verleden ontmoet hier de toekomst. En we wisten van wanten:

"Alle levensmiddelen die men gebruikt, komen voor diepvriezen in aanmerking, dus groenten, fruit, vlees, gevogelte, eieren en ook klaargemaakte produkten zoals b.v. soep, gebak, volledige maaltijden".

Hup, mik het er allemaal maar in. Een waarschuwing die we anno 2009 niet meer zo makkelijk zullen tegenkomen:

"Gevogelte moet 4 à 12 uur na het slachten ingevroren worden. Laat de dieren na het slachten goed uitbloeden. Pluk ze, ontdoe ze van de ingewanden. Bewaar de organen. Spoel de buikholte goed schoon".

Of er ook nog recepten in staan? Jazeker wel! Wat denkt u van "Pap met ei"? Ingrediënten: ca. 2 dl pap, 1/2 ei of 1 dooier, 1/2 lepel suiker. Smullen, nietwaar? Let wel, dit is één van de recepten voor zieken. Ik werd ooit eens als tiener in Oostenrijk op vakantie flink ziek (dat zal ook zo omstreeks 1970 zijn geweest), en daar zette men toen fluks een dampende schaal Leberknödel op mijn nachtkastje. Dáár zou ik van opknappen. Ik bedoel maar.

Voor de gezonden zijn bijvoorbeeld dranken en ijs. De eerste zes recepten in die categorie zijn voor Kwast (1 glas), Bessesap (1 glas) Warm bessesap (ca. 8 glazen), Vruchtenmelk, Yoghurt met limonade (1 glas) en Vruchtenbowl (ca. 8 glazen). Als ik het zo eens lees, was dat laatste echt het summum in die tijd. Volgens het boekje moest er trouwens Victoria-water bij.

Tot slot nog even een weetje:

"Grote aardappelen en minder mooie soorten kunnen heel goed in de stamppot verwerkt worden. Bevroren aardappelen die zoet smaken, kunnen we gebruiken bij het koken van stamppot, hutspot of hete bliksem. De zoete smaak komt dan niet zo sterk uit".

Allemaal nog maar 39 jaar geleden. Is dat genieten of niet?

19 juni 2009

Lust u toch niet

Van een helaas naamloos gebleven eetlezer kreeg ik deze in mijn mail, volgens de toelichting afkomstig van de menukaart van een restaurantje in de omgeving van Lyon. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik lig bij zoiets echt onder de tafel van het lachen.

18 juni 2009

Bedreigde diersoort?

Ooit moest ik tijdens mijn studie Silent Spring van Rachel Carson lezen, een beklemmend boek dat op mij grote indruk maakte. Niet alleen op mij trouwens, want dit werk speelde een grote rol in de wereldwijde regulering rondom insecticides en bij het ontstaan van milieubewegingen.

Ik moest eraan terugdenken toen ik in mijn mail een oproep vond om aandacht te besteden aan de bij in Nederland. Met dit diertje gaat het in ons land al een aantal jaren bergafwaarts: de populaties nemen steeds verder af en in diverse delen van het land signaleren imkers sterftecijfers die vele malen hoger liggen dan wat normaal is.

Inmiddels is op internet een petitie gestart waarin natuurbeheerder Jaap Molenaar, imker Peter Slootweg en hoogleraar natuurwetenschap Jeroen van der Sluijs de overheid vragen om strengere regelgeving rondom het gebruik van bepaalde voor bijenkolonies schadelijke insecticiden.

Ik weet niet genoeg (meer) van de materie om tot in detail te kunnen beoordelen in hoeverre hun oproep hout snijdt. Tenslotte stellen critici ook nu nog dat het DDT-verbod waartoe het boek van Carson destijds aanleiding was ertoe heeft geleid dat wereldwijd de ziekte malaria weer terrein wint, en ongetwijfeld heeft ook in deze materie elk voordeel weer zijn nadeel.

Toch ben ik van plan de discussie met aandacht te volgen. Omdat voor mij in elk geval als een paal boven water staat dat de bij een onvervangbare component is in een belangrijk deel van onze voedselvoorziening. Daar moet je, hoe dan ook, zuinig op zijn.

17 juni 2009

Onbeschofte en onredelijke kip


Mevrouw Gerritsen was onlangs in Sjanghai; zelf ben ik nooit verder gekomen dan Hong Kong en Singapore. Daar valt het eigenlijk nog wel mee met de kennis van het Engels al drukt men zich af en toe wel schilderachtig (lees: onbedoeld komisch) uit. Vooral in de Volksrepubliek en in Japan schijn je hier en daar dankbaar te mogen zijn voor elk woordje Engels, al verzandt het dan niet zelden in goedbedoeld maar totaal onbegrijpelijk koeterwaals.

Uiteraard is er in deze tijd altijd wel ergens iemand in cyberspace te vinden die dergelijke fraaie vertaalsels voor ons vermaak bundelt. Behalve bovenstaande dumplings gevuld met de eierstokken en spijsverteringsklieren van een krab en het bijtende voedsel vond ik er onbeschofte en onredelijke kip, een toestel voor het klaarmaken van je huisdier, een curry met een wel heel vrolijk ingrediënt, gebakken kontvlees, allerlei cool voedsel, en een vast heel lekker gevulde soep.

En dat zijn nog maar een paar voorbeelden. Engrish.com is echt hilarisch.

16 juni 2009

Eerlijkste restaurantsite rammelt nog hier en daar

restaurant.nl. Een hebbeding, zo'n url. Ofwel heeft de internetgemeenschap collectief zitten slapen, ofwel heeft initiatiefnemer Sanoma diep in de beurs getast. Ik houd het op het laatste. Hoe dan ook hebben we er in Nederland een online restaurantgids bij.

De ambitie liegt er ook niet om: restaurant.nl wil de grootste online restaurantgids van Nederland worden. Dat hopen de makers te bereiken door uitstekende zoekmogelijkheden en vooral door zich te positioneren als "eerlijkste restaurantsite": niet zo maar besprekingen, maar gewogen oordelen waarbij de recensie van "experts" en "culi's" zwaarder weegt dan die van de occasionele bezoeker, met bovendien de mogelijkheid voor restaurateurs om te reageren op de bijdragen van de bezoekers. Dat kan in elk geval interessant worden.

Wel wil ik natuurlijk weten hoe wordt bepaald dat iemand een "expert" dan wel een "culi" is. Desgevraagd wist Sanoma mij te melden dat je "culi" bent vanaf 25 goedgekeurde (?) reviews en dat "experts" handmatig door de redactie worden geselecteerd. Dat is in elk geval duidelijk, al weet ik nog niet waaruit die "goedkeuring" precies bestaat. Die vraag heb ik uitstaan.

Uiteraard ben ik onmiddellijk een kijkje gaan nemen en ben ik er ook geregistreerd zodat ik eens kon kijken hoe één en ander werkt. Dat het er mooi uitziet, is voor mij immers nooit genoeg: er gaat niets boven de proef op de som.

Toevallig was ik kortgeleden in Scheveningen uitstekend uit eten geweest, dus besloot ik eens een poging te wagen om over Cap Ouest een recensie op restaurant.nl te plaatsen. Het formulier is alvast duidelijk genoeg en lijkt sterk op dat van de site van Lekker (ook Sanoma), zij het dat je hier cijfers geeft van 1 tot 10 in plaats van 1 tot 5.

Ik gaf mijn cijfers, toetste in wat ik over Cap Ouest te zeggen had en klikte op "Volgende". Helaas: "uw tekst mag niet langer zijn dan 1000 tekens". Altijd leuk om zoiets achteraf te horen te krijgen, maar vooruit, we zijn de beroerdste niet. De 1061 tekens teruggebracht tot 993. Zelfde melding. 951, idem. 916, 893, 853. Nog steeds nop. Pas bij 810 tekens (telling van Word) vindt restaurant.nl het kort genoeg. Slordig.

Ik hoorde nu via mijn e-mail een link toegestuurd te krijgen waarmee ik mijn recensie definitief kan maken, maar die bleef uit. Nu duurde het na registratie ook een goede vijf minuten voor het beloofde bevestigingsmailtje er was (andere sites laten zien dat dit sneller kan, maar een drama is het niet), dus ik oefende wat geduld. Helaas is bij het schrijven van dit artikeltje, ruim anderhalf uur later, de link nog steeds niet binnen en staat mijn teller van besproken restaurants nog steeds op nul. Langzaam begint mij het gevoel te bekruipen dat mijn recensie nog moet worden goedgekeurd om te bepalen of ik op zeker moment aanspraak kan maken op de status van "culi", in welk geval ik benieuwd ben hoe lang dat duurt. Mogelijk is men zich ter redactie aan het afvragen of de gebruikersnaam "eetschrijven.nl" wel door de beugel kan--precies wat ik me uiteraard ook afvroeg, vandaar. Een meedogenloze wereld, dat internet.

Er zijn nog verdere schoonheidsfoutjes, zoals ik bij een eerste summiere rondgang ontdekte. Zo kun je, als je van een bepaalde gebruiker alle reviews opvraagt, niet meer zien bij welke restaurants die reviews horen. Je weet dus niet welk restaurant er als "klein maar fijn" wordt geroemd, wat toch wel vrij essentieel is--die moet echt snel worden rechtgezet. En ook mag er over de teksten hier en daar nog wel wat eindredactie, want hoe je "je vrienden kunt laten zien wat je waar je eet" is stilistisch niet echt piekfijn en over woorden als "intresse" moet de spellingscontrole nog even heen.

Nog wat kleine schoonheidsfoutjes, kortom, maar een veelbelovend concept met het potentieel om het beste van twee werelden te worden.

EDIT 1: Vlak vóór het plaatsen van dit stukje hoor ik dat de genoemde goedkeuring van de redactie moet komen: alle bijdragen worden vóór plaatsing beoordeeld om smaad, laster en fraude te voorkomen. De redactie haalt zichzelf daarmee wel wat op de hals. Benieuwd of ze het voor elkaar krijgt dat allemaal binnen een redelijke tijd rond te krijgen als het verkeer op de site gaat aanzwellen. De tijd zal het leren.

EDIT 2: Inmiddels is na 1:40 uur (en 3 minuten na het plaatsen van dit item) mijn eerste recensie ook online verschenen. Het kan natuurlijk zijn dat de sitebeheerders deze bespreking gelezen hebben. In dat geval zijn ze snel.

EDIT 3: Ik begrijp dat restaurant.nl geen anonieme recensies wil, maar je kunt daar ook te ver in gaan. Uw postcode, die bij het aanmaken van uw profiel een verplicht veld is, wordt zonder een woord van waarschuwing gebruikt om op de site een Google-kaartje te plaatsen dat precies aangeeft waar u woont. Ik vermoed dat niet iedereen daar even blij mee zal zijn--ik ben het in elk geval niet.

15 juni 2009

Hoezo geen overdaad?

Een advertentie van in2lifestyle in mijn dagblad zaterdag. Deze keer heeft het hippe bedrijf Vaderdag op de korrel. Muziek, fotografie en natuurlijk grills en barbecues, want mannen zijn dol op met vuur spelen. Maar we hebben het bij in2lifestyle wel over de Nieuwe Man:

"Nog zo'n cliché: een avondje barbecueën staat gelijk aan een overdaad aan vlees (...). Niets is wat ons betreft minder waar. Zie de barbecue als je buitenkeuken en bereid er een keur aan vis-, vlees- en groentegerechten op. Ter inspiratie een smakelijk barbecue-recept".

Woorden naar mijn hart. Op mijn barbecue liggen al sinds jaar en dag vooral groenten, en bescheiden stukjes vlees. Maar dan het recept. De ingrediëntenlijst luidt: 4 kalfskoteletjes à 250 g, 1 bosje salie, 1 bosje rozemarijn, 1 bosje tijm, 6 dunne plakjes prosciutto.

Hoezo geen overdaad aan vlees? Met een paar takjes tuinkruiden is de Nieuwe Man bij in2lifestyle kennelijk alweer groen genoeg. Ja zeg, niet overdrijven hoor!


Leest u trouwens even mee in het recept (klik op de foto voor een leesbare versie): "Leg de koteletjes op de bakplaat met de bouquet garni-kant naar onderen en bak ze 5 minuten, tot de prosciutto er krokant uitziet, de kruiden bakken, hun olie vrijlaten en het vlees smaak geven". Zo. Nieuwe Man hij begrijpen?

11 juni 2009

Zo kookt toch bijna iedereen?

Ik weet niet hoe het met u is, lezer, maar een pan met "eten" zoals bovenstaande heeft er echt nog nooit op mijn fornuis gestaan. Toch is het volgens ene Darla Haun zo dat "this is how most people cook", en als u dit vies vindt, wacht dan maar tot u de bewegende beelden ziet. Als u nog nooit van Darla Haun hebt gehoord, dan is dat niet erg. Ik kende haar evenmin en voel ook geen enkele behoefte haar beter te leren kennen. Wel figureert ze samen met voormalig beroepsspierbal Mr. T in een infomercial waar ik op werd gewezen door lezer Daan, waarvoor dank. Het geval schijnt ook in de stille uurtjes op de Nederlandse commerciële zenders te worden uitgezonden en het is van begin tot eind hilarisch, al is het natuurlijk niet zo bedoeld. Ik zou natuurlijk alle idioterieën en tegenstrijdigheden in het filmpje kunnen opsommen, maar het is veel leuker om ze zelf te ontdekken. Als u er leuke wilt delen: de commentaarpagina's staan open.

Zouden er nu in Nederland echt mensen zijn die zo'n ding kopen? En zo ja, zouden die dat dan ook gebruiken?

10 juni 2009

Oude

Hollandse nieuwe, het is een leuke traditie. In principe mag Neerlands traditionele visje alleen zo heten als het tussen half mei en eind juni is gevangen. Dat heeft een reden: in deze periode gevangen haring heeft een ideaal vetgehalte en heeft nog geen hom of kuit geschoten.

Maar niets of niemand bepaalt dat Hollandse nieuwe van dit jaar moet zijn. Het gaat puur om de vangstperiode. En de praktijk? Gisteren om tien uur liep ik langs mijn vaste viswinkel en die had daar al een juichend bord staan dat ze er weer waren, wat overigens gezien de bevolking van de winkel aan geen dovemansdeur geklopt was. Let wel: op dat moment was het eerste vaatje nog niet eens verkocht, dus dat was 100% zeker haring van vorig jaar. Deze man maakt het overigens nog niet zo bont als de Spakenburger die altijd op zaterdag in Naarden op de markt staat: die heeft al sinds begin maart zo'n bord staan.

De ellende is dat zo'n visje van vorig jaar misschien nog wel lekkerder is dan één van de nieuwe vangst. De vis wordt ingevroren (dat moet, om de haringworm te doden) en intussen blijven de enzymen die hem zijn malsheid geven werken. En omdat met de huidige invriestechnieken de vis bijna onbeperkt bewaard kan worden, is ook achteruit gaande kwaliteit geen probleem meer.

Intussen zit het boerenbedrog mij toch niet lekker. Als mijn visman gisteren vis van vorig jaar verkocht, waarom zou hij daar dan vandaag, als de nieuwe vangst beschikbaar is, mee zijn opgehouden? Nee, ik word in feite niet benadeeld, want ik krijg vrijwel zeker een lekkerder visje. Maar toch: als mij een Hollandse nieuwe wordt voorgespiegeld, wil ik gewoon geen Hollandse oude krijgen. Is dat nou zo gek?

09 juni 2009

Een tussenstop in Roncq

In Roncq, nabij Lille en even over de Belgische grens bij Kortrijk, staat een uit de kluiten gewassen hypermarkt van Auchan. Een groep foodbloggers wilde er zelfs ooit eens een busreis heen organiseren, wat niet door is gegaan omdat degene die het allemaal zou regelen de moede handen aan de wilgen hing.

Zelf was ik er nog nooit geweest, overigens. Wel in andere Franse hypermarkten. Je vindt er een zeer ruim assortiment van vaak uitstekende kwaliteit--in Frankrijk, het zij nog maar eens gezegd, is de kwaliteit van de levensmiddelen door de bank genomen sowieso hoger dan in Nederland. Maar nu wilde ik wel eens zelf de hypermarkt betreden waar in een gemiddeld weekend, zo verklaren insiders, wel 10% van de bezoekers Nederlands is. Ook Vlaams hoor je er trouwens heel veel. En uiteraard zette ik daarbij mijn kritische bril op. Dat is trouwens niets uitzonderlijks, want die draag ik bij AH ook.

Er is inderdaad veel uitstekend spul te vinden. Voor thuis nam ik alvast een biefstuk van het charolaisrund mee die zichtbaar (en ook proefbaar bleek een dag later) aan de lucht gerijpt was. Ook de artisjokken waren schitterend. Zo zie je ze thuis op de markt vrijwel nooit. Er waren veel, heel veel wijntjes om uit te kiezen en over wat ik daarvan inmiddels geproefd heb, heb ik evenmin klagen.

't Is wel zoeken. De logica van Franse supermarkten is totaal anders dan bij ons en artikelen die je bij elkaar in de buurt verwacht, blijken mijlen uiteen te liggen. Je loopt trouwens toch wat af, want het winkelpand is gigantischer dan gigantisch. Van eind tot eind een meter of tweehonderd, schat ik, en dan nog eens een metertje of 75 in de breedte. Lekker de ruimte heb je echter niet, want op zo'n zaterdag is het er eivol. En Fransen blijken in de supermarkt zo mogelijk nog slechter en asocialer te rijden dan op de weg, dat dan ook weer wel.

In die omstandigheden zoek je je een slag in de rondte naar specifieke dingen. Het duurde tijden voor ik in de gaten had hoe de zuivelschappen precies in elkaar staken. Dat viel nog niet mee, want daar bleek verbazend veel rommel in te staan. Ik wilde goede, verse Franse room hebben. Niet gevonden. Uiteindelijk kocht ik een potje aangezuurde crème d'Isigny. Lekker, maar het is niet wat ik wilde. De overige opties bestonden louter uit houdbare room (die wel nepperig in het koelvak stond), meestal van één of andere minceur-variant. Bakkerroom, zeg maar.

Goede boter wilde ik ook. Gekarnde, zoals je die in Frankrijk nog vindt. Beurre de baratte, noemen ze dat daar. Het buurtsupertje naast het hotel in Parijs had hem, maar daar had ik hem wegens warm en nog ver rijden niet gekocht. Maar bij de Auchan was hij niet te bekennen. De boter die ik nu heb, komt eveneens van Isigny en is een AOP. Ook best lekker, daar niet van. Maar ook hier moest je het koren tussen het nodige kaf weghalen.

Nog zoiets. In de fruitafdeling bleek vrijwel al het rode fruit afkomstig uit Spanje, en dat op 6 juni! Als je goed zocht, vond je hier en daar een doosje Belgische aardbeien van het ras Elsanta. Sommige klanten roken aan de doosjes en kochten die laatste. De meesten keken naar de prijs en kozen voor Spaans. Het viel me tegen van die Fransen. Die Belgische heb ik ook maar meegenomen, uit nieuwsgierigheid. Ze waren redelijk, zeker niet om over naar huis te schrijven.

Even met elkaar overleggen valt nog niet mee trouwens. De Fransen blijken de supermarkt een prima plek te vinden om een praatje te maken en het management vindt dat dat geroezemoes moet worden overstemd door blerende muziek. Net als je denkt dat je alles gehad hebt, begint er uit alle luidsprekers een--sorry, ik weet er geen ander woord voor--viswijf te schetteren dat de brioche nu tijdelijk slechts twee euro kost en dat we allemaal snel moeten komen. Tien minuten later is duidelijk dat het vrouwmens daarmee door zal gaan tot de laatste brioche verkocht is. Dat is het moment dat we besluiten te vluchten. Nou ja, ik heb zo in elk geval meegekregen dat toch niet elke Fransman zijn brood uitsluitend bij de bakker koopt.

08 juni 2009

Les macarons Ladurée

Ik ben terug uit Parijs, maar ik geniet nog na en u mag meegenieten. Als u nog dacht dat macarons de kokoskoekjes waren die we in Nederland onder die naam kennen, dan help ik u hierbij uit de droom. In het Frans is de macaron een koekje van méringue. In 1930 bedacht Pierre Desfontaines, kleinzoon van banketbakker Louis Ladurée (op zijn beurt oprichter van de tearoom waar G. en ik ons vorige week lieten vergasten op verrukkelijk gebak), dat hij tussen twee lagen van deze koekjes een romige ganache kon aanbrengen. Ze werden wereldberoemd en elke dag staan er lange rijen in en voor de winkel aan de Rue Royale, meestal voor een doosje van deze exclusieve koekjes. Ik laat ze u even op groot formaat zien. Ik kan u uit eigen ervaring verzekeren dat ze zelfs nog lekkerder smaken dan ze eruit zien.


Een brood- of banketbakkerij is in Parijs overigens vrijwel nooit verder dan honderd meter weg. Vrijwel geen Fransman zal het in zijn hoofd halen om brood van gisteren te eten en evenmin blieft hij brood uit de supermarkt--hoewel ook hier uitzonderingen de regel bevestigen. Daarover morgen meer.

06 juni 2009

Meeëtertjes

Het viel me vanavond weer eens op. We waren na een uiterst culturele dag (museum en daarna theater) 's avonds ruim na tienen nog gaan zittyen op een terras van een eenvoudige brasserie in Le Marais We zaten al aan onze café liégeois toen er nog een stel met kinderen van zo'n zeven en negen jaar oud kwam zitten voor de maaltijd.

Iets wat je hier in Frankrijk eigenlijk nooit ziet (behalve dan in uitgesproken toeristische eethuizen) is een "kindermenu". Daar doen ze hier niet aan en ik vermoed dat er voor Franse kindertjes thuis ook geen appelmoes (of lokaal alternatief) aanwezig is om te pas en te onpas over allerlei voedsel te scheppen om het mee te vermommen. Kinderen eten gewoon mee met de pot en geen geneuzel of gejengel. Ik de Franse kinderen die ik in restaurants heb gadegeslagen eigenlijk ook nooit horen zeggen dat ze iets niet lustten. Ook niet als er bijvoorbeeld veel knoflook in zat, of heel "enge" groenten.

Ik denk wel dat dit fenomeen rechtstreeks verband houdt --er zowel een oorzaak als een gevolg van is--met het feit dat er overal in Parijs en elders in Frankrijk florerende groentenwinkeltjes zijn met zeer ruime sorteringen uitstekende groenten en fruit. Fransen leren al van jongs af aan wat lekker en ook wat goed is. Ze laten zich niet makkelijk iets in de handen stoppen; ze weten kwaliteit te herkennen en willen er ook best voor betalen: Fransen geven naar verhouding meer, véél meer, uit aan eten dan Nederlanders. En niet omdat ze meer eten, maar omdat ze vooral beter eten.

Nederlandse ouders hoor je wel eens zeggen dat ze wel zouden willen dat hun kinderen makkelijker waren met eten, maar dat ze echt niet weten hoe ze dat voor elkaar moeten krijgen. Zou het geen gat in de markt zijn als Fransen daarin cursussen kwamen geven?

05 juni 2009

Taartjes eten

Fauchon kent iedereen die van lekker eten houdt. Maar één blok verder, ook bij de Madeleine, is een ander Parijs adres dat geen foodie mag missen: dat van pâtissier en confisier Ladurée, maison fondée en 1862 en onder meer bekend van de macarons, die hier bijzonder kleurrijke en ook heel exclusieve koekjes zijn.

G. en ik stapten er vanmiddag even binnen voor een kopje thee met een gebakje in het restaurant dat bij het etablissement hoort. En wat voor thee en wat voor gebakjes dat waren! Afgebeeld ziet u een Divin (grote foto voor Geert), een creatie van nougatméringue met frambozen. Hemels lekker. G. had een Elysée (grote foto), een duizelingwekkende chocoladecreatie. Tot nu toe was mijn referentie het gebak van Wittamer aan de Zavel in Brussel, maar dit plaats ik toch nog een treetje hoger. De thee was ook fantastisch en er kon worden gekozen uit wel twee dozijn soorten, de één nog heerlijker dan de andere.

Met 28 euro voor twee potjes thee en twee gebakjes is het bepaald niet goedkoop bij Ladurée. En weet u wat? Dat mag van mij best. Wie dit soort subliem genot serveert, mag daar best een prijs voor vragen waarmee het uit kan. We namen trouwens ook nog wat van de befaamde macarons mee, die uitkwamen op ca. € 1,50 per stuk--en dat zijn dan de kleintjes. Geproefd hebben we ze nog niet, maar na het gebak hebben we er alle vertrouwen in. Wat zegt u, u vindt zulke prijzen decadent? Ach, dan kunt u altijd nog een moorkop uit het koelvak van de supermarkt pakken.

04 juni 2009

Anders eten

In Frankrijk eet je anders dan in Nederland, dat is zeker. Sommige mensen vinden het zelfs wat té anders. Van hetgeen ik vanavond in een knoertgezellig bistro aan de Rue Mouffetard heb gegeten, zal menig lezer gruwen en/of met zijn geweten in botsing komen. Het zij zo.

Feit is dat er in de Franse keuken gelukkig nog een heleboel zaken niet zoals bij ons "weggelustikniet" zijn. Fransen eten allerlei dingen die hun (en onze) grootouders ook nog aten, en met smaak. Zo at ik vanavond een menu bestaande uit een salade met gekonfijte eendemaagjes, gebraden eendeborst, foie gras van eend en gepocheerd eendenei, gevolgd door gebakken kalfsnier in mosterdsaus met als dessert fromage frais met frambozencoulis. Een koningsmaal was het, maar ik denk dat een Nederlands restaurant dat dit op de kaart zou zetten, ermee zou blijven zitten. En daarom vind je het bij ons niet. Wat jammer is dat toch. En dan heb ik het nog niet eens over het écht boerse spul, zoals varkensoren, varkenssnuit, varkenspootjes en natuurlijk de door vrijwel elke Nederlander verafschuwde andouillette. Tja, Fransen eten de beesten helemaal op. Persoonlijk vind ik dat alleen maar te prijzen. Als wij dat ook zouden doen in plaats van er vooral de "ongevaarlijke" (want betrekkelijk smakeloze) stukken van te willen, zou er beslist minder dierenleed zijn.

Ik werd door een aantal mensen die niet wisten hoeveel voetstappen ik al in Parijs heb liggen gewaarschuwd voor de exorbitante prijzen die je in de Franse horeca betaalt. Wat je niet kwijt bent voor een kopje koffie op een terras! Ik heb geduldig uitgelegd dat het in Frankrijk allemaal iets anders werkt. Wie per se op een terras zijn koffie gebracht wil hebben, betaalt voor de extra kosten (en risico voor de uitbater) die dit plezier met zich meebrengt. Je kunt je koffie veel goedkoper krijgen door hem binnen te bestellen en nóg goedkoper door hem staand aan de bar te drinken. Je betaalt voor wat je wilt. Ik vind het een prima en heel eerlijk systeem.

Het duurt ook zo lang voor je hier iets te eten krijgt, hoor je verder. Tja, dat kan. Fransen hebben minder haast dan wij met eten. Vinden wij het normaal dat je voor bijvoorbeeld je lunch binnen een half uur binnen en weer buiten staat, dan is dit ondenkbaar voor de Fransen. Wie in een uur eet, is ongekend snel. Als je haast hebt, moet je dat bij binnenkomst even melden, met de kans dat je wat meewarig wordt aangekeken. Zo nee, dan gaat het rustig aan. Zo hebben de Franse klanten dat ook graag. Wat mij betreft een positieve eigenschap, want aan dat haastige hap-slik heb ik eigenlijk zelf ook nooit kunnen wennen.

Frankrijk heeft ongetwijfeld zijn slechte kanten. Maar eten hier is vrijwel altijd een feestje. Kleine uitzonderingen daargelaten, natuurlijk.

02 juni 2009

Le Petit Zinc

Zo, hier zit uw eetschrijver dan in Parijs. Bent u verrast? Nou ja, ik had u dat ook niet verteld. Druk en zo, u begrijpt. Zo ben ik vrijdag ook niet meer aan een stukje voor u toegekomen. En tot nu toe wilde het in mijn Parijse hotelkamer ook niet vlotten. De internetverbinding die mij was beloofd, kwam pas na veel aandringen tot stand.

Intussen was ik op mijn eerste avond hier in restaurant Le Petit Zinc. Dat was wat mij betreft een opmerkelijke ervaring. Ik was er namelijk 25 jaar geleden al eens geweest en ik had gehoord dat het sindsdien verhuisd en van eigenaar veranderd was (het is nu in handen van de gebroeders Blanc, restaurateurs à Paris) en dat het vooral niet meer was wat het voorheen was. En dat is jammer, want voorheen was het een uniek eethuis. Het was een knus etablissement met een tafeltje of tien, heel intiem, en gevestigd naast de grote en drukke Brasserie Munich waarmee het de keuken en dus ook de spijskaart deelde. Het beste van twee werelden. De lamsschouder was er subliem.

Op onze eerste avond hier nam ik G. mee de stad in om even een hapje te eten. Op goed geluk stapten we uit op het metrostation Saint Germain des Prés, van waaruit we tweemaal een hoek omsloegen en ineens voor de deur van Le Petit Zinc stonden--de nieuwe, wel te verstaan, waarvan ik geen idee had gehad waar die gevestigd was. Nu het lot dit echter zo bepaald had, stapten we er uiteraard binnen.

Intiem is het niet meer, in feite is het er druk en groot. Het interieur is art nouveau, maar ik had niet de indruk dat er veel origineel was. Eigenlijk was het wat kitscherig. Het eten was behoorlijk maar vooral behoorlijk duur, en voor die prijs kon het eigenlijk wel beter. De vissoep was wat flauw, de suprême de volaille net niet gaar genoeg, de kalfslever aan de buitenkant net iets te hard gebakken en de saus gebonden met maizena. Het ijs in de profiterolles kwam duidelijk uit bakken van de groothandel en de Chinon was niet om over naar husi te schrijven, hoewel ik dat nu in zekere zin dus wel aan het doen ben.

Buurman Alberto uit Torino hoorde ons in vier talen mopperen (een eigenaardigheid van ons als we op reis zijn) en vertelde dat de risotto onder zijn st. jakobsschelpen al evenmin om te jubelen was. En zo raakten we in een heel prettig gesprek verwikkeld over de beste manier om risotto te maken en over andere gerechten uit Noord-Italië, waaronder de fameuze bagna calda. Aan het eind van het liedje hadden we een uitnodiging te pakken om dat als we eens in Turijn waren bij hem te komen eten. Zo ziet u maar dat het lot een eetschrijver toch altijd weer naar interessante eetervaringen leidt. Of misschien dwing ik dat wel af, ik heb geen idee.

Eten hier in Parijs is hoe dan ook een aparte ervaring. Wie verwacht in een restaurant te worden tegemoet getreden zoals hij in Nederland gewend is, komt bedrogen uit. Maar daarover morgen meer, als mijn internetverbinding tenminste blijft werken. Frankrijk, u weet wel.