Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

30 november 2009

Gestoofde apenkool?

Ja, ik weet het. We leven tegenwoordig in the fast lane. De bereiding van de maaltijd moet snel en makkelijk, want we hebben steeds minder tijd. Die tijd is namelijk nodig om in vergelijking met vorig jaar nóg weer een kwartier langer per dag op internet te surfen.
Zelf zou ik zeggen dat stoofschotels uitstekend in die trend passen. Je hebt er namelijk, na een paar minuutjes voorbereiding, geen omkijken naar. Maar Honig denkt daar anders over.

Deze voormalige stijfselfabrikant, die ooit aan een bankroet wist te ontkomen door zijn dreigende overschot aan zetmeel te verwerken tot een travestie van de Italiaanse pasta en die tot op de dag van vandaag nieuwe toepassingen is blijven vinden voor het spul dat vroeger vaders boord overeind hield (maar dat gelukkig wel zonder gevaar voor de gezondheid kan worden geconsumeerd), vindt dat het met de stoofschotel sneller moet. Tenminste, dat vertelt mij via de tv-reclame een Caraïbisch type dat een a-typische haast blijkt te hebben.

Inderdaad: er is een nieuw product van Honig dat dank zij een marketingtruc meteen al "vertrouwd" is en dat ons stoofschotels in recordtijd belooft. Hoeveel recordtijd precies vermeldt de tv-reclame niet, maar enig zoekwerk leert dat deze eigentijdse stoofpotten wel driemaal zo snel klaar zijn als die van oma. Dat is tijdwinst, al spaart u er zelf totaal geen tijd mee uit--terwijl de warmte het werk doet, kunt u namelijk net zo heerlijk surfen als wanneer er niets staat te sudderen. Het ruikt dan alleen minder lekker in huis.

De vraag is natuurlijk hoe Honig dat klaarspeelt. Je kunt immers wel zo veel willen, maar kookprocessen (die tenslotte door de exacte wetenschappen worden bestierd) laten zich niet dwingen. Zo zit het met het bereiden van vlees heel raar. Je kunt het bakken en dan wordt het lekkerder, op voorwaarde dat je het niet te lang in de pan laat liggen. Doe je dat wel--afhankelijk van het gebruikte vlees langer dan een minuutje of vier tot vijftien--dan wordt het vervolgens buitengewoon taai en oneetbaar en dat blijft daarna een uurtje of twee à drie zo. Pas na die tijd gebeurt er opnieuw iets wonderlijks: het vlees wordt weer malser; het begint uit elkaar te vallen en wordt heerlijk zacht en geurig. Zo maakte oma haar sudderlapjes, en degenen onder ons die geluk hebben, hadden of hebben ook een moeder of partner die het nog zo doet.

Maar bij Honig gaat het dus anders. Honig beweert het allemaal drie keer sneller te kunnen. Hoe, daar heb ik geen flauw idee van, want mijn enige informatie komt van dat spotje en van een site genaamd hetnieuwste.nl, waar je ook een proefverpakking kunt scoren. In mijn supermarkt is Honigs hoogstandje alvast nog nergens te bekennen en zelfs op de eigen site van Honig vind je er op het moment dat deze regels worden geschreven geen spoor van. Dat lijkt voor een marketingafdeling die er de hand niet voor omdraait op een verpakking de woorden "nieuw" en "vertrouwd" vijf centimeter van elkaar te plaatsen natuurlijk een beetje een zeperd, maar misschien betreft het hier wel een briljante marketingstrategie die mijn eenvoudige brein te boven gaat.

Desondanks is het niet niks, de normaal zo onwrikbare wetten van de chemie op een dergelijke schaal te snel af te zijn. Het lijkt me dat je je daarmee zo ongeveer op het niveau van een nobelprijswinnaar bevindt. Barack Obama, eat your heart out.

Aan de andere kant denk ik even terug aan die elleboogjesmacaroni die gedurende tientallen jaren de enige pasta-ervaring van ons volk vertegenwoordigde. Ik droom er nog wel eens van en word dan meestal badend in het zweet wakker, dankbaar dat ik weer in de echte wereld terug ben waar behalve deze inferieure troep van totaal verkeerd meel ook lekkere pasta binnen ieders bereik ligt. Het stoorde Honig in de jaren '30 al niet dat het spul niet te hachelen was en voor wat betreft die elleboogjes is dat tot op de dag van vandaag niet veranderd. Ben ik nu heel cynisch als ik veronderstel dat dit misschien ook wel het geheim is van deze supersnelle stoofschotels? Dat ze in feite door het afsnijden van allerlei hoekjes gewoon inferieur smaken en dat erop wordt gerekend dat de modale consument niet (meer) beter weet? Dat, kortom, het enige wat ons hier gestoofd wordt een ordinaire kool is?

(deze bijdrage verscheen afgelopen vrijdag 27/11 als gastbijdrage op www.sargasso.nl)

1 Comments:

  • At 30 november 2009 om 16:03, Blogger PaulO said…

    Had vorige week schoonzusje (30)aan de hotline die vroeg hoe ik toch dat draadjesvlees maakte. Ze was al 10 minuten een beeflapje aan het bakken en "het werden geen draadjes". Inderdaad zijn er consumenten die het niet meer weten hoe te koken en een ook hoe het zou (kunnen/moeten/mogen) smaken ...

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home