Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

02 juni 2009

Le Petit Zinc

Zo, hier zit uw eetschrijver dan in Parijs. Bent u verrast? Nou ja, ik had u dat ook niet verteld. Druk en zo, u begrijpt. Zo ben ik vrijdag ook niet meer aan een stukje voor u toegekomen. En tot nu toe wilde het in mijn Parijse hotelkamer ook niet vlotten. De internetverbinding die mij was beloofd, kwam pas na veel aandringen tot stand.

Intussen was ik op mijn eerste avond hier in restaurant Le Petit Zinc. Dat was wat mij betreft een opmerkelijke ervaring. Ik was er namelijk 25 jaar geleden al eens geweest en ik had gehoord dat het sindsdien verhuisd en van eigenaar veranderd was (het is nu in handen van de gebroeders Blanc, restaurateurs à Paris) en dat het vooral niet meer was wat het voorheen was. En dat is jammer, want voorheen was het een uniek eethuis. Het was een knus etablissement met een tafeltje of tien, heel intiem, en gevestigd naast de grote en drukke Brasserie Munich waarmee het de keuken en dus ook de spijskaart deelde. Het beste van twee werelden. De lamsschouder was er subliem.

Op onze eerste avond hier nam ik G. mee de stad in om even een hapje te eten. Op goed geluk stapten we uit op het metrostation Saint Germain des Prés, van waaruit we tweemaal een hoek omsloegen en ineens voor de deur van Le Petit Zinc stonden--de nieuwe, wel te verstaan, waarvan ik geen idee had gehad waar die gevestigd was. Nu het lot dit echter zo bepaald had, stapten we er uiteraard binnen.

Intiem is het niet meer, in feite is het er druk en groot. Het interieur is art nouveau, maar ik had niet de indruk dat er veel origineel was. Eigenlijk was het wat kitscherig. Het eten was behoorlijk maar vooral behoorlijk duur, en voor die prijs kon het eigenlijk wel beter. De vissoep was wat flauw, de suprême de volaille net niet gaar genoeg, de kalfslever aan de buitenkant net iets te hard gebakken en de saus gebonden met maizena. Het ijs in de profiterolles kwam duidelijk uit bakken van de groothandel en de Chinon was niet om over naar husi te schrijven, hoewel ik dat nu in zekere zin dus wel aan het doen ben.

Buurman Alberto uit Torino hoorde ons in vier talen mopperen (een eigenaardigheid van ons als we op reis zijn) en vertelde dat de risotto onder zijn st. jakobsschelpen al evenmin om te jubelen was. En zo raakten we in een heel prettig gesprek verwikkeld over de beste manier om risotto te maken en over andere gerechten uit Noord-Italië, waaronder de fameuze bagna calda. Aan het eind van het liedje hadden we een uitnodiging te pakken om dat als we eens in Turijn waren bij hem te komen eten. Zo ziet u maar dat het lot een eetschrijver toch altijd weer naar interessante eetervaringen leidt. Of misschien dwing ik dat wel af, ik heb geen idee.

Eten hier in Parijs is hoe dan ook een aparte ervaring. Wie verwacht in een restaurant te worden tegemoet getreden zoals hij in Nederland gewend is, komt bedrogen uit. Maar daarover morgen meer, als mijn internetverbinding tenminste blijft werken. Frankrijk, u weet wel.

1 Comments:

Een reactie posten

Links to this post:

Een link maken

<< Home