Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

07 juli 2008

Kreeften koken


Welaan, daar ben ik weer, om met de godsdienstleraar uit Bomans' Pieter Bas te spreken. Het viel niet mee en honderd procent ben ik nog niet, maar ik heb van het weekend weer wat gekookt en heb het gekookte met smaak opgegeten--toch altijd een goed teken.

Nee, geen kreeft. Die kookte ik op mijn laatste dag in Frankrijk, inmiddels alweer een mini-eeuwigheidje geleden. Le Cuisinier en Combraille had flink uitgepakt voor ons afscheidsdiner.

Die kreeft--ik had er al eerder gekookt maar nog nooit zulke giganten die bovendien tot mij kwamen zonder dat ze middels elastieken waren ontwapend--zette mij overigens nog flink voor schut en ik heb het nodige moeten bijstellen aan mijn kennis van kreeften en hun al dan niet lijden bij het koken. Maar het ging nu éénmaal zoals het ging. Eerder in de week waren kreeften even ter sprake gekomen en ik had de mij bekende wijsheden gedebiteerd: dat er niets bekend is over de pijnervaring van kreeften, dat je ze met de kop in kokend water houdt en dat ze dan binnen een paar seconden dood zijn, dat er een geluid uit de pan kan komen maar dat dat uitsluitend wordt veroorzaakt doordat er lucht van tussen het pantser ontsnapt. Dit verhaal herhaalde ik tijdens de chef's meeting, iedereen knikte gerustgesteld en we togen naar de keuken.

Zoals gezegd waren de kreeften knapen: wel zo groot als mijn toch bepaald niet geringe onderarm en met scharen zo groot als mijn handen. Ze waren ook op een temperatuur van 5 graden gehouden, dus levendig waren ze niet bepaald--nog niet tenminste.

Ik nam de kreeft deskundig bij de staart, hield het dier met de kop in de kokende court-bouillon en wachtte tot de bewegingen ophielden. Daarna liet ik hem in de pan vallen en deed er het deksel op.

Heel even gebeurde er niets. Daarna vloog het deksel door de keuken en keken we allen verschrikt toe hoe de kreeft secondenlang wild met de staart sloeg. Ik herinner me een oorverdovend lawaai, maar dat kan ik erbij verzonnen hebben. Hoe dan ook: hierna was de kreeft écht dood en liet zich gehoorzaam in twaalf minuten koken, ontleden en in een beurre blanc serveren met zelfgedraaide tagliatelle. Zijn metgezel hield zich overigens wel keurig aan de regels.

Desondanks moet ik dat verhaal over het diervriendelijk doden van kreeften en over de pijnbeleving van deze dieren maar eens herzien. Een andere methode schijnt te bestaan in het klieven van de kop met een hakbijl, iets waarvoor ik de vereiste vaardigheid niet voetstoots wil claimen. Uitgebreid oefenen lijkt me al evenmin diervriendelijk. Wat nu?

Overigens houd ik staande dat iedereen die het vlees van dieren wil eten eigenlijk verplicht minstens één keer een dier van enige omvang persoonlijk van het leven zou moeten beroven. Gewoon om te weten wat het is. De keren dat ik het gedaan heb, vond ik dat elke keer een louterende ervaring, die je als geen andere confronteert met wat er stroomopwaarts van je consumptie gebeurt.

6 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home