Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

18 juli 2008

De sprookjes van Professor Jaap


Soms heb je het druk en loop je allerlei leesachterstanden op. En hoewel de Volkskrant vindt dat die enkeling die dezer dagen nog in Nederland is het maar moet doen met een extreem afgeslankte zaterdagkrant, was ik er desondanks nog niet toe gekomen die ook uit te lezen. Dat lukte me pas gisterenavond.

En dat terwijl er zo'n interessant artikel in Intermezzo stond. Een achtergrondartikel over "ongezond eten" met de veelzeggende titel "We zijn veelvraten". In dit ruim bemeten artikel van Wilma de Rek en Broer Scholtens mogen Frans Kok, van de Universiteit Wageningen, Patricia Schutte van het Voedingscentrum en Jaap Seidell, bijzonder hoogleraar voeding aan de VU Amsterdam, vertellen waarom het zo moeilijk is Nederlanders gezond te laten eten. Onthullend! Ik citeer een stukje, opgetekend uit de mond van Seidell:

"Het valt best mee om mensen aan gezond eten te krijgen. Het gaat zelfs heel goed. Als je ziet hoe mensen in de jaren vijftig en zestig aten en hoe ze dat nu doen, is er veel veranderd--ten goede. Vroeger waren er geen koelkasten, voedsel werd gepekeld en mensen aten dus veel meer zout. Groenten en fruit? In de winter wás er nauwelijks groente en fruit. Reuzel, dat aten mensen. Roomboter".

Nu ben ik al ontzettend oud en ik herinner me dus die jaren vijftig en zestig nog wel. Koelkasten had inderdaad nog niet iedereen. De slager had ze echter wél. Gepekeld voedsel? Nou, misschien op het platteland, op plekken die ver van de winkel waren. Mijn grootouders maakten nog tot in de jaren '80 "wit en groen": gepekelde witte bonen met snijbonen. Dat deden ze niet uit noodzaak, maar omdat ze het lekker vonden--en dat wás het ook.

Die Russische taferelen in winterse groentenwinkels zijn al helemaal uit de dikke duim van Jaap gezogen. Wat een kolder! In de winter lagen de groentewinkels vol koolsoorten, koolrabi, knolselderij, winterwortelen, prei, spruitjes en nog veel meer. Fruit was er trouwens ook. Er werden zelfs in die prehistorische jaren al sinaasappelen en bananen geïmporteerd, jazeker. Voor het overige deden we iets wat in deze verlichte tijden vrijwel geheel vergeten is: eten met de seizoenen. Dat was over het algemeen lekker. We aten trouwens best vaak zuurkool. Gepekeld, ja. Maar wél heel gezond, en ik maak me sterk dat we daarmee minder zout binnenkregen dan met het eigentijdse aanbod aan voorgezouten voedingsmiddelen en snacks. We kozen namelijk in die tijd nog écht bewust, in plaats van ons door allerlei opgevoerde kunsthappen totaal bewusteloos te laten beklaveren.

Reuzel was nog niet helemaal van de radar verdwenen, hoewel ik nou niet kan zeggen dat we ons daar ongans aan aten. Als er iets met spek op het menu had gestaan, kregen we de dag daarna bij de broodmaaltijd een boterham met kaantjes. Lekker. Ik zou het weer eens moeten doen.

Roomboter? Wat een grap! In die tijd at werkelijk iederéén margarine, die we ook in die tijd al "boter" noemden. Dat laatste zette het productschap boter er toen nog toe aan zijn legendarische campagne "échte boter" te starten. Onze "boter" heette Blue Band, maar ook Leeuwezegel of Wajang. Het koelkastsmeerbare spul dat bol stond van de transvetten, kwam pas later. Echte boter was voor heel bijzondere gelegenheden: met Kerstmis bijvoorbeeld. Dun smeren, want dat spul was duur.

Enfin, u ziet waar ik heen wil: prof. dr. ir. Seidell schetst een wel héél eigenaardig beeld van wat en hoe we een halve eeuw geleden aten--een nette manier om te zeggen dat hij uit zijn nek staat te kletsen. Geen wonder dat hij met droge ogen kan beweren dat het tegenwoordig allemaal véél beter is, met al die pakjes, zakjes, bakjes en snakjes vol met toegevoegde gezondheid (en suiker, en calorieën). Verse groente en vers fruit zijn er inderdaad het hele jaar door in overvloed, mede dank zij nijvere landbouwers in Peru, Zimbabwe, Kenia of Egypte--alleen worden ze lang niet meer door iedereen gekocht. Het aanbod aan seizoensproducten in de modale supermarkt van nu is dan ook een stuk schraler dan indertijd bij de gemiddelde groenteboer, en het smaakt nog naar niks ook. Zo'n lekker sterappeltje of zo'n groene, friszure goudreinet, daar zou ik nou best wel weer eens trek in hebben. Of een bord spruitjes waar het bittertje nog niet uit weggeteeld is. Maar ze zijn er niet meer.

Dat we in Nederland een volksvoedingsprobleem hebben, zul je mij niet horen ontkennen. Maar zou een oplossing er niet bij beginnen dat we de probleemstelling overlaten aan mensen die weten waar ze over praten in plaats van sprookjes te vertellen? Alleen moeten we dat dan wel snel doen. Over enkele decennia is er niemand meer die nog uit eigen ervaring kan vertellen hoe het wérkelijk was in de jaren vijftig en zestig, toen zowel snacks als extreem overgewicht nog een zeldzaamheid waren. Dan zijn we overgeleverd aan de eigentijdse sprookjes van professoren.

7 Comments:

  • At 18 juli 2008 om 15:41, Blogger Jan said…

    Inderdaad, wat een *** uit z'n nekharen. Wat hij ook nog vergeet te zeggen is dat de melkboer, groenteboer en bakker gewoon elke werkdag langs kwamen, en de kruidenier een paar keer per week en zelfs de slager kwam soms op de slagersfiets gewoon je bestellingen langs brengen. Dus er was geen "vers"-probleem en de behoefte aan een koelkast was beperkt.

    Suikerhoudende frisdranken zoals Cola, Riedel, Fanta waren een bijzonderheid die alleen op zaterdagavond op tafel kwamen.

    Ik krijg bijna heimwee naar mij jeugd:-)

     
  • At 18 juli 2008 om 17:36, Anonymous Yvon said…

    Roomboter is niet uit de duim gezogen. Mijn vader (uit '44) leefde daar ongeveer op vroeger, dus oma fietste daar kilometers voor om in/na de oorlog.

     
  • At 18 juli 2008 om 23:14, Anonymous Els said…

    Ik ben hierover net een boek aan het lezen: Michael Pollan: Een pleidooi voor echt eten - manifest van een eter. Een aanrader!

     
  • At 19 juli 2008 om 00:55, Anonymous paulusfranciscus said…

    @jan: Zaterdagen? Wat een luxe. Limonade en bier was voor verjaardagen.

    De reuzel was er alleen als er kaantjes nodig waren voor in de bruine bonen of kapucijners.

    En de melkboer, ja... Iedere dag naar beneden met het melkkokertje, litertje melk.

    En boter? Met kerst. Normaal alleen margarine, Bleu Band, zoals het bij ons heette.

     
  • At 19 juli 2008 om 15:26, OpenID keesvi said…

    De door Jaap Seidell geschetste lifestyle klopt wel maar dan voor een eeuw geleden in plaats van een halve. Mijn vader beklaagde zich er soms over dat werklozen in de dertiger jaren ´goeie boter´, zoals ze in Zeeland zeiden, kregen en hardwerkende mensen veroordeeld waren tot margarine, die veel goedkoper was. Natuurlijk weten wij dat reuzel, boter en andere dierlijke vetten zo slecht nog niet zijn in vergelijking tot industrieel verwerkte goedkope plantaardige olie.

    @Els: Ik ben dat boek ook aan het lezen. Michael Pollan legt precies de vinger op de zere plek. We zouden er beter aan doen echt voedsel te eten in plaats van verarmd industrieel voedsel dat niet meer dan een optelsommetje is van enkele modieuze nutrienten.

     
  • At 21 juli 2008 om 10:28, Blogger johanna said…

    ja die kaantjes, nu ik het lees herinner ik het mij weer, dat we dat aten.
    maar boter of margarine, ik ben er nog steeds niet uit.
    ik eet maar weer dieet-halvarine, uit gezondheidsoverwegingen.
    het wordt ook aanbevolen door het voedingscentrum en prof, katan in zijn boek "wat is nu echt gezond".
    ik weet het in ieder geval niet meer. Als gwone consument, die bewust en gezond wil eten, is het niet makkelijk meer, in deze tijd.

     
  • At 22 juli 2008 om 05:57, OpenID keesvi said…

    @Johanna: Ik ben ook een poos aan het zoeken geweest. Banggemaakt door overheidsinstanties en Hartstichting reduceerde ik een aantal jaren geleden mijn vetgebruik tot een minimum. In diezelfde periode stopte ik met roken en kreeg ik een baan met regelmatige werktijden. Die factoren samen leverden me bijna 20kilo overgewicht op. Ja, ook die vetreductie want gegeten moet er toch worden en dan ga je bijna automatisch meer koolhydraten naar binnen werken. Nu ik weet ik wel beter. Het boek van Michael Pollan is voor mij het laatste zetje, of liever gezegd de bevestiging dat gezond, lekker en volwaardig prima samengaan als het over voedsel gaat. Misschien moet je je eerst eens afvragen waarom je dieetproducten in huis haalt. Je bent toch niet ziek?

     

Een reactie posten

Links to this post:

Een link maken

<< Home