Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

22 mei 2008

Een avond in de Zwethheul

Nu ik zo eens zit te denken realiseer ik me dat ik een traditie aan het opbouwen ben: vorig jaar at ik op mijn verjaardag in Solo bij Mohammed Elharouchi, dit jaar werd het De Zwethheul bij Mario Ridder. De overeenkomst? Beiden zijn leerlingen van Cees Helder, bij wie ik overigens dan weer nooit gegeten heb.

Hoe dan ook, de Zwethheul stond al een tijdje op mijn wensenlijstje. Op gevaar af verwaand te klinken is het voor een eetschrijver toch altijd prettig om gewoon eens heerlijk in een zelfgekozen oord ontspannen voor je plezier te gaan eten in plaats van je de hele maaltijd te zitten verplaatsen in je lezer en voortdurend alert te moeten zijn omdat je vooral niets mag vergeten. Niets van dat alles op een eigen feestje voor twee, wat dan bijvoorbeeld weer tot gevolg heeft dat ik bijvoorbeeld echt niet meer precies kan reproduceren welke wijnen er geschonken zijn. Is dat erg? Als u dat vindt, vrees ik dat u pech hebt.

De Zwethheul bevindt zich in Schipluiden, staat op de site. Onze taxichauffeur--wij zijn namelijk van plan ons heerlijk te buiten te gaan en hebben dan ook een hotel in de omgeving gereserveerd--spreekt dat tegen: in Delft, zullen we bedoelen. Als hij naar Schipluiden zou rijden, kwamen we helemaal verkeerd uit. In feite komen we terecht in het gehucht De Zweth, 15 meter buiten Delft maar op het grondgebied van de gemeente Rotterdam. Het mag niet hinderen.

Het aperitief van het huis is een champagne (Gosset) met witte port. Verrassend lekker, ook al voel je meteen dat je iets gedronken hebt, als u begrijpt wat ik bedoel. Daarbij een cortege van amuses waarin vooral het bitterballetje van olijf en geitenkaas ons plezier deed; de pata negra met tapenade was ook lekker maar het toastje waarop die lag hoefde van ons weer niet zo. Ach nee, we waren hier voor ons plezier. Sorry.

Uiteindelijk kozen we voor het fantastisch uitziende Menu Zwethheul van zes gangen, waarover we vervolgens meteen moeilijk gingen doen omdat G. dodelijk allergisch is voor schelp- en schaaldieren en (mede daarom) eigenlijk liever ook geen vis eet--lastig, als vier van de zes voorgestelde gangen uit zee komen. Mindere goden verwijzen je op zo'n moment soms naar de à la carte opties, maar Mario Ridder is geen mindere god. Slechts vijf minuten later kwam de maître met alternatieven waarvan ons allebei het water in de mond liep. Ikzelf wilde natuurlijk al het zeeleven: ik ben dol op vis.

De tonijn "geserveerd als rosbief" met zwarte peper, chaud-froid van koningskrab en dressing van koningskruid (er stond "basilicum" maar dat vindt de schrijver in mij een gemiste kans) was overheerlijk; de salade van kwartel die G. kreeg was zo mogelijk nóg lekkerder. Het vervolg was een gepocheerde tong met een saus van gerookte knoflook, paling en cuore di bue tomaat, een fantastische compositie met één van de mooiste wijnmatches die ik ooit geproefd heb: de rokerige smaak van de chardonnay voelde zich intens gelukkig bij de subtiele tonen van de gerookte knoflook. De vis was perfect. G. kreeg een vegetarische compositie van tomaat en mozzarella in een peterseliebouillon, die er prachtig uitzag maar qua smaak toch het minste van de hele avond bleek. Vooral de peterseliebouillon kon G. niet echt bekoren: ze vond hem wat "vissig" smaken wat ik overigens wel met haar eens was.

De rode mul met grijze garnalen was weer subliem en G. vond de kalfszwezerik ook erg lekker. Wel begon het bij haar op te vallen dat de porties fors uitvielen voor zulke machtige ingrediënten en zij begon dan ook al "bodem te voelen", wat natuurlijk een tikje jammer is als je pas halverwege bent. Dat geldt eens te meer omdat het beste nog komen moest. Dat was wat haar betrof het speciaal voor haar geserveerde vervolg van Lozère lamsfilet met geconfijte lamswang, gefrituurde lamszwezerik en een spare ribbetje. Het geheel werd geserveerd met een werkelijk sublieme jus die op smaak was gebracht met tijm, oregano en rozemarijn en het vlees was gebraden zoals je in je dromen wel eens beleeft. Overigens was mijn kreeft met Hollandse asperges, lamsoren en hollandaisesaus ook buitengewoon smakelijk en opnieuw veel lichter dan het gerecht van G.

Daarna kwam het gerecht waar we allebei het meest naar hadden uitgekeken: zwarte kip met gesmolten ganzenlever en morieljes. De zwarte kip was een Kemper zwartpoot die barstte van de smaak en een prachtige structuur had. De combinatie in het bord was zonder meer hemels en ook het geconfijte boutje dat in een naast het bord geserveerd pasteitje werd geserveerd was als contrapunt bijzonder lekker. Hoewel dit dus een fantastische finale was, vonden wij het desondanks allebei een goede tweede na het lamsvlees.

Zelf houd ik na een goede maaltijd van kaas; G. besloot wel het dessert van laagjes gedroogd eiwitschuim met aardbeien en romige vanillecrème te laten komen. Dat was inderdaad een bijzonder lekker dessert--één van de lekkerste ooit, zei G. en dat terwijl ze niet eens zo bijzonder van vanille houdt en bovendien eigenlijk al aan haar taks zat. Daarbij serveerde De Zwethheul overigens een rode Pineau des Charentes, wat een absolute eye-opener was. De kaaswagen was fantastisch gesorteerd en ik had onder meer een oude kaas van een boerderij uit de buurt, een brie de Meaux, een voortreffelijke Belgische blauwschimmelkaas en een Époisses die explodeerde in de mond. Daarbij had ik een wat traditionelere wijnkeuze: een twintig jaar oude Kopke Colheita port. Ik realiseerde me overigens dat ik verder het hele menu lang alleen maar wit en rosé had gedronken en niet één rode wijn. Opvallend.

Hooguit één ding was een beetje jammer: G. had na afloop van de avond echt het gevoel te veel te hebben gegeten. Natuurlijk doe je dat ook zelf, maar haar eerste vier gerechten waren allemaal eigenlijk nét iets te groot voor een zesgangenmenu. Het enige echte smetje valt het restaurant maar heel indirect aan te rekenen: een deel van ons plezier werd bedorven doordat aan het tafeltje naast ons een dame elke gang als een hinderlijke onderbreking van het kettingroken bleek te beschouwen: zeker een dozijn keren heeft ze opgestoken. Waarom gaan zulke mensen naar toprestaurants? Ze proeven toch niets en vergallen het plezier van degenen die hun smaakpapillen liever niet met die stinkende viezigheid verwoesten. Enfin, dat soort toestanden is over zes weken goddank definitief verleden tijd. Met G's verjaardag in juli zitten we gegarandeerd rookvrij.

De Zwethheul is zonder meer een topper en ik heb in mijn leven nog maar een handjevol keren beter gegeten, waarvan maar één of misschien twee keer in Nederland. Als u nog eens iets te vieren hebt en u wilt kwaliteit zonder concessies, ga dan hier eten. Vooral ná 30 juni.

3 Comments:

  • At 22 mei 2008 om 13:26, Anonymous Anoniem said…

    Oh wow, wat klinkt dat goed!
    Fijn te horen dat je het naar je zin hebt gehad. :)

    Ik moet er ook maar een keer aan, fiets er elke dag langs (Rotterdam <-> Delft), zie ook wel mooie leveranciers voor de groenten, vis en soms paddestoelen, staan.

     
  • At 22 mei 2008 om 14:14, Anonymous Yvon said…

    Ook onder Erik van Loo vond ik de gerechten ook al stevig maar wél hemels. Reden om daar verjaardag na verjaardag te vieren tot we voor Oud Sluis kozen. Ook niet naar ;-) Mooie beschrijving!

     
  • At 22 mei 2008 om 21:45, Anonymous mevrouw gerritsen said…

    Gefeliciteerd en ik heb heerlijk meegegeten. bedankt!

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home