Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

31 maart 2008

Gusuaz, het verhaal

Als ik nog eens een hotel in duik met halfpension, dan hoop ik dat iemand mij er even aan wil herinneren van te voren te checken of de avondmaaltijd niet toevallig de vorm heeft van een lopend buffet, meestal te vreselijk voor woorden.

Om te beginnen zijn de meeste gerechten niet geschikt om boven heet water langdurig warm te worden gehouden. Bij ontbijtbuffetten sla ik ook altijd het roerei over omdat het in plaats van een zalvige, smeuïge massa over het algemeen een berg harde eierbrokken is geworden. Wat er met bijvoorbeeld vis en pasta gebeurt is ronduit onuitsprekelijk: oneetbaar overgaar en vaak ook nog droog, vooral wanneer een gerecht niet populair is en de volledige duur van de maaltijd staat te verpieteren.

Veel gasten vinden zo'n buffet geweldig, althans dat deel van de gasten dat als de dood is op vakantie iets voorgezet te krijgen wat ze niet lusten--vaak veruit het meeste want de culinaire bekrompenheid is dikwijls groot. Je ziet zulke mensen met een achterdochtige blik in de ogen langs de warmhoudbakken schuifelen, de inhoud bestuderend alsof het om excrementen zou kunnen gaan. Regelmatig doen ze een monstertje van de inhoud op een opscheplepel, houden die vlak onder hun neus, besnuffelen het voedsel eens aandachtig en kwakken het vervolgens weer met walgende blik terug in de bak. Ja, zulke taferelen zijn bij mij erg goed voor de lijn. Ik ben dan ook, ondanks vaak uitstekende middagmaaltijden elders (Tartiflette! Bavette! Saucisson de Toulouse! Kaasfondue met sjalotten!), zowaar in deze vakantie wat gewicht kwijtgeraakt.

Nou was het eten in dit hotel dan ook over het algemeen bedroevend middelmatig, maar ja: we bevonden ons in het midden van nergens, bovenaan een bergpas, op een hoogte van 2400 meter en kilometers verwijderd van andere horeca. Dat is niet erg als je hotel uitstekend is, maar dat was Pic Maia beslist niet. Ook op diverse andere punten liet men het er lelijk afweten.

Gelukkig zijn er altijd lichtpuntjes. In dit geval was één daarvan een dessert dat vrijwel elke dag in het koelvak stond en waar we, met het oog op voornoemde snuivers, vanaf dag twee stelselmatig aan het begin van de maaltijd twee porties van zijn gaan scoren. Het bestond uit een combinatie van banketbakkersroom, slagroom, biscuitdeeg en gebrande suiker. Heel simpel dus, maar temidden van alle culinaire blasfemie een verademing. Toen ik de (Argentijnse) serveerster, overigens één van de andere lichtpuntjes, vroeg wat de naam van het dessert was, vertelde zij mij dat het gusuaz heette en Baskisch was. Op mijn verzoek spelde ze het voor me. Ik besloot het thuis eens na te maken en deed dat afgelopen vrijdag, toen we een nabespreking hadden met mijn toneelvereniging waarbij iedereen werd geacht iets te eten mee te nemen.

Toen ik het toetje klaar had, ben ik maar eens gaan kijken of ik het een beetje volgens de Baskische regels had gedaan. Helaas: geen gusuaz te vinden. Na lang en intensief speuren kwam ik erachter dat ik goxua (spreek uit: go'sjwa) had gemaakt, en nog redelijk zoals het moest ook. In de post hieronder mijn eigen recept.

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home