Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

27 december 2007

Gans betreurenswaardig

Het had zó maar een aflevering uit de serie "Ah, shit" van Meneer Wateetons kunnen zijn. En des te pijnlijker omdat ik twee dagen nadien pontificaal bij Kokend Water stond te vertellen (dames en heren, dit is geen rechtstreekse uitzending en de inhoud is intussen door de feiten achterhaald) dat er bij mij in de keuken maar zelden iets fout ging. Ai ai!

Het voorwerpje hier op de foto is een oventhermometer. Mijn oventhermometer om precies te zijn. Hij is heel handig, vooral bij het braden van grote stukken vlees. Je steekt de sonde in het gebraad en die meet dan permanent de kerntemperatuur. Zodra die een van te voren ingestelde waarde bereikt, klinkt er discreet gepiep. Mooi ding!

Die gans van mij was een knaap, feitelijk nog wel iets groter dan ik gedacht had--maar ja, ik had daar bij mijn bestelling niets over gezegd. 4,5 kg woog hij, en dat is zelfs in tammeganzenland behoorlijk fors. Zoiets mag wel een tijdje in de oven. Snuffelend in allerlei boekjes had ik uitgerekend dat de totale braadtijd op zo'n 3,5 uur zou komen, bij 180 graden. Maar natuurlijk was dat vooral bepalend voor het moment dat het dier de oven in moest. De feitelijke garing zou ik door mijn thermometer laten vaststellen. Ik wilde het vlees niet te rosé hebben: een kerntemperatuur van 90 graden leek me uitstekend.

Na precies twee uur en drie minuten piepte mijn thermometer. Hè? Dat kán helemaal niet zo snel; het bestáát gewoon niet dat die gans nu al gaar is. Dat komt bovendien nu helemaal niet uit. Nee, er moet iets mis zijn met de thermometer of ik heb het ding niet goed ingestoken. Dat komt namelijk voor, en dan geeft hij te snel aan dat het vlees gaar is. Heb ik ook al meegemaakt.

Ik besloot dat het toch minstens drie uur moest duren vóór mijn gans ook maar bij benadering de gewenste garing zou kunnen hebben en dat hij er dan pas uit mocht. Dat was volgens Bartjens dan nog steeds ongeveer een half uur te vroeg.

Toen ik de gans aansneed, bleek dat ook een eetschrijver "met vele jaren ervaring in de culinaire loopgraven" (het schaamrood stijgt me bij het lezen van die woorden--gelukkig niet de mijne--naar de kaken) te eigenwijs kan zijn. Het dier was dóór en dóór gaar, kurkdroog en hoewel nog te eten nou niet bepaald een delicatesse. Er werd dus ook niet echt erg enthousiast van gegeten en ik kon niet één tweede portie kwijt.

Kortom: ik zit momenteel met heel veel overgare gans. Gelukkig heeft vlees de prettige gewoonte dat het eerst hard en droog, maar bij doorstoven daarna weer heerlijk mals en zacht wordt. Dat wordt dus morgen aan het werk om een ganzenstoofpot te maken. En de bouten, die konfijt ik.

De rest van het diner was trouwens wél erg lekker. Gelukkig maar.

1 Comments:

  • At 27 december 2007 om 20:29, Blogger Mark said…

    Toevalligerwijs heb ik van de Kerstman exact dezelfde thermometer gekregen (waar ik dan ook erg blij mee was), en in de handleiding staat dat het snoer hittebestendig is, tot 130 graden. Wellicht dat dat meespeelde? Ik neem daarbij aan dat je de sonde in het vlees had zitten, terwijl de gans in een oven van 180 graden lag?

    Wel sneu dat het mis ging met de vogel (maar dan klopt je antwoord op mijn vraag nog steeds; immers was het geen mislukking, maar een kans om ermee verder te werken, tot een nieuw gerecht!).

    P.s. dank voor de link!

     

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home