Het is alweer een hele tijd geleden dat ik ergens draadloze internettoegang had. Of eigenlijk was de laatste keer gisterenavond, maar toen was ik net met een kleine veerpont bij windkracht zeven de 50 km brede
Baie de Saint-Laurent overgevaren en moest ik vooral niet te veel aan eten denken.
Inmiddels ben ik vanuit Ottawa de gehele provincie Québec doorgereisd: een immens gebied dat wat mij betreft een revelatie is, vooral in dit jaargetijde. Natuurlijk was ik ook erg nieuwsgierig naar de keuken: een pionierskeuken die lokale producten gebruikt maar natuurlijk met de Franse instelling aan de basis. Dat moet wel interessant zijn.
De
cuisine québécoise is in elk geval erg rustiek en vooral gebaseerd op wildgerechten. We hebben ze in al haar geledingen geproefd: in de auberge van Anny nabij het schitterende Parc National de la Mauricie (bijzonder huiselijke keuken zonder hoogstandjes maar wel met goed vlees) tot in het gerenommeerde
Aux Anciens Canadiens in het schilderachtige stadje Québec

zelf, waar er allemaal wel het nodige werk van gemaakt was. Ik deed mij tegoed aan fazant met pleurotes (ik weet even niet zo gauw meer hoe deze paddestoelen in het Nederlands heten--juist, oesterzwammen natuurlijk) terwijl mijn partner een wildpastei kreeg van hert, vergezeld gestoofde fazant en bison in een roomsaus. Dit alles werd opnieuw in gargantuaanse porties geserveerd, want ze zijn hier erg bang dat je met honger van tafel gaat. Alles had echter zóveel smaak dat het schoon op ging.
Bij dit lekkers dronken wij een lokale wijn, een Saint-Sulpice die gemaakt wordt uit mij geheel onbekende druivenrassen: de Sainte-Croix en de Sabrevois. Daaruit ontstaat een heerlijk vlezige wijn die prima kan wedijveren met de betere Franse streekwijnen en die me ook wel wat deed denken aan een Tempranillo.
Als dessert at ik een boterham met suiker. Ik zei toch dat de streekkeuken heel rustiek was? Dit was een snee tarwebrood die gedrenkt was in room en vervolgens bestrooid met ahornsuiker. Heel traditioneel en, hoewel erg rijk en zoet, ook toch wel best lekker.
De volgende dag aten we bij de Frères de la Côte, die beweerden Europese keuken te serveren. Gelukkig klopte daar weinig van. De slakken met spinazie in pizzadeeg waren verrukkelijk, net als de groene asperges gegratineerd met brie. De ruim bemeten kalfslever met uitjes die ik als hoofdgerecht had was één van de lekkerste die ik ooit geproefd heb en de kalfszwezerik met paddestoelen (ja, al dat orgaanvlees is natuurlijk in zekere zin erg Europees en dan hebben we nog niet eens de paardenlonghaas besteld) mocht er eveneens zijn. De chocoladetaart was ook al fantastisch. Voor dit alles, begoten met een karaf wijn en met koffie na, telden wij omgerekend 60 euro neer. Ja, lieve lezers, soms is het leven mooi.

Ik móet hier gewoon nog even het ontbijt noemen van Pierre die samen met Sylvie het buitengewoon charmante bed & breakfast
Le Lupin in Mont Tremblant drijft. Een heerlijk oord, waar ik gerust een week had willen blijven, en dat is dan nog niet eens uitsluitend wegens de heerlijke uitgebreide ontbijten van de sympathieke Pierre, een kok waar de hartstocht vanaf straalt en die alleen al daarom een plezier is om aan het werk te zien. Zijn omeletten zijn fenomenaal, net als zijn wentelteefjes. Helaas heb ik van al dat lekkers geen foto, maar gelukkig wel één van het pandje. Wie hier in de buurt is: vergeet elk ander adres.
Ce sont des gens très, très aimables dans un lieu extrêmement charmant. Sylvie et Pierre: un grand merci, et au plaisir de vous revoir!