Mensen denken wel eens dat mijn beroep de hemel is: altijd lekker uit eten en alle kosten betaald. Ik geef toe dat ik het, althans voor het gedeelte van mijn activiteiten waarin ik andermans gekook recenseer, slechter had kunnen treffen. Maar zelfs het leven van een recensent gaat niet altijd over rozen.
Ik ben ingehuurd voor een nieuwe column, "Culinaire vakantievoorpret": aan de hand van ervaringen in een restaurant in Nederland iets vertellen over de keuken in een vakantieland. Leuk idee. Voor het eerste nummer was gekozen voor Sardinië--populaire bestemming, vrij onbekende keuken. Ik kende van enige tijd geleden een restaurant in Dordrecht:
Da Moreno, gedreven door Moreno Morangiu, die (terecht!) trots is op de keuken en de wijnen van zijn eiland. Spoorslags daarheen dus!
Tja, daar zit je dan, na een uur rijden. Op je tafeltje een vaasje met zielig verlepte bloemetjes en in je handen een kaart waar met veel zoeken één typisch Sardisch gerecht op te vinden is: zeebaars in zoutkorst (wijnen van het eiland staan er in de wijnkaart iets meer, maar zij blijken uitverkocht en niet langer leverbaar). Enfin, je zit er, dus proeven maar. Wat viel dat tegen!
De
vitello tonnato ging nog, de
fior di latte in carozza bestond uit mozzarella gefrituurd in olie waar ook vis in was gebakken en een saus van tomaten en kappertjes die vooral zuur smaakte en van elke subtiliteit was gespeend. Dat kruiden en specerijen in de keuken van Moreno taboe zijn, bleek bij het vervolg: een trio van ravioli van kleffe pasta met smakeloze vulling, ongeïnteresseerd op een bord gekwakt zodat de sauzen dwars door elkaar tot aan de rand van het bord waren gespetterd en aan de overkant een cannellono (enkelvoud van cannelloni) met gehakt dat naar niets smaakte behalve naar ranzigheid en aanstaand bederf.
Tegen die tijd is je eetlust je wel vergaan. Dat de zeebaars uitstekend smaakte (al is het dan weer een aanfluiting als je daar olie uit een fles van Bertolli over giet), was dus een schrale troost, vooral omdat aanvankelijk voor mijn partner een verkeerd gerecht was gebracht. Toen de eend vijf minuten later (dat kán ook niet zo snel!) arriveerde, bleek hij in de magnetron opgewarmd. Weg knapperigheid. De zabaglione was goed, maar het plezier is er inmiddels onherstelbaar af.
Tijdens het kloppen van de zabaglione de ober maar eens ondervraagd. Het bleek dat Moreno Morangiu enige tijd geleden is overleden; de obers hebben de zaak overgenomen. Op zichzelf mooi, maar de beide goedwillende heren hebben het gebeuren helaas totaal niet in de hand. Zo'n keukenbrigade die maar wat aanrommelt: daar wreekt zich de afwezigheid van kritische leiding die niet met kwaliteit marchandeert. Alleen de prijzen zijn gebleven: voor 155 euro heb ik echt nog nooit zo slecht gegeten.
Dat stukje wordt dus niet geschreven, om de doodeenvoudige reden dat er noch van voorpret, noch van Sardinië veel sprake was. Ik mag nu proberen mijn investering eruit te halen door te gaan leuren met een verhaal over de trieste neergang van een uitstekend restaurant na het overlijden van de patron. Enfin, wie weet?