Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

22 juni 2006

Moetjes

In mijn bijdrage over platte peterselie opperde ik gekscherend dat krulpeterselie net zo goed zou kunnen worden gebruikt om cappuccino te garneren.

Dat bracht me weer op een idee voor een nieuwe bijdrage: cappuccino. In Nederland momenteel all the rage: iedereen schijnt overal en altijd cappuccino te willen. Daarbij worden de Italiaanse tradities resoluut opzij geschoven: de Nederlander (v/m) drinkt cappuccino op elk moment van de dag terwijl het in Italië net zo'n ochtenddrankje is als de café au lait in Frankrijk. En we strooien er kwistig cacaopoeder over, iets waar puristen van gruwen.

Maar toen zette ik me aan het schrijven en sloeg de twijfel toe: ga ik me daar nu druk over maken? Is dit nou niet weer die vreselijke strengheid die juist helemaal niet bij lekker eten en genieten hoort? Die houding van "als gij niet eet en drinkt zoals het moet, zal onze toorn op u nederdalen en zullen hel en verdoemenis uw deel zijn" die ik nou juist zo verfoei?

Kijk, als het functioneel is, als je mensen helpt meer te genieten, vertel ze dan gerust hoe er een wereld voor ze open kan gaan. Die bladpeterselie is daar een goed voorbeeld van. Maar ga toch alsjeblieft geen zedenmeester spelen, met een opgeheven vingertje en strenge preken over wat moet, of anders. Hebt u trekt in een kopje cappuccino na de avondmaaltijd? Doen! Graag wat cacao erop? Doen! Al zou de horeca-exploitant u eventueel kunnen vragen of u daar prijs op stelt.

Want zo is het: eten en drinken wordt geëxporteerd, en in die nieuwe landen doen ze er weer nieuwe dingen mee. Italianen namen rijst mee uit China en maakten er risotto van. En van de aardappelen uit de nieuwe wereld maakten ze gnocchi. Je moet er toch niet aan dénken dat iemand die Italianen van toen had verteld dat dat absolúút niet mocht?

Niks moet. Als u denkt dat het lekker is: dóen.

0 Comments:

Een reactie plaatsen

Links to this post:

Een link maken

<< Home