Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

27 januari 2012

Even zeuren over vroeger

Obesitas bij kinderen is dezer dagen weer behoorlijk hot. Sinds deze week is er een nieuwe officiële richtlijn om overgewicht in een vroeger stadium aan te pakken. Ongetwijfeld mede hierdoor is er enige ophef ontstaan over de "obesibus" van vervoerder Connexxion: een bus met daarin een automaat waaruit candybars kunnen worden betrokken, met daarbij de stipulatie dat het de hongere reiziger verboden blijft in de bus zijn eigen banaan of volkorenboterham op te eten; de Raider of Snickers uit de automaat mag wel. Het zal mij benieuwen of het nog tot februari duurt voor het toch wel stevig geschrokken vervoerbedrijf op deze oekaze terugkomt.

En dan is Inger Boxsem er nog. Zij schreef samen met Wout Jan Balhuizen het boek Vet! Kinderen over obesitas: hoe kom je eraan en kom je er vanaf? Het boek is nog niet verschenen en ik heb het dus ook nog niet gelezen, maar gisteren kwam Inger in het Radio 1-programma Met het oog op morgen aan het woord: samen met kinderarts Gert Jan van der Burg mocht zij uitleggen hoe het toch komt dat kinderen steeds dikker worden (luister vanaf 30:15).

Nou kijk, begon zij: de wereld is in vergelijking met dertig jaar geleden heel erg veranderd en we leren niet meer van onze moeders hoe je dat eigenlijk doet, gezond eten en gezond bewegen. Onlangs had Inger nog een moeder gesproken die vertelde dat ze haar kind liever worst en kaas gaf, want dat leek haar beter dan zoet op brood. Helemaal fout, want worst en kaas zit vol met vet. En nog verkeerd vet ook.

Nee, dan vroeger. Toen was alles beter. Zo ben ik persoonlijk, weliswaar nog iets meer dan dertig jaar geleden, opgevoed door een moeder die het allemaal nog wél goed wist. "Eerst een boterham met kaas, dan een boterham met worst en als je dan nog trek hebt pas een boterham met zoet", hield zij mij en mijn broertje steevast voor. Sterker, de moeders van al mijn klasgenootjes deden precies hetzelfde.

Dat een groot deel van de voedingsvoorlichters anno 2012 gevraagd naar een oorzaak voor het hand over hand toenemende overgewicht in koor over vet begint te gillen is natuurlijk niet nieuw. Sterker: dat deden ze dertig jaar geleden ook al, zo ongeveer rond de tijd dat je het begin van de huidige obesitas-epidemie kunt situeren. Wat mij vooral verbaast is dat ze zo weinig blijken te weten over de werkelijke eetgewoonten van vóór die tijd.

Een paar jaar geleden had ik het al over prof. Seidell en het beeld dat hij in een interview met de Volkskrant schetste van de tijd waarin ik opgroeide: "Als je ziet hoe mensen in de jaren vijftig en zestig aten en hoe ze dat nu doen, is er veel veranderd--ten goede. Vroeger waren er geen koelkasten, voedsel werd gepekeld en mensen aten dus veel meer zout. Groenten en fruit? In de winter wás er nauwelijks groente en fruit. Reuzel, dat aten mensen. Roomboter".

Nou ben ik bepaald niet in een rijk gezin opgegroeid, maar de hier geschetste Russische toestanden herinner ik me toch totaal niet. Wat me wel opvalt, is dat de uitlatingen van de professor diametraal staan tegenover die van mevrouw Boxsem, die meende dat we het vroeger allemaal toch wel héél goed wisten. En wat vooral in het oog springt is dat beiden er geen graten in zien stevig de hand te lichten met de geschiedenis. Want ze kletsen allebei uit hun nek.

Waarom doen we dat eigenlijk niet, eens met een eerlijk oog kijken naar de jaren waarin nog geen kwart van de kinderen rondliep met vetlellen om het lijf? Er zijn nog genoeg mensen, ook medici en voedingsdeskundigen, die over die tijd uit de eerste hand kunnen vertellen. En als we eens kijken wat er ten opzichte van toen werkelijk veranderd is, zullen we daar vermoedelijk ons voordeel mee kunnen doen.

Een paar dingetjes? Frisdrank was een uitzonderingsproduct, iets waarvan een modaal huisgezin per week één, hooguit twee liter van in huis haalde. In het weekend dronk iedereen daar dan één glaasje van, hooguit twee. Zo'n zak chips waarvan je er op dit moment schoolkinderen in elke pauze één ziet leegvreten is ongeveer tweemaal zo groot als de zakken chips die in de jaren '60 in huis werden gehaald en waar een heel gezin twee weekenden mee deed (nadat de helft eruit was geschud in een bakje op de salontafel, werd de zak met een wasknijper dichtgemaakt zodat de aardappelschijfjes de volgende week nog lekker waren).

En dan is er nog het globale verschijnsel van het snacken. Als je momenteel de discussie hoort, zou je denken dat de enige keuze erin bestaat ongezonde en onverantwoorde dan wel gezonde en verantwoorde tussendoortjes te nuttigen. Dat er nog een derde optie is, namelijk géén tussendoortjes eten of hooguit bij hoge uitzondering eens aan de lekkere trek toegeven, lijkt geheel uit beeld te zijn verdwenen.

Nee, ik wil niet roepen dat vroeger alles beter was. Sterker, een heleboel dingen zijn nu véél beter dan toen ik op school zat. Zo hebben we nu allemaal een koelkast en hebben we ook heel gemakkelijk toegang tot bijna onbeperkte bronnen van informatie. Maar als je wilt weten hoe het komt dat kinderen tegenwoordig zoveel dikker zijn dan toen, is het bovenstaande misschien een aardig beginnetje. En geloof me, er liggen nog tientallen andere potentiële oorzaken voor het opscheppen.

Gewoon even luisteren, even écht onderzoek doen in plaats van te fantaseren. En vooral niet zo graag vriendjes willen blijven met de voedingsindustrie die ons al die winstgevende snacks door de strot wil rammen. Misschien moesten we dát eens proberen.


Partner van bol.com (88x31)

26 januari 2012

Hoezo vijandschap?

Mail! Gerard wil weten of ik nog steeds zo'n vreselijke vijand ben van de combi vlees & plantaardige bestanddelen gezien de proeverij van gisteren waaruit duidelijk bleek dat kenners die smakelijker vinden dan 100% vleesproducten. Het wordt allemaal gedebiteerd op een toon alsof ik hier allemaal vast niet van terug heb.

Nou--adem in, adem uit.

Ja, eetlezers, de misverstandelijke molens malen langzaam maar zeer krachtig en als een misvatting éénmaal heeft postgevat, week je die kennelijk niet zó maar een twee drie weer los. Op Twitter mocht ik al menige--gewoonlijk zijdelingse--sneer incasseren en ook dodebomencolumnist Willem Koert van Eisma Voedings Middelen Industrie wist precies wat er in mijn denkwereld allemaal mis was. Ik sta kennelijk alom te boek als een rabiaat tegenstander van vlees met plantaardige bestanddelen. En dat ben ik dus zeer nadrukkelijk niet.

Ik vind namelijk óók dat de modale consument in Nederland te veel vlees eet. Ik zie de groei in het aantal vleesverminderaars dan ook met een welwillend oog gebeuren en ben ervan overtuigd dat het bestaan van niet-van-echt-te-onderscheiden vleesvervangers en vlees met een forse component aan plantaardige bestanddelen daartoe een belangrijke bijdrage kunnen leveren.

Waar ik dan weer géén voorstander van ben, is misleidende etikettering. Een product dat voor eenderde uit plantaardige bestanddelen bestaat verkopen als "extra mager vlees" is in strijd met de warenwet--en die warenwet hebben we niet voor niets. Het gaat er daarbij niet om of het product al dan niet lekkerder of beter is dan the real thing: consumenten lezen in overgrote meerderheid geen kleine lettertjes en als mensen met bv. een intolerantie voor gluten een dergelijk product gaan eten in de overtuiging dat het is wat er in grote letters op staat, heb je--om maar eens te solliciteren naar een vermelding in Verhaspeling--de rapen aan het dansen.

Dáár ging het me dus om. Nu de verpakking van het betreffende product is aangepast--en het verbaast me nog steeds dat het Voedingscentrum een product bekroonde dat was geëtiketteerd op een wijze die niet met de wet strookte en daarbij nota bene specifiek een pluim uitdeelde voor de "duidelijke etikettering"--heb ik er geen enkel bezwaar meer tegen. Dat dat Gerard, Willem en anderen hierbij voor eens en voor altijd duidelijk mag zijn.

Overigens is één ding mij ook duidelijk: hoewel er bij AH geen sprake meer is van bedrog, lijkt zijn bekroonde product nog steeds niet te hachelen. Want hoewel de "hybride" producten het globaal gesproken duidelijk wonnen van de 100% vleesproducten, eindigen die van de grootgrutter uit de Zaanstreek zo te lezen in het staartpeloton. Dat dan weer wel.


Partner van bol.com (88x31)

25 januari 2012

Andermans nostalgie

Ik weet niet waaraan het ligt, maar er zijn mensen die denken dat ik alles van eten weet. Daarnaast zijn er overigens ook mensen die denken dat ik denk dat ik alles van eten weet. Ze hebben het allebei mis. Ik weet niet alles van eten en ik denk ook niet dat dit ooit het geval zal zijn. Ik weet er in verhouding natuurlijk best veel van, anders betaalde niemand mij om erover te schrijven. Maar dat is nog altijd maar een fractie van wat er te weten valt. Gelukkig weet je elke dag weer iets méér, en zo weet ik nu wat er in het hiernaast afgebeelde potje zit en hoe het smaakt.

Als u, eetlezer, nog nooit van meloja had gehoord, dan hoeft u zich daar niet voor te schamen, want tot voor kort gold dat ook voor mij. Maar onlangs kreeg ik het opgestuurd met de vraag of ik eens wilde proeven. Kijk, dat wilde ik wel. Zo begint kennis bij een eetschrijver vaak.

Meloja is een traditioneel Spaans product dat in een aantal streken in Andalusië (met name Jerez de la Frontera en Aracena) ongeveer dezelfde status heeft als hete bliksem bij ons: het is iets uit grootmoeders keuken. Wie er even in het Spaans op googelt, stuit dan ook al snel op nostalgische verhalen waarin Spanjaarden lyrisch vertellen over de verrukkelijke meloja die hun oma altijd maakte. Het gaat om fruit of fruitgroenten in honing; de meloja die ik opgestuurd kreeg is gemaakt met citrusvruchten, maar ook pompoen schijnt regelmatig te worden gebruikt. Het lijkt qua structuur enigszins op marmelade (zij het veel grover en met grote stukken in de honing gekonfijt fruit), maar smaakt toch duidelijk anders. Waarnaar? Naar meloja, dus.

En daarmee wist ik twee dingen die ik voorheen niet wist: wat het was en hoe het smaakte. Maar één ding wist ik nog niet: wat ermee te doen. Ik belegde er op zondagmorgen een toastje mee en dat was lekker. Ik serveerde het op woensdag bij pannekoeken en dat was óók erg lekker, maar zo bleef ik natuurlijk op veilig terrein. Een week later besloot ik dus maar eens twee kippenbouten in hete boter aan te braden en die vervolgens op 80 graden in de oven te stoven met wat bouillon, wat witte wijn, een paar eetlepels meloja, wat tuinkruiden en wat chilivlokken. Dat was eigenlijk heel lekker en het smaakt naar meer. Maar wat?

Eigenlijk, eetlezer, vind ik dat u maar 's zo'n potje in huis moet halen en er ook maar eens wat mee moet experimenteren. Daar lijkt dit me nu typisch een product voor. Het is erg lekker, maar hoe is het allemaal lekker? En iets tot nog toe vrijwel onbekends uit andermans nostalgie nu eens helemaal hip maken, hebt u dat nou ook niet altijd al eens willen doen?

Meloja is in Nederland te koop bij de leuke internetwinkel spaansewinkel.nl, waar ze overigens nog veel meer heerlijke (en over het algemeen bekendere) producten uit Spanje hebben. Als u ermee aan de slag gaat, hoor ik graag wat u ervan vond.


Partner van bol.com (88x31)

24 januari 2012

Inhoudsloos

Wat u zegt: de moderne mens weet van zijn gezond niet meer af. En als hij ervan af wil weten, dan stelt hij dikwijls de verkeerde vragen. Elke dag weer zie ik in de statistieken achter dit blog zoektermen als "haring gezond?", "tomaat gezond?", "komkommer gezond?", "hamburger gezond?", "kaas gezond?", "kroketten gezond?" of gewoon "broodje gezond gezond?" langskomen--en dat is nog maar een heel kleine greep.

Natuurlijk vinden deze zoekenden hier niet het antwoord op deze en andere vragen van het type levensmiddel-gezond-vraagteken. U als vaste lezers weet wel beter: of iets wat je op een willekeurig moment eet gezond is, hangt van vele factoren af, in de eerste plaats van je globale eetpatroon. Zelfs water is ongezond als je er binnen een kwartier tien liter van drinkt. Dan ga je namelijk vrijwel zeker dood, omdat de elektrolytenbalans in je hersenen dan grondig om zeep is.

Groot was dan ook mijn verbazing toen ik de vraag op het eerbiedwaardige foodlog.nl, onmiskenbaar primus inter pares, gesteld zag en er vervolgens nog een heel wetenschapelijk betoog op volgde. Onder het kopje "Is chocolade gezond?" volgde een doorwrocht verhaal van Jurgen Seppen, gepokt en gemazeld biomedisch onderzoeker met voedsel als grote hobby.

Niet dat er met het betoog zelf veel mis was. Dat zat goed doortimmerd in elkaar en er werd op wetenschappelijk zeer verantwoorde wijze ingegaan op het verband tussen gezondheid en chocoladeconsumptie. Statistische gegevens, vraagtekens bij causale verbanden, meta-analyses: weinig op aan te merken. En zelfs bij de drie conclusies kan ik me van harte aansluiten.

En toch sta ik verbaasd. Omdat het juiste antwoord op de vraag eigenlijk achterwege blijft en ook in de elf reacties niet aan bod komt. Dat juiste antwoord lijkt een dooddoener en ik ben zelfs eens erg boos geworden toen ik het van de nVWA kreeg op mijn vraag of een producent van een zuiveldrank met minuscule sporen van vruchtensap en vooral veel suiker zo maar op de verpakking van zijn product mocht beweren dat het "gezond" is.

Dat antwoord luidde: "dat mag, want als het niet gezond was, mocht het niet verkocht worden".

En dat is, hoe gekmakend ook, het enige juiste antwoord. Alles wat in de Nederlandse winkels verkocht wordt, is in principe (mits goed vervoerd en bewaard en niet over de TGT-datum) gezond. Je wordt er namelijk niet acuut ziek van en gaat er ook niet van dood. Nee, ook niet van die tray bronwater. Tenzij je die binnen een kwartier leegdrinkt, dus.

Het punt is namelijk dat "gezond" om te beginnen een bijzonder rekbaar en dus inhoudsloos begrip is. Het kan zowel betekenen dat je er niet ziek van wordt als dat je er gezonder van wordt, wat twee nogal verschillende dingen zijn. Noch het eerste noch het tweede kan overigens gegarandeerd worden: daarvoor zijn er te veel variabelen. Je eigen fysieke toestand om te beginnen (iemand met gevaarlijk hoge bloeddruk doet er vrijwel zeker niet goed aan achter elkaar een pond dubbelzoute drop naar binnen te werken), de omstandigheden, de interactie met ander voedsel en je globale leefstijl.

Wat chocolade betreft: word je er ziek van? Onder normale omstandigheden niet, dus is het gezond. Is het een geneesmiddel? Nee. Dus in die optiek is het niet gezond. Die laatste vraag is trouwens de vraag die op Foodlog beantwoord werd.

De vraag die derhalve ten onrechte boven de bijdrage van Seppen stond is--hoewel ik hem in mijn webstatistieken wel tot in lengten van dagen dagelijks meermaals zal zien opduiken--inhoudsloos en onzinnig. En dat is jammer van het prima verhaal.

P.S. Ik kreeg vandaag een boek toegestuurd dat iedereen die een liefhebber is van mijn stukjes eigenlijk zou moeten lezen. Het is namelijk van de hand van een trouwe lezer van dit blog en verdomd: dat is er op diverse punten aan te zien. Smullen!

23 januari 2012

Zonder een korreltje zout

En zo ploft er alweer een leuk boek op mijn deurmat. Een héél leuk boekje zelfs: een vervolg op het bekroonde "Keet Smakelijk" uit 2009. Deze keer louter over soep. Een fijn idee, want soep is een prima manier om ongemerkt gezondigheid bij een peuter naar binnen te smokkelen.

Peuters hebben, tot gekmakens toe, een voorkeur voor het woordje "nee". De verleiding is dan groot om maar toe te geven, of toch op zijn minst het gezonde bordje eten te camoufleren met een flinke kwak appelmoes. Ook niet zo'n piekfijn idee, want daar zit meestal flink wat suiker in. Dit boekje wil dáár nu juist mee afrekenen en breken met die gewoonte om de kleintjes veel te veel suiker én zout te voeren.

Hoe er dan wel komaf wordt gemaakt met dat "nee"? Door een andere favoriet naar voren te schuiven: "zelluf doen". Het boekje geeft deze en nog veel andere tips en stimuleert de creativiteit van junior met hartveroverende plaatjes waarbij eendjes, koetjes, zebra's en nog allerlei andere leuke elementen worden betrokken bij speelse soepjes met smaken en structuren die kinderen geweldig vinden. En ze eten hun bordje leeg, want ze hebben het immers "zelluf uitgekozen" en "zelluf gemaakt"?

Het boekje zit slim in elkaar. Zo wordt er bij een aantal recepten verteld hoe de soep voor de ouders een wat volwassener smaakje kunnen krijgen. Maar vooral de bladzijden vol overzichtelijke tips zijn geweldig. Twee hele bladzijden over zoutreductie, een pagina over ijzer, een dubbele pagina over etiketten die mij grotendeels uit het hart gegrepen is (met hooguit de bedenking dat er over een aantal zaken--zoals de effecten van kleurstoffen en kunstmatige zoetstoffen--wat stelliger wordt gedaan dan de wetenschap billijkt), een verhaal over vezels, een verhaal over het creëren van de juiste sfeer aan tafel en nog veel meer.

Dat wordt allemaal serieus maar vlot verteld. En daar tussenin staan dan die recepten met de leuke rijmpjes en de vrolijke foto's. Een aap die in een bootje volgeladen met stukjes peer rondroeit in de soep, met bomen van bleekselderij aan de kant. Of een bouwvakker die stoer in een bord soep staat terwijl hij met een kiepwagen grote blokken lekkere en gezonde ingrediënten in de soep laat lopen. Je kunt je niet voorstellen dat een peuter er niet warm voor loopt.

Ik ben blij met dit boekje. En als alle ouders het nou gewoon even kopen, heb ik over twintig jaar nog steeds een grote groep enthousiaste lezers. Zo egoïstisch ben ik dan ook wel weer.

Bestellen bij bol.com (Eetschrijven ontvangt een kleine commissie):



Keet smakelijk peuter soepboek
Laura Emmelkamp en Scato van Opstall
Uitgeverij Keet Smakelijk vof
48 bladzijden
Adviesprijs €9,95
ISBN 978-90-7991-911-6

Labels:

20 januari 2012

De middenklasse

We kunnen inmiddels in Nederland qua aantal Michelinsterren wedijveren met de Belgen. Goed, zij doen dat met minder mankracht dan wij, maar het begin is er en de jaren van de dieprode schaamte zijn wel voorbij. En toch wil het maar niet echt vlotten met het culinair bewustzijn in Nederland. Werp een blik in het gemiddelde AH-winkelwagentje en doe daarna hetzelfde met een Delhaize-wagentje en u weet wat ik bedoel.

Hoe komt dat nou toch? Daar blijft het gissen naar. Net als je je moet afvragen waarom, hoewel de top op restaurantgebied heel goed kan meekomen, er in de ruimte onder die top nog steeds zo'n gapend gat valt. Met de restaurants die in de Lekker staan, zit het wel goed. Maar buiten dat topsegment wordt het landschap nog steeds gedomineerd door etablissementen die wekelijks bij de Sligro emmers saus gaan halen.

En toch wordt het beter, langzaam maar zeker. Collega Marjan Ippel jubelde vandaag via Twitter over het hoofdstedelijke restaurant Rijsel, waar zij voor een buitengewoon prettige prijs uitstekend had gegeten. Maar dat is de hoofdstad, waar dingen altijd sneller gaan. Ik besloot van de week eens te gaan eten in Het Geheim van Edam. Waarom? Eigenlijk vooral omdat de eigenaar mij, gehoord verzuchtingen als hierboven, had gesuggereerd dat toch vooral eens te komen proberen.

Edam is een prettig stadje en, anders dan in de hoofdstad, valt er probleemloos en zonder kosten te parkeren. Dat was tenminste zo op de doordeweekse januari-avond die wij hadden uitgekozen. Het Geheim van Edam zit aan het Spui, in het fraaid historische hart van het stadje dat ook voor menige Nederlander nog een geheim is. Qua locatie is het dus "A1".

Het restaurant is smaakvol en sober van inrichting, maar heeft onmiskenbaar stijl. De ontvangst is prettig, het voorgestelde aperitief (een Argentijnse rosébubbel waarvan de naam mij--ook ik ben maar een mens--ontschoten is) smakelijk. Een trio amuses is wat wisselvallig en eigenlijk ook net iets te machtig, maar scoort als geheel wel een ruime voldoende.

We laten ons een verrassingsmenu voorschotelen na voorzichtig naar de vis te hebben geïnformeerd, waar G. wat moeilijk over is. Heilbot? Geen probleem! Laat maar komen dus, dat menu. Wel wat vervelend als het eerste gerecht dan meteen bestaat uit gerookte zalm. Oeps! Snel komt er een alternatief in de vorm van een huisgemaakte loempia met als voornaamste smaakmakers gepofte paprika en infusie van oregano. Erg lekker. De zalm ook trouwens.

Vervolgens wordt een dal opgediend. Deze Indiase soep van rode linzen en curry wordt vanuit flesjes in een loeihete kom geschonken, waarna er wat citroencrème wordt toegevoegd. Die laatste is lekker fris, de dal heerlijk geurig. Wel is er naar onze smaak wat te veel op veilig gespeeld. Indiase soep hoort pittig; wil je dat niet, serveer dan geen Indiase soep, is ons idee.

De heilbot ligt op twee kleuren quinoa: een erg mooi opgemaakt bord (sorry, eetlezer, al mijn foto's zijn gemaakt met mijn telefoon en doen de gerechten geen recht). De vis is fantastisch gegaard: knapperig vel en smeuïg, sappig visvlees. Het gerecht verdient dan ook een zeer ruime voldoende, maar zou nog hoger scoren als de saus iets meer smaak had om de weliswaar smakelijke maar toch ook wat saaie quinoa een ruggesteuntje te geven.

Tussen vis en vlees krijgen we een tussenamuse: een hoorntje met een klein bolletje ijs gemaakt van Amsterdamse ui. Een prachtige vondst: lekker fris en bomvol smaak. Daar zou ik, als enthousiast ijsmaker, het recept wel van willen hebben!

De plat de résistance bestaat uit maïshoen met paddestoelen en risotto. Het bord is mooi opgemaakt maar toch oogt het gerecht wat bleek en weinig opwindend, en dat blijkt zich in de smaken en structuren door te zetten. Het kipvlees is smeuïg en smakelijk maar van binnen even zacht als van buiten en ook de risotto is, hoewel heel lekker, te gaar (iets wat overigens het verdriet van Nederland is: serveer de risotto zoals hij hoort en klanten klagen dat hij niet gaar is). Gelukkig geven de champignons, bereid in rode wijn, wat kleur, bite en smaak.

Het dessert bestaat--ietwat verrassend voor januari--uit een kersentaartje met kersenijs. Het taartje is lekker zonder meer, de nootjes die over het bord gestrooid zijn overbodig, het ijs dan weer ronduit geweldig: heerlijk romig, perfect van structuur en vol van smaak. De blokjes gelei van Cherry Coke zijn geinig, maar voegen qua smaak niet gek veel toe.

Eigenlijk hebben we heel goed en prettig gegeten, en de prijs van €35,-- waarvoor dit menu van vijf kleine gerechten op de kaart staat, is zonder meer vriendelijk (ronduit idioot dat veel mensen toch nog schijnen te klagen dat het wel goedkoper mag). De borden zijn over het algemeen ook mooi opgemaakt, je zit prettig en de bediening is, op een enkel foutje na, heel goed en voorkomend.

Toch hinkt Het Geheim van Edam nog net een beetje te veel op twee gedachten: je voelt dat er wordt getracht het zowel de zoeker naar culinair avontuur als de liefhebber van ossehaaspuntjes en saté met stokbrood naar de zin te maken en dat werkt niet. Door te terughoudend te zijn in het smaakpalet doe je afstand van de wow-factor waarmee je nou juist het culinaire middenveld geboeid zou kunnen houden. Voor degenen die daarop afhaken, is er nog meer dan genoeg eetplezier te vinden. Die keuze moet duidelijker gemaakt worden.

Desondanks verdient Het Geheim van Edam applaus. Sterker, als er in ons eigen Almere een restaurant was dat voor dit geld maaltijden van dit kaliber serveerde, waren wij daar regelmatig te vinden. Doorgaan en durven, luidt dan ook onze aanmoedigingskreet.

Het Geheim van Edam
Spui 5, 1135 BA Edam, 0299 371 070
Openingstijden: 7 dagen per week, 19:00-22:00.

19 januari 2012

Troost

Ja, eetlezers, dat was me even een duik in de narigheid in de twee afgelopen dagen. En ja, wat u zegt, daar kómt u niet voor. Natuurlijk. En geloof me, ik zou ook veel liever zien dat het niet nodig was. Want hoewel ik niet kan doorgaan met openbaar kniezen, ben ik er nog steeds verdrietig van, dat er gejat wordt alleen maar omdat het kan. Ik wil best met mijn tijd meegaan, maar aan dit modernisme kan en wil ik niet wennen. Kortom, ik ben best even aan wat troost toe. En dat treft, want de postbode bracht mij een boek boordevol heerlijk troostvoer.

Janneke Vreugdenhil behoeft hier natuurlijk geen enkele introductie meer. Ik moet het eerste boek van haar nog in handen krijgen waar ik niet vrolijk van word, en dit nieuwste is geen uitzondering. Sterker, ik word van dit boek zo mogelijk nog vrolijker dan van de voorgaande die ik hier besprak. Want wat mij betreft is er geen troostender troost dan eten.

En zo ga ik mijn derde alinea in zonder de thematiek van dit boek te noemen bij de naam die de auteur eraan gaf: Comfort Food. Waarom dat Engels, daar kan ik alleen maar naar gissen. Misschien omdat comfort breder is dan troost, waar natuurlijk iets in zit--troosteten is ook slechts één van de hoofdstukken. Volgens de flaptekst gaat het in dit boek om voeden, verwarmen, verwennen en om het leven vieren, ook als het even tegenzit. Janneke zelf maakt in haar inleiding duidelijk dat het ook nog gaat om de voldoening van het bereiden: het schillen, snijden, raspen en roeren om daarna een pan dampende soep op tafel te zetten, zodat je jezelf én anderen blij maakt. Kijk, dan heb je begrepen waar het om gaat. Dat wat uit pakjes, bakjes en zakjes komt, geen geluk is. Of hooguit droefstemmend surrogaatgeluk.

Janneke Vreugdenhil kan het goed, geluk brengen met voedsel. Ze begint bij het ontbijt met geurige kaneel, romige roereieren en Thaise hitte, ze laat ons smelten met chocola (compleet met de chocolademousse van Oma Kroketje), ze gaat terug in de tijd met hete bliksem, retromacaroni (gelukkig zonder blokjes Smac) en drie-in-de-pan, kookt hartverwarmende soepen voor ons, maakt troosteten (ah! linzen met rookspek!), geeft geluk voor de toekomst in de vorm van jams, ingemaakte lekkernijen en zelfs eigengemaakte nutella, verwarmt lijf, maag en hart met heerlijkheden uit de oven, maakt zoetigheid waarmee we het kind in onszelf kunnen koesteren en sluit af met een dik dozijn recepten voor culinaire zelfbevrediging waarmee ook een avondje alleen een plezier wordt.

Zal ik u een geheim verklappen? Ik heb uit dit boekje nog niets gekookt, ik heb het alleen van flap tot flap gelezen en zelfs daarvan voelde ik me van binnen intens warm worden. Ik heb er overigens ook trek van gekregen, dus ik ga beslist binnenkort eens een regenachtige avond heerlijk knus cocoonend met dit verrukkelijke boek invullen.

Dus, eetlezer, als u zich nog afvroeg waarom dit stukje zo mild is na al die boosheid: dát doet Comfort Food. Ik zou 't kopen. Voor als u nog eens boos wordt. Of wanneer u gewoon alleen maar wilt genieten van eenvoudig, warm geluk.

Comfort Food
Janneke Vreugdenhil
Uitgeverijg Nieuw Amsterdam
288 bladzijden
Adviesprijs € 24,95
ISBN 978-90-4681-144-3 NUR 440




(als u dit boek via deze link bij bol.com bestelt, ontvangt Eetschrijven een kleine commissie)

Labels: