Eetschrijven

Vrijblijvende gedachtenspinsels van een culinair journalist.

10 oktober 2017

Huppelkutjes en wondermiddeltjes


Allereerst even een welgemeend volgadvies voor de twitteraars onder u: volg Culinette. Zij heeft net zo min als wie ook de wijsheid in pacht maar haar uitgestreken nuchterheid geeft mij regelmatig een welkome wake-up call. Even een beetje om een hoekje denken kan nooit kwaad.

Goed, hier was ik het dus niet met haar eens, maar dat is mooi want dat verplicht je even voor jezelf op een rijtje te zetten waarom niet. En of Sylvia gelijk had? Nou, voor een heel groot deel wel. Maar ik ben het met Jeanette eens dat haar kritiek op het boek Food Pharmacy van Lina Nertby Aurell en Mia Clase weliswaar smullenswaard was, maar niet noodzakelijk productief.

Laat ik voorop stellen dat ik het dus ten gronde met La Witteman eens ben, nog los van het feit dat ik zoals altijd weer enorm om haar moest lachen. Het begint inderdaad een serieus probleem te worden dat allerlei jonge knappe meiden gezondheidskolder verkopen--doorgaans voor goed geld en niet zelden ronduit schadelijk--die vervolgens voor zoete koek wordt geslikt door mensen die de illusie hebben dat je maar hoeft te eten wat zij eten en je wordt ook weer 26, slank met een gave huid en een pronte boezem, en bovendien zó koopkrachtig dat je al die resorts óók kunt bezoeken in van die flitsende outfits. Want dat is, in een notendop, de kern van het bedrog dat ons, aanvankelijk via blogjes en Instagram en vervolgens--je snapt het niet maar het gebeurt--via steeds meer boeken, wordt gevoerd.

En ja, veel van die boeken worden nog bestsellers ook. Goed, je snapt die uitgeverijen dus eigenlijk best wel. Dat zijn ook geen filantropische instellingen. Give the people what they want!

Het is mij, net als Jeanette Culinette, duidelijk dat genoemde dames inderdaad in een gat springen, een groot gat waarin nog ruimte is voor hele generaties nieuwe neuzelende glamourgirlzzz die een grijpstuiver zien in andermans goedgelovigheid. Waar ik met haar van mening verschil, is in de overtuiging dat dit gat niet wordt opgevuld door mensen met verstand. Dat gebeurt namelijk wél. Het zijn vooral de lezers (v/m) die zich met graagte bij de neus laten nemen.

Kijk, op zich is het helemaal niet ingewikkeld. Hou je als verder gezond mens aan een handvol simpele leefregels (nee, ik ga dat boek niet wéér pluggen) en je bereikt en behoudt gegarandeerd een gezond gewicht. Dan hoef je helemaal geen glazen kleiwater te drinken, dozijnen kurkumawortels te schransen, voor een kapitaal aan zaadjes te eten die voor een fractie van die prijs bij de dierenwinkel als kanarievoer te koop staan of groenten tot sap te reduceren waarbij je driekwart van hun voedingswaarde in de groene kliko flikkert.

Het grote probleem? Naar mijn overtuiging--en ik baseer me hierbij op commentaren die ik kreeg op dat boek dat ik dus niet wéér ga pluggen--zijn die uiterst werkzame vuistregels te gewoontjes. Je moeder of oma zei dat allemaal ook al. Sáái!! Nul glamour! Kun je bij je vriendinnen echt niet over beginnen! En bovendien: als die gewone dingen zo goed werken, waarom doen dan niet veel meer mensen het zo?

Nou, domme dozen: dat doen ze niet omdat veruit de meesten zo redeneren. Het moet en zal allemaal buitenissig, want dat móet dan wel de heilige graal en de bron van de eeuwige jeugd zijn. Iets dat niemand nog heeft geprobeerd, yesss! En kijk eens hoe mooi die meiden eruit zien! Dat komt vast niet doordat ze 26 zijn en geld als water verdienen aan die oplichting, maar omdat ze elke ochtend spoelen met kokosolie, vooral geen brood en eieren eten en dagelijks bij wijze van ontbijt een uitgeperste citroen gevolgd door een smoothie van tarwegras en boerenkool in hun duckface gieten.

Nee, saai is het niet, dat klopt. Verstandig is het ook niet. Het helpt zelfs geen ene moer en met wat pech help je en passant nog je gezondheid naar de gallemiezen. Maar dat geeft niet, want tegen die tijd is er vast weer een ander boek. Met dingen die nog nóóit iemand heeft geprobeerd. Haske hip hoor!

P.S. Dat boek dat ik hier niet wéér ga pluggen werd natuurlijk geen bestseller. Ik schrijf dit stukje dus ongetwijfeld uit pure afgunst. Zo, die ouwe met zijn saaie gezwam over té simpele leefregels ook weer afgeserveerd. Daar drinken we nog een groene smoothie op!

03 juli 2017

Welke kersen precies, Plus?


Op Twitter, vandaag. Plus had kennelijk kersen in de aanbieding. Geen idee wat ze moesten kosten, want het item is schielijk uit de online folder verwijderd. Ik gok maar gewoon op niet al te gek veel. Hoe dat zit, daar had ik het al eerder over.

Hoe dan ook vind ik het een bizar statement: "Helaas voldoen 'de' kersen dit jaar niet aan onze kwaliteitseisen". Ik kocht afgelopen zaterdag nog kersen--de eerste dit jaar want het seizoen is eigenlijk nog maar net goed op gang--die uitstekend aan mijn eigen kwaliteitseisen voldeden. Die zagen er overigens wel heel anders uit dan de kersen op deze foto. Mooi diep paars waren ze, bijna zwart. Zo krijg je ze als de uit de Betuwe komen, van een goed Nederlands ras zijn en volrijp geplukt worden. Maar dat zijn dan geen aanbiedingskersen. Dat kóst dan gewoon wat.

Die Griekse kersen zijn goedkoper dan Nederlandse en daar mag je je om op je hoofd krabben. Kersen helemaal uit Griekenland hierheen halen en ze dan nog steeds goedkoper kunnen verkopen dan het fruit uit je eigen spreekwoordelijke achtertuin? Raar, en dat kán bovendien nooit zo lekker zijn. Zomerfruit dat te vroeg wordt geplukt om nog even lekker onderweg te kunnen zijn, dat levert smaak in. Ik koop ze nooit, Griekse kersen. Ook al uit principe, omdat reizend rood fruit het milieu onnodig belast.

Waarom denk ik dat Plus met 'de' kersen Griekse kersen bedoelt? Nou, niet alleen omdat Griekse kersen in Nederlandse supers de norm zijn (geen idee of Plus die kersen van Theo Vernooij nog verkoopt, maar die waren eigenlijk--terecht--nooit in de aanbieding), maar vooral vanwege een artikel dat drie weken geleden in het blad AGF stond. Vast achterdochtig van mij dat ik zó maar een verband vermoed.

Ik heb overigens via Twitter de vraag aan Plus gesteld, maar ik kreeg vooralsnog geen antwoord. Mocht dat nog komen, dan zal ik het u in een update laten weten.

Neemt u in elk geval maar van mij aan dat er met de kwaliteit van 'de' kersen niets mis is, mits je de goede kiest en niet op koopjesjacht gaat. Je krijgt de meerprijs driedubbel terug in het eetplezier. Support your local kersenboer!!

29 juni 2017

"...zodat het langzaam in je bloed komp"



Mail! Een persbericht van belVita. Nog nooit van gehoord? Nou, eigenlijk is belVita Liga (waar het in 2014 van is afgesplitst), maar dan voor grote mensen, grote mensen die te drukdrukdruk zijn om te ontbijten. Over Liga had ik het heel lang geleden al eens. Dan ben je als eetschrijver best nieuwsgierig of de spin-off een beetje een verhaal heeft.

Dat valt niet tegen. In de mail bij het persbericht staat te lezen: "De ochtend is voor veel mensen vaak een druk moment. We vergeten daardoor soms zelfs te eten, terwijl het juist belangrijk is om je dag goed te starten. belVita wordt gemaakt met 5 soorten volkorengranen. Bovendien geven de biscuits door de zorgvuldig geselecteerde ingrediënten en het milde bakproces langzaam en op regelmatige basis koolhydraten vrij. Energie voor de hele ochtend!". Nou, dat klinkt indrukwekkend, zeg nou zelf. Na opening van het persbericht vinden we vervolgens het bovenstaand afgebeelde als verduidelijking.

Ik weet niet hoe het voor u is, waarde eetlezer, maar voor mij is zo'n tekst pure nostalgie. Het is net of ik mijn oma weer hoor zeggen: "Goed kauwen, zodat het langzaam in je bloed komp". Dat zij dat zo zei is niet zo heel verwonderlijk: ze groeide meer dan honderd jaar geleden op, toen we nog veel minder wisten van wat voeding in je lijf doet dan nu, en ging meteen na de lagere school in een dienstbetrekking. Dat excuus heeft belVita niet.

"De combinatie van het gecontroleerde bakproces en de zorgvuldig geselecteerde granen in belVita biscuits resulteert in een hoog gehalte langzaam verteerbaar zetmeel, een vorm van koolhydraten. Als onderdeel van een gebalanceerd ontbijt worden de koolhydraten uit belVita geleidelijk vrijgegeven in het bloed en afgegeven aan het lichaam", het is een hele mondvol en het klinkt best indrukwekkend, maar wat staat hier nu feitelijk? Niets!

Uiteraard ben ik even in de pen geklommen. "Ik ben heel benieuwd op welk onderzoek deze bewering is gebaseerd en hoe het mechanisme precies werkt. Kunt u mij daar meer over vertellen?", vroeg ik onschuldig. Binnen een kwartier had ik antwoord: die vraag werd even doorgespeeld en ik zou binnenkort méér horen.

Vervolgens heeft men mogelijk bij belVita even gegoogeld en in de smiezen gekregen dat ik niet zo heel makkelijk met een kluitje in het riet te sturen ben--in elk geval niet zo makkelijk als de beheerders van een paar blogs die opduiken wanneer je even een goedgekozen tekstdeel uit bovenstaand georakel in Google mikt. Nou ja, daar staat ook niet zelden in een vijfpuntslettertje "gesponsord" bij. Dat verklaart veel. Hoe dan ook hoorde ik niets meer terug.

De feiten: dat "langzame koolhydraten" er inderdaad voor zorgen dat je minder snel honger krijgt, staat nog lang niet vast en wordt in feite op steeds grotere schaal betwijfeld. Dat ze de bloedsuikerspiegel langzamer laten stijgen lijkt iets beter te kloppen en vooral om die reden staat de Europese Commissie dit soort claims dan ook toe, waarbij het jammer is dat producenten zelfgekozen bloemrijke taal mogen gebruiken zonder te hoeven uitleggen waarin het "milde"of "gecontroleerde" bakproces precies bestaat en welke granen er "zorgvuldig geselecteerd" zijn--en wat het verschil is met een eventuele onzorgvuldige selectie.

Zeker is wel dat deze ontbijtbiscuits wel heel erg eenzijdig zijn. belVita weet dat ook en verspreidt foto's waarop hun product wordt gecombineerd met een bakje yoghurt met vers fruit en een kop thee. De vraag is dan weer waar de winst van dit product zit ten opzichte van een andere bron van (langzame) koolhydraten. Waarschijnlijk is die gering, en dat is dan weer prima want het ontbijt is net als elke andere maaltijd niet iets dat je on the run moet eten. Daar moet je even rustig de tijd voor nemen. (Ja, die heb je wél. We hebben allemaal elk etmaal 24 uur en het hele leven is keuzes maken. Wie de tijd neemt voor elke maaltijd, kiest voor gezondheid!)

Enfin, dat heb ik allemaal al best vaak uitgelegd. Rest mij nog te vertellen hoeveel calorieën dit bij nader inzien niet zo handige ontbijthulpje bevat. Dat komt op 55 kcal per biscuit en dus 220 kcal voor de aanbevolen ontbijtportie. Is dat veel? Nee, dat is karig. Een goed ontbijt--één dat ervoor zorgt dat je niet halverwege de ochtend al zin krijgt om te gaan knabbelen--bevat minimaal 300 maar liever ca. 500 kcal. Daarvan kunt je het best een deel in de vorm van eiwitten eten, die een aanzienlijk betere verzadiging geven dan de langzame koolhydraten waarop belVita zijn productbelofte baseert.

Zo. U ook weer bijgepraat.

19 juni 2017

Geradicaliseerde koppen


Nou, dat weten we dus ook weer: allemaal van de oude kaas afblijven, want anders is het afgelopen met je seksleven. Libelle (alles wat vrouwen willen weten; volg ons nu ook op Snapchat en Instagram) zegt het zélf.

Wie op de link klikt en de moeite neemt even verder te lezen dan de kop, krijgt een iets ander verhaal te zien. In oude kaas zit een stofje, tyramine, dat bij een KLEIN aantal mensen die daar gevoelig voor zijn hoofdpijn KAN veroorzaken. Deze mensen moeten trouwens, behalve met oude kaas en een aantal andere kazen, voorzichtig zijn met rauwe melk, rauw vlees, rauwe of gerookte vis, zuurkool en eigenlijk alle gefermenteerde producten. Maar dat vermeldt Libelle dan weer niet. Want het gáát helemaal niet om correcte informatie. Het gaat om kliks scoren. Dit "wetenschappelijke bewijs" is een slap excuus voor pure clickbait. Goed voor de advertentiewerving.

Dat is overigens ook precies de reden dat een weliswaar onvolledig maar in elk geval nog genuanceerd betoog opzettelijk wordt voorzien van een kop die alsnog--zoals Carmiggelt het zo mooi noemde--de waarheid liegt. Mensen die niet verder lezen dan de kop lekker op het verkeerde been zetten: dat is geen ongelukje, dat is een kunst geworden. Een kunst die harde knaken oplevert. En die de maatschappij opzadelt met steeds maar meer kolderverhalen en steeds meer mensen die niet meer weten waaraan ze zich te houden hebben. Wat mooi is, want die kunnen dan weer lekker op sensatiekoppen klikken.

Het is de vloek van een situatie die we zelf hebben laten ontstaan. Met onze zucht naar gratis informatie, die ervoor zorgt dat degelijke journalistiek zo goed als onrendabel is geworden. Zodat het niet langer de lezers zijn die de media bekostigen, maar de adverteerders. Met de lezer--ú dus--als koopwaar.

Weet u wat? Daar krijg IK nou hoofdpijn van.

14 april 2017

Chocolade en wat daar zoal bij hoort



We beginnen even met dat laatste. Bij Dis Donc, een synpathieke importeur van champagnes van kleine huizen, vond ik dit product van Vincent Couche. Couche maakt uitstekende champagnes en daarnaast een prachtig product met de naam ratafia. Waar dit woord precies vandaan komt, daarover laten we de taalkundigen heerlijk verder steggelen (dat doen ze al decennia en geloof vooral Wikipedia niet dat maar even één van de vele mogelijke etymologieën als feit aanhaalt). Feit is: ratafia champenois wordt gemaakt van most van druiven uit de champagne met alcohol--in de beste gevallen Marc de Champagne--met als resultaat een drank die een uitstekend alternatief is voor dessertwijnen.

Nu vindt Dis Donc zelf dat deze ratafia de pinot noir (Couche produceert er ook één van chardonnay) uitstekend is als aperitief, bij foie gras, bij een kaasplankje of bij roquefort dan wel bij desserts met hazelnoot en dat zal ook allemaal beslist een goddelijke combinatie zijn, maar uw Eetschrijver is zo eigenwijs dat hij chocolade de ideale partner vindt van deze onbekende parel uit de Champagne.

Ontdek dat overigens gerust zelf, maar probeer beslist de chocolade en maak dan bijvoorbeeld eens dit spectaculaire dessert, met een receptuur die--mits nauwgezet gevolgd--echt met geen mogelijkheid kan mislukken. Nooit meer bang voor een soufflé, stel je dat eens voor!

Chocoladesoufflé

Nodig voor 4 personen:

- 2 eierdooiers
- 4 eiwitten
- 140 g witte basterdsuiker
- 30 g geraspte chocolade, liefst 80%
- boter

Verwarm de oven voor op 250 graden boven- en onderwarmte. Klop de eierdooiers met 70 g suiker tot ze gaan schuimen en licht kleuren. Klop in een brandschone schaal de eiwitten met 40 g suiker tot ze licht beginnen te binden. Voeg nu nog eens 30 g suiker toe en klop tot niet al te stijve sneeuw. Roer hiervan eenderde door het dooiermengsel, roer hier de geraspte chocolade doorheen en spatel er de rest van het eiwit heel voorzichtig door en neem daar vooral rustig de tijd voor. Het is de bedoeling dat u een gelijkmatig mengsel krijgt waar zo veel mogelijk luchtbellen in blijven.

Kwast vier soufflévormpjes zorgvuldig met boter in en verdeel er het mengsel over. Zet deze 10 minuten in de oven. Schenk intussen de glazen vol. Zet de prachtig gerezen en mooi gekleurde soufflés op de bordjes en dien op.

Fantastische chocolade komt overigens van de Ecuadoraanse producent Hoja Verde. Ik proefde 'm nog maar afgelopen week opnieuw, deze keer in een variant met chiazaad--ja, dat heet superfood te zijn maar dat zal mij een sigaar wezen, ik vond de knappertjes in de chocolade gewoon heel fijn. In elk geval: een prachtige chocolade, meesterlijk bereid zoals je merkt aan de scherpe snap wanneer je er een stukje afbreekt en wanneer je erin bijt. Is het nou niet zonde om zo'n mooie chocolade te raspen en in een soufflé te verwerken? Nee! Natuurlijk niet! Het is juist zonde om daar minder goede chocolade voor te gebruiken. Een gerecht is maar zo goed als zijn minste bestanddeel tenslotte.


Op dezelfde dag dat ik van bovengenoemde chocolade genoot, kreeg ik trouwens ook nog een brownie mee van Waldo. Waldo is een leuke, eigenzinnige chocolatier uit Den Haag met een heel herkenbare eigen stijl. Zijn brownie-foodtruck is een feestje: in deze VW T3 Transporter uit 1986 worden ter plekke verrukkelijke brownies gebakken. Heb je geluk, dan zit daar ook de brownie tompouce bij, een gebakje dat wat mij betreft het beste van twee werelden is. Eindelijk weer eens een innovatie waar we wél op zaten te wachten, na monsterlijke originaliteiten zoals de rookworstkroket! Waldo mag wat mij betreft blijven. Hij--nou ja, zijn chocolade en dan bij voorkeur die tompouce--mag trouwens ook worden geserveerd bij de ratafia van Vincent Couche. Die twee zullen het uitstekend met elkaar kunnen vinden!

30 maart 2017

Sjaak en Lia Koopman


Nee, dat zijn niet Sjaak en Lia Koopman op de foto. Dit is de familie Booij. Die maken de beste oude boerenkaas van Nederland. Ik weet dat, want ik zat in de jury van Cum Laude en had hun kaas--zonder zeker te weten dat het de hunne was, maar ik had hem eigenlijk al wel herkend--ook op nummer één staan. Mensen, wat een kaas is dat. Ga 'm halen op de boerderij in Streefkerk of in de Fenix Food Factory in Rotterdam, waar Marijke (midden) haar kaaswinkel heeft. Echt!

Maar even over Sjaak en Lia. Sjaak en Lia Koopman zijn bijzonder. Zij zijn namelijk de enigen in Nederland, helemaal de enige, die nog Edammer boerenkaas maken. Die mag, net als alle boerenkaas, alleen zo heten als hij op de boerderij is gemaakt van rauwe melk van eigen vee. Dat is een ambacht dat nauw luistert. Als je ook maar iets fout doet, is dat meteen te merken aan de kaas. Kaas maken van gepasteuriseerde melk is véél makkelijker. Die kaas ligt vaak in de supermarkt. Hij is veel goedkoper en dat is terecht want er is ook weinig aan. Die rauwe melk, daar proef je het karakter van in de kaas. Dan krijg je die heerlijke stalsmaak waar de échte liefhebber zo dol op is. Je kunt de melk ook een beetje verhitten, thermiseren heet dat, en dan krijg je iets dat zeker ook nog karakter heeft, maar het blijft een beetje een compromisproduct. En toch is het goed dat het bestaat, maar dat legde ik al eens uit.

Maar er kan dus veel mis met echte boerenkaas, want werken met rauwe melk is verdomd lastig. Dat merk je bij Cum Laude, waar de kazen in twee fasen worden gekeurd: eerst door een team van kaasmeesters, die erop letten of de kaas technisch wel in orde is en ook punten geven voor de smaak, die dan ook weer volgens allerlei technische criteria wordt beoordeeld. En vervolgens door een aantal mensen die gewoon goed kunnen proeven. Die hoeven alleen maar te zeggen hoe lekker ze de kaas vinden.

Ik behoor al zeven jaar tot die tweede groep, en dat is altijd weer een feestje. Tot vorig jaar zat je aan tafel met een aantal anderen en proefde je kaas in een bepaalde categorie, en dan mochten er gezamenlijke cijfers worden gegeven. Soms waren we het eens met de keurmeesters, soms niet. Dan zeiden we "Stom hè? Ik vind dit gewoon lékker". En dan gaven we afwijkende cijfers voor een kaas die misschien technisch niet helemaal was zoals hij hoorde, maar wel een genot om te proeven.

Maar dit jaar was er iets veranderd. Dit jaar kregen we ineens veel minder kazen te proeven--namelijk alleen de kazen die van de keurmeesters goud, zilver dan wel brons hadden gekregen. Daarvoor moesten ze niet alleen de beste zijn, maar ook nog goed. Wat technisch niet klopte, viel buiten de boot. De eigenwijze kazen waar we in het verleden sporadisch nog wel eens hoge cijfers voor hadden gegeven, kregen we niet te proeven.

Weer even over Sjaak en Lia. Sjaak en Lia Koopman hadden hun Edammer boerenkaas ingezonden, maar ik heb hem niet geproefd. Hoewel het de enige kaas in zijn categorie was, hadden Sjaak en Lia namelijk geen goud gekregen. Er waren dus technische onvolkomenheden. Ik heb dus geen idee hoe lekker de ingezonden kaas was, maar dat Sjaak en Lia fantastische kaas maken, heb ik al geruime tijd geleden  ontdekt. Ik zou u ook van harte willen aanraden dat ook te gaan ontdekken. Hier, het vakblad De Zelfkazer schreef alweer zes jaar geleden over ze.

Cum Laude dus. Even voor de duidelijkheid: de kaas die ik wél te proeven kreeg, was allemaal puike kaas. Soms geweldig lekker, soms subliem, nooit middelmatig hoewel de één beslist meer karakter had dan de ander. De kaas van boerderij Booij in Streefkerk behoort tot de lekkerste die ik ooit at, en wee degene die er een kwaad woord over zegt. Maar ik vind het persoonlijk jammer dat die eigenwijze kaas, die volgens de regels dan nét niet helemaal deugt, geheel buiten de boot valt. Geen idee hoe de boeren erover denken, maar ik denk dat je ze daar niet onverkort een dienst mee bewijst. Er is namelijk wel een markt voor producten die nét even anders durven te zijn, en dat is maar goed ook. Daar mag de Bond van Boererijzuivelbereiders wat mij betreft nog eens goed over nadenken.

Enfin, de bekroonde kazen, de hele lijst, met uittreksels uit de smaaknotities van de proeversjury:

Boerenkaas  categorie 1 Jong Belegen 
20.1  Kaasboerderij Onderwater uit Zoeterwoude
- Geleidelijke smaakopbouw. Fris citrisch die blijft natintelen.
- Zoeter en boeriger, meest uitgesproken.
- Beetje plakkerig, maar brede nasmaak.

Boerenkaas categorie 2 Belegen 
110.2 fam (Johan) Snoek  Bergambacht
- Volle smaak, die blijft hangen.
- Volle room met een vleugje zout van perzik. Top kaas!
- Subtiel, toegankelijk een dooreter.
- Meer smaak dan de andere en een mooi aroma.
- Smaakt voor een jonge kaas fiojn naar boter, room en yoghurt.

Boeren kaas categorie 3 Oud 
26.3 Booij Kaasmakers uit Streefkerk
- Lekker smeuïg voor oude kaas, zuiver en veel smaak.
- Zoetje, melk iets caramel. Je ruikt een gezellige boerenkeuken.

Boerenkaas categorie 4 overjarige kaas  
60.4  Technisch nr 1  ivm ex aequo  Kaasboerderij de Hooiberg uit Bladel
- Veel geur, laat zich niet meteen kennen, maar dan ineens, joepie!!
- Mooi grassig.
- Overjarig, maar nog steeds de smaak van volle room. Je proeft anijs, maar nooit te bitter.
- Volle smaak met een beetje scherpte achterop de tong.


Boerenkaas   categorie 5  Boerenleidse met sleutels   
25.5 De Kaagse Boer uit Kaag
- Smedig, smaakt fijn en vol.
- Verfijnd van smaak. Een goede balans tussen komijn en kaas. Zin om door te gaan. Knap voor een magere kaas!
- Leidse is fenomeen. De komijn overheerst altijd, maar zelden zo subtiel.

Boerenkaas Categorie 7 Geiten Boerenkaas 
81.7 Utopia Hoeve uit Schagerbrug
- Na het eerdere hapje, ineens een smaakexplosie. Lekkere nasmaak en blijft lang hangen.
- Ingetogen en elegante smaak, zacht krijtachtige structuur.
- Mooie geitenkaas, het pittige van de geit, zonder te overheersen, je proeft de wei.
- Schoonheid van de geit, springt naar voren. Uitstekende opstap om aan geitenkaas verslingerd te raken.
- Volle zachte smaak, heeft bijna iets noot-achtigs.

Boerenkaas categorie 10  Kruidenkaas  
63.10 Van der Arend uit Vinkeveen
- Houtig, lekker romig
- De structuur is zacht smedig. De Basilcum is verfijnd aanwezig, zeer mooie kaas.
- Verrassend, bloemig, lavendelachtig. Feestje!
- Kruidenkaas moet natuurlijk verboden worden. Maar deze heeft toch een prachtig evenwicht gevonden, nl je proeft kaas!

Boerenkaas  categorie 11 Specialiteiten
 31.11 De Sophiahoeve uit Warmond
- Stevige geur, fijn mondgevoel, veel smaak.
- Tikkeltje droog in de mond, maar lekker pittig. Voor de kaasplank!
- Volle smaak van komijn, goede brokkelige structuur.
- Superbe! Nootaccent.
- Heel mooi, die smaak van oude kaas.

Kaas vd Boerderij categorie 1  Jong Belegen 
76.1 Kaasboerderij Speksnijder uit Lekkerkerk
- Heerlijk smeuige kaas, die echt naar de boerderij smaakt. Deze wil ik thuis!
- Mooi romige smaak met lichte amandeltonen. Heeft een lange nasmaak. De melksmaak blijft zeer goed overeind.
- Mooi in balans. Lekker smedig. Subtiel van smaak, zoals Jong belegen hoort te zijn, lekker fruitig.

Kaas vd Boerderij categorie 2 Belegen 
17.2 Maatschap van Blokland uit Biddinghuizen
- Mooie jonge kaas, vol, romig, zonder te plakken. Licht zoet van fruit, ideaal voor op de donkerbruine boterham bij de lunch. Genieten!
- Spreidt lekker in de mond.
- Heerlijk romig en smeuïg.
- Kan ik de hele dag eten.

Kaas van de Boerderij categorie 4 Overjarig 
76.4 Kaasboerderij Speksnijder uit Lekkerkerk
Volle kaas, die lekker weg eet.
- Geur mooi vol. Nasmaak licht zuurtje, mooi klein zoutje, complex!
- Rijke smaak, zacht met een duidelijke smaak van volle melk. Doet het goed na een stevige maaltijd met een goed glas port. Nasmaak met een licht bittertje, die vraagt om het volgende stuk.

Kaas vd Boerderij categorie 7 Harde Geitenkaas 
49.7 De Mèkkerstee uit Ouddorp
- Mooi zachte smaak. Laagdrempelige geitenkaas.
- Vele smaaklagen, met scherpe, fris citrische toon. Persoonlijk favoriet.
- Voor de leeftijd vol op smaak.

Kaas van de boerderij categorie 10 Kruidenkaas  
24.10 Kaasboerderij Verweij C.V. uit Polsbroek
- Interessant, maakt nieuwsgierig. Beetje eng dat groene, daar moet ik me even overheen zetten.
- Lekkere frisse kaas met kruiden die in balans zijn.
- De ‘ hulk’  onder de kazen.
- Je ruikt het volle boeket verse kruiden, bijna zonde om op te eten! Proef en laat je overtuigen, zout en zoet en bitter in een romige verpakking.
- Originele en erg aantrekkelijke kaas. Zet je over de kleur heen. De aroma's zijn duidelijk aanwezig. Heel goed.

Ambachtelijke bereiders
12.7 Technisch nr 1  ivm ex equo  Abdij OLV Van Koningshoeven uit Berkel-Enschot.
Kaassoort : Geitenkaas
- Mooie nasmaak.
- Volle romige kaas. Een maaltijd op zichzelf.

Er was ook--dat is een erg leuke vernieuwing, daarvoor beslist complimenten--een kinderjury en ook het publiek mocht een prijs uitreiken.

Kinderjuryprijs
Goudse Belegen Boerenkaas van Thijs Mooren uit Hoogmade.
- Sterk, maar meteen lekker. Fijne gaatjes. Subtiel & hartig met een ronde nasmaak

Publieksjuryprijs
Maatschap van Blokland uit Biddinghuizen.
(publiek kon geen omschrijvingen geven)



21 december 2016

Vrolijke lessen in planning


De reactie die ik het meest hoor op mijn boeken "Weg van de supermarkt" en "Het Antidieetboek" is dat mensen helemaal geen tijd hebben voor iets anders dan hun rondje supermarkt voor hun pakjes, bakjes, zakjes en ander kant-en-klaar spul. Als ik dan antwoord dat dit alles een kwestie is van keuzes maken en vooral van een beetje plannen, word ik aangekeken met een blik die zegt "jij hebt makkelijk praten". Omdat ik ZZP-er ben bijvoorbeeld, of goed kan koken, of geen kinderen heb--of eigenlijk alledrie.

Daarom ben ik blij met de Eetkalender van Francesca. Zij laat in de praktijk zien wat ik alleen maar in theorie verkondig: dat het prima te doen is elke dag een goede maaltijd op tafel te zetten van verse, eerlijke ingrediënten, en daarbij volop te variëren. En, niet onbelangrijk, ook nog eens weinig weg te gooien. Want verspillen, dat moeten we--om een eigentijdse uitdrukking te gebruiken--met zijn allen niet willen.

De kalender is verbluffend simpel van opzet. Voor elke week is er een boodschappenlijst opgenomen, voor elke weekdag is er een recept. De recepten zijn degelijk en duidelijk en ook voor een niet al te geoefende of bevlogen kok prima te behappen, en elk is geïllustreerd met een klein maar fraai fotootje. Elke vrijdag is daarbij kliekjesdag: Francesca geeft op die dag enkele maaltijdsuggesties die te maken zijn met wat er waarschijnlijk is overgebleven en eventueel nog wat extra ingrediënten. Leuk!

Gevarieerd is bij Francesca ook écht gevarieerd. We zien omeletten, plaatpizza's, stamppotten, maaltijdsoepen en allerlei gerechten met een exotische twist--niet altijd dingen die je zelf zou bedenken. De weekmenu's zijn daarbij goed uitgebalanceerd en ze maken maximaal gebruik van seizoensproducten, waarvan je aan het begin van elke maand een lijstje aantreft. Mooi zo, want die zijn voordeliger, lekkerder en beter voor het milieu--en je steekt er nog eens wat van op. Wie weet er nog dat bloemkool een uitgesproken zomerproduct is? Nou ja, u als trouw eetlezer misschien.

Wel vind ik het persoonlijk jammer--er is misschien een goede reden voor maar die kan ik niet zo bedenken--dat je het in de weekends dan weer helemaal zelf uit moet zoeken. Juist dan, denk ik zelf, is het aardig om met iets meer tijd even iets bijzonders op tafel te zetten. Misschien een suggestie?

Hier en daar springt een wat vreemd detail in het oog. Zo lees je in de laatste week van februari bij de kliekjesdag dat je overgebleven rijst op kunt bakken met gember, tomaat, doperwten en koriander. Eh--doperwten in februari? Die komen dan dus uit pot of blik, want dat zou nu echt uitgesproken zomergroenten. Maar ik geef toe: dat is een detail en veel mensen kennen doperwten niet anders dan uit de potten die ooit zo enthousiast door Martine Bijl werden aangeprezen.

Al met al haal je met de Eetkalender 2017 een leuk hebbeding in huis, met meer dan 200 gemakkelijke recepten die bijna gegarandeerd je horizon zullen verbreden en--belangrijkst van al--je in de praktijk zullen laten ervaren dat het écht wel kan, gezond en gevarieerd eten met verse ingrediënten. Alleen al daarom: aanrader! Bravo!

Eetkalender 2017
Francesca van Berk e.a.
Uitgeverij Lev 
Weekkalender met registeren en ruimte voor notities
Adviesprijs € 19,99
ISBN 978 94 00507 753



Labels:

20 december 2016

Lichtvoetige zwaargewicht


Ik geef toe: ik heb geaarzeld. Lang geaarzeld. Negen weken geaarzeld. Kan ik dit boek, waar ik zelf--overigens tot mijn niet geringe trots--bij betrokken ben geweest, eigenlijk wel bespreken? Waarna zich meteen een tweede vraag aandiende: kan ik het eigenlijk maken om het niet te bespreken?

Die tweede vraag moet je vervolgens misschien even uitleggen en dan ben je dus al aan het bespreken. Want dit boek is er één dat, kort en goed gezegd, in de boekenkast van geen enkele liefhebber van goed en lekker eten mag ontbreken. Wie dit boek van kaft tot kaft heeft gelezen (iets waarvan auteur Onno Kleyn veronderstelt dat niemand het zal doen, waarin ik dan weer vermoed dat hij het behoorlijk mis heeft), weet zo ongeveer álles wat ertoe doet inzake eten en drinken. Niet alleen aan tafel en in de keuken, maar ook al vóór het via de diverse distributiekanalen tot ons komt.

Het knappe daarbij is dat dit kloeke standaardwerk van meer dan duizend pagina's bepaald geen taaie kost is. Daarvoor zijn diverse keuzes van de auteur verantwoordelijk. De allereerste is de opzet: geen alfabetische inventarisering van aardappel tot zwezerik (dat het boek met aardappelen begint is zuiver toeval; het eindigt met Lapse bessen), maar een thematische indeling die uiteenvalt in drie hoofdgroepen, te weten ingrediënten, technieken en overwegingen en landen. Dat die laatste dan weer slechts één hoofdstuk beslaat is helemaal niet erg. Wie zei er dat over alle aspecten van eten en drinken precies even veel te vertellen is?

Met dat woord "vertellen" heb ik meteen de tweede keuze bij de kop: de auteur heeft--en voor wie vertrouwd is met het werk van Onno Kleyn zal dat geen verrassing zijn--gekozen voor een verhalende schrijfstijl. In het hele boek wordt geritseld, geknisperd en gebruist dat het een aard heeft, en regelmatig worden er smakelijke anekdotes opgedist. Je waant je op die manier bij de auteur aan tafel, en dat treft want behalve een verdienstelijk kok is Kleyn ook een geboren verteller.

Wat ik persoonlijk echter het prettigst vind, is dat de auteur dingen vindt over de materie die hij bespreekt en die mening in bloemrijke bewoordingen de vrije loop laat. Zo staat onder het kopje "Knapperige friet" te lezen: "Slappe friet vinden wij niks. Maar niet iedereen denkt er zo over. De Britten eten hele grote, dikke frieten die lang zo knapperig niet zijn als de onze. Italianen magnetronnen friet als je niet uitkijkt. Er zijn zelfs lieden in de wereld die friet maar één keer frituren, op straffe van ruggengraatloze treurnis. Terwijl het toch zo simpel is (...)". Kijk, zo lees ik het graag. En ja, daarna volgt een uitgebreide handleiding voor smakelijk frituren. Recepten staan er overigens ook in, iets van 125 als ik goed geteld heb.

Is het boek compleet? Nee, natuurlijk niet. Hoe kun je nou in één boek alles vertellen wat er over eten en drinken te weten is? Kan ik bedenken wat er in voorkomend geval ontbreekt? Nee, dat evenmin. En dat is dus het knappe van de Grote Kleyn: je leest er niet alles in, maar wat je erin leest is ruw geschat 98,74% van wat je je ooit over eten en drinken af zult vragen. Voor de rest kun je vervolgens terecht in de tientallen andere boeken die je in de kast hebt staan.

En die betrokkenheid van mij? Geloof Onno vooral niet, die je vertelt dat ik het boek beter heb gemaakt en hem voor domheden heb behoed, daarmee vooral tonend hoe aardig hij is. Mijn bijdrage bestond hoofdzakelijk in lezen (wat ik toch wel gedaan zou hebben), instemmend knikken ten teken dat het goed was en hier en daar op details schoorvoetend iets te berde brengen. Het kwam mij op een ronkende dankbetuiging in het voorwoord te staan, die in geen enkele verhouding staat tot mijn verdienste maar waarmee mijn onsterfelijkheid wel een feit is. Ik weet wanneer ik het goed heb.

Mijn advies? Koop dit boek als kerstcadeau voor iemand die van het goede leven houdt, blader het door alvorens het in te pakken, besluit om het zélf te houden en koop er vervolgens voor die andere persoon nóg één. Het risico dat die ander precies hetzelfde doet neem je dan maar op de koop toe.

De Grote Kleyn, culinair compendium
Onno Kleyn, met onmisbare hulp van Charlotte Kleyn
Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
1008 blz.
Adviesprijs € 45,00
ISBN 978 90 38803 470
(ook als e-book met als pluspunt dat het géén ruim twee kilo weegt: adviesprijs € 19,99 ISBN 978 90 38803 999)


20 oktober 2016

Voedingscentrum, welk deel van "nee" begreep u niet?


Het Vinkje verdwijnt. Hallelujah! In dit opiniestuk, waar ik samen met Scato van Opstall het initiatief voor nam, staat precies uitgelegd waarom die Vinkjes, als ze al ooit hadden moeten ingevoerd, zo snel mogelijk uit de schappen moesten. Het is gelukt, mede dank zij een parallel gevoerde actie van de Consumentenbond.

Onmiddellijk kondigde de Minister van Volksgezondheid aan dat er in de plaats van het Vinkje een app zou worden ontwikkeld die de consument "meer toegespitste informatie" moet geven. Wie gaat die app ontwikkelen? Mooi: het Voedingscentrum. Dus niet de Stichting "Ik Kies Bewust", de strostichting die is opgericht door Schuttelaar & Partners, op zijn beurt weer het reclamebureau van Unilever en Friesland-Campina. Big Food is zijn plaatsje aan de knoppen dus eindelijk kwijt. Mooi zo.

Intussen is het Voedingscentrum aan het mijmeren over die app. Die moet, blijkens de berichtgeving, vanaf eind januari 2017 in stappen worden ingevoerd. Uiteindelijk moeten alle 150.000 producten die in supermarkten te koop zijn (want eten komt, dat weet iedere Nederlander, uitsluitend uit de supermarkt) in de app worden opgenomen.

Dan komt het Voedingscentrum met twee apen uit de mouw. Ten eerste zal de medewerking van fabrikanten en retailers worden gevraagd om een goede werking van de app te garanderen. Kom maar jongens, kom er maar bij. Met dat Vinkje hebben jullie de zaak totaal versjteerd, maar iedereen verdient een tweede kans. O nee, het Voedingscentrum heeft toestemming nodig om de data te kunnen gebruiken in de app. Wát? Toestemming om als onafhankelijke voorlichtingsinstantie informatie te kunnen geven over producten waarover alle informatie op het etiket is vermeld? Gewoon openbaar dus? In het kader van voorlichting? En dat zou niet mogen? Sorry, jongens. Kolder. Dat kan echt niemand jullie verbieden, net zo min als het mij verboden kan worden hier te melden dat het ontbijtproduct Fibre Flakes & Fruit van Albert Heijn voor 30% uit pure suiker bestaat. Dat mag gewoon, hoor mensen. Hoef je niemand te vragen.

De uitsmijter valt aan het eind van het artikel te lezen. "Het Voedingscentrum geeft ook aan dat een gezondheidsbevorderend logo (zoals het Vinkje bedoeld was) naast de app kan helpen om de gezonde keuze makkelijker te maken". Kortom: naast die app gaat, als het aan het Voedingscentrum ligt, gewoon een Vinkje 2.0 worden ingevoerd. Alsof er niets gebeurd is.

Kijk, dat het Voedingscentrum helemaal niet van dat Vinkje af wilde, is wel duidelijk. Dat het Voedingscentrum echt dol was op de samenwerking met Big Food, is evenmin een geheim. Maar dat één dag nadat het oude systeem eindelijk door de minister op de schop werd gedaan er schaamteloos wordt aangekondigd de oude situatie te gaan herstellen, dat is toch wel heel erg idioot. Het is te hopen dat de minister daar een stokje voor steekt. Leest u mee, mevrouw Schippers?

Of het met die app wat gaat worden? Laurens Sloot denkt van niet. Sloot is hoogleraar retail en marketing, wat op zich wel weer veelbetekenend is. Je wilt een achtergrondartikel schrijven over hoe we de Nederlander gezonder kunnen laten eten, dus who you gonna call? Ja, wie anders? Maar dat terzijde.

Gelukkig is Sloot ook een verstandig man. Hij heeft vraagtekens en ziet meer in goed onderwijs op de basisschool. Kijk, daar heb je het. Hoe kiezen consumenten bewust? Nou, niet door een logootje en een appje, want dan kiezen ze juist slaafs wat ze wordt voorgekauwd, het tegendeel van bewust dus. Wat heb je nodig om écht bewust te kunnen kiezen? Juist: degelijke informatie. Onderwijs dus. Laten we dáár maar eens in gaan investeren. Maar dan wel zonder de "hulp" van de voedingsindustrie.

Overigens blijf ik erbij dat de allerbeste keuzes op voedingsgebied doorgaans geen labeltjes hebben, en ook geen barcode, geen ingrediëntendeclaratie, geen etiket, en zelfs geen verpakking. Lijkt me ook nog eens héél makkelijk te onthouden, ook voor kinderen op de basisschool.






11 oktober 2016

Honig zonder!

Groot nieuws over Honig! Deze fabrikant van poedertjes waarmee je soepen en sauzen kunt nabootsen heeft aangekondigd de e-nummers te gaan verbannen. "Smaak is heel persoonlijk, maar hopelijk merken consumenten er niets van", orakelt de voormalige stijfselfabrikant.

Er kwam nog meer tekst uit. "Consumenten denken dat E-nummers niet gezond zijn en daar moeten wij naar luisteren. Wij hebben erg veel moeten experimenteren met kruiden en andere voedingsstoffen om dat voor mekaar te krijgen". Ja joh, dat is me wat! Kruiden en voedingsstoffen, dat je dáár ook iets eetbaars van kunt maken. Ze moeten bij Honig wekenlang met zonnebrillen gelopen hebben toen ze dat licht zagen. Ik kan me voorstellen dat daar heel wat hersengekraak aan vooraf is gegaan. En dat dan allemaal weer in die poedertjes verwerken, liefst met minimaal gebruik van dure ingrediënten zoals groenten: hoogstandje hoor!

Goed, alle gekheid op een stokje. Want wat blijkt bij navraag? De zo verfoeide e621 wordt vervangen door gistextract. Huh? Gistextract? Wat is dat precies? Nou, dat is mononatriumglutamaat. Oftewel  e621. Laat je niks wijsmaken over al dan niet "natuurlijke herkomst" die het verschil zou maken: chemische samenstelling is chemische samenstelling en gistextract is e621.

Nee, serieus. Die e-nummers, die verfoeide e-nummers die in de perceptie van de consument de baarlijke duivel zijn, zijn in feite een vrij positief fenomeen. Nee, niet omdat ze zo'n heerlijke manier zijn om bij minimale kosten een maximum aan hoerasmaakjes in allerlei twijfelachtig knutselvoer te proppen, maar omdat ze destijds bij invoering een einde hebben gemaakt aan een wildgroei van toevoegingen die van fabrikanten allerlei fantasiebenamingen kregen. Dát zorgde er pas voor dat niemand meer wist wat hij at. Die e-nummers kun je zó in een lijst opzoeken. Je weet precies wat je binnenkrijgt--als je tenminste de moeite neemt even dat etiket te lezen. Waarna je het wijze besluit kunt nemen die troep links te laten liggen.

Al die hysterie en dat gefulmineer dat zich richt tegen e-nummers in plaats van tegen toegevoegde knutselstofjes krijgt hier dus een omgekeerd effect. De duidelijkheid verdwijnt, het stofje niet. Willen we dat? Lijkt me niet.

Intussen hebben we hier louter bombarie, fanfare en gebakken lucht. Want één ding verandert er niet bij Honig: van de groenten die zo glorierijk op de verpakking staan afgebeeld, zitten er nog altijd maar minimale hoeveelheden in de poedertjes. Maar dat zegt collega Karin al heel treffend.




19 september 2016

Voedselonderwijs? Ja, maar en mits...


Voedselonderwijs verplicht voor ieder kind. Eindelijk, denk je dan. Er zijn al diverse generaties opgegroeid zonder veel basiskennis van hun eten, waar het vandaan komt, hoe het op je bord belandt en wat het met je lijf doet. En wie die kennis als kind niet meekrijgt, kan hem ook niet doorgeven aan zijn eigen kinderen. Dus voedselonderwijs móet. Wie kan dáár nou tegen zijn?

En gelukkig: vandaag is het zo ver. Het kabinet trekt 5,7 miljoen euro uit voor een lespakket over gezond eten. De staatssecretaris van Volksgezondheid is er ook blij mee: “Hoe mooi is het als kinderen straks het goede voorbeeld geven aan hun ouders? Kinderen leren op school hoe leuk en lekker gezond eten kan zijn en ouders kunnen meegenieten van zelfbereid eten en zelf verbouwde groenten die kinderen meenemen naar huis. Daar begint gezond opgroeien”.

Ziet er geweldig uit. Een goed moment om even de pret te gaan bederven en me hardop af te vragen wat er nu in de praktijk precies gaat gebeuren. Wat de inhoud van dat voedselonderwijs gaan worden.

Kijk, voedingsvoorlichting is er al in Nederland. We hebben een Voedingscentrum. Dat geeft adviezen die gebaseerd zijn op de input van de Gezondheidsraad. Die input moet vertaald worden naar gewonemensentaal, en dat moet allemaal vooral kort en dus ongenuanceerd. Dat leidt dan tot campagnes waar ik in het verleden niet onverdeeld blij mee was. Zoals deze en deze. En tot steun aan een draak van een label als het Vinkje (of eigenlijk: de Vinkjes), waar zelfs de initiatiefnemers zélf in verstrikt raken en dat dan ook van mij en een aantal collega's stante pede mag verdwijnen. En dan heb je ook nog JOGG, dat heel regelmatig gewoon het probleem niet ziet.

Die partijen blijken het allemaal niet te kunnen. Hoe dat komt? Om te beginnen natuurlijk doordat ze het op moeten nemen tegen marketeers met forse budgetten die ons trakteren op stukjes beleving en allerhande schijnvoordelen van producten. En ten tweede zeer beslist doordat ze ook nog eens moeten samenwerken met precies diezelfde marketeers. Want die hebben iets waar bovenstaande instanties te kort aan hebben: geld. En ze hebben aan de andere kant het verkooppotentieel van de gezondheidsclaim terdege ontdekt (die Vinkjes waar ik het over had? Bedacht door het reclamebureau van Unilever en Friesland-Campina en vervolgens, omdat dat toch wat vreemd oogt, ondergebracht in een door henzelf opgerichte stichting).

En dat is het grootste probleem van de voedingsvoorlichting in Nederland: de vinger in de pap van Big Food.

Dat is de reden dat ik de petitie bedoeld in de illustratie bij dit stukje niet heb getekend. Omdat tussen de vele initiatiefnemers ook het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (een koepel van fabrikanten van industrieel voedsel) staat, terwijl tussen de ondersteuners Albert Heijn staat. En zo komen we wat mij betreft van de regen in de drup. Ik neem het deze instanties helemaal niet kwalijk dat ze geld willen verdienen, maar je stelt de vos nou éénmaal niet aan als bewaker van het kippenhok.

Kan het anders? Vast wel. Met voldoende geld en voldoende goede wil, en een goed afgebakend gemeenschappelijk uitgangspunt. Waar bijvoorbeeld deel van zou kunnen uitmaken dat voedsel met een merk per definitie buiten het lespakket blijft. Dat is tenslotte een omweg die niet relevant is.

Gaat dat ook gebeuren? Ik weet het niet, maar ik vrees van niet. Want dat geld komt er niet als het niet van Big Food komt. Omdat onze regering nog altijd niet de conclusie heeft getrokken dat goede voeding de basis is van een goede gezondheid en dat je dus met goede voedingsvoorlichting zonder inmenging van commerciële partijen zo veel op volksgezondheid kunt besparen dat het project zichzelf op termijn moeiteloos zou moeten kunnen terugverdienen.

Maar dat is op termijn. En de verkiezingen zijn morgen. En het geld is vandaag nodig. Dus de kans is levensgroot dat ook dit nieuwe project weer verzandt in een feestje van product placement zoals dat vermaledijde "gezonde ontbijt" op Koningsdag.

Jammer.




Topspots: rondje culinaire voorpret


Je hebt zo'n blog niet voor niets: een beetje zelfpromotie moet kunnen op zijn tijd. Wat zeg ik? Dit blog is natuurlijk één en al zelfpromotie. Ik wil hier immers vooral aan potentiële afnemers laten zien dat ik schrijven kan en verstand heb van dingen. En uiteraard ook hoe goed ik hun adverteerders kan wegjagen door keihard en eerlijk te zijn over alles wat mij niet zint. Dat is dan weer commercieel wat zwakker van mij natuurlijk.

Maar af en toe mag ik dan toch de vlag uitsteken voor een nieuwe opdrachtgever. Zoals nu Topspots, de nieuwe website van Jan Bartelsman, waaraan ik regelmatig zal bijdragen. Het gaat om een meertalig food-fotoplatform waar een internationale media mix met teksten van vooraanstaande culinair journalisten (ja, zo staat dat in het persbericht, dat u maar weet dat ik echt wel iets voorstel!), gastronomische deals en een breed scala aan food- en interieurfotografie te vinden zijn.

TopSpots is niet zó maar de zoveelste online restaurantgids. Om te beginnen is het een curated site: wie erop staat en wie niet wordt bepaald door redactioneel beleid. Dat gaat natuurlijk in tegen de trend van sites die 100% crowdsourced heten te zijn, maar laten we eerlijk zijn: daarop wordt steeds meer gestuurd vanuit de commerciële hoek zodat bezoekers totaal geen zicht meer hebben op wat er nu van directiewege een extra zetje heeft gekregen en wat niet. Dit is puur redactie. Wel zo eerlijk en transparant.

Wat de site écht onderscheidt is natuurlijk de schitterende fotografie van Jan Bartelsman, de meervoudig bekroonde foodfotograaf. Mooie beelden die, om een perfecte en complete indruk te geven, beeldvullend uit te vergroten zijn voor zowel computer als telefoon. Daarnaast bevat het up to date recensies van de meest toonaangevende culinair journalisten en leuke extra’s. Op TopSpots vind je dus een selectie zaken, van kroegen tot sterrenrestaurants, die echt een toevoeging zijn voor een stad en de journalisten vertellen je maar al te graag waarom.

TopSpots laat ook zien welke restaurants, in samenwerking met ambachtelijke producenten, hapjes en drankjes weggeven voor gebruikers van de site. Op dit moment zijn er leuke extra’s bij diverse restaurants van o.a. kaviaar amuses van Annadutch, gin tonic sorbet van Hermit Dutch coastal gin en ijsmaker Metropolitan, mixen van Nobeltje likeur uit Ameland en garnalenkroketten van Peek uit Texel. Op de website is te zien welke verwennerij in welke restaurants wordt geserveerd. U hoeft dan alleen maar je telefoon te laten zien waarop het restaurant dat u bezoekt in TopSpots is geopend.

Amsterdam, 16 september 2016 – Gistermiddag lanceerde fotograaf Jan Bartelsman zijn nieuwe meertalige food fotoplatform waar een internationale media mix met teksten van vooraanstaande culinaire journalisten, gastronomische deals en een breed scala aan food en interieur fotografie te vinden is. De lancering vond plaats in restaurant Meneer de Wit Heeft Honger in centrum Meneer de Wit, de plek waar tevens vandaag zijn galerie Food Art Mister White is geopend.

Dat de foodfotografie van Jan Bartelsman watertandend is, is met één blik duidelijk. Daarom is het misschien wel leuk te vermelden dat in de tegelijk met de website geopende galerie Food Art Mister White aan de Baarsjesweg 203 in Amsterdam (een initiatief van Bartelsman in samenwerking met Eveline Jaeger en het restaurant Meneer de Wit, als allereerst een expositie plaatsvindt van de fotografie die voor de site is gebruikt. Deze expositie is tot 15 december te zien. Vervolgens komen er andere exposities waarin eten en drinken centraal zullen staan.

Hoe dan ook: uit eten en wat culinaire voorpret beleven? Allen naar TopSpots. Uw Eetschrijver verbond er met genoegen zijn naam aan, net als een aantal schrijvers die toch behoorlijk wat méér voorstellen dan hij. Dat eerlijk gezegd dan ook weer wel.

Groen gelul


Er zijn van die zekerheden in het leven. Zoals dat diëtisten je zaken vertellen die een beetje wetenschappelijk onderbouwd zijn. Zoals dat een serieuze krant die een interview afneemt daarbij ook een beetje kritische vragen stelt. Onder beide zekerheden werd dit weekend door de serieuze krant NRC de bodem weggeslagen in een interview van Rinskje Koelewijn met de dames van The Green Happiness, beiden diëtist.

'Hun dag begint met oil pulling. Een theelepeltje kokosolie in de mond, twintig minuten spoelen, en alle afvalstoffen zouden zijn verdwenen'.

'Wat eet je als je green en happy wilt worden? Geen zuivel in elk geval, want dat zou het lichaam verzuren. Geen eieren („de menstruatie van een kip”), geen gluten, want die beschadigen de darmwand. Liever geen vlees en ook geen vis want daar zit zoveel rommel in dat vissen vaak zelf tumoren hebben. Soja dan maar, in plaats van zuivel en vlees? Nee, nee, ook niet te veel soja, want dat is verstorend voor de hormoonhuishouding. Noten en avocado’s als bron van eiwitten? Nee, dat is nou precies de fout die zij zelf ook maakten toen ze net begonnen met gezond eten. „Het is óf noten, óf avocado, óf een scheutje olijfolie. Doe je alle drie dan stop je jezelf vol met vet, je vertering vertraagt en de glucose bereikt je cellen niet.”'

'We vertellen niks nieuws, zeggen Merel en Tessa. Onze kennis over voeding bestaat al honderden jaren, het is alleen verstoft en vergeten. Eten, zeggen zij, is overbodig gecompliceerd en verwarrend gemaakt'.

Eigenlijk zou ik het gewoon bij deze drie citaten uit het interview moeten laten. Twintig minuten spoelen met een lepeltje kokosolie om de afvalstoffen te laten verdwijnen--iets waarvoor een normaal mens het toilet bezoekt. Een resem ongelooflijk ingewikkelde regels over wat niet en wat wel en wat vooral nooit met wat, en dan het statement dat eten overbodig gecompliceerd en verwarrend is gemaakt. Je zou voor minder in homerisch gelach uitbarsten.

Maar kennelijk worden de adviezen van The Green Happiness door steeds grotere groepen mensen serieus genomen. In één jaar tijd is het uitgegroeid tot een bedrijf waar zestien mensen werken. Er lopen 200.000 mensen achteraan die elkaar en hun omgeving druk blijken te evangeliseren. En van een boek "Your 50 Days Of Green Happiness", waaraan een prijskaartje hangt van 64 (VIERENZESTIG) euro zijn iets van 50.000 exemplaren verkocht. De wintereditie (54 euro, toe maar) stokte bij "slechts" ruim 30.000 exemplaren en is momenteel uitverkocht. Op de volgende wintereditie kan al worden vooringetekend.

Toe maar. En dat is alleen nog maar het Nederlands taalgebied. Het gerucht gaat--en misschien is dat dus ook gewoon niet waar--dat The Green Happiness zijn activiteiten wil uitbreiden naar de VS, om daar binnen te lopen.


Ja! Waar maak ik me eigenlijk druk over? Waarom laat ik mensen niet eten wat ze willen eten en volgen wie ze willen volgen?

Ik zou kunnen volstaan met de mededeling dat analyse en duiding bij mijn werk behoren, omdat ik nou éénmaal journalist, publicist en auteur ben. Maar laat ik me er niet met een dooddoener vanaf maken.

De dames van The Green Happiness vertellen in het interview dat ze géén wetenschapper zijn en alleen vertellen "wat je diep van binnen al wist". Terzelfdertijd staat vermeld dat beiden diëtist zijn (dat staat ook op hun website: NVD-lid, BIG-registratie én KP-gekeurd). En ook komt in het verhaal ter sprake dat beider moeders kanker kregen--één overleed eraan, één herstelde. Waarop de mededeling volgt "Niet dat we willen beweren dat onze moeders kanker kregen door wat ze aten…”. Nee. Maar intussen zeg je het eigenlijk wél. En ontleen je aan je status van diëtist en paramedicus autoriteit die je vervolgens niet waarmaakt.

Is dat erg? Ja, dat is erg.

Want je verkoopt gebakken lucht en speelt daarbij met de gezondheid van je volgers en lezers. De adviezen die de dames van The Green Happiness geven in hun boek rammelen vanuit voedingskundig oogpunt aan alle kanten. Wie hun raad opvolgt, loopt allerlei tekorten op. Aan vitamines D en B12. Aan calcium. Aan vetten en eiwitten. Dat zijn geen dingen waar je zó maar overheen kunt fietsen--ze gaan je op termijn opbreken. Op lange termijn doorgaans, dat wel. Helaas.

Er klopt nog veel meer niet in die boeken. Nog héél veel meer. Je bent wel vrij om het allemaal op te schrijven (ook de NVD ziet er, enigszins tot mijn verbazing, kennelijk geen graten in) en ook mogen mensen natuurlijk eten wat ze willen eten en volgen wie ze willen volgen (dat de volksgezondheid achteruit kachelt en de zorg op termijn onbetaalbaar wordt, tja, dat is jammer maar helaas). Maar het is wel een gegeven dat in de moderne samenleving, waarin iedereen potentieel over zijn eigen massamedium beschikt, niet noodzakelijk het best onderbouwde verhaal wint, maar vooral het verhaal waar de mensen het meest blij van worden.

Dus ja, blij maken, dat is de boodschap. Met twee meiden die er fantastisch uitzien en foto's die getuigen van een benijdenswaardig leven. Ja, vind je het gek? Ze zijn 26 en verdienen geld als water.

Gevolg is wel dat we steeds verder afraken van wat écht een normaal en gezond eetpatroon is. Aan de ene kant zijn er de adviezen van het Voedingscentrum, die wel in grote lijnen kloppen maar waar niemand echt vrolijk van wordt. Aan de andere kant zijn er de marketingpraatjes van Big Food, waarbij gebruik wordt gemaakt van door henzelf opgerichte clubjes als de Stichting Ik Kies Bewust (die van die Vinkjes), die je wel een soort marketingblij maken maar die je ook vooral van de wal in de sloot helpen. En tussen die twee, tussen wat wel werkt en je niet blij maakt enerzijds en wat je wel blij maakt maar niet werkt anderzijds, ontstaat er dan speelruimte voor een stroming die zijn geloofwaardigheid ontleent aan extreme en uiterst vergezochte voedingspatronen die doorgaans op hun beurt hun geloofwaardigheid ontlenen aan een mix van blijheid, bangmakerij en indianenverhalen maar die over het algemeen elke feitelijke basis mist. Hey, wetenschap is óók maar een mening, weet je wel?

Het is de 21e-eeuwse variant van de 19e-eeuwse kwakzalvers met hun drankjes. Hoe duurder en smeriger het drankje, hoe meer mensen dat zagen als bewijs dat het wel zou werken. Het is nu al niet anders: verzin een verhaal dat vergezocht genoeg is, en je kunt er vergif op innemen dat hele resems mensen dat zullen interpreteren als een aanwijzing dat jij de heilige graal hebt gevonden: blijheid en gezondheid inéén, en dat allemaal zonder dat je in de klauwen terechtkomt van Big Food en Big Pharma.

Dat ze zich intussen laten inpakken door Big Money ontgaat de meesten. 50.000 maal 64 euro, en dat alleen in het Nederlands taalgebied? Een aardig beginnetje, zou je zo zeggen. Plus de rest van de inkomsten uit wat er, te oordelen aan de website, uitziet als een heel aardig zakenimperiumpje.

Maar kom: kijk die twee blije meiden nou eens. De gezondheid, de glamour en de vrolijkheid spatten ervan af. Daar wil je toch zo veel mogelijk op lijken? Zo'n feestje moet je niet willen bederven. Dat vindt kennelijk zelfs de NRC, slijpsteen voor de geest.


EDIT: Net op het moment dat ik dit stukje online zet, verschijnen er op Twitter links naar dit stukje van klinisch epidemioloog Liesbeth Oerlemans. Ik zeg: lezen! Dát is onderbouwd!

06 september 2016

Terug naar Hemingway


Geef toe: dat klinkt dubbel literair, zo met een vleugje Hemingway en een vleugje Wolkers. De realiteit was dat ik eind juni andermaal gemaild werd door restaurant Hemingway. Ze hadden de feedback van de in maart aangeschoven journalisten goed kunnen gebruiken en voelde ik er misschien voor eens te kijken wat ze daarmee gedaan hadden? Nu is Bergen op Zoom niet naast de deur, maar chefkok Sander Doggen had mij voor zich weten te winnen en bovendien wilde het toeval dat ik de dag nadien 's morgens in Vlissingen werd verwacht. Het leek me een duidelijke vingerwijzing van de voorzienigheid en Hemingway moet vanuit het hiernamaals goedkeurend geknikt hebben.

Ik knikte trouwens ook goedkeurend, want ik had er zin in. Als een repertoire dat al zo goed in elkaar zit nog verbeterd is, dan vind ik een kennismaking daarmee niet de meest vervelende kant van mijn beroep. Bovendien kon ik nu misschien die chocolade proeven die er de vorige keer bij in was geschoten. Enfin, genoeg inleidende beschietingen. Aan tafel!




Enfin, na de Ruiniart champagne en de gegratineerde oester dan, waarvan we genoten op het prettige terras van Hemingway.

Vervolgens kwam een oude bekende op tafel, weliswaar in een nieuw jasje. De "paling in het groen" (gerookte paling, zeevenkel, waldorf, yuzu, Granny Smith) bleek ingrijpend geüpdatet. Hij was beslist lichtvoetiger geworden, speelser, eleganter. De chardonnay die erbij geschonken werd, van Bergsig Estate in Zuid-Afrika, paste er verrassend goed bij.

Echt oogstrelend was de ceviche van zwaardvis waarmee we verder gingen, een mooi feestje van kleuren, smaken en texturen, met pepquiño, passievrucht, rode peper en avocado. Dan blijkt wat een mooie riesling vermag, van het huis Hain uit Piesport aan de Moezel Duitsland--en hoe enorm veel vooruitgang er in die regio is gemaakt in vergelijking met de Piesporters van nog maar een paar decennia geleden.



Na een zomerse erwtensoep met mojitoschuim (verrassend!) en een kreeftenbisque met cognac en bosui die we nog kenden van de vorige lunch, ging het menu verder met een coquille met langzaam gegaard buikspek, lamsoor en kerrie, met schuim van mosselen. Dit gerecht klopte werkelijk op alle punten en ook de albariño (Piedra del Mar, Spanje) was er geweldig bij.

Met kalfzwezerik maak je mij altijd blij, en deze was precies goed. De zachte prei, de selderij en een paddenstoelensaus gaven de smeuïgheid van het populaire stukje orgaanvlees precies het goede escorte mee. Daarbij kwam een bardolino (Torre del Falasco, Italië), ook alweer een wijn die nog maar betrekkelijk kortgeleden voor tweederangs slobber doorging maar die bij de betere huizen een spectaculaire ontwikkeling heeft doorgemaakt. Ook deze combinatie werkte heel goed.



De hoofdgerechten worden ingezet met een vegetarisch gerechtje: parelgort met king-boleet en een wolk van jonge knoflook, met daarbij opnieuw een wijn van Torre del Falasco, deze keer een garganega, gemaakt van een wat minder bekende druif uit de Veneto die een heerlijke citrusachtige, minerale wijn oplevert die toch mooi vol en vet in de mond is.

De kipcorn is vervolgens weer de speelsheid van Sander Doggen in optima forma: een prachtige Franse boerderijkip, met piccallilly, maïs, pistache en baconzout, een feestje van smaken en texturen. Hierbij komt een wijn uit Bierzo in Spanje, de Petit Pittacum gemaakt van de mencíadruif. Mooi vol en toch fris en fruitig, een puike match.



We gaan naar de desserts toe. Dat waren er een drietal: de elegante cherry cheesecake (Hollandse kersen, cheesecake, sorbetijs van kriekbier en chioggiabiet) waarbij zowaar een smakelijk biertje werd geschonken, een kriekenlambiek van Mort Subite, de speelse en fantastisch leuk bedachte Napoleon ijspastilles van bergamot, champagne-limoncellosorbet en granité van vlierbloesem met daarbij zowaar een moment van twijfel bij de sommelier--wat vonden we lekkerder, de Eugenio collavini spumante uit Italië of de limoncello? (geen enkele twijfel, de laatste!) en tot slot de oogstrelende framboos, geserveerd met sorbet van olijfolie, basilicum, hangop en meringue van Granny Smith waarmee de cirkel mooi rond werd gemaakt, met daarbij in het glas een moscato rosa di Monte Torre van de Cantina Gorgo.




Was het afgelopen? Nee, want deze keer kon ik blijven voor de koffie met chocolade. Héél fijne chocolade, mag ik wel zeggen, creaties van de dochter van eigenaar Frans Hazen--beslist de moeite waard om nog eens voor terug te komen.


Na deze lunch volgde er voor mij geen diner. Ik maakte een prettige wandeling door Bergen op Zoom en betrok mijn kamer in het oudste hotel van Nederland, wat ook al een fijne ervaring was. Maar dat terzijde--ik ben tenslotte eetschrijver en geen slaapschrijver.

(verantwoording: de lunch en de overnachting zijn mij en mijn collega's aangeboden. De reis naar Bergen op Zoom heb ik zelf betaald. Ik heb geen commerciële banden met restaurant Hemingway of Hotel de Draak en ben verder niet betaald voor deze bespreking)

30 augustus 2016

Op je krent zitten en kurkuma schransen


Weet u wat volgens mij de grootste hobbel is op weg naar een gezond eet- en leefpatroon? Nee, niet zozeer het feit dat je daarvoor moeite moet doen en je dingen moet ontzeggen, want eigenlijk is dat niet eens zo. Bewegen is leuk en gezond eten is lekker. Dat is het probleem niet. Het probleem is de ruis op de lijn van allerlei mensen, media en marketeers die je willen laten geloven dat bewegen vervelend en tijdrovend is, en gezond eten saai en al even tijdrovend. Tijd die je hard nodig hebt voor écht genieten: een Knorr Wereldmenu met een Monatoetje na, en vervolgens een avondje plezier op de bank voor de buis.

Diezelfde mensen, media en marketeers hebben bovendien met de regelmaat van de klok goed nieuws voor je. Lekker eten van pure ingrediënten waaraan je zelf tijd en aandacht  besteedt hóeft helemaal niet--koop in de super een pakje, bakje of zakje met een Vinkje erop en je bent onder de pannen. En dat bewegen, daar kun je eigenlijk ook wel buiten. Er zijn namelijk Superfoods die dat geheel overbodig maken.

Ja, echt. En als u dat gelooft, maken ze u met plezier nog wel iets anders wijs. Hoe dan ook: kurkuma, mensen. Kurkuma lost alles op! Kurkuma kan moeiteloos de plaats innemen van al uw lichaamsbeweging. Kijk maar wat Flair erover zegt. Toch niet het eerste het beste blad, nietwaar?

Jazeker: "bewezen" staat er. Hoe, wanneer, waar en door wie dat precies bewezen is, meldt Flair helaas niet, maar ze zullen het daar vast wel weten. Bovendien: klinkt je dat niet als muziek in de oren? Nou, niet zeuren dan!

Waar heeft Flair deze bewezen wetenschap eigenlijk vandaan? Een persbericht van een universiteit waar een baanbrekende ontdekking is gedaan? Nou nee. De bron is Yoors! ('the Source is Yoors'--die slagzin moet ik ze proberen te verkopen, maar dat terzijde)

Nog nooit van gehoord? Ik kende ook alleen maar de naam. Zullen we beautyblogger Serena even aan het woord laten om te vertellen wat Yoors precies is? Kom er maar in, Serena!

Nee, dat is flauw. We kunnen eigenlijk veel beter Yoors zélf even laten vertellen wat Yoors precies is: een site waar alles om Eerlijk, Delen en Gelijkheid gaat. Eerlijk omdat je er onder gelijkgestemden bent, Delen omdat 80% van de inkomsten naar de leden terugvloeien, en Gelijkheid omdat aanbieder en consument er op gelijke voet staan. Alleen als je aanbiedingen wilt ontvangen, krijg je die en nog een paar centen op de koop toe. Te mooi om waar te zijn? Nee hoor!

Plaatje duidelijk? Welkom in de wondere wereld van de clickbait. De wereld waarin de spectaculaire kletsverhalen over elkaar heen buitelen, waar vervolgens via reclame-inkomsten aan wordt verdiend. De waarheid? Die komt er niet op aan. Dat is nou éénmaal de prijs die je betaalt voor gratis informatie. Die je, dat spreekt vanzelf, als muziek in de oren klinkt.

Overigens, nog even over die kurkuma. Ik wilde er even 150 gram van afwegen om een foto van te maken, maar helaas: het potje dat ik in huis heb, bevatte helemaal vol slechts 44 gram. Scoor dus even een groothandelspas en koop een paar van deze kloeke potten ter grootte van een literpak melk. Die bevatten drie goede mokken vol van het poedertje, een pond wel, en met slechts tien van deze potten kun je dus dik een maand vooruit. Voedzaam ook nog, want je dagelijkse portie is zó maar een kwart van je totale energiebehoefde. Je kunt er dus makkelijk je lunch mee doen, met vermoedelijk een paar glazen water erbij. Smakelijk! Ga ik intussen even lekker een rondje hardlopen.




Chaos!


Goed, we gooien 'm er nog een keer in. Twéé Vinkjes dus. Het linker, het blauwe, staat voor een "bewuste keuze binnen deze productgroep". Het rechter, het groene (hoewel het vinkje dus net zo blauw is), staat voor een "gezondere keuze binnen deze productgroep". De huiskamervraag luidt dus nu: met welke kleur Vinkje heb je nou de beste keuze te pakken?

Nee, net wat u zegt: dat komt niet uit de verf. Nog afgezien van het feit dat deze Vinkjes in werkelijkheid behoorlijk klein staan afgedrukt: je ziet het verschil sowieso nauwelijks. Bovendien klinken bewust en gezonder allebei prima, toch?

Ja, precies. En dat was nou juist, zoals ik al eerder in illuster gezelschap uitlegde, het probleem, Chaos was het, opperste verwarring bij de consument, ook nog wel sporadisch al bij de experts van het Voedingscentrum en, zo bleek onlangs, zelfs bij de stichting die het heeft uitgevonden. Verwarring en chaos waar nu eindelijk een einde aan komt: de Stichting Ik Kies Bewust heeft, onder forse druk van de publieke opinie, te langen leste ingezien dat dat blauwe Vinkje niet houdbaar is. Het moet weg.

Maar dat vindt de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie niet fijn. Het wordt chaos! En bovendien zijn er op deze manier nog maar een kleine 15% van de producten in de winkel van die Echte Aanraders. Een dikke 85% is dat niet meer. Waaronder allerlei marginaal minder ongezonde frisdranken, ijstaarten, toetjes en snoeperij. Wat erg toch!

"Nu is iedereen weer even goed", klaagt Léon Jansen van de club industriëlen. Nou ja, dat is natuurlijk een manier om het te zeggen. Je kunt ook zeggen dat iedereen weer even slecht is, en dat komt een heel stuk dichter bij de waarheid. Want dat blauwe Vinkje heeft jarenlang tegengehouden dat er vanuit diverse voorlichtingsinstanties nu eens keihard werd gezegd dat je beter géén frisdrank kunt drinken, géén ijs, géén toetjes en géén snoep kunt nemen. Dat je gewoon eens goed moet onthouden dat je dat soort dingen moet zien als een traktatie voor af en toe, en niet als een bewuste keuze waar je lekker van kunt pakken want het is immers zo bewust? Eindelijk komt er een eind aan dat blauwe schaamlapvinkje, die pleister op dat houten been, dat alibi voor mensen die diep in hun hart wel beter wisten om toch te bezwijken voor de verleiding en zo geld in het laatje te brengen.

Léon Jansen baalt ervan. Wat interessant is, want behalve woordvoerder van de NFLI is Léon Jansen ook nog iets bij diezelfde Stichting Ik Kies Bewust die dat blauwe Vinkje wegadviseert. Hij is er één van de medeoprichters en de secretaris van, en bovendien is hij strategisch adviseur bij Schuttelaar & Partners, het reclamebureau dat het Vinkje heeft bedacht. Dat is hij allemaal nog steeds, maar nu even niet. Nu blijkt hij toch vooral een voedingsindustrieel die boos is omdat hij niet meer mag doen of een aantal van zijn producten best wel reuze gezond zijn. O nee, sorry, bewust natuurlijk.

De vos die zichzelf laat kennen als bewaker van het kippenhok, dus weer eens. En vooral dát lijkt me bijster ongezond. Enfin, dat had u natuurlijk zelf allemaal al geconcludeerd na lezing van het Antidieetboek. Toch?


26 augustus 2016

(geen boek over) Suiker


Dit moet je beslist lezen, zei een kennis me. Ik trok een gezicht. Boeken met "suiker" in de titel gaan maar al te vaak over "suikervrij eten", "leven zonder suiker" en aanverwante strevens (spoiler: suikervrij eten is onmogelijk; in al ons voedsel zit minimaal een kleine hoeveelheid suiker). En wie was Onno Wesseling?

Goed. Het werd me snel duidelijk gemaakt: "Suiker" is weliswaar een boek over suiker, maar geen goeroeboek; het is een roman. Een roman over de liefde voor het vak van pâtissier. Een oud Nederlands woord daarvoor is suikerbakker. En daar gaat dit boek over: over een jongetje van adellijke komaf dat zijn verstikkende milieu verlaat, besluit dat hij liever in de keuken staat en per ongeluk in contact komt met één van de meest gevierde pâtissiers (door Wesseling "Zuckerbäcker" genoemd, waarvoor hij vast zijn redenen heeft, maar ik vond juist dat niets toevoegen) van Europa, een Zwitser die furore maakt in Venetië.

Ik hield van deze roman, die bol staat van de onmogelijke liefdes die toch blijken te kunnen, en dan toch ook weer niet. In feite wordt--en dat is misschien wel het mooiste van dit boek--de liefde tussen man en vrouw prachtig verweven met de liefde tussen man en ambacht, met in allebei teleurstelling, bedrog, rivaliteit, verraad en nog veel meer.

"Suiker" is volgens de flaptekst een boek over wat er gebeurt als mensen op je vertrouwen terwijl dat vertrouwen niet terecht is. Het zal wel kloppen: zo'n flap wordt gemaakt in overleg met de auteur. Maar ik kon daarin niet het belangrijkste thema van het boek herkennen. Het boek gaat vooral over emotie, de intense emotie die alleen uit liefde en overgave voortkomt. Waarbij die liefde en overgave gelijkelijk verdeeld worden tussen de vleselijke liefde en de liefde voor het perfecte product van een totaal toegewijde vakman.

Het is vanwege dat laatste feest der herkenning (en verder om het briljante en totaal onverwachte slot) dat ik besloot het boek hier te bespreken. Omdat ik het een aanrader vind voor iedereen die de liefde voor goed voedsel en culinair vakmanschap herkent. U dus, eetlezer. Lees dit boek!

Suiker
Onno Wesseling
Paperback
Uitgeverij De Geus
348 blz.
Adviesprijs 19,95 
ISBN 978 90 445 2822 0
Ook als e-book, 9,99



Labels:

08 augustus 2016

Nieuw! Gezond eten is niet gezond!



"Toch maken de deskundigen zich zorgen, want als je té gezond eet, kan dat heel ongezond worden en zelfs gevaarlijk, doordat je bijvoorbeeld bepaalde voedingsstoffen mist".

Ja, lees dat nóg maar een keer. Het staat er écht: té gezond eten kan ongezond zijn. Tja, die deskundigen dachten ook: iedereen maakt tegenwoordig furore met een gezondheidshype, laten wij ook maar eens een keer. En dan rolt er zoiets uit--vermoedelijk overigens nadat de bureauredacteuren van RTL erop los zijn gegaan, met hun al even hippige visie op de betekenis van het woord "gezond".

Moe, doodmoe word je ervan.

De ellende is: je ziet wat ze bedoelen, die deskundigen,  en met die bedoeling ben ik het nog eens ook. De gekkigheden buitelen inderdaad over elkaar heen. Zo'n Rens Kroes met haar glazen kleiwater, de natuurgeneeskundigen met hun meer op hocuspocus dan op wetenschap gestoelde en dan ook totaal inconsequente adviezen, de tarwegrasclubs die vinden dat je maar gewoon bacteriologisch besmette poep moet eten omdat het tegen de religie is om het spul behoorlijk te reinigen.

Allemaal totale idioterie, ja. Maar wie daaruit de conclusie trekt dat mensen "te veel bezig zijn met gezond eten" en dat "te gezond eten ongezond is", leutert al even zwaar uit zijn nek.

Want mensen zijn helemaal niet te veel bezig met gezond eten. Ze zijn vooral VERKEERD en daardoor totaal vruchteloos bezig met gezond eten. Ze zoeken gezondheid in allerlei wondermiddeltjes, niet zelden in de hoop dat ze dan door kunnen gaan met hun ongezonde gewoonten. Lekker gemaksvoedsel eten, lekker veel frisdrank in huis blijven halen, lekker twee keer per week naar de McDrive voor een portie McKlef met een supersized beker McMierzoet.

Nee, dat werkt niet.

Want gezond eten komt niet uit de ketel van Panoramix. In "gezond eten" is eten een werkwoord. Er is wat aandacht voor nodig. Er moet wat tijd en moeite in geïnvesteerd worden. Het komt je niet aanwaaien en het zit al helemaal niet in een bekertje blubber of een zakje zangzaad. Gezond eten hangt sowieso meer af van wat je laat staan dan van wat je eet.

Enfin, dat heb ik allemaal al eens uitgelegd in het Antidieetboek. Een boek dat ik voor de verdiensten natuurlijk veel beter een titel had kunnen geven met "killerbody" of zoiets erin, maar zo ben ik nou eenmaal niet. Een boek waar er lang geen honderdduizend van verkocht zijn, maar waarover wel nog steeds zo ongeveer wekelijks lezers me mailen dat het wérkt. Wat ik al weet overigens, want het werkte bij mij ook. Nee, ik ben er niet zo knap en lekker van geworden als Rens. Maar Rens is dan ook nog geen 30, en ik ben 61.

Zo. En na al dat schaamteloze geplug--ik zal er geen gewoonte van maken maar ik word soms ook gewoon een beetje boos van al die desinformatie--krijgt u nu een stukje Antidieetboek van me cadeau. Namelijk mijn eigen "schijf van vijf". De basis voor gezond eten. Zonder gras met poep of andere kolder. Komt-ie:


  • eet gevarieerd
  • eet niet te veel
  • eet niet uit pakjes, bakjes of zakjes
  • eet lekker
  • haal je calorieën uit je eten, niet uit je drinken


Gewoon 's proberen. Ik garandeer u dat het niet "te gezond" is. Het is wel bijna té simpel, ja. Dat wel. Mooi hè?


21 april 2016

"Ik Kies Bewust" snapt het Vinkje zélf niet eens


Voor wie het tot dusver gemist had: vandaag stond in de Volkskrant een mede door uw Eetschrijver geïnitieerde oproep aan het Voedingscentrum en de Tweede Kamer om radicaal te breken met de zogenaamde Vinkjes. Reden: de Vinkjes zijn verwarrend of zelfs misleidend en zijn voornamelijk in het leven geroepen om door middel van zelfregulering een betere etikettering te voorkomen. Intussen zijn de Vinkjes een miljoenenbusiness geworden voor de slimme jongens die ze bedacht hebben. Echter, ze zijn niet langer in lijn met de nieuwe Schijf van Vijf. Enfin, dat leest u allemaal hier.

Uiteraard--hoor en wederhoor, nietwaar?--is de Stichting "Ik Kies Bewust", de club achter de Vinkjes, om commentaar gevraagd. Die gelegenheid tot antwoorden heeft ze gebruikt om de totale verwarring die deze onzalige logo's brengen perfect te illustreren. Kijk maar: we hadden er niet voorbij aan mogen gaan dat er twéé Vinkjes bestaan. En die Chocomel, die krijgt een blauw Vinkje. Die is dus niet gezond, maar het minst ongezond.

Ja. Die Chocomel. Ik weet inderdaad ook heel zeker dat die niet in de Schijf van Vijf staat. Maar hier is een foto van een pak Chocomel, mét Vinkje. En dat Vinkje is toch overduidelijk groen (nee, niet het Vinkje zelf, maar die ring er omheen). Wat betekent dat deze kindertraktatie moet doorgaan voor een basisproduct dat een gezonde keuze is.


Duidelijk? De Stichting "Ik Kies Bewust" trapt in haar eigen verwarring. Die Chocomel heeft niet alleen een Vinkje (door de consument, ongeacht de kleur, geïnterpreteerd als "koop maar, is goed voor je kind"), maar dat Vinkje is zelfs groen en helemaal niet blauw zoals men bij de Stichting schijnt te denken. Als we deze Vink moeten geloven, is deze Chocomel een product waar we niet buiten kunnen. Chocomel móet, en vermoedelijk liefst elke dag. Daar zal de fabrikant alvast heel blij mee zijn.

Leest u mee, mensen bij het Voedingscentrum? Is het u duidelijk hoe totaal de verwarring is als zelfs goed getrainde PR-jongens de kleuren voor de ogen zien dansen en zo in hun eigen propagandaval trappen? Snapt u dan dat je deze onzin echt niet moet gaan propageren als middel om de consument gedegen voorlichting te geven? Dat die er geen touw aan vast kan knopen? Dat de Consumentenbond daarin groot gelijk heeft?

Neemt u dat vanavond even mee in dat debat waarvan hopelijk de uitkomst is dat u, Voedingscentrum, definitief breekt met die vermaledijde Vinkjes? Namens de consument vast hartelijk dank!